Meest Gelezen in de Categorie

1-) Wat zegt de Islam over het hebben van dromen, en hoe onstaan deze?

Dromen worden beschreven als waarheden die middels engelen het bewustzijn wekken, of als warrige verbeeldingen die door satanische inprentingen ontstaan.

De volgende punten dienen constant voor ogen gehouden te worden:

  1. Het is niet zo dat alleen moslims waarheidsgetrouwe dromen zien. Niet moslims kunnen ook zulke dromen hebben. Zoals de heerser van Egypte en de twee personen in de kerker gedroomd hebben.
  2. Niet iedereen heeft dezelfde eigenschappen en kenmerken. Waarheidsgetrouwe dromen komen in zeldzame toestanden voor en bij personen die een gevoelige ziel hebben.
  3. Je leven ordenen en regelen baserend op de dromen die je hebt gezien is onjuist. Want het nagaan van hoe betrouwbaar en/of nauwkeurig de droom was, is onmogelijk.
  4. Alleen diegene die de droom heeft gezien kan handelen volgens die droom. Maar het is niet verplicht om ernaar te handelen. Want het is niet zo dat als iemand droomt dat hij een ongeluk heeft gehad en vervolgens op reis gaat en verongelukt, zelfmoord heeft gepleegd.

Het is hierdoor dat in Fikh en Kalam wetenschap (Kennis van de islam, het onderzoek van de principes van het geloof) en in het rechtbank een droom niet als bewijs wordt geaccepteerd. Dromen zijn waarheidsgetrouw, maar personen die waarheidsgetrouwe dromen zien en op een juiste manier interpreteren, komen weinig voor.  Dromen worden goed geïnterpreteerd door gebeurtenissen. Sommige dromen worden samen met de toelichting ervan gezien. Sommige mensen kunnen hun droom niet toelichten, maar weten dat het een trouwe droom is.

Het toelichten van een droom is een Godgegeven. Niet iedereen kan een droom toelichten. Rede en logica zijn hiervoor niet voldoende. Dromen moeten aan mensen verteld worden die mededogend zijn en raad kunnen geven, niet aan mensen die de droom niet goed kunnen toelichten. De profeet (v.z.m.h.) vertelt in een overlevering het volgende:

“Zolang een droom aan niemand is verteld, is hij (de droom) gebonden aan een poot van een vogel (het zal niet verschijnen/uitkomen); als hij het vertelt dan zal het verschijnen/uitkomen. Als dit het geval is, dient men de droom alleen aan personen die intelligent zijn, van je houden of die je raad kunnen geven vertellen.” [qtip:1| Tirmizi]

Ze vroegen aan Imam Malik:”Kan iedereen dromen toelichten?” hij antwoordde daarop:”Kun je spelen met profeet schap?”. Imam Malik zei ook het volgende:”Mensen die dromen goed kunnen interpreteren moeten het toelichten. Als diegene het goed ziet dan kan hij het vertellen; Als hij het niet goed ziet dan moet hij het of goed vertellen of helemaal niet.”

Op de vraag: “Als hij hem niet positief interpreteert,  moet hij hem dan positief vertellen?” antwoordde hij “Nee”; vervolgens: ”Droom is een deel van het profeetschap. Met het profeetschap valt niet te spelen.” [qtip:2| Kurtubî, Tefsir, IX, 122-127; Elmalılı, Hak Dini Kuran Dili, IV, 2863-2869; Kuşeyri Sarih Tercümesi, XII, 271]

Er zijn twee soorten dromen:

    1)  Waarheidsgetrouwe en mooie dromen. Dit soort dromen komen in het echte leven uit. De dromen die vrome gelovigen en profeten zien, zijn van dit soort. Het komt soms ook voor dat niet religieuze mensen dit soort dromen zien.

Dit soort dromen kunnen we verdelen in drie groepen;

  1. Dromen die zo open en duidelijk zijn dat ze geen behoefte tot interpretatie en toelichting hebben, zoals die van profeet Ibrahim(a.s.)...
  2. Dromen die gedeeltelijk behoefte hebben aan interpretatie en toelichting, zoals die van Hz. Yusuf(a.s.)…
  3. Dromen die afhankelijk zijn van interpretatie en toelichting, zoals de droom van de heerser van Egypte…

    2)  Dromen die chaotisch en geen enkele betekenis hebben.(ook wel adğaş genoemd).

Dit soort dromen kunnen we opdelen.

  1. Dromen waarbij de satan speelt met de slapende waardoor hij overstuur raakt. Bijvoorbeeld: een droom waarin hij onthoofd wordt en dat hij achter zijn eigen hoofd aanrent. Of waarbij hij in een gevaarlijke en angstwekkende situatie beland en dat er niemand hem komt helpen.
  2. engelen iets dat haram is voor de slapende halal laat lijken of dat zij hem iets als haram doen voorstellen wat onmogelijk is, en daden die hierop lijken.
  3. Het praten of het wensen van iets in wakkere toestand in je droom zien.


In dit geval zien we dus dat er drie soorten dromen zijn:

  • - Een droom die goed nieuws door Allah kan zijn. Dit noemen we de droom der Rahman.
  • - Een droom zien over iets waar hij in wakkere toestand belang aan heeft gehecht en met al zijn hart bezig is geweest.
  • - Door satan geïntimideerde droom. Dit noemen we droom van de satan.

De dingen die een moslim moet doen als hij een slechte droom heeft gezien, is drie keer toevlucht zoeken bij  Allah tegen het kwaad van de droom en het kwaad van satan, zeggende: “Allah, ik zoek toevlucht bij U voor het kwaad van deze droom en het kwaad van satan die ver van Uw barmhartigheid is.” Om ervoor te zorgen dat de droom in Ghair (positief) veranderd verricht men een smeekbede. Dit soort dromen worden aan niemand verteld.

Als iemand wakker wordt omdat hij een mooie droom heeft gezien, dan behoort hij Allah te prijzen. Hij zal blij worden door deze droom, hij zal het accepteren als goed nieuws. Hij zal deze droom vertellen aan iemand van wie hij houdt, en beslist niet aan iemand van wie hij niet houdt.


2-) Waarom krijgt volgens de Koran de vrouw minder erfenis dan de man?

Een van de stelsels dat door onze religie is gecorrigeerd en verbeterd, is de erfwet. Met name in de Arabische wet tijdens de tijd van onwetendheid en in de Chinese, Romeinse en Japanse wet waren de vrouwen geheel beroofd van hun recht op erfenis.

Een meisjeskind had geen recht op het vermogen van zijn vader. De erfenis ging direct over naar het jongenskind en aan het meisjeskind werd niets gegeven. Het pijnlijke hieraan is dat deze heidense gewoonte nog nageleefd wordt in sommige gebieden van ons land.

Wanneer jongenskinderen zwemmen in welvaart en rijkdom verkregen uit erving, leiden de dochters van dezelfde vaders onder armoede.

Net zoals bij vele andere essentiële zaken heeft onze religie hier ook door middel van een ingrijpende verandering en innovatie een eind gemaakt aan deze tirannie. En heeft het erfgoed rechtvaardig verdeelt.

