Hoe heeft de zogenaamde `olifant gebeurtenis` plaatsgevonden in de geschiedenis?

Detail van de Vraag
Hoe heeft de zogenaamde `olifant gebeurtenis` plaatsgevonden in de geschiedenis?
Antwoord

Beste Broeder/ Zuster,

De geboorte van de Lieveling was nabij. De Kaba trok steeds meer pelgrims aan. De groeiende hoeveelheid bezoekers van de Kaba zorgde voor afgunst bij bepaalde individuen. Ebrehe, die als heerser van Yemen was aangesteld door de koning van Abessinië, was de voornaamste onder de afgunstigen.

Om de band tussen de mensen en de Kaba te verbreken en zijn grote hoeveelheid bezoekers te reduceren, liet Ebrehe met behulp van het Byzantijnse rijk een kerk genaamd Koelleys bouwen in de stad San’a. De kerk was van binnen gedecoreerd met zilver en goud en van buiten versierd met waardevolle stenen. Alleen om de pelgrims van de Kaba naar die kerk te trekken, werd er een immens bedrag besteed. Toentertijd was er geen gelijke te vinden. Ebrehe dacht hiermee de aantrekkingskracht van de Kaba te kunnen verstoren.

Om geprezen te worden voor zijn daden door de koning van Abessinië, schreef hij de volgende brief naar hem:

“Mijn geëerde koning. Ik heb een kerk voor u laten bouwen wier gelijke voorheen voor geen heerser is gebouwd. Ik zal niet rusten voordat ik de pelgrims van Mekka naar deze kerk trek.”[qtip:1| Sîre, 1/45; Tabakât, 1/91; Taberî, 2/109]

Het resultaat botste echter met zijn verwachting. De kerk trok wel veel gasten aan, maar de bezoekintentie was slechts het bezichtigen van haar praal. De Kaba daarentegen bleef jaarlijks pelgrims aantrekken die in aantal alleen maar toenam.

De aanleiding voor het bouwen van de kerk werd vernomen door de Arabieren. Toen Newfel van de Kinane stam dit vernam, vertrok hij voor een bezoek naar die kerk. Wanneer hij arriveerde, bekladde hij de Koelleys van binnen en buiten met zijn uitwerpselen, vulde haar met vuil en keerde weer naar zijn stam.

Ebrehe werd woest toen hij te weten kwam over dit voorval. Zijn woede steeg toen hij ook nog eens te horen kreeg dat de dader een Arabier was. Vanwege zijn intentie om de pelgrims van de Kaba naar de Koelleys te trekken, vervuilde een Arabier zijn kerk. Als tegenreactie zwoer hij om hun Kaba met de grond gelijk te maken.[qtip:2| Sîre, 1/47; Tabakât, 1/91; Taberî, 2/110] Hij vormde een leger van ongeveer zestigduizend man. Nadat alle voorbereidingen waren getroffen, vroeg hij de koning van Abessinië om toestemming voor het gebruik van zijn reusachtige strijdolifant genaamd Mahmoed, waarop de koning zijn wens vervulde.[qtip:3| Tabakât, 1/91]

Ebrehe vertrok met zijn leger richting Mekka. Onderweg trof hij een aantal Arabische stammen die hem wilden hinderen, maar Ebrehe had de overmacht. Moeiteloos walste hij over de stammen heen die hem dwarsboomden.

Toen ze aankwamen in een oord nabij Mekka genaamd Moegammies, zetten zij hun kamp op en spendeerden daar hun nacht. De volgende dag zond hij een ruitereenheid onder leiding van Eswed ibni Maqsoed naar Mekka. De ruiters troffen onderweg het vee aan van de Quraish en Tihame, waaronder ook de tweehonderd kamelen van Abdulmoettalib, en namen deze in beslag.[qtip:4| Sîre, 1/50, Tabakât 1/91; Taberi, 2/111] Tijdens deze gebeurtenis was Abdulmoettalib de leider van Mekka.

