This website uses cookies to help us give you the best experience when you visit our website. By continuing to use this website, you consent to our use of these cookies.
1-)
Wat is het verschil tussen de sjiieten en soennieten?
Beste broeder / zuster,
We kunnen een aantal verschillen tussen sjiitische en soennitische geleerden als volgt samenvatten:
1. Sjiitische moslims geloven in de Twaalf Imams en beschouwen hen als ma‘sūm (onfeilbaar), zoals ook ten aanzien van de profeten het geval is. De Jaʿfarītische sjiiten beschouwen de Soenna als de weergave van de mondelinge tradities van Muhammed, evenals de interpretaties en de implementatie ervan door de geleerde imams, die allen afstammelingen zijn van Muhammed, via zijn dochter Fātima en haar man, de eerste Imam 'Ali. Dit is een zeer belangrijk verschil met de opvattingen van de soennieten; de sjiieten geloven in de onfeilbaarheid van de imams (ma‘sumiyyah).
Twaalfer sjiitische moslims geloven, dat de studie van de islamitische literatuur een doorlopend proces is dat zich alleen kan ontwikkelen door geselecteerde ‘uitverkorenen’ en dat dat proces noodzakelijk is voor het onderkennen van alle wetten van God. Soennitische moslims geloven eveneens dat zij, met hetzelfde gezag als hun voorgangers, de Koran en de Hadīth kunnen interpreteren – dat de poort naar ijtihād nooit gesloten is geweest. Het is echter wel zo dat de opvattingen van de geleerden uit de 1ste en de 2de eeuw na de hidjra(de 7de en de 8ste eeuw n.Chr.) zwaarder wegen.
2. Traditioneel beschouwen de Twaalfer sjiitische moslims ‘Ali ibn Abū Tālib en de andere elf imams niet alleen als religieuze gidsen, maar tevens als politieke leiders. Deze zienswijze is gebaseerd op een hadīth van cruciaal belang, waarin de Profeet Muhammed zijn gezag om de moslims te leiden aan ‘Ali doorgeeft. Omdat de laatste imam, Muhammed al-Mahdi, in de (mystieke) verborgenheid is verdwenen in 939 n.Chr. en niet terug wordt verwacht voor het einde der tijden, bleven daardoor de sjiiten zonder een religieus bekrachtigde regering achter. In het algemeen hangen de sjiiten een van de drie volgende benaderingen van regeren aan: of (1) volledige deelname aan de regering, d.w.z. het proberen politieke beslissingen te beïnvloeden door actief aan de politiek deel te nemen, dan wel (2) passieve coöperatie met de regering, d.w.z. minimale deelname aan de regering, dan wel (3) de meest voor de hand liggende benadering, d.w.z. niet meer dan de tolerantie ten opzichte van de politieke leiders, in de praktijk leidend tot het bewaren van de nodige afstand van de actieve politiek.
Historisch gezien functioneerden Zaydische en Ismā'ilītische sjiitische imams gedurende een bepaalde periode én als religieuze én als politieke leiders, maar na de val van het Fatimidische Rijk werd het Ismā‘ilītische imamaat een religieuze instelling. Dit veranderde met de Iraanse Revolutie, toen de Twaalfer Ayatollah Khomeini en zijn medestanders een nieuwe theorie van bestuur hadden vastgesteld en gevestigd voor de Islamitische Republiek van Iran (1979). Deze is gebaseerd op Khomeini’s theorie van voogdijschap door de islamitische jurist (welāyat al-faqīh), waarbij de islamitische jurist de bevelhebber is en de juristen als "legatarissen”, als testamentaire vertegenwoordigersvan de Profeet Muhammed functioneren.
3. De islamitische theologie en wetgeving zijn gedeeltelijk op hadīths (overleveringen van de Profeet Muhammed) gebaseerd: omdat zowel de sjiiten als de soennieten sommige hadīths van elkaar afwijzen, zijn er verschillende interpretaties ten aanzien van de inhoud en de exegese van de Islam ontstaan.[qtip:1| Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24]
Wij denken dat sommige conflicten als ‘amalī (juridische conflicten) kunnen worden beschreven. Deze conflicten zouden op zich acceptabel kunnen zijn. Soms voeren de sjiiten bijvoorbeeld twee rituele gebeden (salāh) achter elkaar uit, als in (1+2+2) ‘asr met zuhr en ‘ishā met maghrib. De sjiiten voeren de niet-verplichte gebeden -zoals de tarāwīh tijdens de vastenmaand ramadan- niet gemeenschappelijk uit, hetgeen de soennieten wel doen.
Een ander verschil tussen de groepen betreft de nikāh mutʿah of “het tijdelijk huwelijk”. Terwijl de soennieten beweren dat de mutʿah verboden is, is dit volgens de sjiiten niet verboden, omdat een dergelijk huwelijk volgens hen in de Koran voorkomt (al-Nisā, 4:24) en omdat het in de praktijk van een aantal sjiitische overleveringen wordt toegestaan. Er zijn authentieke sjiitische overleveringen waaruit blijkt dat mutʿah is verboden, maar deze worden afgewezen omdat ze in tegenspraak zijn met andere overleveringen over het onderwerp, welke meer aanvaardbaar worden geacht. Veel sjiiten ontmoedigen de praktijk van mutʿah, maar stellen wel (vast) dat het eigenlijk geoorloofd is.
De soennieten en de sjiiten zijn het over de kernfundamenten van de Islam – de vijf pilaren – eens en erkennen elkaar als moslims. In 1959 vaardigde Sjeikh Mahmud Shaltūt, hoofd van de theologische faculteit van de al-Azhar Universiteit in Caïro, de meest verheven leerstoel binnen de soennitische Islam in de oudste universiteit van de wereld, een fatwa (decreet) uit waarin hij de legimiteit erkent van de Ja’farītische wetschool, waartoe de meeste sjiiten behoren. Interessant is dat de Ja’farītische school is vernoemd naar zijn oprichter Imam Ja’far al-Sādiq, die via twee verschillende afstammingslijnen een directe afstammeling is van de soennitische kalief Abū Bakr, terwijl de al-Azhar Universiteit, hoewel tegenwoordig een soennitische instelling, aanvankelijk is opgericht door de sjiitische Fatimidische Dynastie, in 969 na Chr.
Echter, betekenisvolle verschillen tussen de twee islamitische groepen zijn blijven bestaan en het lijkt erop alsof steeds vaker de neiging bestaat om deze te benadrukken. Veel soennieten beweren dat de sjiiten veel van de fundamenten van de Islam voor lief lijken te nemen, deze naar de achtergrond schuiven en zich vastklampen aan het martelaarschap van 'Ali en Husayn.
Dit wordt het beste geïllustreerd tijdens ‘Ashūra, wanneer gedurende een periode van tien dagen de sjiiten iedere avond de Slag van Karbalā gedenken, met een huilende imam die de congregatie opzweept tot een uitbarsting van tranen en het zichzelf op de borst slaan. Er wordt beweerd dat de sjiiten, in plaats van zendelingswerk ten aanzien van niet-moslims te verrichten, een diep gewortelde minachting koesteren voor de soennitische Islam en er de voorkeur aangeven hun aandacht te wijden aan het inwinnen van andere moslims voor hun groep. Er woedt een duurzame hevige en heftige strijd tussen de soennieten en de sjiiten in Pakistan. Aan de andere kant is er in de laatste jaren een veelbetekenende samenwerking ontstaan tussen de twee groepen in Libanon; en sommige van de meest dynamische ontwikkelingen in de islamitische wereld vinden vandaag de dag plaats in het door Sjiiten gedomineerde Iran.
Iran heeft een overweldigende sjiitische bevolkingsmeerderheid: 89%. Sjiiten vormen een meerderheid van de bevolking in Jemen, Azerbeidzjaan, Bahrein en Irak, in het laatste land bedraagt deze 60% van de bevolking. Er zijn ook grote sjiitische gemeenschappen langs de oostkust van Saudi-Arabië en in Libanon te vinden. De bekende organisatie Hezbollah, die de Israëli’s in 2000 uit Zuid-Libanon heeft verjaagd, is sjiitisch.
Wereldwijd vormen de sjiiten 10-15% van de totale islamitische bevolking.[qtip:2| Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24; Momen, An Introduction to Shiʿī Islam, Seyyed Hossein Nasr (vert.), Shiʿīte Islam (Albany: Suny Press, 1979); Abdulqahir al-Baghdadi, al-Farq bayn al-Firaq, pp. 29-72]
Introductie tot de Islamitische Wetgeving (Auteur: Prof. Dr. A. Akgunduz)
[2] Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif,vol. VIII, pp. 364-69, 416-24; Momen, An Introduction to Shiʿī Islam; Seyyed Hossein Nasr (vert.), Shiʿīte Islam (Albany: Suny Press, 1979); Abdulqahir al-Baghdadi, al-Farq bayn al-Firaq, pp. 29-72.
2-)
Bismillah, “In de Naam van Allah”, is het Begin van al het Goede.
Bismillah, “In de Naam van Allah”, is het begin van al het goede. Wij zullen hier eveneens mee beginnen. Weet dat, o mijn ziel! Net zoals deze gezegende spreuk tot de tekenen van de Islam behoort, wordt deze constant herhaaldelijk gereciteerd door alle wezens via hun lichaamstaal. Indien je wil weten wat een onuitputtelijke vorm van kracht en wat een oneindige bron van gunst “Bismillah” is, luister dan naar de volgende parabel.
Iemand die een reis maakt door de woestijnen van Arabië is genoodzaakt te reizen in de naam van een stamhoofd, onder zijn bescherming, want op die manier kan hij gered worden van de aanslagen van bandieten en kan hij in zijn behoeftes voorzien. Indien hij alleen blijft, zou hij kunnen bezwijken in het aangezicht van talloze vijanden en eindeloze behoeftes.
En dus begaven twee mannen zich eens op reis en trokken zij de woestijn in. Eén van hen was nederig, de ander was hoogmoedig. De nederige man begaf zich op weg in naam van een stamhoofd, terwijl de hoogmoedige man dat niet deed.
De eerste man kon veilig reizen, waarheen hij ook ging. Wanneer hij bandieten tegenkwam, sprak hij: “Ik reis in de naam van dat en dat stamhoofd”; dan maakten de bandieten zich snel uit de voeten en lieten ze hem met rust. Waar hij ook kwam en welke tent hij ook binnenliep, alleen al door het noemen van die naam werd hij eerbiedig behandeld en kreeg hij vaak een warm onthaal.
De hoogmoedige man daarentegen kreeg tijdens zijn reis met zoveel problemen te kampen, dat deze nauwelijks nog met woorden te beschrijven zijn. Hij verkeerde voortdurend in angst en hij moest voortdurend bedelen. Hij werd veracht en vernederd, een mikpunt van spot.
O mijn trotse ziel! Jij bent die reiziger en deze wereld is de woestijn. Jouw zwakheid en armoede hebben geen grens en jouw vijanden en behoeftes zijn eindeloos. Nu dit eenmaal zo is, neem ter bescherming de naam van de Eeuwige Bezitter en de Eeuwige Heerser van de woestijn en wees bevrijd, wees verlost van het bedelen in het aangezicht van de hele wereld en van de angst en de huiver voor iedere gebeurtenis.
Jazeker, het woord “Bismillah” is zo’n gezegende schat, dat deze ervoor zorgt dat jouw eindeloze armoede en zwakte oneindige kracht en barmhartigheid aantrekken, en dat jouw zwakte en armoede de meest geaccepteerde bemiddelaars worden in de aanwezigheid van de Barmhartige Almachtige. Jazeker, degene die in naam van de Barmhartige handelt, is te vergelijken met iemand die zich bij het leger aanmeldt. Een soldaat handelt namelijk in naam van de staat en zal voor niemand wijken. Hij zal zeggen dat hij handelt in naam van de wet, in naam van de staat, en zal hiervoor alles doen en alles weerstaan.
In het begin hebben we gezegd dat alles in het bestaan in haar daden “Bismillah” uitdrukt. Is dat nu wel zo? Jazeker. Wanneer je ziet dat één enkel persoon van elders komt en dat hij alle inwoners van een stad met dwang ergens naartoe stuurt en daar laat werken, dan geloof je zeker dat deze persoon niet namens zichzelf of op eigen kracht handelt. Hij lijkt dan meer op een soldaat die in naam van de staat handelt en die steunt op de macht van een koning.
Zo ook handelt alles in naam van Allah de Rechtvaardige. Minutieuze zaadjes en pitjes dragen grote bomen op hun schouders en tillen gewichten op die net zo zwaar zijn als bergen. Dit betekent dus dat alle bomen “Bismillah” zeggen en hun handen vullen met vruchten uit de schatkamer van barmhartigheid, en ons deze aanreiken.
Elke groentetuin zegt: “Bismillah” en wordt als een ketel uit de keuken van goddelijke kracht, waarin verschillende, veelsoortige, lekkere gerechten tegelijkertijd worden gekookt. Gezegende dieren zoals koeien, kamelen, schapen en geiten zeggen: “Bismillah”, waardoor hun uiers worden gevuld met barmhartigheid en in kranen veranderen waar melk uitstroomt. Ze geven ons in naam van de Voorziener de zuiverste en lekkerste melk, die als levengevend water dient. Elke plant, boom en struik zegt: “Bismillah”, waardoor hun wortels, die net zo zacht als zijde zijn, hard steen en zand kunnen doorboren. Ze zeggen: "In naam van Allah. In naam van de Barmhartige", waardoor alles zich in hun dienst stelt.
Jazeker, dat takken zich in de lucht verspreiden en vruchten geven en dat wortels zich met groot gemak door hard gesteente boren en zich in de grond verspreiden en zelfs onder de grond vruchten voortbrengen en dat dunne, groene bladeren, ondanks de brandende hitte, maandenlang groen blijven, is voor de naturalisten een harde klap in het gezicht. Deze verschijnselen vormen als het ware een doorn in het oog van de naturalisten; ze impliceren namelijk het volgende: “Ook de hardheid en de warmte, waarin je het meeste vertrouwen hebt, handelen onder een bevel, waardoor wortels, die zo zacht zijn als zijde, net zoals de staf van Mozes gehoor geven aan het commando “…Sla met je staf op de rots…”.[qtip:1| De Koran, 2:60] en daardoor het rotsgesteente doen splijten. En gevoelige bladeren, zo dun als vloeitjes, lezen het vers “…O vuur, wees koud en veilig voor Ibrāhīm.”[qtip:2| De Koran, 21:69] op en weerstaan zo, net zoals de ledematen van Abraham, de brandende hitte.
Gezien het feit dat alles in spirituele zin “Bismillah” zegt en ons de goddelijke gunsten in de naam van Allah aanbiedt, zouden wij ook “Bismillah” moeten zeggen. We moeten geven in de naam van Allah en aannemen in de naam van Allah; we moeten dus niet aannemen van achteloze mensen, die niet in de naam van Allah geven.
Vraag: “Wij zijn de mensen erg dankbaar die voor ons een aanleiding vormen om iets te verkrijgen, die in zekere zin alleen een presenteerblad tonen. Wat wil onze Heer eigenlijk van ons, Die de Ware Bezitter van alles is?”
Antwoord: “De Ware Begunstiger wil van ons, als wederdienst voor al die waardevolle eigendommen en gunsten, drie dingen:
De eerste is zikr, het gedenken van Allah,
De tweede is shukr, dankbaarheid,
De derde is fikr, bezinning.”
“Bismillah”, de uiting die aan het begin wordt uitgesproken, staat voor de zikr, het gedenken van Allah. “Ạlhamdulillah”, de formulering aan het einde, is de shukr, de dankbetuiging. En het is fikr, bezinning, om in de tijd ertussen na te denken en te beseffen dat deze waardevolle giften, die tevens wonderlijke kunstwerken zijn, wonderen zijn van de kracht van de Enige en Onafhankelijke en dat het allemaal geschenken zijn vanuit Zijn Barmhartigheid.
Zoals het dom en dwaas is om de voeten te kussen van een bode die jou het waardevolle cadeau van de koning overhandigt en de eigenaar van het cadeau niet te erkennen, is het duizend maal dommer en dwazer om de Werkelijke Gever van alle giften te vergeten en om de ogenschijnlijke aanbieders te loven en om van ze te houden.
O ziel! Als jij niet zo dom en dwaas wilt zijn, geef dan in de naam van Allah, neem in de naam van Allah, begin in de naam van Allah en werk in de naam van Allah.
De Sharia is een wetgeving bestaande uit allerlei regels en wetten van de Islam. Kortom, Sharia is Islam. De Sharia is gefundeerd op de hadith en de Koran. Sharia wordt beschreven als de barmhartigheid, gerechtigheid, mededogen, vrede en geluk die onze Profeet Hz. Muhammed (v.z.m.h.) aan de mensheid heeft gegeven.
Tijdens de hantering van de Sharia hebben de Emevi en de Abbasi altijd in vrede geleefd. Toen de Sharia werd gehandhaafd binnen het Ottomaanse Rijk, hebben de Ottomanen altijd hun leiderschap in de wereld voort kunnen zetten. Dit sterke rijk is zwakker geworden naarmate het zich meer ging mengen met de Europese wetgeving. Het Ottomaanse Rijk is op deze manier hun eeuwen lange leiderschap in de wereld verloren. De ongelovige vijanden hebben eeuwenlang hun best gedaan om de Sharia (Islamitische wetgeving) in het Ottomaanse Rijk te elimineren. Uiteindelijk is dat gelukt en is het rijk uit elkaar gevallen.