In hoofdstuk Niesa vers elf van de Edele Koran gaat het volledig over de verdeling van de erfenis. In het begin wordt het volgende vermeldt: 'Allah gebiedt u aangaande uw kinderen: voor het mannelijke kind evenveel als het deel van twee vrouwelijke kinderen.'

Hiermee is deze fout dus duidelijk rechtgezet. Maar sommigen die deze innovatie van de Islam niet volledig hebben begrepen, laten herhaaldelijk kritiek ten ronde gaan dat de Islam het recht van de vrouw niet beschermt, omdat de vrouw helft minder erft dan de man.

Dit, terwijl de situatie helemaal niet zo is. Als we kijken vanuit de sociale positie van de man en vrouw, verantwoordelijkheden binnen de familie, aansprakelijkheden en psychologische factoren, zal het duidelijk worden dat dit Koranische oordeel rechtvaardigheid en eerlijkheid erbarmt.

Volgens het Islamitische principe in het leven is de vrouw niet verplicht te werken en de kost te verdienen. Zij neemt het positie in van een consument. Dit is het resultaat van de barmhartigheid en vriendelijkheid die haar wordt toegekend.

Net zoals de man zijn eigen vermogen verwerft, heeft de vrouw ook zeker recht op het verwerven van haar eigen vermogen. Echter als de vrouw het wenst en er niet toe gedwongen wordt, kan zij kiezen voor een gezamenlijke uitgaven met haar man. Daarom word het vermogen van een vrouw niet meegerekend. De vrouw voorzien van voedsel, drinken en kleding is de plicht van de man. Als een man weigert om voor de familie te zorgen en/of hij zich gierig gedraagt en niet naar zijn financiële gesteldheid handelt, heeft de vrouw het recht om te klagen. Dan gaat zij achter haar recht aan binnen het kader van de wetten van de Islam.

Aan de andere kant krijgt een vrouw een bruidsschat van haar man en nog vele andere giften, volgens de gewoontes van de regio waarin ze zich bevinden. Terwijl de man continu aan het uitgeven is, vermeerdert het vermogen van de vrouw..

Na het trouwen is de man verantwoordelijk voor de zorg van zijn familie en ook dat van zichzelf, kinderen en zelfs dat van zijn moeder en vader en wanneer het nodig is, ook dat van zijn kennis waar hij volgens zijn religie verantwoordelijkheid over draagt.

Omdat het jongenskind verantwoordelijk is voor zijn familie, gaat een deel van zijn geërfde vermogen -bestaande uit 2/3 van de erfenis wanneer de tweede erfgenaam een meisjeskind is- naar zijn familie. Dit terwijl het vermogen van de meisjeskind vermeerdert en kan worden beschermt.

Wie heeft nu in de ware zin de meeste rijkdom: de man of toch de vrouw? Is de man nu meer begunstigd, of toch de vrouw?

Het is zelfs zo dat de man verplicht is om voor zijn alleenstaande en of weduwe zus te zorgen en haar van basis behoeftes te voorzien als zij daar niet toe in staat is met de erfenis van zijn vader.

Dus dat betekent dat de Islam een verdeling gebaseerd op de aansprakelijkheid en behoeftes van de twee geslachten geschikt heeft gezien voor de mens, en dus dit principe heeft gehandhaafd.

Dat de man twee en de vrouw een deel krijgt komt alleen bij het erfrecht voor waarbij er moeiteloos vermogen verkregen wordt. Komend op vermogen verkregen door arbeid, krijgt een vrouw en een man in de handel, industrie en in andere sectoren waar zij werken evenveel winst. Mannelijke en vrouwelijke vennoten hebben gelijke rechten op de winst van hun aandelen in een bedrijf. De man noch meer noch minder dan de vrouw.

Bediuzzaman Said Nursi begint als volgt bij het uitleggen van dit onderwerp: ''De onredelijke samenleving bekritiseert dit vers doordat zij maar 1/3de geeft aan de vrouw.'' En na dat hij geconstateerd heeft dat merendeels van de rechtspraken over het sociale leven volgens de meerderheid worden gegeven, zegt hij: ''veelal vindt een vrouw iemand die over haar kan hoeden. Een man daarentegen vindt iemand waar hij zorg over moet dragen en -met diegene waar hij zijn vermogen aan toevertrouwt- een familie mee moet stichten. En in deze situatie compenseert de vrouw dus de tekortkoming van zijn man als zij een deel krijgt van haar vader. En als de man twee delen erft van zijn vader, geeft ze een deel uit voor de onderhoud van zijn levenspartner, en komt hij gelijk te staan met zijn zus. Koranische rechtvaardigheid vereist dat het zo gebeurt. En heeft het zo geoordeeld.

Als we de kwestie vanuit het psychologische oogpunt bekijken, zien we weer dat er eerlijkheid gehanteerd is in deze manier van verdeling. Namelijk, ook als het meisjeskind trouwt, een eigen familie en kinderen krijgt en in een ander huis gaat wonen, heeft zij nog altijd behoefte aan het medeleven en vriendelijkheid en zelfs bezorgdheid van haar moeder, vader en broer. Daardoor, om de familiebanden geen schade aan te brengen, dienen er geen tekortkomingen te zijn in de liefde en genegenheid.

Zoals Said Nursi het zegt: Dit zwakke meisje heeft veel behoefte aan de barmhartigheid van haar vader en mededogen van haar broer. Volgens het Koranische oordeel ervaart het meisje een onbezorgde barmhartigheid van haar vader.'

Er zal geen vermindering plaats vinden in de barmhartigheid van haar vader die voor zijn overlijden een deel van zijn vermogen aan het meisje geeft en dit niet zal zien als ''een schadelijk kind dat oorzaak is voor het in vreemde handen vallen van mijn vermogen'' naar zijn dochter en laat geen woede en zorg mengen in deze barmhartigheid.

De situatie voor de broer is hetzelfde. Doordat het meisje een deel minder krijgt dan haar broer zal zij zoals Said Nursi het uitdrukt “mededogen en hoede, vrij van jaloezie en rivaliteit, van haar broer ervaren”. Zijn broer kijkt dan niet “Iemand die de helft van onze familie zal vernielen en als een rivaal die een groot deel van ons vermogen aan vreemden geeft”.

Ook mede door andere soortgelijke wijsheden heeft de Islam in het erfrecht een deel minder gegeven aan de vrouw dan de man en ziet dit dus ook als gerechtvaardigd.


3-) Waarom is de duivel verbannen door Allah?

De schepping van de Profeet Adam en de duivel is een zaak uit het verleden. Met abstracte intelligentie of met wetenschappelijke onderzoek is het niet mogelijk om details van deze materie te begrijpen. Om dit te kunnen begrijpen, moeten we in dit geval de heilige boeken raadplegen. Natuurlijk kent de Schepper Zijn schepselen. Diegene die het maakt, begrijpt het en diegene die het begrijpt, kan ereen oordeel over hebben.

Het laatste heilige boek, de Koran, is de beste bron die dit onderwerp zal uitleggen.