Later zond Ebrehe via een woordvoeder genaamd Hoenâta het volgende bericht:

“Ik ben hier niet gekomen om te strijden tegen jullie. Mijn komstreden is enkel het vernietigen van de Kaba. Als jullie mij niet hinderen, zal ik geen bloed vergieten. Mocht de leider van jullie stam niet willen strijden met mij, laat hem mij dan benaderen.”[qtip:5| Sîre, 1/50]

De leider van Mekka antwoordde hierop:

“Bij ALLAH, wij willen niet strijden tegen hem. Wij beschikken ook niet over de macht hiervoor. De Kaba is echter het huis van ALLAH. Alleen ALLAH kan het beschermen tegen verwoesting. Als ALLAH Zijn huis niet beschermt, zijn wij niet in staat om tegen het leger van hem in te gaan.”

Na dit gesprek vertrok Abdulmoettalib samen met de woordvoerder naar Ebrehe. Vanwege de indrukwekkende uitstraling van Abdulmoettalib koesterde Ebrehe onbewust eerbied voor hem. Na een gastvrij ontvangst, vroeg Ebrehe hem wat zijn wens was. Abdulmoettalib zei dat hij graag zijn tweehonderd kamelen terug wilde. Ebrehe verloor hierdoor zijn eerbied jegens hem en zei spottend:

“Toen ik je zag, dacht ik dat jij iets voorstelde. Nu zie ik dat jij jouw tweehonderd kamelen terugvraagt terwijl ik hier ben gekomen om het gebouw te verwoesten dat door jouw voorouders gebruikt werd als gebedshuis.”

Koelbloedig antwoordde Abdulmoettalib:

“Ik ben de eigenaar van mijn kamelen, daarom vraag ik jou om mijn eigendom. De Eigenaar van de Kaba is ALLAH. Zonder twijfel zal ook ALLAH zorg koesteren voor Zijn eigendom en het beschermen!”

Ebrehe, die geïrriteerd raakte door deze woorden, zei dat niemand in staat was om hem tegen te houden, waarop Abdulmoettalib zei:

“Ik bemoei mij daar niet mee. Hier sta jij, daar staat Zijn huis.”[qtip:6| Sîre, 1/51; Tabakât, 1/92]

Na deze confronterende conversatie gaf Ebrehe hem zijn tweehonderd kamelen terug. Abdulmoettalib keerde naar Mekka en informeerde zijn stam over het verloop van het gesprek. Vervolgens offerde hij al zijn kamelen voor ALLAH.

Nadat Abdulmoettalib het volk van Mekka adviseerde de stad te ontruimen om gered te worden van de aandoening van Ebrehe, wendde hij zich tot de Kaba met een aantal stamgenoten. Ze klampten zich aan het deurhendel van de Kaba en smeekten:

“O ALLAH, zelfs Uw onderdanen hoeden hun huizen, hoed ook de Uwe. Laat hun macht de Uwe niet overtreffen.”[qtip:7| Sîre, 1/53; Tabakât, 1/92]

Mekka was ontruimd, het volk zocht toevlucht in de bergen en wachtte af hoe alles zou verlopen. Mekka was ontruimd, de Kaba was eenzaam, het volk was droevig.

De volgende ochtend stond het leger van Ebrehe paraat. De soldaten wachtten enkel op het aanvalssein. Zelfverzekerd stond Ebrehe arrogant aan het hoofd, zonder besef dat er in het leger zich een aantal opstandelingen bevonden. De voornaamste onder hen was Noefeyl ibni Habib, de gids van de reusachtige olifant. Hij fluisterde in het oor van Mahmoed:

“Mahmoed, kniel neer voor jouw Heer. Keer heelhuids weer terug naar het gebied waar je vandaan komt, want jij bevindt je op het verboden terrein van ALLAH dat Hij heilig heeft verklaard.”[qtip:8| Sîre, 1/54]

Na deze woorden van Noefeyl, knielde dit gigantisch beest zich onmiddellijk neer. De soldaten deden er alles aan om hem weer op zijn poten te krijgen. Ze waren echter niet in staat om beweging in het beest te krijgen. Hij verroerde zich niet, totdat ze hem van Mekka afwendden; het beest begon te rennen als een bezetene. Wanneer de soldaten het aangezicht van dat beest weer keerden naar de Kaba, knielde hij weer plotseling neer alsof zijn poten het begaven.[qtip:9| Sîre, 1/54; Taberî, 2/113]