Een boom waarvan de wortel is uitgedroogd zal het nooit overleven. Een gebouw met een zwakke fundering zal ook instorten. Als landen/staten niet een wetgeving nastreven en naleven die Islamitisch gefundeerd is , zal ooit in elkaar storten. De wetgeving die is gemaakt door de mens zal ooit verzwakken en verdwijnen; net als de mens die ouder wordt en overlijdt. De regels en wetten van Allah (c.c.) zullen altijd blijven voortbestaan. Landen/staten die aan de hand van deze wetgeving hun bevolking sturen, zullen nooit in elkaar storten, behalve als het volgens Zijn (c.c.) kader zijn tijd heeft gehad.
We leven in de kennismaatschappij. Alles behoort met kennis en geloof benaderd te worden. Als de moslims willen scheiden, behoren ze volgens de Sharia te leven. Anders zullen de moslims in het goede niet slagen en kan onbewust het volk en de staat schade toegebracht worden.
Dat vandaag de dag de Sharia als een straffer wordt gezien die enkel en allen handen zit af te hakken, is het beeld dat door het Westen is gecreerd. De Sharia is er om de onder de mensen vrede en barmhartigheid te brengen. Zoals onze voorouderen het hebben gezegd: “De vinger die de Sharia afsnijdt, doet geen pijn!” Dit omdat de Sharia (Islamitische wetgeving) voor rechtvaardigheid zorgt.
4-)
Is God hetzelfde als Allah?
Indien we het hier over God hebben als de Schepper van hemelen en aarde, dan is dit hetzelfde als Allah. Indien er andere betekenissen worden toegekend aan God, valt dit hierbuiten en staat het niet gelijk aan Allah. Echter zullen de moslims een voorkeur hebben voor de naam Allah. De reden hiervoor is als volgt:
Het woord ‘Allah’ is een zeer speciale naam van Hem. In de Koran komt dit woord meer dan 2800 keer voor.
De Verheven Allah geeft Zichzelf in het hoofdstuk ‘Oprechtheid’ als volgt te kennen aan Zijn dienaren: Zeg: “Hij, Allah, is de Enige. Hieruit blijkt duidelijk dat Hij zichzelf zo heeft benoemd. Verder zegt Hij in hoofdstuk 17 vers 110:
Zeg: “Roep Allah aan of roep de Barmhartige (al-Rahmân) aan.” Bij welke naam jij Hem ook aanroept, Hem behoren de schoonste namen [eigenschappen] toe...
Als de Verheven Schepper aangeroepen kan worden met de naam ‘Allah’, wat de harten en zielen vult en betekenis geeft aan het bestaan, of met nog 99 andere schone namen, in hoeverre is het dan gepast om Hem met een andere naam aan te spreken.
Het woord God zal nooit de betekenis van het woord ‘Allah’ omvatten, echter als de persoon het wil, kan hij het woord God gebruiken met de intentie dat hij de Schepper bedoelt.
5-)
Kunt u een kort beschrijving geven van Laylatul Bara’ah?
De 14e nacht van de islamitische maand Sja'baan wordt Lailat-ul-Baraat genoemd.
Deze nacht wordt ook onder andere namen aangeduid.
- Omdat deze nacht vruchtbaar en welvarend is, is het “Moebarek”; - Dat de zondes van de dienaren worden vergeven en dat ze worden gereinigd “Baraat”; - Dat zijn dienaren weldadigheid bereiken “Rahmet(barmhartigheid)”, - Omdat de dienaren die deze nacht nuttig doorbrengen worden opgenomen tussen de rechtschapen dienaren, wordt deze nacht ook wel ‘Barae of Sakk’ genoemd.
Deze nacht heeft vijf belangrijke onderdelen:
1) In deze nacht worden belangrijke dingen geselecteerd en gesepareerd.
2) Voor diegene die deze nacht met aanbidding doorbrengen zal door Allah engelen worden gestuurd die de dienaar zullen helpen.
3) Deze nacht is voor vergiffenis en gratie.
4) De vruchten voor de gebeden die deze nacht worden verricht zijn heel groot.
5) Tijdens deze nacht is aan onze Profeet (v.z.m.h.) het gehele “Shafa'a” bevoegdheid gegeven. Een derde deel van deze bevoegdheid is op de 13e dag van Sja’baan, een derde deel de 14e dag van Sja’baan en de rest is op de 15e dag van Sja’baan gegeven.
In deze nacht zal Allah aan zijn engelen vermelden wie dit jaar hoeveel ‘Rizik’(onderhoud) zal ontvangen, wie rijk en wie er arm zal worden en wie er zal overlijden. Deze nacht doorbrengen met aanbidding en het verrichten van nafila gebeden is Hasanaat.
Onze Profeet (v.z.m.h.) heeft het volgende gezegd:
“Als jullie de helft van de maand Sja’baan (Lailat-ul-Baraat) bereiken: breng dan de nachten met gebeden en de middagen met het vasten door. Djenâbi-Allah zal die dag met de ondergang van de zon naar de aarde dalen en zal het volgende zeggen: Is er niemand die om vergiffenis vraagt; zodat ik hem kan vergeven. Is er niemand die om Rızık vraagt; zodat ik hem Rızık kan geven. Is er niemand die om Shifa'a (genezing) vraagt; zodat ik hem kan genezen.”
“Allah zal in de 15e nacht van Sja’baan zich manifesteren en zal al zijn dienaren vergeven behalve diegene die opstandig tegenover zijn moeder en vader zijn en diegene die partners toekennen aan Allah.” [qtip:(1)| Ibn Mace, İkametü's-Salât, 191; Tirmizî, Savm, 38]
6-)
Wat is aanbidding (Ibadah)?
Aanbidding toont onze liefde en loyaliteit aan de Almachtige God, de Schepper van alles, daar vallen wij dus ook onder. Het aanbidden bestaat uit het nakomen van Zijn geboden, ofwel Zijn bevelen, en het vermijden, het wegblijven van alle handelingen en eigenschappen die Hij heeft verboden. Aanbidding is de weerspiegeling van het geloof, dat zich in onze harten bevindt, door middel van ons gedrag. Het uitvoeren van een ritueel gebed (Salat), het vasten (Sawm), het reciteren ofwel het oplezen van de Koran, het bidden tot God en het reciteren van de schone namen van God worden allemaal hierin inbegrepen. Zich onthouden van liegen en stelen worden ook beschouwd als vormen van aanbidding. Het behandelen van de ouders op een vriendelijke wijze en het bezoeken van familieleden is eveneens aanbidding. Goedheid jegens mensen, hen helpen en hun problemen oplossen is aanbidding. Het begroeten van onze islamitische broeders en zusters is aanbidding en je tegenover anderen op een vriendelijke manier gedragen is aanbidding.
Dus alles wat omwille van God wordt gedaan valt onder aanbidding.
7-)
Kunt u me vertellen wat het verschil tussen de soennieten en sjiieten zijn?
Beste broeder / zuster,
We kunnen een aantal verschillen tussen sjiitische en soennitische geleerden als volgt samenvatten:
1. Sjiitische moslims geloven in de Twaalf Imams en beschouwen hen als ma‘sūm (onfeilbaar), zoals ook ten aanzien van de profeten het geval is. De Jaʿfarītische sjiiten beschouwen de Soenna als de weergave van de mondelinge tradities van Muhammed, evenals de interpretaties en de implementatie ervan door de geleerde imams, die allen afstammelingen zijn van Muhammed, via zijn dochter Fātima en haar man, de eerste Imam 'Ali. Dit is een zeer belangrijk verschil met de opvattingen van de soennieten; de sjiieten geloven in de onfeilbaarheid van de imams (ma‘sumiyyah).
Twaalfer sjiitische moslims geloven, dat de studie van de islamitische literatuur een doorlopend proces is dat zich alleen kan ontwikkelen door geselecteerde ‘uitverkorenen’ en dat dat proces noodzakelijk is voor het onderkennen van alle wetten van God. Soennitische moslims geloven eveneens dat zij, met hetzelfde gezag als hun voorgangers, de Koran en de Hadīth kunnen interpreteren – dat de poort naar ijtihād nooit gesloten is geweest. Het is echter wel zo dat de opvattingen van de geleerden uit de 1ste en de 2de eeuw na de hidjra(de 7de en de 8ste eeuw n.Chr.) zwaarder wegen.
2. Traditioneel beschouwen de Twaalfer sjiitische moslims ‘Ali ibn Abū Tālib en de andere elf imams niet alleen als religieuze gidsen, maar tevens als politieke leiders. Deze zienswijze is gebaseerd op een hadīth van cruciaal belang, waarin de Profeet Muhammed zijn gezag om de moslims te leiden aan ‘Ali doorgeeft. Omdat de laatste imam, Muhammed al-Mahdi, in de (mystieke) verborgenheid is verdwenen in 939 n.Chr. en niet terug wordt verwacht voor het einde der tijden, bleven daardoor de sjiiten zonder een religieus bekrachtigde regering achter. In het algemeen hangen de sjiiten een van de drie volgende benaderingen van regeren aan: of (1) volledige deelname aan de regering, d.w.z. het proberen politieke beslissingen te beïnvloeden door actief aan de politiek deel te nemen, dan wel (2) passieve coöperatie met de regering, d.w.z. minimale deelname aan de regering, dan wel (3) de meest voor de hand liggende benadering, d.w.z. niet meer dan de tolerantie ten opzichte van de politieke leiders, in de praktijk leidend tot het bewaren van de nodige afstand van de actieve politiek.
Historisch gezien functioneerden Zaydische en Ismā'ilītische sjiitische imams gedurende een bepaalde periode én als religieuze én als politieke leiders, maar na de val van het Fatimidische Rijk werd het Ismā‘ilītische imamaat een religieuze instelling. Dit veranderde met de Iraanse Revolutie, toen de Twaalfer Ayatollah Khomeini en zijn medestanders een nieuwe theorie van bestuur hadden vastgesteld en gevestigd voor de Islamitische Republiek van Iran (1979). Deze is gebaseerd op Khomeini’s theorie van voogdijschap door de islamitische jurist (welāyat al-faqīh), waarbij de islamitische jurist de bevelhebber is en de juristen als "legatarissen”, als testamentaire vertegenwoordigersvan de Profeet Muhammed functioneren.
3. De islamitische theologie en wetgeving zijn gedeeltelijk op hadīths (overleveringen van de Profeet Muhammed) gebaseerd: omdat zowel de sjiiten als de soennieten sommige hadīths van elkaar afwijzen, zijn er verschillende interpretaties ten aanzien van de inhoud en de exegese van de Islam ontstaan.[qtip:1| Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24]
Wij denken dat sommige conflicten als ‘amalī (juridische conflicten) kunnen worden beschreven. Deze conflicten zouden op zich acceptabel kunnen zijn. Soms voeren de sjiiten bijvoorbeeld twee rituele gebeden (salāh) achter elkaar uit, als in (1+2+2) ‘asr met zuhr en ‘ishā met maghrib. De sjiiten voeren de niet-verplichte gebeden -zoals de tarāwīh tijdens de vastenmaand ramadan- niet gemeenschappelijk uit, hetgeen de soennieten wel doen.
Een ander verschil tussen de groepen betreft de nikāh mutʿah of “het tijdelijk huwelijk”. Terwijl de soennieten beweren dat de mutʿah verboden is, is dit volgens de sjiiten niet verboden, omdat een dergelijk huwelijk volgens hen in de Koran voorkomt (al-Nisā, 4:24) en omdat het in de praktijk van een aantal sjiitische overleveringen wordt toegestaan. Er zijn authentieke sjiitische overleveringen waaruit blijkt dat mutʿah is verboden, maar deze worden afgewezen omdat ze in tegenspraak zijn met andere overleveringen over het onderwerp, welke meer aanvaardbaar worden geacht. Veel sjiiten ontmoedigen de praktijk van mutʿah, maar stellen wel (vast) dat het eigenlijk geoorloofd is.
De soennieten en de sjiiten zijn het over de kernfundamenten van de Islam – de vijf pilaren – eens en erkennen elkaar als moslims. In 1959 vaardigde Sjeikh Mahmud Shaltūt, hoofd van de theologische faculteit van de al-Azhar Universiteit in Caïro, de meest verheven leerstoel binnen de soennitische Islam in de oudste universiteit van de wereld, een fatwa (decreet) uit waarin hij de legimiteit erkent van de Ja’farītische wetschool, waartoe de meeste sjiiten behoren. Interessant is dat de Ja’farītische school is vernoemd naar zijn oprichter Imam Ja’far al-Sādiq, die via twee verschillende afstammingslijnen een directe afstammeling is van de soennitische kalief Abū Bakr, terwijl de al-Azhar Universiteit, hoewel tegenwoordig een soennitische instelling, aanvankelijk is opgericht door de sjiitische Fatimidische Dynastie, in 969 na Chr.
Echter, betekenisvolle verschillen tussen de twee islamitische groepen zijn blijven bestaan en het lijkt erop alsof steeds vaker de neiging bestaat om deze te benadrukken. Veel soennieten beweren dat de sjiiten veel van de fundamenten van de Islam voor lief lijken te nemen, deze naar de achtergrond schuiven en zich vastklampen aan het martelaarschap van 'Ali en Husayn.
Dit wordt het beste geïllustreerd tijdens ‘Ashūra, wanneer gedurende een periode van tien dagen de sjiiten iedere avond de Slag van Karbalā gedenken, met een huilende imam die de congregatie opzweept tot een uitbarsting van tranen en het zichzelf op de borst slaan. Er wordt beweerd dat de sjiiten, in plaats van zendelingswerk ten aanzien van niet-moslims te verrichten, een diep gewortelde minachting koesteren voor de soennitische Islam en er de voorkeur aangeven hun aandacht te wijden aan het inwinnen van andere moslims voor hun groep. Er woedt een duurzame hevige en heftige strijd tussen de soennieten en de sjiiten in Pakistan. Aan de andere kant is er in de laatste jaren een veelbetekenende samenwerking ontstaan tussen de twee groepen in Libanon; en sommige van de meest dynamische ontwikkelingen in de islamitische wereld vinden vandaag de dag plaats in het door Sjiiten gedomineerde Iran.
Iran heeft een overweldigende sjiitische bevolkingsmeerderheid: 89%. Sjiiten vormen een meerderheid van de bevolking in Jemen, Azerbeidzjaan, Bahrein en Irak, in het laatste land bedraagt deze 60% van de bevolking. Er zijn ook grote sjiitische gemeenschappen langs de oostkust van Saudi-Arabië en in Libanon te vinden. De bekende organisatie Hezbollah, die de Israëli’s in 2000 uit Zuid-Libanon heeft verjaagd, is sjiitisch.
Wereldwijd vormen de sjiiten 10-15% van de totale islamitische bevolking.[qtip:2| Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif, vol. VIII, pp. 364-69, 416-24; Momen, An Introduction to Shiʿī Islam, Seyyed Hossein Nasr (vert.), Shiʿīte Islam (Albany: Suny Press, 1979); Abdulqahir al-Baghdadi, al-Farq bayn al-Firaq, pp. 29-72]
Introductie tot de Islamitische Wetgeving (Auteur: Prof. Dr. A. Akgunduz)
[2] Al-Sayyid Sharīf al-Jurjani, Sharh al-Mawāqif,vol. VIII, pp. 364-69, 416-24; Momen, An Introduction to Shiʿī Islam; Seyyed Hossein Nasr (vert.), Shiʿīte Islam (Albany: Suny Press, 1979); Abdulqahir al-Baghdadi, al-Farq bayn al-Firaq, pp. 29-72.
8-)
Islam en Milieu
God de Almachtige zegt dat Hij alles om ons heen ten behoeve van de mensen heeft geschapen. Om op de juiste manier onze dankbaarheid te kunnen uiten, dienen we ons bewust te zijn van het feit, dat dit alles tijdelijk aan ons is toevertrouwd en zodoende het milieu met verantwoordelijkheidsbesef te benaderen. Het tonen van minachting voor het milieu, het vernietigen en het verkwisten ervan, is een blijk van ondankbaarheid, waardoor uiteindelijk wijzelf onder zullen lijden. De Almachtige God zegt het volgende: “Het verderf is op het vasteland en op zee zichtbaar geworden door wat de handen van de mensen ten uitvoer brengen, zodat Hij hun een gedeelte van wat zij hebben verricht doet proeven; hopelijk zullen zij terugkeren.”(ạl-Rūm, 30:41)
De Almachtige Allah had eerder al het volgende bevolen: “En Hij heeft de hemel opgeheven en Hij heeft de weegschaal geplaatst. Opdat jullie het evenwicht niet verstoren.”[qtip:1| De Koran, ạl-Rahmān, 55: 7-8] De mensen zijn echter niet gehoorzaam geweest en nu betalen zij daarvoor de prijs.
Een moslim heeft rust en schoonheid in zijn hart en dat straalt hij uit naar anderen. Om schade aan anderen te voorkomen is hij voorzichtig in zijn omgang met andere mensen, met dieren, met planten en zelfs met niet-levende wezens. Op een dag passeerde langs onze leermeester de Boodschapper van Allah (vzmh) een begrafenisstoet, waarop hij zei: “Of hij heeft rust bereikt, of anderen zijn van hem verlost.” De metgezellen vroegen: “O Boodschapper van Allah, wat bedoelt u met ‘Of hij heeft rust bereikt, of anderen zijn van hem verlost?” De Boodschapper van Allah zei: “Wanneer een gelovige overlijdt, wordt hij verlost van de vermoeienissen en de zorgen van de wereld en bereikt hij de genade van Allah. Wanneer een zondaar, een kwaadaardig persoon overlijdt, worden de mensen, de landen, de bomen en de dieren van hem verlost en vinden zij rust.”[qtip:2| Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, VI, 444. Zie Muslim, Musāqāt, 7]
Mensen dienen altijd en overal zaken die anderen last veroorzaken te vermijden. Het past niet bij de menselijke waardigheid om het land, het water, de lucht en de landschap van de steden en de dorpen waarin we leven te vervuilen. Dit zou betekenen dat we noch om onszelf, noch om anderen geven.