Zoals: Allah (c.c.) zei tegen de engelen, ik ga op deze aarde een halife/heer scheppen.
De engelen vroegen: gaat U iemand scheppen die zal zorgen voor oproering en bloed zal vergieten? Echter, wij zullen u loven en u verheerlijken. U bent de Heilige.
Allah (c.c.) zei: ik weet meer dan jullie weten en leerde Adam alle namen van de materie. Daarna presenteerde Hij Adam aan de engelen.

Hij zei tegen de engelen: als je trouw bent aan je zaak, laat me weten wat deze namen zijn.

Zij zeiden, o Heer, dit gaat ons te boven. Wij weten niet meer dan u ons heeft geleerd. U bent de Alwetende en Alwijze.

Allah (c.c.) zei: O Adam, vertel hen de namen die de materie hebben en Adam noemde alle materie bij naam. Allah (c.c.) zei: heb ik niet tegen jullie gezegd dat ik alles omtrent de hemel en de aarde weet, alles wat jullie aan mij vertellen en alles wat jullie van mij verbergen?

Op dat moment heeft Allah (c.c.) tegen de engelen bevolen om te buigen voor Adam; de engelen hebben dit direct gedaan behalve de duivel. De duivel heeft niet gebogen voor Adam door zijn arrogantie en is hierdoor ongelovig geworden.

Allah (c.c.) zei: o Adam, jij en je vrouw kunnen in het Paradijs verblijven, jullie kunnen alles eten en drinken. Kom alleen niet in de buurt van deze boom, anders behoren jullie tot de tirannen. De duivel heeft Adam en Eva op een sluwe manier laten proeven aan de fruit van deze verboden boom waardoor zij zijn verbannen uit het Paradijs.

Wij zeiden: jullie gaan naar de aarde als vijanden, tot een gegeven tijdsti, dan zal het besluimm t vormingsproces bezig zijn.

Vervolgens kreeg Adam van Allah vergevenigswoorden met zich mee. Adam heeft met deze verzen zijn vergevenis gevraagd bij Allah en Allah heeft het Adam vergeven.

Deze vraag is in hoofdlijnen uitgelegd met deze verzen. Gedetailleerde informatie kunt u vinden in andere verzen van de koran. Deze verzen vormen een eenheid net als legoblokjes die perfect op elkaar aansluiten.

"Voorzeker, Hij is degene die veel accepteert, en veel zorg draagt. [qtip:1| El-bakara, 30-37]

 

Als samenvatting:

- Adam is van aarde, engelen van het licht, duivel van vuur, geschapen.
- De engelen hebben de wijsheid achter de schepping van Adam gevraagd, maar toen ze werden bevolen te buigen voor Adam hebben ze direct, zonder te twijfelen, gebogen voor Adam. De duivel heeft niet gebogen voor Adam, doordat hij het niet kon waarderen dat Adam een hogere niveau heeft dan hijzelf.
- Duivel heeft niet gedaan wat Allah hem heeft geboden, hij heeft hierdoor ook geen vergevenis gevraagd voor de fout die hij heeft gemaakt. Adam heeft wel om vergiffenis gevraagd omdat hij een fout heeft begaan.


4-) Hoe bestaat Allah?

Deze vraag werd ook aan de heilige profeet Mohammed (sallallahu aleyhi wa sallam) gesteld.

Allah heeft hierop surah Al-ighlaas geopenbaard en heeft de Profeet (v.z.m.h.) aanbevolen om deze vraag daarmee te beantwoorden. De heilige Profeet (v.z.m.h.) heeft daarna zijn ummah (volk) ook aanbevolen om deze vraag met Soerah al-Ighlaas te beantwoorden. In soerah al-ighlaas staat het volgende:

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Zeg: Allah is de enige.

2. Allah is zichzelf genoeg, Eeuwig.

3. Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.

4. En niemand is Hem in enig opzicht gelijk.

We zullen ook een aantal voorbeelden geven waarbij het duidelijk wordt dat deze vraag eigenlijk een overbodige vraag is.

Voorbeeld 1:

Denk aan een trein die uit tien wagons bestaat. Elke wagon wordt gesleept door de wagon ervoor. Uiteindelijk kom je bij de machinist terecht die de trein bestuurt. Dan is de vraag: ‘’Door wie wordt de machinist dan meegesleept’’ een onlogische beredenering, want de machinist heeft daar geen behoefte aan. De machinist bestuurt de trein met zijn eigen kennis en wil.

Voorbeeld 2:

We stellen de volgende vraag: ‘’Hoe wordt een auto gemaakt?’’

Dan is het antwoordt daarop: ‘’Middels een autofabriek’’.

De volgende vraag is dan : ‘’Hoe wordt een autofabriek gemaakt?’’

Hierop laten we diegene zien waar al de apparatuur van de fabriek vandaan komt en hoe hij wordt gemaakt. Deze vraag gaat tot een bepaald punt door en uiteindelijk zul je tot de kennis, wil en macht van een persoon terechtkomen, want deze vraag kan niet eindeloos doorgaan.

Voorbeeld 3:

- De soldaat krijgt bevel van de korporaal

- De korporaal krijgt bevel van de sergeant

-De sergeant krijgt bevel van de adjudant enzovoorts.

Uiteindelijk kom je bij de koning en dan kan niet de vraag gesteld worden: ‘’ Van wie krijgt de koning een bevel?’’, omdat de koning dat vanuit zichzelf doet en niemand hem kan bevelen om iets te doen omdat hij de hoogste positie bekleed.

Al concluderend:

Uit deze voorbeelden blijkt dan ook dat Allah geen schepper kan hebben omdat Hij de Almachtige en de Alwijze is. Als Allah geschapen zou zijn, zou Hij geen Allah kunnen zijn, omdat dat niet past bij de eigenschap van Allah. Een persoon die iemand boven zich heeft, kan geen Almachtige en Alwijze zijn.


5-) Waarom moeten wij richting Kabaa bidden?

Qibla betekent in het Arabisch ‘richting’. Wanneer de Moslims bidden, wordt er dus gedacht aan de Kabaa.

De Profeet (v.z.m.h.) bad vanuit Mekke richting Kabaa of direct richting Beyt’ul Makdis. Toen Hij (v.z.m.h.) emigreerde naar Medina, heeft Hij (v.z.m.h.) weer zeventien maanden richting Beyt’ul Makdis gebeden. Echter:

“Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend daarom uw aanaangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt zijn, wendt uw aangezicht daarheen.” [qtip:1 |El Bakara, 2: 144]

De fysieke vorm van welke richting de Qibla is, toont de Kabaa aan. De Islamitische geleerden zijn hierover in overeenstemming. Wanneer de Kabaa niet te zien is en wat dan de Qibla is, zijn er drie heersende perspectieven over. Volgens Imam Ebu Hanife is de Qibla richting de Kabaa. Wanneer een Moslim bidt, is het genoeg dat hij zich richt tot de Kabaa. Want wanneer een Moslim zich ver van de Kabaa bevindt, is het onmogelijk de Kabaa exact voor zich te hebben. 

