Kunnen jullie mij informatie geven over ontucht? (Wat zegt Islam over ontucht?)

Detail van de Vraag
Kunnen jullie mij informatie geven over ontucht? (Wat zegt Islam over ontucht?)
Antwoord

Beste Broeder/ Zuster,

Ontucht en overspel zijn door het menselijk intellect, de moraal, de juridische systemen en alle hemelse religies altijd als verkeerd en antisociaal beschouwd. Overspel heeft tot gevolg dat bloedlijnen mixen, families uit elkaar vallen, familie- en vriendschapsbanden worden ontbonden en de wortels van de geestelijke en de morele waarden in een samenleving in gevaar komen. Zulk gedrag maakt de mens tot een slaaf van zijn lichamelijke verlangens en tast zijn menselijke eer en waardigheid aan.

Ontucht en overspel hebben ook veel schadelijke consequenties voor de gezondheid. Mensen die zich met ontuchtige handelingen inlaten zijn het meest vatbaar voor seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's), zoals syfilis en gonorroe. De dodelijke anti-immuun ziekte AIDS, die door de hedendaagse geneeskunde niet kan worden genezen, verspreidt zich meestal via ongeoorloofde geslachtsgemeenschap.

Allah de Almachtige, Hij Die zeer veel van Zijn dienaren houdt, wenst niet dat zij in zulke afschuwelijke leefpatronen vervallen. Om deze reden heeft Hij het ons verboden om de ontucht zelfs te benaderen, laat staan deze te plegen. Hij zegt: ...En nader zedeloosheid niet, de openlijke noch de verborgene, en dood niet de ziel die Allah verboden heeft verklaard, tenzij volgens het recht. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen dat jullie begrijpen.” (ạl-An’ām, 6:151)

En nader niet de ontucht. Voorwaar, ontucht is een zedeloosheid en een slechte weg.(ạl-Isrā’, 17:32)

Dit betekent dat iedereen weg moet blijven van elke handeling die aanleiding kan geven tot overspel. De Boodschapper van Allah drukt als volgt uit hoe schadelijk onzedelijke blikken voor het hart zijn: “Het staren naar hetgeen verboden is, is één van de giftige pijlen van Satan. Een ieder die dit uit angst voor Allah laat: Allah zal hem een geloof schenken waarvan hij de zoetheid in zijn hart zal proeven.”[qtip:1| ạl-Hākim, ạl-Mustạdrạk álā ạl-Sahīhạyn IV, 349/7875; ạl-Hạythạmī, Majma' ạl-Zạwā'id wạ Mạnba' ạl-Fawā'id, VIII, 63]

Om deze reden neemt de Islam voorzorgsmaatregelen om ontucht te voorkomen, zoals het voorschrijven van kledingvoorschriften voor mannen en vrouwen, het verbieden van aandachttrekkend gedrag, het zich afzonderen van mannen en vrouwen die in wettelijk opzicht vreemden van elkaar zijn en het voorkomen van het vertonen van naaktheid in de maatschappij. Handelingen die kunnen leiden tot ontucht en overspel, zoals seksueel prikkelende woorden, blikken of te nauwe relaties worden door de Islam veroordeeld. De Islam gaat verder en verplicht de families en de maatschappij om de kinderen degelijk op te voeten en hen zo vroeg mogelijk te doen huwen, het trouwen te vergemakkelijken en de religieuze en de morele waarden in stand te houden.

Zoals uit deze richtlijnen kan worden afgeleid, is het doel van de Islam niet om schuldigen te bestraffen; het doel is veeleer om de mensen in vrede en veiligheid te laten leven, door te voorkomen dat er in de maatschappij een klimaat ontstaat van criminaliteit en onveiligheid. In de islamitische geschiedenis is de bestraffing voor overspel immers nauwelijks uitgevoerd.

Naast de bovengenoemde zondes stelt de Islam eveneens een strikt verbod vast voor de volgende grote zondes: moord, tovenarij, lasteren met overspel, onderdrukking, ongehoorzaamheid aan de ouders, liegen, verraad, roddelen, misbruik van het bezit van een wees, stelen en gokken.[qtip:2| Sahīh ạl-Bukhārī, Shạhādāt, 10; Wasāyā, 23; Sahīh Muslim, Birr, 55, 56; Sunạn Ạbū Dāwūd, Ạdạb, 35/4875; Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, III, 154, 135. Zie voor details: Murat Kaya, Efendimiz’den Hayat Ölçuleri (Criteria voor het Leven van onze meester de Profeet), Istanbul 2007, pp. 308-458] [qtip:3| Islam, Dr. M. Kaya]

 

 


[1] ạl-Hākim, ạl-Mustạdrạk álā ạl-Sahīhạyn IV, 349/7875; ạl-Hạythạmī, Majma' ạl-Zạwā'id wạ Mạnba' ạl-Fawā'id, VIII, 63.

[2] Sahīh ạl-Bukhārī, Shạhādāt, 10; Wasāyā, 23; Sahīh Muslim, Birr, 55, 56; Sunạn Ạbū Dāwūd, Ạdạb, 35/4875; Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, III, 154, 135. Zie voor details: Murat Kaya, Efendimiz’den Hayat Ölçuleri (Criteria voor het Leven van onze meester de Profeet), Istanbul 2007, pp. 308-458.

[3] Islam, Dr. M. Kaya

İslam Geloof

Auteur:
İslam Geloof
Onderwerp Categorieën:
Read 9.299 times
In order to make a comment, please login or register
GERELATEERDE VRAGEN