Een moslim is zich ervan bewust dat anderen last kunnen hebben van zijn rommel en dat de natuurlijke schoonheid van de natuur hierdoor wordt bedorven; hij beschouwt het als een vereiste voor vroomheid om ervoor te zorgen dat zijn vuil, zoals schillen, pitjes, flessen, blikjes, papier en verpakkingen, waar andere mensen en dieren last van kunnen hebben, niet op straat of op de picknickweide terechtkomt. Onze leermeester de Profeet informeerde ons dat het verwijderen van een tak of een doornstruik van de weg als het laagste niveau van geloof kan worden beschouwd[qtip:3| Sahīh Muslim, Īmān, 58 ]en zei dat Allah niet houdt van degenen die anderen overlast aandoen. Muāz ibn Ạnạs (r.a) verhaalt het volgende: “Ik was op een militaire expeditie met de Boodschapper van Allah (vzmh). De soldaten vernauwden het kampeerterrein en blokkeerden de weg. Hierop stuurde de Profeet (vzmh) een omroeper, die hij het volgende tegen de soldaten liet zeggen: “Degene die een plaats beperkt of een weg blokkeert (ofwel een gelovige last bezorgt); voor hem is er geen [beloning van de] jihād.”[qtip:4| Sunạn Ạbū Dāwūd, Jihād, 88/2629; Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, III, 441]
Hier verkondigt onze leermeester, de eerbare Profeet (vzmh), hoe verkeerd het is om plekken en straten onnodig te blokkeren en dienaren van Allah lastig te vallen. Degenen die zo handelen zullen hun goddelijke beloningen verliezen. Om deze reden dient iedere hinder veroorzakende daad te worden vermeden, zoals het lukraak vervuilen, in het openbaar spugen, fout parkeren of het plaatsen van dingen op de weg die het passeren bemoeilijken. De moslims hebben getracht om behalve mensen ook dieren niet lastig te vallen; ze zijn hen zelfs van dienst vanwege het simpele feit dat ook zij schepselen van Allah zijn. De beroemde Franse schrijver Montaigne vertelt dat: “Turkse moslims zelfs stichtingen en ziekenhuizen voor dieren hadden gebouwd.” Guer, een Franse advocaat die in de 17de eeuw door het Ottomaanse Rijk heeft gereisd, vertelt over een dierenhospitaal voor zieke honden en katten in Damascus. Over dit soort stichtingen informeert Prof. Dr. Sibāi ons het volgende: “Volgens de oude traditie voor stichtingen waren er plaatsen waar zieke dieren werden verzorgd en waar ze konden grazen. Het Groene Veld (vandaag de dag het stadsplein in Damascus) was een gedoneerd grasveld voor het voeren van lastdieren, die vanwege de afname van hun werkkracht niet meer konden werken, waardoor hun eigenaars niet meer in staat waren om ze te voeden. Deze dieren graasden daar totdat zij stierven. Onder de Stichtingen van Damascus waren er plaatsen waar katten konden eten, slapen en rondlopen; dagelijks konden honderden katten hun voedsel op die plaatsen verkrijgen.”
De religie van de Islam, die zoveel belang hecht aan levende wezens, behandelt natuurlijk eveneens de flora uiterst zorgzaam. De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: “Indien één van jullie een kiemplant in zijn hand heeft en de Dag des Oordeels aanbreekt, laat hem deze, als hij dat kan, voor het einde van de wereld planten!”[qtip:5| Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, III, 191, 183]
Ạbū ạl-Dạrdā (r.a), één van de vooraanstaande metgezellen, was in Damascus een boom aan het planten. Iemand naderde hem en liet hem zijn verbazing blijken door te zeggen: “Houd jij, een metgezel van de Profeet, jezelf bezig met het planten van bomen?” Ạbū ạl-Dạrdā (r.a) antwoordde hem: “Wacht even, veroordeel mij niet te snel! Ik hoorde de Boodschapper van Allah (vzmh) zeggen dat: “Als iemand een boom plant en iemand of ieder willekeurig schepsel van Allah van zijn vruchten eet, geldt dat als een sadaqa, een aalmoes voor degene die de boom heeft geplant.”[qtip:6| Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, VI, 444. Zie Muslim, Musāqāt, 7]
De Boodschapper van Allah (vzmh) verbood het kappen van cederbomen in de woestijn, waaronder reizigers en dieren immers schaduw kunnen vinden, en hij heeft degenen die deze bomen kappen vervloekt.”[qtip:7| Sunạn Ạbū Dāwūd, Ạdạb, 158-159/5239]
Onze leermeester de Profeet heeft naast Mekka eveneens de steden Medina en Tāif heilig en onschendbaar verklaard en zodoende verboden om daar bomen te kappen, vegetatie te beschadigen en te jagen.[qtip:8|Sunạn Ạbū Dāwūd, Mạnāsik, 96; M. Hamidullah, İslam Peygamberi (Profeet van Islam), Istanbul 2003, I, 500; a.mlf., ạl-Wạsāiq, Beiroet 1969, pp. 236-238, 240; Ali Rıza Temel, “İslam’a Göre İnsan Çevre İlişkisi” (De Relatie tussen Mens en Milieu volgens de Islam, İnsan ve Çevre (Mens en Milieu), p. 77] Over het grasland van de Bạnū Hārithạ-stam, zei hij: “Een ieder die in dit veld een boom kapt, moet daarvoor weer één boom planten!”[qtip:9| Bạlazūrī, Futūh ạl-Buldān, Beiroet 1987, p. 17; İbrahim Canan, İslam ve Çevre Sağlığı (Islam en Milieuhygiëne), İstanbul 1987, pp. 59-60]
Door steeds te adviseren om het landschap en het milieu te beschermen, bracht de Boodschapper van Allah een gemeenschap voort die zich jegens alle schepsels vriendelijk en respectvol gedroeg. Dit wordt duidelijk zichtbaar door de toespraak die de eerste kalief Ạbū Bạkr (r.a) voor zijn soldaten heeft gehouden, die op het punt stonden om op een militaire expeditie te gaan: “Verraad niet, plunder de oorlogsbuit niet, onderdruk niet, vermink niet; dood geen kinderen, ouderen en vrouwen! Kap geen dadelbomen en verbrand ze niet. Kap geen vruchtdragende bomen; slacht geen schapen, koeien en kamelen anders dan datgene waarvan jullie willen eten! Jullie zullen mensen tegenkomen die zichzelf in kloosters hebben opgesloten en met aanbidding bezig zijn; laat hen alleen met hun aanbidding…”[qtip:10| Sunạn ạl-Bạyhaqī, ạl-Sunạn ạl-Kubrā, IX, 85; Ali ạl-Muttaqī, Kạnz ạl-‘Ummāl, no: 30268; Ibn ạl-Ạthīr, ạl-Kāmil fī ạl-Tārīkh, Beiroet 1987, II, 200] [qtip:11| De Laatstee Hemelse Religie: Islam, Dr. Murat Kaya]
[8]Sunạn Ạbū Dāwūd, Mạnāsik, 96; M. Hamidullah, İslam Peygamberi (Profeet van Islam), Istanbul 2003, I, 500; a.mlf., ạl-Wạsāiq, Beiroet 1969, pp. 236-238, 240; Ali Rıza Temel, “İslam’a Göre İnsan Çevre İlişkisi” (De Relatie tussen Mens en Milieu volgens de Islam, İnsan ve Çevre (Mens en Milieu), p. 77.
[9] Bạlazūrī, Futūh ạl-Buldān, Beiroet 1987, p. 17; İbrahim Canan, İslam ve Çevre Sağlığı (Islam en Milieuhygiëne), İstanbul 1987, pp. 59-60.
[10]Sunạn ạl-Bạyhaqī, ạl-Sunạn ạl-Kubrā, IX, 85; Ali ạl-Muttaqī, Kạnz ạl-‘Ummāl, no: 30268; Ibn ạl-Ạthīr, ạl-Kāmil fī ạl-Tārīkh, Beiroet 1987, II, 200.
[11] De Laatstee Hemelse Religie: Islam, Dr. Murat Kaya
9-)
Is democratie toegestaan in de islam?
Islam heeft altijd voor tevredenheid en voldoening onder de mensen gezorgd en heeft hiermee al het positieve bevorderd. Het is niet verboden dat de mensen hun eigen leiders kiezen. Integendeel, de eerste khalifa’s zijn, bij wijze van, al stemmend gekozen. De onderdelen binnen de democratie die met de Islam op één lijn liggen, worden uiteraard geaccepteerd. Aan de andere kant kan er niet gesteld worden dat het democratische perspectief en de Islamitische principes exact overeenkomen. Echter, de democratie heeft de vorm van regeren die het dichtst bij de Islamitsche vorm van regeren ligt van alle manieren van regeren.
Ook kunnen we niet stellen dat ieder oordeel van de mens tegen het geloof in gaat.
Volgens een bekende overlevering vroeg de Profeet (v.z.m.h.) aan Muaz –toen hij naar Jemen werd gestuurd door de Profeet (v.z.m.h.)- hoe en volgens wat hij zou oordelen. Muaz antwoordde dit met de volgende volgorde: vanuit Allah’s Boek, Soennah van de Profeet (v.z.m.h.), en als hij deze niet kan vinden, vanuit zijn eigen perspectief. Onze Profeet (v.z.m.h.) was zeer tevreden met dit antwoord.
10-)
De Profeet (vzmh) heeft in een hadith gezegd dat er 73 verschillende groepen zullen ontstaan uit Zijn Oemmah en dat er enkel één de hemel zal binnentreden. Kunnen we zeggen dat Hanafi, Hambali, Safi en Malaki ook onder deze groepen vallen en ....?
De Profeet (vzmh) heeft in een hadith gezegd dat er 73 verschillende groepen zullen ontstaan uit Zijn Oemmah en dat er enkel één de hemel zal binnentreden. Kunnen we zeggen dat Hanafi, Hambali, Safi en Malaki ook onder deze groepen vallen en er misschien maar één van hen de hemel zal binnentreden?
Het volgende is overgeleverd: “De Joden zijn in 71 groepen en de Christenen in 72 groepen gescheiden. Mijn Oemmah zal scheiden in 73 groepen. Buiten de ene groep, zullen ze allemaal in het vuur zijn. De bevrijdde groep is zij die het pad van Mij en Mijn metgezellen volgt.”[qtip:1| Tirmizi, İman,18; İbnu Mace, Fiten, 17; Ebu Davud, Sünne, 1]
In een andere eerbare Hadith (overlevering), heeft onze Profeet (vzmh) het volgende gezegd: “Mijn Oemmah zal scheiden in 73 groepen. Binnen deze groepen zal één groep de bewoner van de hemel worden.”
Toen onze Profeet (vzmh) deze Hadith overleverde, vroegen Zijn metgezellen: “Ow Rasoeloellah, welke groep zal de bevrijdde groep zijn?”
Hij (vzmh) beantwoordde het als volgt: “Zie die niet afwijken van mijn Soennah, zullen de bevrijdden zijn! Dus zij die zich binden aan ‘ehl-i soennah wa’l djemaat’ (mensen van de soennah en gemeenschap).
Al concluderend: Moslims die verbonden blijven aan de Soennah van onze Profeet (vzmh), zoals beschreven in de boeken, zullen de bevrijdde mensen zijn. Zolang zij maar niet van de Soennah afwijken, de Soennah als de enige standaard zien, en de uitvoering ervan niet verwaarlozen.
Dus omdat alle vier de leerscholen zich, ook in hun daden, houden aan de Soennah, behoren zij allen tot de bevrijdde mensen.
11-)
Wat is 666, en illuminati? beschreven in het kort? en is oorbel haram?
Deze term wordt gebruikt voor Joden die met geheime organisaties de wereld beheren. Het heeft geen invloed op de Islam. 666 gebruiken ze als hun symbool. Zij hebben aangegeven dat ze iedereen volgen en dat ze iedereen onder controle hebben. Het punt waar wij op willen richten is het volgende.
Er zijn organisaties in deze wereld die door Joden zijn opgericht met als doel de wereld te regeren. Deze organisaties die de zionisten hebben opgericht moeten we niet groter maken in onze ogen dan dat ze werkelijk zijn. Maar elke moslim en moslima behoort materiële en geestelijke vooruitgang te boeken om ervoor te zorgen dat de daden van die organisaties geen effect hebben.
We kunnen de standpunten van de geleerden die zeggen dat het onder noodtoestand toegestaan is op de volgende manier op een rijtje zetten:
1) Doneren is toegestaan vanuit het handelen van het principe
“het redden van iemands leven, is net het als redden van de gehele mensheid”. [qtip:1| al-Maidah 5/32]
2) Het feit dat de islam een soepele godsdienst is voor de mens is benadrukt.
3) Als we beredeneren op grond van de logica: “als bloed doneren toegestaan wordt, dan zou orgaan doneren ook toegestaan moeten worden, mits er respectvol met de mens behandeld wordt”.
4) Het is absoluut niet toegestaan als de donor zelf na het doneren niet meer zal leven, want terwijl er een leven gered moet worden, mag de andere niet weggenomen worden.
5) Een levend persoon heeft zelf de keus om een nier, een oog, bloed of tanden te doneren. Als diegene toestemming geeft, kan er gedoneerd worden.
6) Voordat er gedoneerd gaat worden, moet er bij de deskundigen op dit gebied een duidelijk beeld zijn over een zeker zin van genezen van de zieke met deze behandeling.
7) Als het doneren van organen van een dode zal zijn, moet de persoon al toestemming gegeven hebben voor zijn dood of er moet na de dood toestemming gevraagd worden van de erfgerechtigde.
8) Ook moet er expliciete blijk zijn dat het wegnemen van een orgaan, de gezondheid of het leven van een donor niet zal schaden.
9) Doneren is niet iets dat als direct enige optie moet worden gezien. Het moet het allerlaatste zijn van de mogelijkheden. Als het zeer noodzakelijk is, dan moet er keuze gemaakt worden tussen twee schadelijke opties. In plaats van dood gaan, kan er een keuze gemaakt worden om te leven met een orgaan van een ander. Hierover moet er ook een beslissing worden genomen door een deskundigen op godsdienstig gebied en een deskundige op psychologisch gebied.
Het volgende is een belangrijk punt: doneren moet niet als enige alternatief worden gezien, want onze profeet (v.z.m.h.) zegt in een authentieke Hadith dat er voor elke ziekte een genezing zal worden gevonden behalve voor ouderdom en de dood. Tijdens orgaandonaties hoort er te allen tijden rekening gehouden te worden dat deze donaties verricht worden binnen de kader van de islamitische principes. Als alle energie van wetenschappelijke onderzoeken wordt gestoken in donaties, dan zullen andere mogelijkheden tot genezing nooit gevonden worden. Deskundigen horen hierdoor minstens net zo veel waarde te hechten aan alternatieve genezingen als de waarde die ze geven aan donatie onderzoeken. Anders zullen wegen die tot menselijkere genezing leiden geblokkeerd worden doordat de aandacht meer wordt gevestigd op donatie onderzoeken.
We zullen met dit als reden uitleg geven op een veel gestelde vraag op dit gebied:
Zonder twijfel zal iemand zegeningen ontvangen wanneer iemand na zijn overlijden zijn organen zoals een nier aan een behoeftige, omdat hierdoor iemand weer gezond zal worden en weer tot leven zal komen.
13-)
Wanneer ben je moslim? Als je moslim bent en je doet er verder niks mee plus je begaat ook grote zondes ben je dan nog steeds moslim?
Beste broeder/zuster,
Het islamitische geloofsleer geeft aan dat je niet buiten de Islam treed na het plegen van zowel de kleine als de grote zondes, maar we horen twee punten van elkaar te onderscheiden.
-Het vertonen van spijt na het plegen van zondes.
-Niet vergiffenis vragen na het plegen van zondes, maar ermee gaan pronken.
Het moet duidelijk gemaakt worden wat er vervolgens uitgelegd wordt, niet gaat over het zonde plegen en diegene die pronkt met zijn zondes zonder spijt te hebben. Wat er vervolgens uitgelegd gaat worden gaat over mensen die zondes plegen en spijt hebben van hun zondes.
Wanneer een moslim zich niet houdt aan de geboden van Allah en zich niet weerhoudt van de verboden, dan begaat hij een zonde. Allah is de enige die beslist of iemand gestraft gaat worden of niet. Een uitspraak als “Een zondige die grote zonden verricht, zal zeker de hel ingaan” is dan ook niet gepast. Wanneer iemand vanwege zijn zondes om vergiffenis vraagt en als Allah dit accepteert, zal hij vergeven worden. Resultaat van geen vergiffenis vragen leidt naar de Hel.
Conclusie: Wanneer een moslim zich niet houdt aan de geboden en zich niet weerhoudt van de verboden, dan zal hij een zondige zijn maar geen ongelovige.
14-)
Hoe is Indonesië Islamitisch geworden?
Hij was een zelfstandige handelaar. Hij had op een dag al zijn stof op zijn schip geplaatst. Hij was afgereisd naar Indonesië en had zijn goederen daar geplaatst. Hij was daar verdergegaan met zijn handel. Zijn stof was van zeer goede kwaliteit. Op een dag was hij te laat op zijn werk aangekomen. De medewerkers hadden goed verdiend met de goederen die zij hadden verkocht. Hij was benieuwd en vroeg:
“Welke stof heb je verkocht?”
“Van deze stof mijnheer.”
“Voor hoeveel heb je per meter verkocht?”
“Voor tien muntstukken.”
“’Hoe kan dat?” vroeg hij zich af, “Hoe kan je iets dat vijf muntstukken waard is, verkopen voor tien muntstukken? Wij zijn in zijn recht gekomen. Als je hem ziet, zou je hem dan herkennen?”