Imam Shafi en Ahmed b. Hanbel staan achter het punt dat niet de richting van de Qibla, maar de Kabaa op zich de Qibla is en dus niet uitmaakt waar je bent, je altijd tot de Kabaa hoort te keren. Volgens deze geleerden wordt het gebed niet geaccepteerd zolang de Kabaa niet recht tegenover zich wordt genomen. Het derde perspectief van Imam Malik is in de kern hetzelfde als Imam Hanife’s perspectief. Volgens hem behoren de mensen die zich in Masjid Haram bevinden zich te richten tot de Kabaa; zij die zich in het Haram gebied en het gebied daarbuiten bevinden, behoren zich ook tot het Haram gebied te richten. 

Je richten tot de Qibla is een verplichting. Als er niet richting de Kabaa wordt gebeden, is het gebed niet geldig. Wanneer iemand tijdens het gebed zich afwendt van de Kabaa, daarvan is het gebed niet geldig. Wanneer het gezicht zich afwendt van de Kabaa, dan wordt dit als niet passend beschouwd, maar verbreekt dit het gebed niet. Wanneer men niet exact weet welke richting hij behoort te bidden, dan behoort hij dit eerst te onderzoeken. Na zijn onderzoek, behoort hij te bidden naar de richting wat hij als Qibla heeft vastgesteld. Wanneer in dit geval de richting fout is, is het gebed nog altijd geldig.

Alleen wanneer hij tijdens het gebed zich realiseert dat hij de verkeerde richting op bidt, dan behoort hij zich wel te houden aan de Qibla. Wanneer men zonder te onderzoeken bidt en erachter komt dat zijn richting niet klopt, dan behoort het gebed over gedaan te worden. Wanneer hij in een bewegend voertuig bidt, ook dan behoort hij zich aan de Qibla te houden; mocht het voertuig van richting veranderen, dan wordt het gebed niet verbroken. Wanneer zich een levensdreigende situatie voordoet (zoals een oorlog), dan is hij niet verplicht de Qibla aan te houden. Het maakt hierbij niet uit welke richting hij bidt, het gebed wordt geaccepteerd.

Er zijn ook gevallen waarbij het niet verplicht is de Qibla aan te houden, maar het Soennah is dit wel te doen. Wanneer iemand buiten het gebed om smeekbeden verricht, wanneer er tijdens de Hadj de Ihram wordt verricht, wanneer er stenen worden gegooid, behoort met zich tot de Qibla te richten. Wanneer een dode wordt begraven, behoort zijn gezicht richting de Qibla gericht te zijn. Wanneer een dier wordt geslacht, wordt het richting de Qiblah gekeerd. Wanneer een Moslim tijdens zijn smeekbeden en daden zich tot Allah richt, toont dat aan dat de Moslim Allah’s tevredenheid wilt bereiken. Zo ook behoort men zich tijdens sommige daden zich van de Qiblah af te keren. De Profeet (v.z.m.h.) maakt met “Wanneer iemand naar het toilet gaat, laat hem dan de Qiblah noch voor zich, noch achter zich nemen. Laat hem naar het Oosten of het Westen van Medina keren.” (Nesai) duidelijk dat wanneer iemand niet nette dingen zal doen, zich niet tot de Qibla hoort te richten.

Hoewel de geleerden accepteren dat Allah’s daden niet gekoppeld kunnen worden aan een specifieke reden, hebben zij zich toch gefocust op de wijsheden van de existentie van één Qibla en het veranderen van de richting van de Qibla. Één van de belangrijkste wijsheden dat er één Qibla is, is de eenheid onder de Moslims. Zodoende zorgt één Qibla ervoor dat de onderlinge onenigheid opgeheven wordt en er in saamhorigheid hun smeekbeden verricht worden; om deze reden is er één Qibla aangewezen en is er bevolen zich hiernaar te richten. Dat de Qibla als Beyt’ul Makdis was gekozen, was om de gelovigen van de ongelovigen te scheiden. De reden dat de Qibla later is gewijzigd, is zoals het volgende vers al duidelijk maakt:

“Wij bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug toekeert.” [qtip:2|El Bakara, 2:143] om de joden van de Moslims te onderscheiden. 


6-) In de Koran staat dat God de mens een ziel blies. Is de mens letterlijk een deel van God? Hoe moeten we dit interpreteren?

Beste broeder / zuster,

Allah is immaterieel en heeft ook geen plaats. Daarom kan een mens geen deel van Allah zijn.

De uitdrukking dat Allah-u Teala van zijn ziel naar de mens blies [qtip:(1)| Koran, 15:29] is door geleerden op verschillende manieren geïnterpreteerd. Maar geleerden waren er over het algemeen eens dat het figuurlijk is, dus moet het niet letterlijk worden opgevat.

Met deze vers wordt bedoeld dat binnen de aard van de mens de goddelijke attributen en eigenschappen worden gemanifesteerd.

Bijv. Allah is Er-Rahman, De Genadevolle, een mens kan ook genadevol zijn. Allah is Al-Hakim, doet alles met vol wijsheid. De mens kan ook wijs zijn.

Zo kan je meer voorbeelden geven.

 


[1] Koran, 15:29


7-) Wie is de eerste van de engelen en van de dieren?

Over dit onderwerp zijn er geen Hadiths of verzen uit de Koran. Het eerst geschapene en de grootste Engel kan Cebrail(a.s.) zijn. Allahu Alim.


8-) Heeft de profeet Adam (a.s.) een zonde begaan?

Het is zeer belangrijk te weten welke woorden met welke betekenis in de Koran zijn gebruikt. Als men er bewust van is dat de Profeten (a.s.) onschuldig zijn, dan begrijpt men ook dat de profeten (a.s.) niet bewusten zonden hebben begaan.

In de Koranische verzen wordt duidelijk dat profeet Adem (a.s.) dit was vergeten:

“En waarlijk wij gaven voorheen Adam een bevel, doch hij vergat het en Wij vonden in hem geen voornemen daartoe.” [qtip:(1)|Koran: 20:115]

Hieruit wordt duidelijk dat profeet Adam (a.s.) niet bewust tegen Allah’s bevel inging. Om deze reden behoren wij dit niet als opstand te zien, maar meer als:

“Zo aten beiden er van, waardoor hun schaamte hun duidelijk werd en zij zich begonnen te bekleden met bladeren uit de tuin. En Adam was ongehoorzaam aan het gebod van zijn Heer, derhalve leed hij.” [qtip:(2)| Koran: 20:121]

Profeten begaan geen zondes.

Zondes kunnen worden onderverdeeld in grote en kleine zondes. Grote zondes zijn als volgt: doden, gemeenschap zonder getrouwd te zijn, alcohol nuttigen, ouders ongehoorzamen, gokken, vals getuigen, [qtip:bidat|nieuwe dingen in de Islam invoeren] steunen die de Islam schaden. [qtip:(3)|Risale-i Nur: Barla Lahikası, blz. 179]

Geen enkele profeet heeft voor of na zijn profeetschap grote zondes begaan.

