Wat is bij Allah de reden voor superioriteit? Spelen raciale verschillen hierbij een rol?
Beste Broeder/ Zuster,
In het vers waar racisme wordt verboden en les wordt gegeven dat alle mensen van dezelfde voorouders afstammen, wordt het volgende gezegd: ‘Voorzeker, de godvruchtigste (takva) onder u is de eerwaardigste bij Allah’.[qtip:1| Koran (49:13)]
In takva is het vermijden van racisme inbegrepen. Bij Allah zijn niet de mensen van dit of dat volk de eerwaardigste, maar zij die in de takva het verst zijn. Het soort volk maakt dus niet uit.
Takva betekent Godvrezendheid, zich krachtig en zorgvuldig onthouden van Zijn verboden…
Als we in de verzen kijken naar de attributen van degenen met takva, zien we dat de takva het symbool en resultaat is van de Islam in zijn geheel naleven.
In het hoofdstuk van het huis van Imraan nodigt onze Heer ons uit naar Zijn vergiffenis en naar Zijn paradijs. Het gaat verder dan uitnodigen, Hij zegt ‘’Ren!’’. En aan het eind van dit vers wordt vermeld dat het paradijs voorbereid is voor hen met takva.
In dit vers worden de attributen van hen met takva als volgt opgesomd:
‘’Zij, die in voorspoed en in tegenspoed wel doen.’’(Aalmoes geven en de behoeftigen te hulp schieten)[qtip:2| Koran (3:134)]
‘’Zij, die hun frustratie ten tijde van woede doorslikken.‘’
‘Zij die vergevend zijn jegens de slechtheden afkomstig van de mensen’’
‘’En zij, die wanneer zij een slechte daad begaan of zichzelf onrecht aandoen, Allah gedenken en om vergiffenis vragen voor hun zonden” [qtip:3| Koran (3:135)]
‘’en om vergiffenis vragen voor hun zonden’’
‘’en niet volharden in hun (slechte) daden tegen beter weten in’’
Allah heeft degenen lief die deze eigenschappen bezitten; ongeacht zijn status, volk, inkomst of klasse. Is dan een gelovige die zich bewust is van zijn dienaarschap dan niet verantwoordelijk voor het liefhebben van degenen die Allah ook lief heeft? Terwijl Allah van deze dienaren houdt, hoe kan een gelovige dan zijn landgenoot, die ver staat van dit soort eigenschappen, liefhebben.
Meteen na het hoofdstuk “El Fatiha” is het eerst volgende vers: ‘’Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de muttakin (mensen met takva)’’. Het is zeer betekenisvol dat na “El Fatiha” direct aandacht wordt gevestigd op de takva! Hierin worden degenen met takva met de volgende attributen gekenmerkt: ‘’Die in het onzienlijke geloven’’, ‘’en het gebed verrichten, ‘’en die weldoen met hetgeen Wij hun hebben geschonken’’, ‘’En die geloven in hetgeen u is geopenbaard en in hetgeen voor u is geopenbaard’’, ‘’en een standvastig vertrouwen hebben in dat wat komen zal’’.
In dit vers wordt er niet over een ras, een stam, een leider, een officier, een slaaf of een heer gesproken… Deze verzen zijn maar twee voorbeelden… Uitgaand van dit perspectief wordt het duidelijk dat alle verzen in de Koran racisme verwerpen.
Alle bevelen zijn gericht op de gehele mensheid of op de gelovigen. Verzen die oproepen tot de redding, worden gericht op de gehele mensheid. Hier wordt er niet naar het ras, de stam, de status of de rang gekeken. Dat een Arabier tot de redding komt is niet belangrijker dan dat een Engelse tot de redding komt.
In verzen met betrekking tot gebeden en gehoorzaamheid zijn de gelovigen de doelgroep. Hierin wordt ook geen onderscheid gemaakt onde de gelovigen. Geboden als ‘’Aanbid Allah’’, ‘’Kniel voor Hem’’, ‘’Geef uw aalmoezen’’, en verboden als, ‘’Neem geen rente’’, ‘’ En houd u verre van overspel’’, ‘’Noch belastert elkander’’, zijn gericht aan alle gelovigen. De graad bij het naleven van de geboden en wegblijven van de verbodenen zijn voor alle volkeren hetzelfde.
Daarnaast zijn er verzen over de kwelling; zij waarschuwen voor de kwellingen die de vroegere volkeren ondervonden hebben. In deze verzen wordt aandacht geschonken aan en gesproken over de gevechten, opstanden, verloochingen, en kwellingen tegenover de Boodschappers. De kwellingen zijn wegens deze zondes tot hen gekomen. Dus niet omdat ze tot een bepaald volk toebehoorden.
Dat racisme niets met het verstand, de wetenschap en het geweten te maken heeft, is duidelijk vermeld met het begrip dat de Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd ‘Asabiyyet-i cahiliyye’ (extreem nationalisme van de tijd der onwetendheid).
Een mens kan wegens zijn ras noch beter noch slechter worden. De begrippen ‘goed’ en ‘slecht’ behelzen niet een dusdanig kenmerk. Ieder verstand en geweten bevestigt dit. Wanneer we het over mens met een goede eigenschap hebben, dan hebben we het meestal over zijn morele waarden, takva, goede daden, eerlijkheid en zijn doorzettingsvermogen. Dit zijn allemaal zaken die samenhangen met zijn wil. Nu eenmaal niemand met zijn vrije wil zijn ras kan kiezen, zouden wij onze onwetendheid aantonen door te zeggen dat die of deze man goed is, omdat hij tot een bepaald volk toebehoort.
Hoe je het ook bekijkt, racisme is niets meer dan onwetendheid.
Onze Profeet (v.z.m.h.) is niet alleen gestuurd naar het Arabische volk. Hij is niet alleen voor de Arabieren, maar voor de werelden als genade gezonden. Hij is met monotheïsme als missie uitkomen. Tegenover hem waren er toendertijd verschillende praktijken van afgoderij. Hij wilde de mensen die slaaf waren van standbeelden, in gevangenschap waren van hun ego, onderdrukt werden door de heidense religies, bevrijden en hen een dienaar maken van Allah en tot Hem laten buigen. Hij wilde rechtvaardigheid in plaats van onderdrukking, en met het licht van de openbaring alle misvattingen rechtzetten. Hij wilde alle verkeerde normen vervangen met de normen van de Koran. Zijn missie reikte verder dan de stammen, rassen en zelfs het heelal. Hoe kan een dienaar die niet in zijn Schepper gelooft, superieur zijn? Dat betekent dus, dat hij met de geloofsovertuiging zou moeten beginnen. Inderdaad, zo heeft hij het ook gedaan.
Hoe kan een onderdaan die in opstand komt tegen zijn Heer, hogere rank hebben? Zodoende zou Hij (v.z.m.h.) de mensen moeten verzamelen rondom het gebed. Inderdaad, zo heeft hij het ook gedaan.
Zijn (v.z.m.h.) stam was tegen Hem; Zijn familie was tegen Hem en zelfs Zijn oom was tegen Hem. Het is zeer betekenisvol dat tijdens de tijd van glorie de metgezellen met hun ongelovige familieleden in oorlog verkeerden! In deze veldslagen hebben metgezellen samen met hun gelovige broeders waarmee ze geen nauwe banden hadden, zij aan zij gestreden, en doodden zij hun eigen vaders en broers. Samen met dat vergoten bloed is het racisme en afgoderij de geschiedenis in gestroomd.
[1] Koran (49:13)
[2] Koran (3:134)
[3] Koran (3,135)
İslam Geloof