De medewerker ging weg en had de klant gevonden en terug meegenomen. De klant was verbaasd. Hij kwam een dergelijk geval voor het eerst tegen. De klant vroeg: “Wat betekent dat, ‘laat je recht halal zijn’?”
Deze gebeurtenis ging snel ten ronde. Al snel bereikte zij het oor van de koning. De koning liet de handelaar naar zijn paleis komen. De koning vroeg: “Jouw handeling hebben we tot op heden noch gezien, noch gehoord. Waar komt dit vandaan?”
De handelaar antwoordde met: “Ik ben een moslim; Islam beveelt ons dergelijk te handelen. Wij waren in het recht van de klant gekomen. Op die wijze was verboden geld in mijn winst terecht gekomen. Ik heb enkel een fout gecorrigeerd.” De koning vroeg hierop vragen als: “Wat is de Islam, wat houdt het in om een moslim te zijn?”. De handelaar antwoordde deze vragen één voor één. De koning hoorde voor het eerst van een dergelijke religie. Al snel accepteerde hij de Islam. Daarop volgend werd ook snel het Indonesische volk Islamitisch.
De reden dat Indonesië –dat nu uit 250 miljoen mensen bestaat- Islamitisch is geworden, is vanwege vijf muntstukken. Er is enkel één daad verricht: leven volgens waar hij in gelooft, en de schoonheden die hij bezit met zijn omgeving delen. Wat eigenlijk zijn impact heeft gehad, was niet zijn woord, met zijn daad. [qtip:(1)|Mehmet Paksu]
15-)
Kunt u meer informatie geven over Profeet Salih?
Profeet Salih (a.s.) is gezonden naar het volk van Thamud. Het volk van Thamud was van het eenheidsgeloof welk de profeten voor hen gebracht hadden afgedwaald. Dit volk begon aan afgoderij te doen waarna Allah profeet Salih(a.s.) naar heeft toegezonden om hen weer op het ware geloof te leiden. Maar het volk van Thamud heeft net als vele woeste volkeren voor hen profeet Salih(a.s) slecht behandeld, hem weggejaagd en niet naar zijn boodschap geluisterd. Ze spotten met profeet Salih(a.s.) en vroegen om de verwoesting waarmee Allah hen had gedreigd. Allah heeft dit volk gestraft en hen verwoest. Het verhaal van Salih (a.s.) en zijn volk Thamud is in de Qur’an benoemd opdat men lering uit deze gebeurtenissen trekt.
Na het overlijden van profeet Hud (a.s.) hebben de kleinkinderen van Thamud zich in het noorden van Saoedi Arabië gesetteld. In de Levende Koran staat het volgende hierover: ‘’Het volk Thamud, dat een sterk volk was, heeft geleefd in het gebied dat Hijr wordt genoemd, dat zich tussen Damascus en de Hijaz bevindt- een gebied in het huidige Saoedi-Arabië. In de bergen en dalen groeven de Thamud stenen en marmer op, waarvan ze hun huizen en paleizen maakten, en tevens zwembaden en allerlei soorten gebouwen die ze bedachten.’’
De Thamud verlieten het eenheidsgeloof van Allah en maakten zelf beeldjes welk ze gingen aanbidden. De meest nobele en gefatsoeneerde persoon uit dit volk was profeet Salih (a.s.). Op zijn veertigste kondigde hij zijn profeetschap aan. Profeet Salih (a.s.) heeft zijn volk de waarheid aangekondigd, hen aangespoord tot het goede en hen opgeroepen tot het eenheidsgeloof van Allah. ‘’(Het volk van) Thamud heeft de boodschapper verloochend. Toen hun broeder Salih tegen hen zei: ‘’Zijn jullie je nog niet bewust van jullie plichten?’’ Ik ben voor jullie een betrouwbare boodschapper. Wees je dus bewust van Allah en gehoorzaam mij. En ik vraag jullie er geen beloning voor. Mijn beloning berust alleen bij de Heer der werelden.’’ [1]
Profeet Salih (a.s.) was een zeer gerespecteerde persoon. Hij was geliefd bij zijn volk totdat hij de boodschap van Allah had aangekondigd. Ze namen een vijandige positie tegenover Salih (a.s.) en gaven de voorkeur aan het geloof van hun voorouders (afgoderij).
‘’Ze zeiden: ‘’O Salih, tot nu toe ben jij een bron van hoop voor ons geweest. Verbied je ons (nu) hetgeen te dienen wat onze vaderen dienden?’’ [2]
De Thamud konden het niet accepteren dat iemand uit hun midden de waarheid aankondigde.
‘’En ze zeiden: ‘’Moeten wij een mens uit ons midden volgens? In dat geval zouden wij zeker in dwaling en verdwazing verkeren.’’ [3]
De Thamud begon Salih (a.s.) te beschuldigen en gedroegen zich respectloos. Ze zeiden over profeet Salih: ‘’Hij is een schaamteloze leugenaar.’’[4]
Nadat de Thamud hadden ingezien dat ze profeet Salih(a.s.) niet van zijn missie konden weerhouden , begonnen ze zijn volgelingen van het ware geloof te weerhouden. Ze wouden de boodschapper van Allah isoleren. Ze stelden de volgende vraag aan de volgelingen van profeet Salih: ‘’Weten jullie dat Salih door zijn Heer is gezonden?’’ Zij zeiden: ‘’Wij geloven in hetgeen waarmee hij is gezonden.’’ [5]
De Thamud waren zeer verbaast over de volle overgave van de volgelingen van Salih (a.s.) waarop zei als volg antwoordden: ‘’Wij geloven niet in hetgeen wat jullie geloven.’’ [6] Op deze manier lieten ze nogmaals de verdorvenheid van harten zien.
De verloochenaars onderdrukten de volgelingen van profeet Salih en dwongen hen tot ongeloof. Profeet Salih (a.s.) toonde veel geduld en raakte niet in hopeloosheid. Hij probeerde zijn volk te weerhouden van afgoderij en spoorde hen nog altijd aan tot het goede.
Degene waarvan de harten verdorven waren vroegen aan profeet Salih om een wonder te laten zien.
‘’Kom dan met een teken, indien jij behoort tot de degenen die de waarheid spreekt.’’ [7] Dit vroegen ze niet daadwerkelijk om bewijs te krijgen van zijn profeetschap, maar om te spotten met profeet Salih (a.s.). Ze vroegen als wonder om een zwangere kamelin. Allah heeft als wonder deze kamelin naar de Thamud gezonden. Sommigen van hen hebben zich naar dit wonder bekeerd, anderen bleven in koppigheid de boodschapper van Allah verloochenen. Ze zeiden over profeet Salih: ‘’Jij behoort tot degenen die betoverd zijn.’’ [8]
De Thamud begonnen op een gegeven moment te klagen over de kamelin. Ze klaagden erover dat de kamelin teveel water dronk. Allah heeft een verdeling over het water tussen de kamelin en de Thamud gemaakt. ‘’En bericht hun dat het water moet worden verdeeld tussen hen (en de kameel), opdat iedereen op zijn beurt kan drinken.’’ [9]
In de Levende Koran wordt het volgende vermeld over dit vers: ‘’Volgens de Goddelijke verdeling zou het water een dag worden gedronken door de kameel en een dag door het volk van Thamud.’’
Elke keer wanneer de gelovigen de kamelin zagen werd hun geloof versterkt. Elke keer wanneer de afgedwaalden de kamelin zagen vermeerderde hun woede. Profeet Salih(a.s.) zag dit en waarschuwde zijn volk.
‘’En doe haar geen kwaad, anders treft jullie de bestraffing van een grote Dag.’’[10]
De verloochenaars hebben niet geluisterd naar de woorden profeet Salih. Ze hadden besloten om de profeet Salih (a.s.), zijn volgelingen en de kamelin te vermoorden. Ze hebben als eerst de kamelin geslacht. Op deze manier wouden ze profeet Salih en zijn volgelingen afschrikken en hun weerhouden van hun missie. Ze uitten hun rebellie.
‘’Toen slachtten ze de kamelin en overtraden zij het gebod hun Heer, en zeiden: ‘’ O Salih, breng ons hetgeen waarmee jij ons hebt bedreigd, indien jij behoort tot de boodschappers.’’[11]
Profeet Salih (a.s.) gaf het niet op en zei het volgende tegen zijn volk: ‘’O mijn volk, ik heb jullie de boodschap van mijn Heer verkondigd en jullie oprechte raad aangeboden, maar jullie houden niet van oprechte raadgevers.’’[12]
Profeet Salih (a.s.) behandelde zijn volk zeer goedhartig. Hij liet de verloochenaars alsnog zien wat ze moesten doen om gered te worden.
‘’Hij zei: ‘’O mijn volk, waarom bespoedigen jullie het kwade eerder dan het goede? Waarom vragen jullie geen vergiffenis aan Allah, opdat jullie wellicht genade wordt betoond?’’[13]
Het volk Thamud luisterde niet naar de uitspraken van de profeet.
‘’Zij zeiden: ‘’Wij voorspellen kwaad vanwege jou en vanwege degenen die met jou zijn.’’ [14]
Op deze manier verwezen ze naar profeet Salih en zijn volgelingen als bron van het kwade en rampen.
‘’En er bevonden zich in de stad negen mannen die onrust in het land veroorzaakten en niet op de juiste wijze handelen.’’[15] (Met negen mannen kunnen negen personen bedoeld worden, maar ook negen groeperingen)
Deze laaghartigen kwamen bijeen en smeden een kwade plan.
‘’Ze zeiden: ‘’Zweer tegenover elkaar bij Allah dat wij hem en zijn familie in de nacht aanvallen. Daarna zeggen wij tegen zijn bloedverwanten: ‘’Wij waren geen getuigen van de vernietigen van zijn familie en wij spreken zeker de waarheid.’’ [16]
Allah laat het volgende weten over deze gebeurtenis: ‘’ En zij beraamden een list en Wij beraamden ook een list, terwijl zij dat niet beseften.’’ [17]
De list van de verloochenaars werd profeet Salih bekendgemaakt. De profeet verliet samen met zijn familie en volgelingen de stad.
Toen de kwaaddoeners midden in de nacht bij het huis van profeet Salih (a.s.) aankwamen om hun verdorven list uit te voeren, waren ze helemaal verbaast. De profeet en zijn familie waren nergens te bekennen.
‘’De aardbeving greep hen daarop en ’s ochtends lagen zij, (roerloos) uitgestrekt, op de grond in hun woningen.’’[18]
Alle kwaaddoeners en verloochenaars waren vernietigd. De stad was geruïneerd.
De gelovigen keerden naar enige tijd weer terug naar de geruïneerde stad en zagen het resultaat van de verloochenaars. Ze legden vele dankbetuigingen af opdat zij tot de gelovigen behoorden.
Profeet Salih (a.s.) was ook samen met zijn volk teruggekeerd. De profeet gaf zijn volk wijze raad waardoor hij de gelovigen de vreugde van het geloof liet beproeven.
Soennah betekent als woord, ‘’manier, verloop, aard, beginsel, wet’’. Als religieuze term heeft het de volgende betekenissen: De woorden, daden en de ‘’takrir’s’’ van de profeet (vzmh). Takriri Soennah houdt in: Datgene wat de Profeet (v.z.m.h.) heeft gezien, maar deze heeft toegestaan door er geen reactie op te geven. De Hadiths zijn de verklaringen van de verzen. Deze verhelderen de verzen, die in het kort, de Goddelijke doeleinden verklaren. Een oordeel over een bepaald onderwerp dat niet is terug te vinden in de Koran, zal vanuit de Hadiths duidelijk gemaakt worden.
Het gebod “verricht de salaat” is de kern; de details zijn overgelaten aan de Hadiths. Het aantal rakaat en de gebedsvormen zijn niet in een gedetailleerde wijze aangegeven in de Koran. Als we de Soennah niet zouden hebben, hoe zou dan het gebod ‘’verricht de salaat’’ uitgevoerd moeten worden? De details van de Hadith “Verricht het gebed zoals ik (vzmh) dat doe’’ en van het gebod ‘’geeft de zakaat’’ zijn precies op dezelfde manier overgelaten aan de Hadiths.
De auteur van de Risale-i Nur Said Nursi verklaart dat de Hadiths de eerste tafsir (exegese) op de Koran zijn. De tafsirdie de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) heeft gedaan, zijn de primaire tafsir; zo ook zijn de eerste antwoorden van de Profeet (v.z.m.h.) op vragen die betrekking hebben op de Islamitische wetgeving, de eerste uitgesproken Fatwa’s (Islamitische rechtspraak). De oordelen van de Profeet (v.z.m.h.) zijn de eerste oordelen. Net zo als de Profeet (v.z.m.h.) op dit punt de leiderschap heeft, zo ook is Hij (v.z.m.h.) de leider van zijn gemeenschap op alle fronten.
‘’En wanneer zij met een zaak van veiligheid of vrees tot hen komen, dan verspreiden zij het. En indien zij het aan de boodschapper voorgelegd hadden, en aan degenen van hen die met gezag bekleed zijn, dan zouden degenen onder hen die onderzoeksbekwaam zijn er kennis van kunnen nemen.’’
Elk doel wordt bewandeld via diverse wegen. De weg om rijk te worden is anders dan de weg om een geleerde te worden. Om rijk te worden zal men de regels binnen de economie tot op de puntjes moeten hanteren en men moet de mensen, die op dit gebied succesvol zijn geworden, volgen. Om een geleerde te worden, zal men eerst een leerling moeten zijn van personen die het gezag hebben in dit kennisgebied. De Goddelijke waarheden bereiken is alleen mogelijk door de personen te volgen die het gezag en de bevoegdheid in dit kennisgebied hebben.
Rechtvaardigheid en waarheid, zit impliciet in het profeetschap en worden ten volle gehanteerd door de Profeet (v.z.m.h.). Ketterij, kwaad en dwaling komt van zijn vijand.
Een vers in de Koran verklaart dat het onderwerpen aan de Soennah een eis is om het welbehagen van Allah te krijgen. “Zeg (O Mohammed): Als jullie van Allah houden, volg mij dan: Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is vergevensgezind, meest barmhartig.”
De Profeet (v.z.m.h.) is een voorbeeldig persoon die de liefde en tevredenheid van onze Heer heeft. De liefde voor Allah van iemand die de Soennah van de Profeet (v.z.m.h.) niet naleeft, bestaat enkel uit woorden. Afstand nemen van de Soennah en alleen maar Koran verzen als leidraad gebruiken, houdt in dat men het lijken op die Persoon (v.z.m.h.) die Allah liefheeft, verlaat.
Iemand die de heilige Koran zelfstandig probeert te interpreteren, zonder de Hadith hierbij mee te nemen, zal in plaats van de weg van de Profeet (v.z.m.h.) zijn eigen weg volgen. De weg waartoe deze leidt, is onbekend. Het doel van het begrijpen van de Koran is het naleven en na laten leven van de Koran. De Profeet (v.z.m.h.) is de grootste ‘’gids’’ van Allah. Laten we deze waarheid vanuit de Koran bekijken.
“En wat de Boodschapper jullie geeft, neemt dat; maar wat Hij jullie verbiedt, onthoudt jullie daarvan. En vreest Allah: voorwaar, Allah is hard in de bestraffing.”
“En Hij spreekt niet uit begeerte. Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is.”
“Wie de Boodschapper gehoorzaamt, hij gehoorzaamt waarlijk Allah.”
Onder ‘’ittiba As Soennah’’ verstaan we: De weg van de Profeet (v.z.m.h.) van Allah volgen en zodoende altijd op het juiste pad blijven.
Laten we nu een vraag stellen aan ons ego. Wat zou een Moe’min (gelovige) doen die in de tijd van de Profeet (v.z.m.h.) kon leven? Uiteraard zou hij de Profeet (v.z.m.h.) in alle opzichten volgen. Toch?
Dus, vandaag de dag, Zijn (.v.z.m.h.) Soennah naleven, heeft dezelfde betekenis.
Risale-i Nur verdeelt de Soennah in drie kerngroepen: “De waardevolle Soennah van de Profeet (v.z.m.h.) heeft drie bronnen: Woorden, daden en houdingen.”
Dus de heilige Soennah van ons Profeet (v.z.m.h.) bestaan uit Zijn woorden, welke uit Zijn heilig tong vloeit, Zijn verrichte daden en Zijn houdingen waarmee Hij een voorbeeld is voor de gehele mensheid.
Een moslim zal, om de Profeet der Profeten (v.z.m.h.) na te doen, als eerste beginnen met de Fard (geboden). De geboden van Allah zijn Fard, maar ook zijn ze Soennah, uiteraard omdat de Profeet (v.z.m.h.) deze heeft uitgevoerd. Een moslim die aan de geboden van Allah precies voldoet en met gevoeligheid het verbodene verlaat, voert de Fard gedeelte van de Soennah uit. Een moslim die de Fard uitvoert, zal zijn geestelijke vooruitgang voort kunnen zetten met de extra niet verplichte gebeden (nawafil). De nawafil zijn de gebeden welke buiten de Fard vallen.
De Soennah gedeelte van de salaat vallen onder nawafil. Salat al-duha, tahiyatul masjid en tahajjud.
Adat-i hasene (mooie gewoontes) zijn de menselijke handelingen van de Profeet (v.z.m.h.) zoals eten, drinken, zitten enz. In elk van deze gewoontes zijn mooie voorbeelden voor de mens in verborgen. Een Moe’min die deze gewoontes elke dag pleegt, precies doet op de manier die de Profeet (v.z.m.h.) deed, zal een ander soort bron hebben gevonden en zal hiermee in zijn wereldlijke zaken meer vreugde en vrede ondervinden.