Sommige profeten hebben echter wel zelle begaan, wat inhoud dat ze een fout hebben gemaakt door iets te zijn vergeten of door de betere optie te hebben laten liggen. [qtip:(4)|Muvazzah ilm-i Kelâm, blz.184; Fıkh-ı Ekber Şerhi, blz.154; Risale-i Hamidiye, blz. 491] Dat profeet Adam (a.s.) de verboden appel heeft gegeven, is een voorbeeld van zelle. Dat profeet Adam (a.s.) van het verboden fruit heeft gegeten, is geen zonde zoals wij die kennen, maar hij heeft de betere optie laten liggen. Als resultaat zijn ze weerhouden van de Hemelse gunsten. Omdat er in de hemel geen sprake is van een goede daad of een zonde, kan men ook begrijpen dat profeet Adam (a.s.) geen zonde heeft begaan.

Een andere gunst in de hemel, is dat er daar geen behoefte is aan iets als “naar het toilet gaan”. [qtip:(5)|Müslim, Cennet: 15] Omdat er in de hemel geen sprake is van een overblijfsel van wat er is gegeten, hoefden Adam en Hawwa in de hemel ook niet naar het toilet te gaan. Hun geslachtsdeel werd met een kledij of licht voor hen bedekt. [qtip:(6)|Tefsîr-i Kebir , 14:49; Ware taal Koran taal, 3:2140] Omdat het fruit van de verboden boom hun geslachtsdeel zichtbaar zou doen maken en hun naar het toilet zou doen gaan, had Allah hen verboden van die boom te eten. [qtip:(7)|Hülasatül-Beyan ,2:4748] Nadat ze van het verboden fruit hadden gegeten, werd hun nooit eerder getoonde geslachtsdeel aan hen getoond. Omdat het tonen van deze delen niet gepast was, bedekten zij zich met bladeren.[qtip:(8)|Koran: 7:22]

We behoren de bijdrage van het lot hierin niet te vergeten wanneer we denken aan dat profeet Adam (a.s.) van het verboden fruit heeft gegeten. Want de wijsheid en reden achter de schepping van de mens door Allah, heeft plaatsgevonden door profeet Adam en Hawwa van de hemel naar de aarde te doen neerdalen. Aboe el Hasen-i Shaazelii zegt over de zelle van profeet Adam (a.s.):

“Wat een wijze zonde dat zij de reden is geweest van de toegestane vergiffenis voor alle mensen die tot de laatste dag zullen komen.” [qtip:(9)|Risale-i Hamidiye , blz. 611]


9-) Hoe kan de duivel (shaytaan) op iedere plek (in iedere persoon) aanwezig zijn?

Djinns (geesten) die ongelovig zijn, worden Shaytaan genoemd; zo is de duivel zelf dus ook een geest. De aantallen van deze duivels zijn zeer veel. Alleen Allah weet hun exacte aantallen.

Het volgende wordt overgeleverd door onze Profeet (v.z.m.h.)

Ook Ik had een Shaytaan zoals iedereen, maar die heeft zich aan mij onderworpen”. [qtip:(1)| Al-Tirmidhi, Radha’a, 17; Al-Musned, 3. 309]

Het vers in de Koran “Satan’s plan is zwak” [qtip:(2)| Soera Al-Nisaa, 4/76] verkondigt ons dat duivel’s bedrog en valkuilen zwak zijn.

Wat de duivel doet, is enkel influisteren en afschuwelijke dingen mooi laten zien. De mens is vrij om de influisteringen te volgen en een zondaar te worden, of juist afstand te nemen om zo bij Allah de rang en positie te verhogen. Zoals onze Profeet (v.z.m.h.) ook heeft aangegeven, kan de duivel aan de mens onderworpen worden.


10-) Waarom heeft Hz. Omar de bijnaam “El Faroeq” gekregen?

De bijnaam Faroeq is door onze Profeet (v.z.m.h.) aan Hz. Omar (r.a.) gegeven nadat hij moslims is geworden.

Et-Taftazânî geeft aan dat de bijnaam Faroeq aan Hz. Omar (r.a.) is gegeven, omdat hij een meester was in het onderscheiden van goed en kwaad en omdat hij een uitmuntende rechter was. [qtip:(1)| Hâşiyetu'l-Kestellî blz.178]

Hier is een verwijzing naar het feit dat Hz. Omar (r.a.) de Islam en rechtvaardigheid boven alles heeft gehouden gedurende zijn leven. Toen hij moslim werd, was hij degene die heel Qurays en de hele wereld durfde uit te dagen. [qtip:(2)| Târîhu'l-İslâm, p. 172]

Het is door deze eigenschap van Hz. Omar (r.a.) te begrijpen hoezeer hij aan de kant van rechtvaardigheid stond. Dit is ook een van de redenen van zijn hogere rang. (De Profeet (v.z.m.h.) heeft door middel van Zijn droom ons laten weten dat zijn rang zeer hoog is) [qtip:(3)| Sahîhu'l-Buhârî, IV, 201]

Hz. Omar (r.a.) kon na zijn bekering tot de Islam niet meer stil zitten.
Hij ging naar RasoelAllah (v.z.m.h.) en vroeg: “Ow RasoelAllah, zijn wij niet op het pad van de waarheid in leven en dood?”.

Onze Profeet (v.z.m.h.) antwoordde: “Ja, ik zweer op Allah, wie mij in Zijn hand heeft dat jullie in leven en dood op het pad van de waarheid zijn.

Daarop vroeg Hz. Omar: “Waarom verschuilen we ons dan nog? Ik zweer op Allah Wie U met de waarheid heeft gestuurd, dat ik zonder angst, zonder terughoudendheid en met grote moed de Islam zal onthullen in alle omgevingen van de ongelovigen.”

Daarop is onze Profeet (v.z.m.h.) vooraan, Hz. Omar aan zijn rechterzijde en Hz. Hamza aan zijn linkerzijde en met de andere sahaba’s achter hen vanuit het huis van Hz. Erkam (Dârül'l-Erkâm) richting de Kabaa gegaan. Ze hebben met vastberaden stappen Mescid-i Haram betreden. De ongelovigen waren zeer verbaasd met datgene wat ze zagen. Verbaasd en angstig keken ze naar Hz. Omar en Hz. Hamza; op een gegeven moment raapten ze hun moed bij elkaar en vroegen aan Hz. Omar: “Met wat ben je gekomen?”.

Hz. Omar antwoordde daarop met: “Ik ben gekomen met Lâ ilâhe İllâllah, Muhammedü'r-Resûlullah” en voegde daaraan toe: “Niemand verroert zich, anders zal ik zijn hoofd eraf hakken!”. De ongelovigen werden muisstil. Onze Profeet (v.z.m.h.) deed zijn tawaaf en las zijn gebed op. De moslims lazen ook allemaal hun gebeden op. Hz. Omar zegt: “Toen gaf RasoelAllah (v.z.m.h.) mij de bijnaam Faroeq, omdat ik de onderscheid tussen de waarheid en valsheid maakte.” [qtip:(4)| ]


11-) Waarom zijn er oorzaken ingedeeld voor de handelingen van Allah?