Ondertussen werd er opeens iets merkwaardigs opgemerkt. In de verte was er in de horizon aan de zeekant iets duisters te zien. De duisternis kwam steeds dichterbij en naarmate deze naderde, bleef ze groeien. Opeens was de oorzaak van deze duisternis helder; ze werd gevormd door een enorme zwerm pijlstormvogels. Het leger van Ebrehe verkeerde zich in paniek en chaos. Angst verving hun hoogmoed, want het was duidelijk dat deze vogels het op hen hadden gemunt. Een elk van deze vogels droeg één klomp klei ter grootte van een nootje in zijn snavel en twee in zijn klauwen. Toen deze zwerm zich boven hen bevond, stortten de vogels de klompen klei over hen heen. Het hoogmoedige leger dat opeens bloot stond aan een regenstorm van kleistenen, werd met de grond gelijk gemaakt.[qtip:10| Sîre, 1/54-55; Tabakât, 1/92] Een ieder die getroffen werd door één viel ter plekke te pletter en stierf op slag. Het veld dat onlangs vol stond met aanvalsklare soldaten, bestond alleen nog maar uit lijken. Ebrehe die zich zojuist arrogant in een overwinningswaan verkeerde, bevond zich onder de vluchtende soldaten, maar ook hij stierf door zijn opgelopen verwondingen tijdens het vluchten.[qtip:11| Sîre, 1/56] Mahmoed bleef gespaard, omdat deze olifant zich onder degenen bevond die het niet waagden om tegen hun Heer in te gaan. Soms zijn mensen dus in staat zijn om de beestachtigheid van het grootste beest te overtreffen.

Nadat de pijlstormvogels het leger van Ebrehe hadden geruïneerd, spoelde een stortvloed, die ontstond door hevige regen, alle lijken de zee in.[qtip:12| Tabakât, 1/92]  Op deze wijze hoedde de Eigenaar van de Kaba Zijn huis en reinigde Mekka en haar omgeving met Zijn bevel.

Deze hele gebeurtenis viel onder de mirakelsoorten van Mohammed die vóór zijn komst plaatsvonden. De Kaba, welke de gebedsrichting van zijn volgelingen bepaalde, mocht niet verwoest worden.

In de Qur’an wordt deze gebeurtenis als volgt beschreven:

“In de naam van ALLAH, de Barmhartige, de Genadevolle.

Heb jij dan niet vernomen hoe de houders van de olifant werden behandeld door jouw Heer?

Heeft Hij hun plannen niet verbroken?

 Heeft Hij geen zwerm van pijlstormvogels op hen neergezonden?

En stortten zij geen klompen van klei, waardoor zij een vorm aannamen van fijngekauwd stro?”[qtip:13| Soerah Fil]

Dit was ook een duidelijk bewijs voor het profeetschap van Mohammed, want dit hoofdstuk werd door niemand verloochend. Een hoofdstuk uit de Qur’an dat vertelde over een historisch gebeuren waar heel het volk van Mekka, de heerser van Yemen en zestigduizend soldaten bij betrokken waren, werd door niemand tegengesproken. Als dit niet had plaatsgevonden, zou het, als niet door de Mekkaanse polytheïsten, door het volk van Yemen zonder twijfel verloochend worden.




[1] Sîre, 1/45; Tabakât, 1/91; Taberî, 2/109

[2] Sîre, 1/47; Tabakât, 1/91; Taberî, 2/110

[3] Tabakât, 1/91

[4] Sîre, 1/50, Tabakât 1/91; Taberi, 2/111

[5] Sîre, 1/50

[6] Sîre, 1/51; Tabakât, 1/92

[7] Sîre, 1/53; Tabakât, 1/92

[8] Sîre, 1/54

[9] Sîre, 1/54; Taberî, 2/113

[10] Sîre, 1/54-55; Tabakât, 1/92

[11] Sîre, 1/56

[12] Tabakât, 1/92

[13] Soerah Fil

İslam Geloof

Auteur:
İslam Geloof
Onderwerp Categorieën:
Read 11.968 times
In order to make a comment, please login or register