Onderwerpen aan de heilige Soennah verandert je gewone handeling in een aanbidding. Hiermee zal elke daad in jouw leven veranderen in een vruchtenwerpend en beloninggevend leven.
Liefde en vrees in je hart voor Allah zijn Soennah die onder de groep “houdingen” vallen.
“Onder jullie heb ik Allah het meeste lief. En ook ik vrees het meeste van Allah.” (Hadith)
17-)
Waarom moeten wij richting Kabaa bidden?
Qibla betekent in het Arabisch ‘richting’. Wanneer de Moslims bidden, wordt er dus gedacht aan de Kabaa.
De Profeet (v.z.m.h.) bad vanuit Mekke richting Kabaa of direct richting Beyt’ul Makdis. Toen Hij (v.z.m.h.) emigreerde naar Medina, heeft Hij (v.z.m.h.) weer zeventien maanden richting Beyt’ul Makdis gebeden. Echter:
“Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend daarom uw aanaangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt zijn, wendt uw aangezicht daarheen.” [qtip:1 |El Bakara, 2: 144]
De fysieke vorm van welke richting de Qibla is, toont de Kabaa aan. De Islamitische geleerden zijn hierover in overeenstemming. Wanneer de Kabaa niet te zien is en wat dan de Qibla is, zijn er drie heersende perspectieven over. Volgens Imam Ebu Hanife is de Qibla richting de Kabaa. Wanneer een Moslim bidt, is het genoeg dat hij zich richt tot de Kabaa. Want wanneer een Moslim zich ver van de Kabaa bevindt, is het onmogelijk de Kabaa exact voor zich te hebben.
Imam Shafi en Ahmed b. Hanbel staan achter het punt dat niet de richting van de Qibla, maar de Kabaa op zich de Qibla is en dus niet uitmaakt waar je bent, je altijd tot de Kabaa hoort te keren. Volgens deze geleerden wordt het gebed niet geaccepteerd zolang de Kabaa niet recht tegenover zich wordt genomen. Het derde perspectief van Imam Malik is in de kern hetzelfde als Imam Hanife’s perspectief. Volgens hem behoren de mensen die zich in Masjid Haram bevinden zich te richten tot de Kabaa; zij die zich in het Haram gebied en het gebied daarbuiten bevinden, behoren zich ook tot het Haram gebied te richten.
Je richten tot de Qibla is een verplichting. Als er niet richting de Kabaa wordt gebeden, is het gebed niet geldig. Wanneer iemand tijdens het gebed zich afwendt van de Kabaa, daarvan is het gebed niet geldig. Wanneer het gezicht zich afwendt van de Kabaa, dan wordt dit als niet passend beschouwd, maar verbreekt dit het gebed niet. Wanneer men niet exact weet welke richting hij behoort te bidden, dan behoort hij dit eerst te onderzoeken. Na zijn onderzoek, behoort hij te bidden naar de richting wat hij als Qibla heeft vastgesteld. Wanneer in dit geval de richting fout is, is het gebed nog altijd geldig.
Alleen wanneer hij tijdens het gebed zich realiseert dat hij de verkeerde richting op bidt, dan behoort hij zich wel te houden aan de Qibla. Wanneer men zonder te onderzoeken bidt en erachter komt dat zijn richting niet klopt, dan behoort het gebed over gedaan te worden. Wanneer hij in een bewegend voertuig bidt, ook dan behoort hij zich aan de Qibla te houden; mocht het voertuig van richting veranderen, dan wordt het gebed niet verbroken. Wanneer zich een levensdreigende situatie voordoet (zoals een oorlog), dan is hij niet verplicht de Qibla aan te houden. Het maakt hierbij niet uit welke richting hij bidt, het gebed wordt geaccepteerd.
Er zijn ook gevallen waarbij het niet verplicht is de Qibla aan te houden, maar het Soennah is dit wel te doen. Wanneer iemand buiten het gebed om smeekbeden verricht, wanneer er tijdens de Hadj de Ihram wordt verricht, wanneer er stenen worden gegooid, behoort met zich tot de Qibla te richten. Wanneer een dode wordt begraven, behoort zijn gezicht richting de Qibla gericht te zijn. Wanneer een dier wordt geslacht, wordt het richting de Qiblah gekeerd. Wanneer een Moslim tijdens zijn smeekbeden en daden zich tot Allah richt, toont dat aan dat de Moslim Allah’s tevredenheid wilt bereiken. Zo ook behoort men zich tijdens sommige daden zich van de Qiblah af te keren. De Profeet (v.z.m.h.) maakt met “Wanneer iemand naar het toilet gaat, laat hem dan de Qiblah noch voor zich, noch achter zich nemen. Laat hem naar het Oosten of het Westen van Medina keren.” (Nesai) duidelijk dat wanneer iemand niet nette dingen zal doen, zich niet tot de Qibla hoort te richten.
Hoewel de geleerden accepteren dat Allah’s daden niet gekoppeld kunnen worden aan een specifieke reden, hebben zij zich toch gefocust op de wijsheden van de existentie van één Qibla en het veranderen van de richting van de Qibla. Één van de belangrijkste wijsheden dat er één Qibla is, is de eenheid onder de Moslims. Zodoende zorgt één Qibla ervoor dat de onderlinge onenigheid opgeheven wordt en er in saamhorigheid hun smeekbeden verricht worden; om deze reden is er één Qibla aangewezen en is er bevolen zich hiernaar te richten. Dat de Qibla als Beyt’ul Makdis was gekozen, was om de gelovigen van de ongelovigen te scheiden. De reden dat de Qibla later is gewijzigd, is zoals het volgende vers al duidelijk maakt:
“Wij bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug toekeert.” [qtip:2|El Bakara, 2:143] om de joden van de Moslims te onderscheiden.
18-)
Wat zijn de vijf zuilen van de Islam?
De Getuigenis, ofwel de Shahadah, is met zowel tong als hart getuigen dat er slechts 1 God bestaat: ALLAH, en getuigen dat Mohammed Zijn profeet is. Hier hoort men minstens zo zeker van te zijn als dat men zeker is dat de zon bestaat.
De Salaat is een gebed dat 5 keer per dag tijdens bepaalde tijdstippen verricht hoort te worden. Naast deze dagelijkse gebeden is er een wekelijks vrijdaggebed en zijn er 2 jaarlijkse feestgebeden die gezamenlijk verricht horen te worden.
De Salaat is een Godsdienstoefening die op de mooiste wijze het dienaarschap tegenover de Schepper toont. Gedurende de Salaat proeft een moslim het spirituele genot dat men ervaart door het dienen van ALLAH, hij ontdoet zich van wereldse zaken en ondergaat een spirituele bloei.
De rituele wassing, welke “Woedhoe” genoemd wordt, hoort men eerst te halen voordat de Salaat verricht kan worden. Met deze wassing horen de handen, de armen met de ellebogen, het gezicht en de voeten gewassen te worden.
Daarbij is het een vereiste dat de kleren en de plek waar gebeden gaat worden, rein zijn.
De Salaat bezorgt een verantwoordelijkheidsgevoel in het hart en hoedt een persoon jegens kwaadheden en zonden. Het zorgt ervoor dat men zijn gevoelens onder controle krijgt, waardoor kwaadheden worden gehinderd en het karakter zich ontwikkelt.
ALLAH beveelt het volgende: “Verricht de Salaat op een volmaakte wijze, waarlijk de Salaat hoedt voor onkuisheden en kwaadheden.” (Ankebut:45)
Het gebouw waarin moslims bijeenkomen om gebeden te verrichten, noemt men Moskee of Mesdjied. Tevens zijn deze plaatsen bedoeld om kennis te vergaren; er worden onderwezen omtrent zaken die betrekking hebben met het Islamitische ethiek en geloofskwesties.
Als het tijd is voor een bepaalde Salaat wordt er Adhaan gereciteerd. De Adhaan is een oproep tot het gebed. Hoge minaretten die zich naast moskeen bevinden zijn bedoeld voor de oproepers zodat hun stemmen goed hoorbaar zijn voor het volk.
In de moskee kan de Salaat zowel individueel verricht worden als gezamenlijk, geleid door een imam of aangewezen persoon. Echter kunnen vrijdaggebeden en feestgebeden slechts gezamenlijk verricht worden.
Supplicaties worden persoonlijk verricht. Vergiffenisbeden kunnen zonder tussenpersoon, rechtstreeks gericht naar ALLAH, verricht worden.Degene die het volk in hun Godsdienstoefeningen leidt, noemt men “imam”. De plek waar de imam de Salaat leidt, noemt men “mihrab”. De plek waar de imam predikt noemt men “Koersoe” ofwel preekstoel en de plaats waar de imam tijdens vrijdaggebeden en feestgebeden een Khoetbah houdt, noemt men “minber”.
De vasten: elk jaar tijdens de maand Ramadan hoort er gevast te worden. De vasten gaat voor ingang van het ochtendgebed van start en duurt tot het avondgebed. Gedurende de vasten dient men zich te onthouden van eten, drinken en fysieke handelingen met de levenspartner.
De vasten temt het ego en versterkt de controle van de mens. Hierdoor wordt de weerstand tegen verleidingen versterkt. ALLAH beveelt het volgende in de Qur’an hierover: “O gelovigen! De vasten is jullie, zoals degenen voor jullie, verplicht gesteld; opdat jullie vroom worden.” (Baqarah; 183)
De vasten is een onderrichting van de ziel tot het weerhouden van kwaadheden en het ontwikkelen van liefde, barmhartigheid en genade. Bovendien, zoals bevestigd door geneeskunde, bevat de vasten vele voordelen voor de gezondheid van het menselijke lichaam.
De profeet (v.z.m.h) verkondigde hier ook het volgende over: “voer de vasten uit, opdat jullie gezondheid verkrijgen.”
De Zakaat (aalmoezen) is een jaarlijkse Godsdienstoefening die uitgevoerd kan worden door mensen met voldoende bezit. Degene die een jaar lang bepaalde bezittingen behoudt, behoort een veertigste deel ervan af te staan aan behoeftigen. De Zakaat is een sociaal hulpbiedend systeem dat zorgt voor contact tussen de rijkere en armere klasse.
De Zakaat hoedt rijken tegen overdreven materialisme, weerhoudt armen van haat tegenover rijken en bezorgt wederzijdse liefde en respect tussen beide klassen. Op deze wijze speelt deze Godsdienstoefening een grote rol in de vrede en veiligheid binnen de samenleving.
De Hadj (bedevaart) is een Godsdienstoefening welke verplicht is gesteld voor gezonde moslims met genoeg rijkdom om minstens eenmaal in hun leven in een bepaalde tijd de “Wakfe” te verrichten in Arafat en de Kabah te bezoeken. Met deze Godsdienstoefening draagt iedereen hetzelfde kledij, ongeacht de klasse verschillen, en doet men de dag des oordeels gedenken.
De Hadj is een reden voor gelovigen om op een oprechte wijze zich te wenden tot ALLAH en te smeken voor vergiffenis. Het bezichtigen van heilige gebieden bezorgen spirituele enthousiasme en versterken de band met het geloof.
De Hadj is een Godsdienstoefening welke allerlei verschillende volkeren met verschillende achtergronden bijeenbrengt, met slechts 1 unaniem doel: de tevredenheid van ALLAH winnen. Op sociale punt dient het als een congres tussen volkeren.
Het is te zien dat Islamitische Godsdienstoefeningen de persoon weerhouden van kwaadheden, het karakter ontwikkelen naar het goede en leiden naar volmaaktheid. Eveneens zorgt het ook voor orde in de maatschappij.
19-)
Wat is het nut van het lezen van Risale-Nur kunt u daar meer uitleg over geven. En bestaat dat boek ook in het nederlands?
De Risale-i Nur is een boekenreeks die geschreven is door de Islamitische geleerde Said Nursî. Strokend met positieve wetenschappen, worden Qur’anische waarheden uiteengezet en bewezen in deze reeks.
De drie belangrijkste vragen van de mens “Wat ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar zal ik eindigen?” worden in een aantrekkelijke en originele stijl op een zeer heldere en doorslaggevende wijze beantwoord. De ziel en het verstand worden verlicht en tevreden gesteld dankzij de Risale-i Nur. De lastigste vragen worden beantwoord en twijfels die deze eeuw teweegbrengen omtrent het geloof worden weggewerkt. Onderwerpen waarover geleerden eeuwen discussieerden, worden opgelost in de Risale-i Nur. Daarenboven wordt het voornoemde volledig uitgevoerd op een originele wijze die niet eerder gezien is.
Het doel van de Risale-i Nur is het geloof van gelovigen redden en versterken, en zij die behoeftig zijn aan het geloof overtuiging schenken. De Risale-i Nur daagt de wereld uit om haar conclusies tegen te spreken en beweert de koppigste atheïsten en filosofen te hebben laten zwijgen. Ondanks deze gewaagde beweringen, is er tot op heden niet één tegenstrever geweest die ook maar één uiteengezette geloofswaarheid in de Risale-i Nur heeft kunnen tegenspreken.
Het bovengenoemde zou een gelovige genoeg reden geven om de Risale-i Nur te lezen. Gedurende deze verwarrende tijden waarin de mensheid op zoek is naar zekerheid, biedt de Risale-i Nur een houvast aan de mensen die krachtig genoeg is om men een onwrikbare overtuiging te schenken waar geen betwistende filosofie of theorie tegen op kan. Doorslaggevende argumenten worden geleverd aan alle soorten areligieuze argumentaties. Aldus, als u verlost wil worden van twijfels aangaande geloofswaarheden, het Godsbestaan, de Qur’an, het profeetschap van Mohammed en overige profeten, het lot of dergelijke onderwerpen meer, dan zijn wij er absoluut van overtuigd dat de Risale-i Nurhet antwoord voor u is. Het nut van de Risale-i Nur is uiteindelijk niet te verwoorden, het moet gelezen worden zodat het gevoeld kan worden.
Enkele broeders en zusters zijn hard bezig met het vertalen van de Risale-i Nur. Momenteel zijn er nog niet veel boeken naar het Nederlands vertaald. Slechts een paar kleine boekjes zijn momenteel verkrijgbaar via enkele sites. Degenen die de Engelse taal beheersen, raden we aan om de Engelse versies te lezen, totdat de Nederlandse versies ook verschijnen.
We hopen dat u smeekbeden verricht voor de vertalers van de Risale-i Nur, opdat ALLAH hen helpt met het vertalen en de grote behoefte naar geloof in Nederland enigszins kan worden beantwoord.
20-)
Is het toegestaan om te werken in een plaats waar alcoholische dranken worden verkocht?
Het is niet toegestaan om te werken in een plaats, zoals een café of bar, waar alle van de inkomsten bestaat uit alcoholische dranken. Echter, de toestand van de plaatsen waar de toegestane goederen worden samen verkocht met alcoholische dranken is anders.
Het is haram (verboden) om alcoholische dranken te kopen, verkopen, vervoeren en bedienen. Het is daarom niet toegestaan om te werken in die afdelingen. Echter is het wel toegestaan om in de andere afdelingen te werken.
21-)
De Vrouw die het Huis van Allah Schoonmaakte
Er was eens een vrouw, haar naam was Ummu Mihjạn. Ze woonde in Medina, de gezegende stad van onze Profeet. Deze gerespecteerde moeder, wier gevoelens en gedachtes zo puur waren als zijzelf, zei op een dag:
“Nu de Almachtige Allah mijn hart heeft gezuiverd van ongeloof, laat mij dan Zijn huis schoonmaken.” Ze besloot elke dag de moskee schoon te maken. Van nu af aan zou ze ạl-Mạsjid ạl-Nạbạwī, de moskee van de Profeet in Medina, waar onze Profeet de moslims onderwees en waar moslims Allah aanbaden, zo goed mogelijk schoonmaken..
Ummu Mihjạn was arm, maar had een rijk hart. Wanneer zij de moskee schoonmaakte, voelde ze rust in haar hart, alsof het werd gezuiverd. Ze voelde vreugde en geluk.
Op een dag werd Ummu Mihjạn ziek. Ze was daardoor beroofd van de mogelijkheid om achter onze meester, de Boodschapper van Allah, te bidden. Ze was met haar lichaam in bed, maar met haar ziel was ze onder de mensen met zuivere harten, die achter de Boodschapper van Allah baden. Ze hoopte dat ze beter zou worden om haar verplichtingen in de moskee na te komen, maar ze werd niet beter. In haar oren klonk de rustgevende stem van onze Profeet en in haar hart had ze de wens om, met haar hoofd op de grond, Allah te aanbidden.
Toen onze Profeet haar enkele dagen niet had gezien, vroeg hij naar haar. Haar buren zeiden:
- “Zij is ziek, o Boodschapper van Allah.”
Toen hij dit hoorde, liep onze barmhartige Profeet naar het huis van Ummu Mihjạn. Zij woonde aan de rand van de stad. Degenen die daar vòòr hem arriveerden, vertelden haar:
- “Goed nieuws oh Ummu Mihjạn. De Boodschapper van Allah komt eraan om jou een bezoek te brengen.”
Toen Ummu Mihjạn dit goede nieuws hoorde, wist ze niet wat ze moest doen. Haar hart, dat al moe was van het ziek-zijn, begon nu sneller te kloppen. Haar voorhoofd was helemaal bezweet. Even later klonk een lieve stem:
“Vrede zij met jou (As-Salamu Alaykum)”, zei onze Profeet. Een zwakke stem vol met dank antwoordde: “En vrede zij met jou, o Boodschapper van Allah.” Het bezoek zelf was kort, maar in werkelijkheid was de waarde van die korte tijd zeer groot. Dit vanwege het feit dat het de Boodschapper van Allah was die haar kwam opzoeken, de vader van de wezen, de beschermer van de zwakken en de zuivere mens.