Een vermaning binnen het eerste punt: O jij achteloze aanbidder van oorzaken! Oorzaken zijn als sluiers: goddelijke verhevenheid en macht maken dit noodzakelijk. Doch datgene wat hier handelingen verricht en dingen bewerkstelligt is de kracht van de Eeuwig Onafhankelijke. De eenheid en grootheid van God vereisen dit en maken de onafhankelijkheid ervan noodzakelijk. De ambtenaren van de Eeuwige Koning zijn geen uitvoerende machten van de goddelijke heerschappij, zij zijn verkondigers van Zijn rijk en de waarnemers en de opzichters van Zijn heerschappij. Deze ambtenaren en deze oorzaken dienen aan de ene kant als middel tot het behoud van Zijn verheven status, omdat de relatie tussen de overkoepelende kracht en deze kleine zaken blijvend schuilgaat, verborgen blijft. Tegelijkertijd openbaren zij op die wijze juist de verhevenheid van Zijn kracht en het ontzaglijke achter Zijn heerschappij. Niet als een menselijke koning, bezoedeld en besmet door onmacht en gebreken, die ambtenaren als mede-eigenaren in zijn rijk aanstelt.

Dit houdt dus in dat Hij de oorzaken zodanig heeft vastgesteld, dat de waardigheid van Zijn kracht binnen het oppervlakkige perspectief van het verstand behouden blijft. Net zoals de twee zijden van een spiegel heeft alles en een buitenzijde, een materiële kant die kijkt naar de aanwezige wereld, die lijkt op de gelakte zijde van de spiegel, bepalend voor de weerspiegeling van verschillende kleuren en vormen, en een binnenzijde, een spirituele kant, te vergelijken met de spiegelende zijde van de spiegel.

De materiële, zichtbare zijde kent omstandigheden die in tegenspraak zijn met de verhevenheid en volmaaktheid van de kracht van de Onafhankelijke. De reden voor de plaatsing van oorzaken is hier, om zowel de bron als het middel te zijn voor deze gebeurtenissen. In het aangezicht van de spirituele en werkelijke zijde is echter alles doorzichtig en mooi. Een directe relatie tussen deze zijde en de goddelijke kracht is heel geschikt, het is niet tegenstrijdig met de verhevenheid van de goddelijke kracht. Vandaar dat de oorzaken alleen maar een zichtbare kant hebben en niet echt van invloed zijn op de spiritualiteit en de werkelijkheid.

Een andere wijsheid achter de waarneembare oorzaken is, dat er geen onterechte klachten en valse tegenwerpingen aan de Absoluut Rechtvaardige dienen te worden gericht. De oorzaken zijn ervoor bedoeld om deze klachten en protesten op te vangen, ze fungeren min of meer als schietschijf. De tekorten liggen bij hen en komen voort uit hun onbekwaamheden. Dit mysterie is toe te lichten met een overlevering, een mooi voorbeeld in de vorm van een figuurlijk verhaal.

De aartsengel Azrail , de Engel des Doods, vrede zij met hem, zei tegen de Verheven God: ‘’Vanwege de opdracht om de zielen uit de lichamen te nemen, zullen Jouw dienaren zich over mij beklagen en gevoelens van wrok en wrevel jegens mij koesteren.’’ De Verheven God antwoordde hierop in de taal der wijsheid: ‘’ Tussen jou en Mijn dienaren zal Ik een sluier plaatsen in de vorm van ziektes en tegenspoed. Hierdoor zullen hun klachten zich richten tegen de oorzaken en zullen ze niet verontwaardigd zijn of boos op jouw worden.’’

Kijk, doordat ziektes een sluier vormen, zijn zij er de oorzaak van dat men zich de dood inbeeldt als slecht, maar de wijsheden en schoonheden, die verborgen zitten achter het nemen van de zielen van de doden, dienen in verband te worden gebracht met en te worden toegeschreven aan Azrail, vrede zij met hem, als onderdelen van zijn taken. Zo ook is de weledele Azrail zelf een sluier. Door een bron te zijn en als oorzaak te dienen voor de gang van zaken in sommige situaties die, tijdens het nemen van de ziel uit het lichaam, ogenschijnlijk als genadeloos worden gezien en ogenschijnlijk niet passen bij de grootsheid van Zijn barmhartigheid, is hij degen die dat ambt waarneemt en in die functie als sluier dient voor de kracht van God.

Jazeker, verhevenheid en grootheid vereisen, dat deze oorzaken voor de ogen van het verstand als sluiers over ‘de hand der kracht’’ van Allah liggen. De goddelijke eenheid en de geduchte grootheid vereisen, dat de oorzaken hun handen van de eigenlijke werken van Allah dienen af te houden en daar geen ware invloed op uitoefenen.

 

 

[Bediuzzaman Said Nursi, Een poort naar de goddelijke eenheid, Het tweeentwintigste woord, blz 58]


12-) de vrouw in me droom?

Wij lichten geen dromen toe, Insha'Allah is uw droom positief.

De toelichting van een droom licht aan de toestand van degene die de droom heeft gezien. Daarom raden wij aan om je dromen te vertellen en toelichtingen te krijgen van personen die mededogend zijn, raad kunnen geven en betrouwbaar zijn in hun kennis en handelingen.

Wie mooi ziet zal mooi denken, wie mooi denkt zal mooi mijmeren(dagdromen), wie mooie mijmeren ziet, zal plezier uit zijn leven halen.

Meer informatie over dromen - Klik hier


13-) Waarom moeten we richting Ka'ba bidden?

Qibla betekent in het Arabisch ‘richting’. Wanneer de Moslims bidden, wordt er dus gedacht aan de Kabaa.

De Profeet (v.z.m.h.) bad vanuit Mekke richting Kabaa of direct richting Beyt’ul Makdis. Toen Hij (v.z.m.h.) emigreerde naar Medina, heeft Hij (v.z.m.h.) weer zeventien maanden richting Beyt’ul Makdis gebeden. Echter:

“Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend daarom uw aanaangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt zijn, wendt uw aangezicht daarheen.” [qtip:1 |El Bakara, 2: 144]

De fysieke vorm van welke richting de Qibla is, toont de Kabaa aan. De Islamitische geleerden zijn hierover in overeenstemming. Wanneer de Kabaa niet te zien is en wat dan de Qibla is, zijn er drie heersende perspectieven over. Volgens Imam Ebu Hanife is de Qibla richting de Kabaa. Wanneer een Moslim bidt, is het genoeg dat hij zich richt tot de Kabaa. Want wanneer een Moslim zich ver van de Kabaa bevindt, is het onmogelijk de Kabaa exact voor zich te hebben. 

Imam Shafi en Ahmed b. Hanbel staan achter het punt dat niet de richting van de Qibla, maar de Kabaa op zich de Qibla is en dus niet uitmaakt waar je bent, je altijd tot de Kabaa hoort te keren. Volgens deze geleerden wordt het gebed niet geaccepteerd zolang de Kabaa niet recht tegenover zich wordt genomen. Het derde perspectief van Imam Malik is in de kern hetzelfde als Imam Hanife’s perspectief. Volgens hem behoren de mensen die zich in Masjid Haram bevinden zich te richten tot de Kabaa; zij die zich in het Haram gebied en het gebied daarbuiten bevinden, behoren zich ook tot het Haram gebied te richten. 