Onze Profeet hield heel veel van moslims die aandacht besteedden aan de schoonheid van hun lichaam, van hun ziel en van hun omgeving. Hij zei: " Allah is schoon en Hij houdt van degenen die schoon zijn." (ạl-Tirmizī, Adab, 41)
Onze geliefde Profeet vroeg voortdurend aan haar buren naar de gezondheid van Ummu Mihjạn. Op een dag zei hij tegen haar buren:
- “Als Ummu Mihjạn sterft, begraaf haar dan niet voordat ik het weet.”
Op een avond gaf Ummu Mihjạn haar zuivere ziel, verschoond met de liefde van dienstbaarheid voor Allah en Zijn boodschapper, aan de engel des doods, die door Allah werd gestuurd. Haar buren hadden haar zonder enig tijdverlies gewassen en in een lijkwade gewikkeld. Toen ze klaar waren met de voorbereidingen vertrokken ze. Ze liepen naar het huis van onze meester de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Het nachtgebed (Salāt ạl-Ishā’) was al verricht en onze Profeet was al aan het slapen. Dit bedroefde hen. Ummu Mihjạn, die een speciale plaats had onder haar buren en na het bezoek van onze Profeet nog geliefder was geworden, zou worden begraven zonder deze laatste en belangrijkste eer, het gebed van de Profeet.
De buren van Ummu Mihjạn zeiden tegen elkaar:" Het mocht blijkbaar niet zo zijn …."
- “Het zou niet goed zijn om de Boodschapper van Allah nu te storen.”
- “Het is mogelijk dat hij in zijn slaap een goddelijke openbaring ontvangt, en als we dat onderbreken maken we wellicht een fout.”
- “Ja, laten we hem niet storen”, zeiden zij.
Vanwege deze zorgen werd Ummu Mihjạn, zonder de Profeet op de hoogte te brengen, naar begraafplaats de Baqie gebracht. Het begrafenisgebed (Salāt ạl-Jạnāzạah) werd verricht en ze werd begraven. De Eervolle Metgezellen van de Profeet plaatsten haar in haar graf en baden tot Allah voor genade. Toen de Boodschapper van Allah in de ochtend naar haar vroeg, antwoordden zij:
- “Ze is begraven o Boodschapper van Allah. Nadat we de voorbereidingen hadden afgerond waren we tot u gekomen, maar u sliep. We vonden dat we niet het recht hadden om u wakker te maken.”
- “Kom met me mee”, zei onze Profeet, en hij liep samen met zijn metgezellen naar begraafplaats de Baqie. De buren van Ummu Mihjạn lieten hem haar graf zien. De metgezellen verrichtten het begrafenisgebed opnieuw, maar nu samen met de Boodschapper van Allah. Nadat ze hadden gebeden voor vergiffenis en barmhartigheid van Allah de Genadevolle, verlieten allen de begraafplaats.[qtip:1| A. L. Kazanci, (aangepast opgemaakt, vanuit de serie ‘Het tijdperk van Gelukzaligheid’)]
[1] A. L. Kazanci, (aangepast opgemaakt, vanuit de serie ‘Het tijdperk van Gelukzaligheid’)
22-)
Materialen ter bescherming van de boze oog?
Het is niet toegestaan om zulke dingen te dragen of te gebruiken om onszelf te beschermen tegen boze oog, tenzij je een ander doel voor ogen hebt en zulke dingen niet draagt voor bescherming.
Volgens de Islam zijn moppen niet haram (niet verboden), tenzij er aspecten in de moppen voorkomen die tegen de islam zijn.
Dus moppen met aspecten tegen de Islam zijn haram.
24-)
Wat of wie zijn djinn?
Een djinn is een bovennatuurlijk geestelijk wezen. Djinns zijn in staat om te veranderen in verschillende vormen, zijn geschapen uit lucht en rookloze vlam van vuur, zijn slim en zijn niet te waarnemen met het blote oog. Volgens sommige overleveringen zijn Djinns in de vorm van verschillende dieren gezien. Vaak zelfs in de vorm van een slang.
Djinns zijn ook net als mensen aansprakelijk voor hun daden. Ook zij hebben de plicht om te geloven en de gebeden uit te voeren. De profeet (v.z.m.h.) is als profeet gestuurd voor de mensen en voor de Djinns. Er zijn zelfs verzen in de Koran die beginnen met “O, groep van djinn en mensen!” [qtip:(1)|Koran, hoofdstuk Rahman, vers 33]
Een djinn kan ook een geloof bezitten net als bij mensen. Er zijn zowel goede als slechte djinns. Zij zullen ook terechtgesteld worden voor hun daden. Goede djinns zullen beloond worden met de hemel, slechte djinns zullen bestraft worden in de hel.
Imam Al-Ghazālī zegt dat alleen de profeten (v.z.m.h.) de djinns en engelen in hun oorspronkelijke gedaantes kunnen waarnemen en dat alleen sommige heiligen ze in bepaalde gedaantes kunnen waarnemen. [qtip:(2)|Imam Al-Ghazālī, Ihya ulum al-din 'De herwaardering van de religieuze wetenschappen' 111/53, Mısır, 1387 ]
25-)
Wanneer de engelen je slechte daden opschrijven?
De mogelijkheid dat mensen het goede van het kwade, de waarheid van de leugen kunnen scheiden, is vanaf de puberteit. Allah (de Verhevene) laat kinderen hun daden niet veratnwoorden bij de vlakte van wederopstanding. De plichten zoals het gebed en het vasten worden gevraagd vanaf de puberteit. Dus de verantwoording begint vanaf de puberteit.
Vanaf dat moment schrijven de Hafaza engelen de goede daden aan de rechterkant en de slechte daden aan de linkerkant. Dit doen ze een hele leven lang van elk mens. Vanaf dat moment moet men gaan bidden(en andere plichten) en dat is dus de pubertijd.
De pubertijd is tussen 12 en 15 jaar. De puberteit van een persoon staat niet vast. Bij een jongen kan de puberteit beginnen tussen de 12 en 15 jaar en bij een meisje kan dit beginnen tussen de 9 en 15 jaar. Als een dame niet weet wanneer zij haar puberteit heeft gehad, kan ze rekenen vanaf 12 jaar.
Vanaf de eerste zaadlozing bij een jongen en de eerste menstruatie bij een meisje, wordt elke verantwoording in het dadenschrift geschreven als “voldaan” of “niet voldaan”.
26-)
Moeten moslima meisjes echt een hoofddoek? En wat als je dat niet doet?
Beste Sadia,
Het antwoord op je vraag staat in de laatste alinea van het onderstaande artikel.
/wat-de-beginleeftijd-van-hoofddoek-dragen
Tevens raden we je aan het volgende artikel te lezen om zo het belang en waarde van de versluiering beter te begrijpen.
/uiteenzetting-over-de-versluiering
27-)
De Hanafītische School en Haar Stichter: Imam Abū Hanīfa
Abū Hanīfa Nuʿmān ibn Thābit is geboren in Kufa (80/699) en gestorven in Bagdad (150/767). Zijn grootvader is als slaaf van Perzië naar Kufa gebracht en verkreeg later zijn vrijheid. De bijnaam van Abū Hanīfa was Imam al-Aʿzam=de grootste leider. Zijn grote meester was Hammād ibn Sulayman (gest 120/738). Onder de leraren van Hammād bevonden zich Ibrahim al-Nakhaʿi, Qādhī Shurayh, ‘Alqamah, Masrūq en al-Aswad van de tābiʿīn. Van de metgezellen dienen we te noemen ʿAbdullah Ibn Masʿūd en ‘Ali ibn Abū Tālib. Deze leraren waren eveneens leiders van de school van ra’y. Volgens de historicus Ibn Khallikān[qtip:(1)| Ahmed ibn Muhammad ibn Khallikān, Wafayāt al-Aʿyān wa Anbā’u Abnā’ al-Zaman] is Abū Hanīfa vroeg genoeg geboren om vier van de metgezellen te kunnen hebben ontmoet, namelijk Anas ibn Mālik en ʿAbdullah ibn ‘Awf, die beide niet in Kufa resideerden, en twee anderen. Maar hij zag hen nooit, noch ontving hij van een van hen ooit traditionele uitspraken van de Profeet. De volgelingen van Abu Hanifa beweerden het tegenovergestelde.
Jaʿfar ibn Rabiʿah zei dat hij vijf jaar lang de colleges die werden gegeven door Abū Hanīfa heeft bijgewoond en hij zei ook dat hij nooit een man had ontmoet die langer zwijgzaam kon blijven dan hij deed; doch die, wanneer hij omtrent een jurisprudentieel punt werd ondervraagd, zichzelf in een stortvloed van woorden stortte. Hij was een meester van het hoogste niveau, eveneens wat de kunst van conclusies trekken uit analogische gebeurtenissen (qiyās) betreft.[qtip:(2)| Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah wa Misbāh al-Siyādah]
Abū Hanifa praktiseerde de methode van het lesgeven in de vroege Islam, die bekend staat onder de naam halaqa (studiecirkel), waarin degenen die kennis zochten van een meester rond hem zaten in de vorm van een cirkel en tevens de ontvangers van de verhandeling waren. Imam Abū Hanīfa bezocht de cirkel van Imam Jaʿfar al-Sādiq regelmatig en trok er in sterke mate profijt van. Soms bediscussieerden zij een probleem voor de duur van zestig dagen; de besluiten werden op papier gezet door Imam Muhammed en Imam Abū Yūsuf. Zijn werken bevatten classificaties van het islamitische recht volgens bābs (gedeeltes) en fasls (hoofdstukken). Het aantal van deze wettelijke beslissingen bereikte de 63.000 en werd in alle fiqhboeken opgenomen.
Het geniale van Imam Abū Hanīfa bevindt zich in zijn perspectief van fiqh als een dynamisch voertuig, dat te allen tijde voor alle mensen beschikbaar dient te zijn. Hij zag de Islam als een universeel idee, toegankelijk voor alle rassen, overal en altijd. Fiqh was geen statische code die toepasbaar was voor één situatie op één plaats, maar een mechanisme dat gelijktijdig stabiele ondersteuning aan de islamitische beschaving zou kunnen verlenen en bovendien zou kunnen dienen als een beslissende factor, een beslissende, doorslaggevende snede in debatten met andere beschavingen. Hij zag in dat de rigoreuze en nauwgezet precieze methodologie van de Medinensische school het vermogen van juristen om met onvoorziene uitdagingen om te gaan, die nieuwe situaties zouden kunnen veroorzaken, zou verstikken. Daartoe breidde hij de basis voor degelijke wettelijke meningen uit.
Volgens Imam Abū Hanīfa zijn de bronnen van fiqh de volgende: (1) de Koran, (2) de Soennavan de Profeet, (3) Ijmā‘, consensus van sommige, niet noodzakelijkerwijs alle metgezellen, (4) Qiyās (afleiden via analogie met vergelijkbare gevallen waarover is beslist op basis van de eerste drie principes) en (5) Istihsān (creatieve juridische opvattingen gebaseerd op degelijke, solide principes). Met de aanvaarding van de istihsān als een legitieme methodologie voorzag Imam Abū Hanīfa een creatief proces betreffende de duurzame evolutie van fiqh. Geen islamitische jurist zou zonder materialen worden achtergelaten, om met nieuwe situaties en nieuwe uitdagingen van tot dan toe onbekende toekomstige beschavingen te kunnen omgaan.[qtip: (3)| Ibn Khallikān, Wafayāt al-Aʿyān]
Een ander begrip behoeft hier verduidelijking, te weten ijtihād (basiswoord j-h-d, hetgeen strijd betekent). Ijtihād is de gedisciplineerde en doelgerichte, geconcentreerde intellectuele activiteit, waarvan het eindresultaat ijmā‘, qiyās of istihsān is. Ijtihād is een proces. De Hanafītische school verschaft de grootste speelruimte voor ijtihād. Er zijn echter accentverschillen. In de Jaʿfarītische school ligt de nadruk op de ijtihād van de imams. In de Hanafītische school ligt het accent op de ijtihād van de metgezellen van de Profeet, maar is de ijtihād van de geleerde juristen eveneens aanvaardbaar. Er zijn ook verschillen waarneembaar tussen de Kufī fiqhscholen (zoals die van Imam Abū Hanīfa) en de Medinensische fiqhscholen (zoals die van Imam Mālik) voor wat de speelruimte betreft die zij de ijtihād toestaan. De ijmā‘ ofwel consensus van de Medinesische school komt in de eerste instantie tot stand door bewijs (vanuit de Koran) of door correlatie, door verband met de Soenna van de Profeet. De vereisten voor ijmā‘ of consensus in de Kufī scholen zijn enigszins liberaler en houden niet alleen bewijsvorming vanuit de Koran en de Soenna van de Profeet in, maar ook de ijtihād van de metgezellen of van de geleerde juristen.[qtip: (4) | Shamsuddīn Muhammed Al-Dhahabī, Siyar Aʿlām al-Nubalā]
Abū Hanīfa was een vermogend, onafhankelijk handelaar met een perfect karakter. Hij heeft zijn leven aan de studie van religie en wet gewijd, waarbij hij colleges in Kufa hield voor zijn privécirkel van studenten. Zijn mening over wettelijke aangelegenheden werd vaak gevraagd. Hij heeft geen werken achtergelaten, met uitzondering van een klein boekje over theologie en geloof genaamd al-Fiqh al-Akbar. Zijn zogenaamde Musnadis samengesteld door een van zijn studenten en bevat de hadīthsdie hij gebruikte.[qtip:(5) | Doi, Sharī‛ah: Islamic Law]
Het was Abū Hanīfa die aanleiding heeft gegeven tot de beroemde controverse betreffende het gebruik van mening (ra’y) in wetgeving, en deze handeling heeft hem bittere verwijten opgeleverd. De aanklacht van zijn vijanden was dat hij het speculatieve element benadrukte ten koste van de hadīths, terwijl zijn discipelen oprecht volhielden dat hij alleen qiyās gebruikte wanneer hij geen relevante bepalingen in hadīths kon vinden. De waarheid is dat “Abū Hanīfa geen uitzondering maakte bij het gebruik van qiyās, maar van mening was dat zij allen gelijkwaardige handelingen betroffen.” We weten dat er niet veel waarheid is gelegen in de bewering dat qiyās de introductie van het gebruik van ra’y heeft ingeluid. Integendeel, qiyās heeft het buitensporige en wetteloze gebruik van ra’y, dat tot dan toe door iedereen in de praktijk werd gebracht, juist beteugeld.[qtip: (6) | Al-Qattān, Tārīkh al-Tashrī‘ al-Islāmī]
Het is waar dat Abū Hanīfa eveneens het principe van istihsān introduceerde,dat in feite een vorm was van het gebruik van ra’y, doch alle scholen hebben het gehanteerd. Het enige verschil tussen Abū Hanīfa en de rest is geweest dat AbūHanīfa wist wat hij deed en niet bang was daar openlijk voor uit te komen, terwijl anderen hetzelfde deden op en min of meer verhulde wijze. Het werk van Abū Hanīfa kan nauwelijks worden overschat, want hij heeft de eerste poging gedaan om de islamitische wet te codificeren, daarbij gebruikmakend van qiyāsals een van zijn bronnen. Via deze werkwijze ontwikkelde Abū Hanīfa, terloops, voor de eerste keer een wettelijke theorie (usūl al-fiqh). Abū Hanīfa’s werk is aangevuld en voltooid door zijn intieme cirkel van volgelingen, in het bijzonder Abū Yusuf en Muhammed ibn al-Hasan.[qtip: (7) | Christopher Roederer en Darrel Moellendorf, Jurisprudence]
We moeten op deze plaats enkele belangrijke werken van de Hanafītische school noemen. De geschriften van de mujtahids zijn, net als de mujtahids zelf, later door Hanafītische juristen in drie hoofdcategorieën ingedeeld.
1. De zogenaamde usūl (basis) of zāhir al-riwāyah (betrouwbare overdracht) of zāhir al-madhhab (de gevestigde leerstellingen van de school). Dit zijn de meningen en perspectieven van Abū Hanīfa en zijn volgelingen Abū Yusuf, Muhammed ibn al-Hasan en tevens van Zufar en Hasan ibn Ziyād, die zijn weergegeven in gelijknamige boeken, te weten kutub zāhir al-riwāyah. Deze boeken zijn de Mabsūt, al-Jāmiʿ al-Kabīr, al-Jāmiʿ al-Saghīr en al-Siyar al-Kabīr, al-Siyar al-Saghīr en al-Ziyādāt, alle geschreven door Muhammed ibn al-Hasan, Abū Hanīfa’s discipel.
2.De zogenaamde al-nawādir. Dit zijn de opvattingen en de perspectieven van bovenstaande juristen, zoals weergegeven in andere dan bovengenoemde boeken, zoals al-Kisāniyyāt, al-Hāruniyyāt, al-Jurjāniyyāt en al-Rāqiyyāt, door dezelfde Muhammed; al-Amāli van Abū Yusuf, de boeken geschreven door Hasan ibn Ziyād en Zufar.
3.Tenslotte dewāqiʿāt, namelijk de standpunten van latere mujtahids, zoals ʿIsāmuddīn ibn Yusuf, ibn Rustam, Muhammed ibn Samāʿah, Abū Sulaymān al-Jurjāni, Abū Hafs al-Bukhāri. Het eerste boek uit deze groep was de NawāzilvanAbū al-Layth al-Samarqandi. Het werd gevolgd door: al-Nātifi’s Kitāb Majmūʿ al-Nawāzil wa al-Wāqiʿāt. Later hebben andere schrijvers, met inbegrip van Qādhīkhān, werken samengesteld waarin zij de opvattingen van deze vroege boeken hebben verzameld.
De beste compendia van de ‘opvattingen van de eerste klasse’ (usūl) vormen de Kāfī en de Muntaqā. Een commentaar op de Kāfī is geschreven door al-Sarakhsī in een werk getiteld al-Mabsūt, een uitgebreid werk van liefst dertig delen.[qtip: (8) | Al-Zuhaylī, al-Fiqh al-Islamī]
We willen enige korte informatie verschaffen over de belangrijkste volgelingen van Imam Abū Hanīfa, die eveneens tot de stichters van de Hanafitische school worden gerekend.
A) Abū Yūsuf, Yaʿqūb ibn Ibrāhim, (113/731-182/799) was veruit de meest belangrijke volgeling van Abū Hanīfa. Hij was degene die de principes, die werden verkondigd door de meester, op schrift heeft gesteld en die een positie ten opzichte van hem bekleedde die zich laat vergelijken met die van Plato ten opzichte van Socrates. Abū Yusuf had een positie als hoofdrechter (qādhī al-qudhāt) in Bagdad onder de welbekende kalief Hārun al-Rashīd, die bij belangrijke staatszaken gewoon was zijn advies in te winnen. In antwoord op zekere vragen van de kalief betreffende belasting en andere openbare wettelijke aangelegenheden schreef Abū Yusuf zijn beroemde Kitāb al-Kharāj, een waardevolle beschouwing over deze onderwerpen. Wanneer Abū Hanīfa een besluit nam over een wettelijke kwestie en alle juristen van de stad daarmee instemden, vertelde hij Abū Yusuf: “Schrijf het op.”[qtip: (9) | Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah]
B) Imam Muhammed ibn al-Hasan al-Shaybāni (135/752-189/804-05) was de jongste van deze volgelingen, maar wel verreweg de meest volhardende. Toen Imam al-Shāfi‘ī naar Bagdad ging, bevond Muhammed ibn al-Hasan zich daar ook: beide ontmoetten elkaar herhaaldelijk en discussieerden over wetszaken in tegenwoordigheid van Hārun al-Rashīd. Van al-Shāfiʿī werd (later) vernomen dat hij heeft gezegd: “Ik heb nog nooit iemand gezien die geen spier van zijn gezicht vertrok wanneer hij werd ondervraagd over een kwestie die het nodige nadenken vereiste, doch ik moet dat van Muhammed ibn al-Hasan accepteren.” Hij voegde eraan toe: “De informatie die ik uit mijn hoofd heb geleerd van Muhammed ibn al-Hasan zou volstaan om een kameel te bevrachten.”[qtip: (10) | Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī]
Muhammed bracht de toepassingen van de principes die door de meester waren vastgesteld bijeen in een corpus juris, dat als basis zou dienen voor vele toekomstige boeken over de toepassingen van fiqhen de commentaren daarop. Dit werk vormt het meest gezaghebbende bronnenboek voor de Hanafītische regelgeving. De titels van deze boeken zijn hierboven vermeld.[qtip: (11) | Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II]
Imam Abū Hanīfa heeft de wetschool die naar hem is vernoemd niet zelfstandig in het leven geroepen, noch heeft hij zijn methodologie persoonlijk op schrift gesteld. Schrijven was geen standaardbezigheid in die tijd, spreken vormde nog steeds de voornaamste communicatiemethode. De toespraak, de redevoering was het primaire middel voor instructie en lesgeven; de syntaxis en de grammatica van de Arabische taal werden geleerd door middel van memorisatie. Documentatie werd overgelaten aan studenten en volgelingen uit latere generaties. Het zou tot de elfde eeuw n.Chr. duren voordat de Hanafītische school volledig gedocumenteerd en toegelicht zou zijn. De belangrijkste Hanafītische wetenschappers waren ʿAbdullah ‘Umar al-Dabbusi (1038), Ahmed Husayn al-Bayhaqī (1065), ‘Ali Muhammed al-Pazdawī (1089) en Abū Bakr al-Sarakhsī (1096).[qtip: (12) | Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II]
Enkele veelgebruikte begrippen in Hanafītische werken: Er zijn enkele begrippen die door studenten en onderzoekers van Hanafītische wetboeken dienen te worden begrepen:
1) Ten eerste zāhir al-riwāyah (betrouwbare overdracht) of zāhir al-madhhab (de gevestigde leerstellingen van de school). Dit zijn de meningen en opvattingen van Abū Hanīfa en zijn volgelingen Abū Yusuf, Muhammed ibn al-Hasan, evenals Zufar en Hasan ibn Ziyād, die zijn opgenomen in de gelijknamige werken, te weten, kutub zāhir al-riwāyah.
2) Ten tweede zijn er enkele symbolische, specifieke uitdrukkingen in Hanafītische boeken: al-imām verwijst naar Abū Hanīfa; sjeikhayn (twee meesters) naar Abū Hanīfa en Abū Yusuf; imāmayn(twee imams) naar Abū Yusuf en Imam Muhammed. Sāhibayn verwijst naar hetzelfde en al-awwal verwijst naar Imam Abū Hanīfa,al-thāniverwijst naar Abū Yusuf en al-thālith verwijst naar Imam Muhammed.[qtip: (13) | Akgunduz en Cin]
3) Ten derde al-Mutūnof“al-Mutūn al-Arbaʿah al-Muʿtabarah” (de vier gezaghebbende teksten)zijn: I) al-Mukhtār door Majduddīn ʿAbdullah, II) al-Wiqāyah door Taj al-Sharī‘ah Mahmūd, III) Majmaʿ al-Bahrayn door ibn al-Sa‘āti, IV) Kanz al-Daqā’iq door Hafizuddīn uit Nasaf.[qtip: (14) | Akgündüz, Kulliyāt]
Vanaf de 10de eeuw is de Hanafītische school begunstigd door de Abbasiden in Bagdad, die de bescherming genoten van de Seljuq Turken. De Turken waren bijzonder ingenomen met de gelijkwaardige opstelling van Imam Abū Hanīfa en tevens met de creatieve aspecten van de Hanafītische fiqh. Toen zij de Islam omarmden, werden zij Hanafīten en de fundamentele verdedigers van de school. De Turkse dynastieën in de 11de en 12de eeuw ondersteunden net als de Ottomanen, de Hanafītische fiqh. De Timuriden, Turkomanen en de Grote Mongolen van India waren eveneens fervente aanhangers. Vanwege deze historische redenen is de Hanafītische school de meest wijdverbreide van de diverse fiqhscholen in de hedendaagse islamitische wereld. De meeste moslims van Pakistan, India, Afghanistan, de Centraal Aziatische Republieken, Perzië (tot de 16de eeuw), Turkije, Noord-Irak, Bosnië, Albanië, Macedonië, Rusland en Tsjetchenië volgen de Hanafītische fiqh. Een groot aantal Egyptenaren, Sudanezen, Eritreanen en Syriërs is eveneens Hanafītisch, hoewel de Mālikītische en de Shāfiʿītische scholen daar ook vaste voet aan de grond hebben gekregen, vanwege redenen die geworteld zijn in geografische omstandigheden, zoals we later zullen zien.[qtip: (15) | Zaydan, al-Madkhal li Dirāsah al-Sharī‛ah al-Islāmiyyah]
[1] Ahmed ibn Muhammad ibn Khallikān, Wafayāt al-Aʿyān wa Anbā’u Abnā’ al-Zaman, (Beiroet: Dār al-Kutub al-ʿIlmiyyah, 1998), vol. IV, pp. 576-85.
[2] Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah wa Misbāh al-Siyādah (Beiroet: Dār al-Kutub al-Ilmiyyah, 1985), vol. II, p. 174; Mannāʿ al-Qattān, Tārīkh al-Tashrīʿ al-Islamī (Beiroet: al-Risālah, 1987), pp. 265-70; Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī, Ali Muhammad al-Mu‘awwadh en Ādil Ahmed Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī ‘al-Islamī,vols. I-II, (Beiroet: Dār al-Maktabah al-Ilmiyyah, 2000),vol. II, pp. 73-80; Auda, Maqāsid al-Sharī‘ah as Philosophy of Islamic Law, pp. 65-66; al-Zuhaylī, al-Fiqh al-Islamī, vol. I, pp. 41-5.
[3] Ibn Khallikān, Wafayāt al-Aʿyān, vol. IV, pp. 576-85; Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī, vol. II, pp. 80-3; Al-Qattān, Tārīkh al-Tashrīʿ al-Islāmī, pp. 271-76.
[4] Shamsuddīn Muhammed Al-Dhahabī, Siyar Aʿlām al-Nubalā, (Beiroet: Al-Risālah, 1982), vol. VI, pp. 390-403; Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II, pp. 174-94; Aghnides, Islamic Theories of Finance, pp. 138-40.
[5] Doi, Sharī‛ah: Islamic Law, pp. 135-41.
[6] Al-Qattān, Tārīkh al-Tashrī‘ al-Islāmī, pp. 276-79; vgl. Ibn al-Qayyim al-Jawziyya, I‘lām al-Muwaqqi‘īn ‘an Rabb al-’Ālamīn (Beiroet: Dar al-Nafā’is, 2002), vol. I, pp. 61, 170.
[7] Vgl. Christopher Roederer en Darrel Moellendorf, Jurisprudence, (Lansdowne: Juta and Company Ltd, 2007), pp. 470ff.
[8] Al-Zuhaylī, al-Fiqh al-Islamī, vol. I, pp. 64-66; Muhammed Amin ibn ‘Ābidīn, Radd al-Mukhtār, vol. I(Caïro: Maktaba al-Halabī, 1966), pp. 50-51, 69-70; Ibn ‘Ābidīn, Rasm al-Muftī (Majmūʿah Rasaʿil ibn ‘Ābidīn, (Istanbul: al-Matba‘ah al-Ām’rah, 1325/1907), vol. I, pp. 10-21; al-Qattān, Tārīkh al-Tashrīʿ al-Islāmī, pp. 279-81.
[9] Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II, pp. 211-17; Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī, vol. II, pp. 84; Doi, Sharī‛ah: Islamic Law, p. 141; Aghnides, Islamic Theories of Finance, p. 140.
[10] Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī, vol. II, pp. 85.
[11] Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II, pp. 217-22; Auda, Maqāsid al-Sharī‘ah as Philosophy of Islamic Law, p. 66; Aghnides, Islamic Theories of Finance, pp. 140-41.
[12] Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah, vol. II, pp. 224-36; Doi, Sharī‛ah: Islamic Law, p. 141; vgl. Melchert, The Formation of the Sunnī Schools of Law, 9th-10th Centuries, pp. 48ff.
[13] Akgunduz en Cin, Turk Hukuk Tarihi, vol. I, pp. 124-25; Abdulkarim Zaydan, al-Madkhal li Dirāsah al-Sharī‛ah al-Islāmiyyah (Bagdad, Matba‘ah al-Ānī, 1977)), pp. 155-59; Qinali-zādah Ali Chalabi, Tabaqāt al-Mujtahidīn, De bibliotheek van Sulaymaniye, Geschonken Manuscripten, No: 2172, p. 59/B; Muhammed Abū Zahra, Abū Hanīfa(Caïro: Dār al-Fikr al-Arabī, 1997), pp. 5-20.
[14] Akgündüz, Kulliyāt, p. 38, 77; Tashkopruzadeh, Miftāh al-Saʿādah wa Misbāh al-Siyādah, 2/236-58.
[15] Zaydan, al-Madkhal li Dirāsah al-Sharī‛ah al-Islāmiyyah, pp. 159-62; Qinali-zādah Ali Chalabi, Tabaqāt al-Mujtahidīn, De bibliotheek van Sulaymaniye, Geschonken Manuscripten, No. 2172, pp. 59-61; Mu‘awwadh en Abdulmawjūd, Tārikh al-Tashrī‘ al-Islamī, vol. II, pp. 97-100.
28-)
De Mens en Godsdienst
Ons lichaam is zoals een auto, met onze ziel als bestuurder. Kunnen we betogen dat we de bestuurder gevoed hebben, als we benzine in de tank gedaan hebben? Om dit te betogen zou echt belachelijk zijn. Omdat we heel goed weten dat de auto brandstof nodig heeft en de bestuurder voedsel. Is het niet meer dan belachelijk om aan te nemen dat we, door iemand te eten te geven, ook zijn ziel gevoed hebben ?
De mens is een wezen dat bestaat uit lichaam en ziel, het lichaam vertegenwoordigt de materiële zijde en de ziel de spirituele kant. Onze ziel (geest) is wat ons onderscheidt van andere wezens en is wat ons menselijk maakt. We kunnen de ziel niet met onze zintuigen waarnemen. De relatie van de ziel met het lichaam is als die van een lamp en elektriciteit.
We kunnen elektriciteit niet zien, maar realiseren het bestaan ervan als we het licht aandoen. Net zoals een lamp niet kan functioneren zonder elektriciteit, zo is het met een mens die niet kan leven zonder ziel.
De ziel heeft behoeften, net zoals het lichaam dat heeft. Het lichaam krijgt honger, dorst en heeft last van de kou. Het lichaam heeft behoefte aan voedsel, drank en warmte. De ziel leeft door het ervaren van vreugde en droefenis, van blijheid en verdriet. De ziel moet een soort van aangeboren blijdschap en innerlijke vrede kennen. Zowel de structuur als de voeding van lichaam en ziel zijn zeer verschillend van elkaar. Ons lichaam dat uit klei geschapen werd, heeft materiële voeding nodig en onze ziel die een abstracte natuur heeft, heeft behoefte aan spirituele voeding. We bevredigen onze lichamelijke behoeften met voedsel dat uit de aarde afkomstig is en we kunnen de behoeften van de ziel bevredigen met spiritueel voedsel zoals het geloof in God, aanbidding, bidden, onbaatzuchtig zijn, medelijden en naastenliefde. Alleen op deze manier kunnen we die blijdschap en innerlijke vrede bereiken die onze ziel nodig heeft.
Ons lichaam en ziel zijn aan ons toevertrouwd door Allah, en net zoals onze Hoogverheven Heer ons lichaam gezond wil houden, wil Hij onze ziel voeden met goedheid die ons van het slechte weghoudt. Dit is alleen mogelijk d.m.v. godsdienst.
De Schepper van Alles: Allah (dj.dj.)
Allah heeft het universum met een perfecte orde geschapen. Hij heeft opdracht gegeven om de lucht, de aarde en alles wat daartussen is de wonderen van het heelal te laten zijn. Hij versierde onze wereld met bergen, lage landen, ravijnen, rivieren en zeeën. Hij heeft een orde in het heelal gevestigd die de meest begaafden onder ons niet kunnen doorgronden. Dit perfecte systeem heeft biljoenen jaren zonder problemen kunnen werken. Nacht op nacht wordt gevolgd door de morgen; de zon komt op in het oosten en gaat in het Westen onder. Seizoenen komen en gaan in hun vastgestelde volgorde.
Alle wezens in het universum hebben volgens de door Allah vastgestelde regels gehandeld. Op die manier hebben ze hun rol perfect vervuld. Een zaadje dat in de aarde gevallen is bloeit en groeit en lenigt de noden van mens en dier. Jonge dieren worden geboren en leiden een leven volgens het unieke plan van Allah. In het kort, het universum gaat zijn gang en is in perfecte balans.
Het universum werd geschapen om de mensheid te dienen. Het paleis van de wereld – met al haar schoonheid – werd voor dat doel opgetuigd. Dus denk maar even na – voor welk doel werd het menselijke ras – aan wie zoveel zegeningen geschonken zijn - geschapen ? Wat is de taak van menselijke wezens in deze wereld ?
Een grote zegen werd ons gegeven om onze Schepper te kunnen vinden: onze intelligentie. De mens verschilt van andere wezens in het universum – hij werd geschapen als een intelligent wezen. Omdat hij intelligent is, heeft hij de keuze zijn Schepper te aanbidden of niet; en hij kan ook kiezen om zich goed te gedragen in deze wereld. Door die intelligentie te gebruiken kan men de juiste weg kiezen en zich verre houden van enig euvel. Een menselijk wezen kan de juiste en goede weg herkennen door zijn intelligentie te gebruiken. Het is daarom dat de mens verantwoordelijk gehouden wordt voor zijn daden.
Onze gidsen die ons informeren over het Bestaan en het Eén en Uniek zijn van Allah: de Profeten
Afgezien van onze intelligentie heeft onze Hoogverheven Heer ook Profeten naar ons toe gestuurd. Profeten hebben menselijke wezens de juiste weg gewezen. De eerste mens – Zijne Excellentie Adam – was tevens de eerste Profeet. Zij die hun intelligentie gebruiken en het bestaan en leiding van profeten erkennen, geloven in het bestaan en de eenheid van Allah. Echter gedurende de gehele geschiedenis van de mensheid zijn er ook mensen geweest die hun intelligentie niet zo goed gebruikt hebben, en die er daarom niet toe in staat geweest zijn om de leiding van de Profeten te herkennen. Deze mensen zijn van de juiste weg afgeweken door natuurlijke wezens, geesten en idolen te aanbidden in plaats van Allah.
Een weg die ons gelukkig zal maken in deze Wereld en het Hiernamaals: Godsdienst
Onze Hoogverheven Heer heeft deze wereld geschapen en ten dienste gesteld aan de mens. In tegenstelling tot andere wezens heeft Hij de mens in staat gesteld om te geloven of niet, en om te kiezen hoe ze zich zullen gedragen. De mens is zo geschapen dat hij zich zowel arrogant als deemoedig kan opstellen.