Je richten tot de Qibla is een verplichting. Als er niet richting de Kabaa wordt gebeden, is het gebed niet geldig. Wanneer iemand tijdens het gebed zich afwendt van de Kabaa, daarvan is het gebed niet geldig. Wanneer het gezicht zich afwendt van de Kabaa, dan wordt dit als niet passend beschouwd, maar verbreekt dit het gebed niet. Wanneer men niet exact weet welke richting hij behoort te bidden, dan behoort hij dit eerst te onderzoeken. Na zijn onderzoek, behoort hij te bidden naar de richting wat hij als Qibla heeft vastgesteld. Wanneer in dit geval de richting fout is, is het gebed nog altijd geldig.

Alleen wanneer hij tijdens het gebed zich realiseert dat hij de verkeerde richting op bidt, dan behoort hij zich wel te houden aan de Qibla. Wanneer men zonder te onderzoeken bidt en erachter komt dat zijn richting niet klopt, dan behoort het gebed over gedaan te worden. Wanneer hij in een bewegend voertuig bidt, ook dan behoort hij zich aan de Qibla te houden; mocht het voertuig van richting veranderen, dan wordt het gebed niet verbroken. Wanneer zich een levensdreigende situatie voordoet (zoals een oorlog), dan is hij niet verplicht de Qibla aan te houden. Het maakt hierbij niet uit welke richting hij bidt, het gebed wordt geaccepteerd.

Er zijn ook gevallen waarbij het niet verplicht is de Qibla aan te houden, maar het Soennah is dit wel te doen. Wanneer iemand buiten het gebed om smeekbeden verricht, wanneer er tijdens de Hadj de Ihram wordt verricht, wanneer er stenen worden gegooid, behoort met zich tot de Qibla te richten. Wanneer een dode wordt begraven, behoort zijn gezicht richting de Qibla gericht te zijn. Wanneer een dier wordt geslacht, wordt het richting de Qiblah gekeerd. Wanneer een Moslim tijdens zijn smeekbeden en daden zich tot Allah richt, toont dat aan dat de Moslim Allah’s tevredenheid wilt bereiken. Zo ook behoort men zich tijdens sommige daden zich van de Qiblah af te keren. De Profeet (v.z.m.h.) maakt met “Wanneer iemand naar het toilet gaat, laat hem dan de Qiblah noch voor zich, noch achter zich nemen. Laat hem naar het Oosten of het Westen van Medina keren.” (Nesai) duidelijk dat wanneer iemand niet nette dingen zal doen, zich niet tot de Qibla hoort te richten.

Hoewel de geleerden accepteren dat Allah’s daden niet gekoppeld kunnen worden aan een specifieke reden, hebben zij zich toch gefocust op de wijsheden van de existentie van één Qibla en het veranderen van de richting van de Qibla. Één van de belangrijkste wijsheden dat er één Qibla is, is de eenheid onder de Moslims. Zodoende zorgt één Qibla ervoor dat de onderlinge onenigheid opgeheven wordt en er in saamhorigheid hun smeekbeden verricht worden; om deze reden is er één Qibla aangewezen en is er bevolen zich hiernaar te richten. Dat de Qibla als Beyt’ul Makdis was gekozen, was om de gelovigen van de ongelovigen te scheiden. De reden dat de Qibla later is gewijzigd, is zoals het volgende vers al duidelijk maakt:

“Wij bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug toekeert.” [qtip:2|El Bakara, 2:143] om de joden van de Moslims te onderscheiden. 


14-) Onvruchtbaarheid

Onvruchtbaarheid is in de Islam geen reden om niet te trouwen. Er kunnen ook mensen zijn die u op deze manier accepteren. Het is toegestaan voor een moslima om op zich zelf te gaan wonen.

Echter, met "dingen die haar gelukkig maken" is niet duidelijk wat u bedoelt. Sommige redenen om iets nieuws in uw leven te doen, kunnen erg onschuldig ogen. Om zelf meer geruststelling te vinden, kan men vervolgens aan medemoslims om advies vragen betreffende haar idee wat ze erg onschuldig schetst. Echter, moslims die vervolgens adviezen leveren en u de antwoorden geven die u wilde horen, veranderen niets aan het feit dat ALLAH weet wat er in uw omgaat en met wat voor intenties u uw ideeën bedacht heeft. Om te voorkomen dat u misschien een grote fout begaat die u wellicht nimmer kunt rechtzetten, wilden we u hierover inlichten. Als er in dit geval bij u geen sprake is van een dergelijke kwestie, dan hopen wij insha'ALLAH dat enkele lezers baat hebben bij deze informatie. Want menig broeder en zuster begaan grote fouten door zichzelf voor de gek te houden, waarna ze broeders en zusters beschuldigen voor hun adviezen die ze gegeven hebben op basis van "het onschuldig geschetste idee". Een nieuwe poort in uw leven die erg onschuldig en aantrekkelijk oogt, kan rechtstreeks naar de hel leiden.

Ware geruststelling gaat schuil achter eerlijkheid; wees eerlijk tegenover uzelf omwille van ALLAH en weeg af of al uw ideeën daadwerkelijk stroken met de Islam. Vervolgens kunt u uw besluit nemen.


15-) hoe moet je je gedragen tegen je ouders

 

 

Hieronder volgen een aantal verzen en hadith omrent de omgang met ouders:

‘’En Wij hebben de mens op het hart gedrukt zich jegens zijn ouders deugdzaam te gedragen. Zijn moeder draagt hem, van zwakte op zwakte, en hem zogen neemt jaren in beslag. Wees daarom Mij dankbaar en je ouders. Tot Mij is de terugkeer.’’ [1]
Ouders zijn degenen die het meest opofferen om een kind op te voeden tot een volwassen individu.

Kinderen behoren hun ouders met respect en liefdadigheid te behandelen, hun tevreden te houden en hun behoeftes te voorzien. De volgende vers is zeer duidelijk over hoe een gelovige zich behoort te gedragen tegenover zijn ouders:
’Jouw Heer heeft voorgeschreven om niemand anders te aanbidden dan Hem en goedheid te betrachten tegenover de ouders. Indien een van hen of beiden bij jou een hoge leeftijd bereiken, zeg dan nooit ‘’foei’’ tegen hen, berisp hen niet en spreek tot hen op een vriendelijke manier.
Ontferm je over hen op een lieve en bescheiden manier en bid als volgt: “Mijn Heer, schenk hun genade, vanwege zoals zij mij hebben opgevoed toen ik klein was.’’
[2]

Abdullah b. Mes’ud heeft het volgende overgeleverd: ‘’Ik vroeg aan de Profeet (v.z.m.h):
-‘’Wat is de meest geliefde daad bij Allah?’’ De Profeet (v.z.m.h) antwoordde:
-‘’Gebeden die op tijd verricht worden.’’
-‘’Welke daad is daarna het meest geliefd?’’
-‘’Ouders met liefdadigheid behandelen’’
-‘’En welke daarna?’’
-‘’Jihad omwille van Allah.’’
[3]

Kinderen behoren niet slecht over hun ouders te praten, hun niet te bespotten, eerbiedig te handelen tegenover de vrienden van hun ouders en de volgende smeekbede voor hen te verrichten: ‘’Onze Heer, vergeef mij en mijn ouders en de gelovigen op de Dag dat de rekening wordt opgemaakt.’’ [4]

Een sahabe vroeg aan de Profeet (v.z.m.h): ‘’Voor wie zal ik een gunst doen?’
De Nobeslte Godsgezant antwoordde: ‘’Aan je moeder (dit heeft hij drie keer herhaald) daarna je vader en daarna de meest verwanten.’’
[5]
Ook heeft de Profeet (v.z.m.h) het volgende gezegd: ‘’Het paradijs bevindt zich onder de voeten van moeders.’’
[6]

Kinderen behoren zich ten alle tijden vriendelijk en goedaardig te gedragen tegenover hun ouders.  Bij beslissingen die ze nemen moeten ze proberen de goedkeuring van hun ouders te krijgen. Ook moeten ze de behoeftes van hun ouders boven hun eigen behoeftes verkiezen. Wanneer ze overlijden behoren de kinderen hun met erbarmen te herdenken, smeekbedes (du’a) voor hen te verrichten en hun testament na te komen.  

Ongehoorzaamheid tegenover ouders is een van de grootste zondes. Ook als ouders niet volgens de regels van Allah leven of zelfs ongelovig zijn, neemt dit het ouderschapsrecht bij hen niet weg. Zo behoort een kind, zolang hetgeen wat de ouder zegt niet tegen de wetten van Allah is, zijn ouders altijd te gehoorzamen en zich goedhartig tegenover hen te gedragen.



[1] Soera 31: Luqman, 14

[2] Soera 17: al-Isra, 23/24

[3] Riyâzu's-Sâlihîn, I, 347

[4] Soera 14: Ibrahim, 41

[5] Buhârî, Edeb, 2; Müslim, Birr, 1,2; Ebû Dâvud, Edeb, 120

[6] Nesâî, Cihad, 6

 

 

 


16-) Mag je een relatie voor het huwelijk of contact hebben met een jongen?

levenspartnerDe wens om te trouwen is de eerste stap die iemand zet tot het huwelijk. Wanneer iemand ten tijde van deze wens inziet dat hij bezig is met een zeer serieus onderwerp en vervolgens op een gepaste wijze de resterende stappen neemt om met iemand kennis te maken, zal hij zo de basis leggen voor een goed en gelukkig huwelijk. Het gaat tenslotte om een verbintenis tussen twee verschillende mensen die komen uit twee verschillende omgevingen die elk een eigen karakter hebben. Een gelukkig huwelijk betekent dat twee verschillende mensen samenwerken om gelukkig te worden in zowel hun aardse als hun leven in het hiernamaals. Om dit te kunnen bereiken dient er aan het begin van een huwelijk de juiste stappen gezet te worden. Wanneer er geen goed fundament wordt gelegd, kan dit leiden tot een vreugdeloos huwelijk waarin spanningen aan de orde van de dag zijn.

Wanneer er een intentie bestaat om te trouwen, dient er te worden gezocht naar een juiste kandidaat. Zodra er een kandidaat is gevonden, dient er nader onderzoek gedaan te worden naar de persoon zelf. Dit kan door iemand zelf worden gedaan of door zijn familieleden. Binnen de Islam is onderzoek door familieleden de meest aanbevolen wijze.

Om diverse ongewenste situaties te voorkomen, is het voor de kandidaten aan te bevelen om elkaar te ontmoeten. Toen Muğire bin Şube, één van de volgelingen van de Profeet (vzmh), naar hem kwam en hem meldde dat hij wilde gaan trouwen met een dame,vroeg de Profeet of hij haar had gezien. Toen hij met nee antwoordde, adviseerde de Profeet hem om de vrouw te ontmoeten omdat dit zou bijdragen in het ontstaan en voortduren van een gelukkig huwelijk.[qtip:(1)| Neseî, Nikâh: 17; tbni Mâce, Nikâh: 9]

Een moslimgeleerde Amesh zegt hierover; “een huwelijk dat is ontstaan zonder elkaar te hebben gezien, zal een huwelijk zijn vervuld met verdriet en ellende.” [qtip:(2)| Ihya, 2: 40]

Alle grote Imams, (Maliki, Hanbeli, Hanefi en Safi) waren het erover eens dat het voor de kandidaten toegestaan is om elkaar zien. Echter, tijdens deze ontmoeting is het wel verplicht dat de vrouw door iemand wordt vergezeld. Tenslotte, zolang er nog geen huwelijk heeft plaatsgevonden, is het voor hen niet toegestaan om met elkaar afgezonderd af te spreken.

Het is niet toegestaan om meerdere malen met elkaar af te spreken. Hierdoor zal de hierboven beschreven ontmoeting nogal beperkt zijn. Om meer informatie over de kandidaat te krijgen, is het wijs om deze informatie te verkrijgen via een persoon die een objectieve kijk kan hebben met betrekking tot de persoon om wie het gaat, aldus Imam Gazali.

 


[1] Neseî, Nikâh: 17; tbni Mâce, Nikâh: 9.

[2] Ihya, 2: 40.

 


17-) Kan ze mij scholing verbieden en is het haram als ik mogen toch ga?

Beste broeder/zuster,

In deze situatie zal het geen zonde zijn als je niet naar je moeder luistert en wel naar school gaat. Je moet echter wel proberen om geen zonden te begaan wanneer je op school bent.


18-) Mag ik dan Salat doen (11 jaar en ongesteld)?

Vrouwen die ongesteld zijn of tot een periode van zes weken na het baren van een kind, mogen gedurende deze periode niet bidden.

Onze Profeet (v.z.m.h.) heeft tegen Fatima binti Ebi Hoebeysh het volgende gezegd:

Wanner je bloed ziet, stop dan met het gebed en wanneer het bloeden stopt, maak dit schoon, doe de grote rituele wassing en bid.” [qtip:(1)| Buhâri, Hayz, 19, 24]

Boekhari heeft het volgende overgeleverd: “Zolang je ongesteld bent, laat het gebed achterwege, verricht daarna de grote rituele wassing en bid.” 

Een vrouw die ongesteld is, hoeft het gemiste gebed niet in te halen; het vasten hoort echter wel ingehaald te worden. Aisha (r.a.) heeft het volgende overgeleverd: “Wij werden tijdens de periode van de Profeet (v.z.m.h.) ongesteld. Terwijl wij niet werden verplicht het gemiste gebed in te halen, werden wij wel verplicht met het inhalen van het gemiste vasten.” [qtip:(2)| Buhârî, Hayz, 20]


Bronnen:

1) Buhâri, Hayz, 19, 24, Vüdû, 63; Müslim, Hayz, 62; Ebû Davûd schoonmaak, 109

2) Buhârî, Hayz, 20; Ebfı Dâvud Tahâre,104; Tirmizî, Savm, 67; Nesaî, Hayz,17; Siyâm, 64


19-) Het kleding van een vrouw

Beste lezer

We hebben een uitgebreide antwoord voor uw vraag - klik hier

Mvg,
Admin


20-) hoe moet ik als kind mijn lichaam bedekken

Beste lezer

Klik hier voor de antwoord