Onze Heer, die oneindig barmhartig en genadig is, heeft de mensen – die Hij voorzien heeft van veel zegeningen - niet zomaar aan hun lot overgelaten wat betreft de vrijheid om te kiezen. Hij heeft de mens intelligentie gegeven, zodat ze de juiste keuzes kunnen maken; en Hij heeft ook Profeten gezonden. Hij heeft ons regels en suggesties gegeven die mensen gelukkig kunnen maken door ze naar goed gedrag te leiden en te beschermen tegen slecht gedrag. Het geluk van de mensheid ligt besloten in deze goddelijke regels en raadgeving. Als mensen die regels leren en in praktijk brengen, zullen ze in staat zijn een gebalanceerd leven te leiden. Ze zullen vrede in deze wereld en in het Hiernamaals kunnen verwerven.
Dit systeem van regels en raadgevingen, waar onze Hoogverheven Heer ons mee voorzien heeft om gelukkig te worden in deze wereld en de volgende, heet godsdienst.
29-)
Ik wil een atheïst gelovig maken wat moet ik als eerst uitleggen wat moet ik doen om hem gelovig te laten worden?
Ten eerste kunnen wij een atheist of wie dan ook niet bekeren tot de islam. Het is Allah die [qtip:hidayet| begeleiding om Het Rechte Pad te vinden] geeft. Als Allah het wil kan iemand moslim worden, wij moeten met deze voorkennis beginnen aan teblig (bekendmaking).
Er is geen bepaalde grens voor teblig, want aan de hand van datgene wat u vertelt zullen er vragen ontstaan bij uw gesprekspartner. Aan de hand van die vragen zou u uw teblig methode moeten aanpassen, want het is veel makkelijker voor iemand die gelooft in Allah om de iman waarheden te accepteren en begrijpen. Wij moeten onze teblig rondom deze waarheid intensiveren.
Wij adviseren u om de onderwerpen rondom teblig uit de Risale-I-Noer reeks voor te leggen aan uw gesprekspartner.
30-)
Wat was de religie van Profeet Ibrahim (a.s.)?
Ibrahim (a.s.) heeft na zijn verblijf in Babylon veel plaatsen bezocht. Zijn eindpunt was in Damascus. Daar heeft hij veel mensen kunnen overtuigen van het bestaan van Hz Allah (c.c.) en zijn geloof. Het aantal van de gelovigen in hem en Allah (c.c) groeide. Deze gelovigen werden de “natie van Ibrahim (a.s.)” genoemd.
Hz Ibrahim (a.s.) had ooit zijn woord gegeven om Allah (c.c.) te smeken zijn vader te vergeven. Tijdens zijn vertrek vanuit Babylon heeft hij zich zijn woord herinnerd en begon Allah (c.c.) als volgt te smeken:
“En vergeef mijn vader, want hij behoorde tot de dwalenden” [qtip:(1)| Suara, 26/86]
Ibrahim (a.s.) wist dat het niet mogelijk was om te bidden voor ongelovigen, ook al is het je eigen vader, maar heeft dit toch gedaan, omdat hij zijn woord had gegeven. Zijn smeekgebed is door Allah (c.c.) niet aanvaard en Allah (c.c.) heeft er als volgt op gereageerd:
“Het past de profeet en de gelovigen niet om vergiffenis te vragen voor de afgodsdienaren, zelfs al waren dezen verwanten, nadat voor hen (de gelovigen) duidelijk is geworden, dat zij (afgodsdienaren) inwoners van de hel zullen zijn.” [qtip:(2)| Tevbe, 9/113]
Ibrahim (a.s.) heeft de rest van zijn leven met Lut (a.s.), Ismail (a.s.) en Ishak (a.s.) doorgebracht. Allah (c.c.) heeft het volgende aangegeven over deze personen:
“En Wij maakten hen tot leiders die (anderen) op Ons bevel geleid hebben en Wij openbaarden aan hen het verrichten van goede werken en het onderhouden van het gebed en het geven van zakaat. En zij dienden alleen Ons.” [qtip:(3)| Enbiya, 21/73]
Allah (c.c) heeft Ibrahim (a.s.) een boek met tien pagina’s gegeven. Na lang geleefd te hebben, is hij richting het einde van zijn leven vertrokken naar Egypte. Na zijn overlijden, is hij -volgens sterke bronnen- begraven in Halilü’r-rahman, een plaats dichtbij Koedus (Jeruzalem).
De Hanif’s
De kern van het geloof van Ibrahim (a.s.) was het geloven in het feit dat er maar één God is en dat dat Allah (c.c.) is. Dit wordt tewhid genoemd. Helaas zijn deze uitgangspunten en dit geloof op den duur vervaagd bij de Arabieren en zijn ze gaan geloven in (stand)beelden. Het geloven in deze (stand)beelden, was onderling heel populair geworden. Echter, waren er een aantal mensen die wel Hanif waren en de fundamenten van hun geloof gebaseerd waren op tewhid. Zij werden “Hanif” genoemd.
Een persoon die Hanif is, is een persoon die afstand neemt van bijgeloof en ervan overtuigd is dat Allah (c.c.) één is (geloof in tewhid). Het begrip “Hanif” komt een paar keer voor in de Koran. Dit begrip is voornamelijk gebruikt voor Hz Ibrahim (a.s.) om aan te duiden dat hij Allah (c.c.) zuiver en schoon aanbad.
Over het begrip Hanif zijn de volgende verzen te raadplegen:
“En wend jouw aangezicht oprecht tot deze godsdienst en behoor niet tot de afgodendienaren.” [qtip:(4)| Yunus, 10/105]
“Daarna hebben Wij aan jou geopenbaard, “Volg de manier van geloven van Ibrahim, de oprecht gelovige die geen afgodendienaar was.” [qtip:(5)| Nahl, 16/123]
Voor de geboorte van de Islam behoorden de volgende personen tot de Hanif: Varaka b. Nevfel, Abdullah b. Cahş, Osman b. Hüveyris, Zeyd b. Amr en Kuss b. Sâide. Deze personen waren tegen de stroming die gewetenloze, levenloze en doelloze (stand)beelden aan het aanbidden waren.
31-)
Verhalen van Selman-i Farisi (r.a.)
- “Om drie dingen heb ik veel gelachen: hij die de wereld wilt, terwijl de dood hem wilt; hij die zelf in dwaling is, en oordeelt over de dwalende; hij die uitbundig lacht terwijl hij niet weet of hij Allah tevreden of ontevreden heeft gemaakt.
Om drie dingen heb ik veel gehuild: dat ik van de Profeet (v.z.m.h.) en zijn volgelingen afstond; de afschuwelijke situatie wanneer ik zal weder opstaan; in de nabijheid van Allah wachten terwijl ik niet weet of ik de hel of hemel in zal gaan.”
- “Een gelovige is net als een zieke met een dokter naast hem. Zijn dokter kent zijn ziekte en zij geneesmiddel. Wanneer de zieke iets wilt dat schadelijk voor hem is, dan voorkomt de dokter dit en zegt “wanneer je dat naders, zal je verwoest worden!” Hij zal ten alle tijden proberen dit te voorkomen. Een gelovige is net zo. Hij wilt vele slechte dingen, maar Allah voorkomt dit en zorgt ervoor dat de gelovige de hemel in gaat.”
- “Wanneer Allah een gelovige in een moeilijke situatie laat verkeren en hem vervolgens hieruit helpt, dan is dit compensatie voor zijn zonden. Wanneer Allah een ongelovige in een moeilijke situatie laat verkeren en hem vervolgens hieruit helpt, dan lijkt hij op een kameel die eerst is vastgebonden en vervolgens wordt vrijgelaten. Want een kameel weet niet waarom hij wordt vastgebonden en daarna wordt vrijgelaten. “
- “Het hart en het lichaam zijn net een blinde en een gehandicapte. De gehandicapte zegt: ‘Ik zie een fruit, maar ik kan er niet bij; neem mij op je rug zodat ik het kan pakken’. Hierop neemt de blinde hem op zijn rug en de gehandicapte pakt het fruit. Zowel hij als de blinde eten dan van dit fruit.”
32-)
Is Democratie toegestaan in de Islam?? Mag ik bijv stemmen op de pvda sp cda ??
Islam heeft altijd voor tevredenheid en voldoening onder de mensen gezorgd en heeft hiermee al het positieve bevorderd. Het is niet verboden dat de mensen hun eigen leiders kiezen. Integendeel, de eerste khalifa’s zijn, bij wijze van, al stemmend gekozen. De onderdelen binnen de democratie die met de Islam op één lijn liggen, worden uiteraard geaccepteerd. Aan de andere kant kan er niet gesteld worden dat het democratische perspectief en de Islamitische principes exact overeenkomen. Echter, de democratie heeft de vorm van regeren die het dichtst bij de Islamitsche vorm van regeren ligt van alle manieren van regeren.
Ook kunnen we niet stellen dat ieder oordeel van de mens tegen het geloof in gaat.
Volgens een bekende overlevering vroeg de Profeet (v.z.m.h.) aan Muaz –toen hij naar Jemen werd gestuurd door de Profeet (v.z.m.h.)- hoe en volgens wat hij zou oordelen. Muaz antwoordde dit met de volgende volgorde: vanuit Allah’s Boek, Soennah van de Profeet (v.z.m.h.), en als hij deze niet kan vinden, vanuit zijn eigen perspectief. Onze Profeet (v.z.m.h.) was zeer tevreden met dit antwoord.
33-)
Kan een moslim hier in Nederland begraven worden?
Beste broeder/zuster,
Voor een moslim is het geen probleem begraven te worden in Nederland. Want de Sahaba’s werden ook in niet-islamitische landen begraven. Om voorbeeld te geven ging Ebu Eyyub el-Ensari naar Istanbul (toen nog Constantinopol) om islam te mededelen. Hij overleed daar en is momenteel daar ook begraven.
Volgens de islam is het dus toegestaan begraven te worden in een niet-islamitisch land.
34-)
Hoe kijkt islam tegen terreur aan?
De Qoran heeft terreur vervloekt, en heeft anarchie en wanorde als zeer kwalijk bestempeld. Islam verbiedt iedere vorm van terreur, onderdrukking en verraad en staat op tegen anarchie. Islam bestrijdt vuur niet met vuur. Het geloof Islam is door Allah gestuurd om rechtvaardig te zijn, het negatieve te breken en de gulden middenweg voor de ziel te creëren. Om deze reden is de Islam op dit vlak zeer voorzichting. De Islam beschouwt het vergieten van bloed of het doden van iemand dan ook als de grootste aanslag op de mensheid.
Immers, Allah zegt in de Qoran: “Deswegen schreven Wij de kinderen Israels voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken. En voorzeker Onze boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen en toch - werden daarna -velen hunner op aarde tot over treders.” [qtip:(1)| Qoran 5:32] De Qoran heeft samen met de terreur ook wanorde en onheil vervloekt. De Qoran heeft aandacht geschonken aan hen die voor wanorde zorgen, reden zijn tot wanorde in de samenleving en de bestuurders die -wanneer die aan de top komen- voor wanorde zorgen; Hij geeft de impact van wanorde en de ellende van wanorde duidelijk aan: “Wanneer hij gezag heeft, gaat hij in het land rond, om er wanorde te stichten en de oogst en het nageslacht (van de mens) te vernietigen, maar Allah houdt niet van wanorde.” [qtip:(2)| Qoran, 2:205]
Qoran heeft dus ook duidelijk wanorde verboden. Allah zegt “en wanorde (fitnah) is erger dan doden." [qtip:(3)| Qoran, 2:217]
Een moslim die zich aan deze verzen houdt, draagt geen haat en terreur. Zelfs met zijn grootste vijand voelt hij broederschap. Een gelovige eigent zich de volgende waarheid “We houden van de creatie omwille van de Creator.” [qtip:(4)| Dit is een zeer bekend gezegde van Yunus Emre, wat eigenlijk “Yaratılanı hoş gördük, Yaratandan ötürü” is] Een gelovige zet zich vol in voor liefde. Hij heeft geen tijd voor vijandschap. Allah zegt in de Qoran dat de schade van een groep mensen door een andere groep wordt beschermd, en hierdoor aan de gebedshuizen geen schade wordt berokkend. Hiermee richt Allah de visie van de mensen op het voorkomen van schade. Allah zegt: “En indien Allah sommige mensen niet met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt herdacht, afgebroken zijn. Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt - Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.” [qtip:(5)| Qoran, 22:40]
Profeet Mohammed (v.z.m.h.) is de Profeet van barmhartigheid en liefde. Allah zegt in de Qoran: “En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden.” [qtip:(6)| Qoran, 21:107] De Profeet (v.z.m.h.) heeft alle vormen van ethiek in Zijn daden tentoongesteld en heeft Zijn hele leven lang zijn navolgelingen van wanorde weerhouden. Hij (v.z.m.h.) heeft aanbevolen met ultieme ernst en gevoeligheid van wanorde weg te blijven. De volgende Hadith maken dit openlijk duidelijk:
“Bliijf weg van wanorde! Want op dat moment is de tong net als een zwaard.” [qtip:(7)| Ibn-i Madje, Fiten, 24]
“Dit is voorzeker, er zal een wanorde, een verdeling en onenigheid komen. Wanneer dit het geval is, ga naar de Oehoed met je zwaard! Sla het tegen een steen totdat het kapot is. Blijf vervolgens thuis zitten. Verlaat je huis niet zelfs wanneer een zondige hand of de dood jou toekomt.” [qtip:(8)|Ibn-i Madje, Fiten, 24]
“Net voor de Dag des Oordeels zijn er wanordes net als de delen van de donkere nachten. Men zal in die wanordes als gelovige de ochtend bereiken, tot de avond zal hij ongelovig worden; hij zal als gelovige de avond bereiken, en zal als ongelovige de ochtend uitgaan. Tijdens die wanorde is degene die zit beter dan hij die staat, hij die loopt beter dan hij die rent. Breek dus jullie boog, vermorzel de koord (van de boog) en sla jullie zwaarden tegen de stenen. Wanneer zij de huizen van één van jullie binnentreden, wees dan de betere zoon van Profeet Adam (hij die wordt gedood, niet hij die doodt). [qtip:(9)| Aboe Dawoed, Fiten 2, Tirmidhi, Fiten 33a]
35-)
De Islam Spoort aan tot Wetenschap
Er is tot op de dag van vandaag geen meningsverschil of conflict opgetreden tussen de Islam en de wetenschap. Islam heeft de wetenschap nooit in de weg gestaan; integendeel, hij moedigt haar sterk aan en hij verplicht alle islamitische mannen en vrouwen om op zoek te gaan naar kennis.[qtip:1| Sunạn Ibn Mājạh, Muqaddimạ, 17] De wetenschappelijke ontdekkingen hebben de islamitische leerstellingen nooit tegengesproken, zij hebben deze juist met regelmaat bevestigd. Hoe en waarmee zouden ze eigenlijk in tegenspraak kunnen zijn? Wetenschap doet onderzoek naar de door God geschapen wezens, om te weten te komen wat de regels zijn die God in die creaties heeft aangebracht. De Islam is een goddelijke religie, die door Allah is geopenbaard en die door Zijn persoonlijke bescherming in zijn originele vorm wordt bewaard. In dat geval zijn de bron van de Islam en de bron van de wetenschap één en dezelfde: één bron die twee verschillende rivieren voortbrengt… Naarmate de wetenschap zich steeds verder heeft ontwikkeld en er meer wetenschappelijke ontdekkingen zijn gedaan, zijn de mensen zich steeds meer bewust geworden van de grootheid, de macht en de oneindigheid van Zijn wijsheid, hetgeen heeft geresulteerd in een groeiend geloof in God. Om deze reden vormt de wetenschap een diepgeworteld onderdeel van de Islam.
Allah de Verhevene heeft vele prachtige namen, waaronder namen die Zijn alwetendheid en Zijn kennis van het geziene en het verborgene benadrukken. De dienaren van Allah zouden zich op het pad van de wetenschap moeten inspannen om ervoor te zorgen dat deze goddelijke eigenschappen zich, uiteraard op een menselijke wijze, ook in hen manifesteren. Er zijn vele profetische uitspraken en Koranverzen die de mensen aansporen om op zoek te gaan naar kennis. Allah de Verhevene heeft immers als eerste het gebod “Lees!” geopenbaard. Na dit gebod wordt de aandacht van de mensen naar hun eigen creatie getrokken en worden de mensen op deze wijze aangezet tot onderzoek op dit gebied. Hierna wordt het gebod “Lees!” herhaald en wordt aangegeven dat onze Heer, Die de mens met de pen leert en hem datgene leert wat hij niet weet, de Bezitter is van gulheid, hetgeen verwijst naar de gulle schenkingen die degenen die lezen en onderzoeken zullen ontvangen.[qtip:2| Zie de Koran, ạl-Alaq, 96:1-5]
In de Koran worden wij bevolen om de Alwijze om meer kennis te vragen: “En zeg: Mijn Heer, geef mij meer kennis.” (Tā-Hā, 20:114)
Hij, de Alwetende, zegt verder: “Allah zal degenen onder jullie die geloven en degenen aan wie kennis is gegeven in rang verheffen.” (ạl-Mujadạlạ, 58:11)
“Dit zijn de vergelijkingen die Wij voor de mensen maken, maar slechts zij die kennis hebben begrijpen deze.” (ạl-Ankābūt, 29:43)
Onze leermeester, de Boodschapper van Allah zei: “Indien iemand een pad inslaat met het verlangen kennis op te doen: Allah zal die persoon plaatsen op één van de paden die naar het Paradijs leiden. De engelen zijn tevreden met de persoon die kennis probeert te vergaren en zij strekken over diegene hun vleugels uit. Alles in de hemelen en op de aarde vraagt vergiffenis voor de [religieuze] geleerde, zelfs de vissen in het water. De hoge rang van de geleerden ten opzichte van de aanbidders is de hoge rang van de volle maan ten opzichte van alle andere hemellichamen. De geleerden zijn de erfgenamen van de profeten. De profeten laten als erfenis geen goud en zilver na: zij laten kennis na. Wie [een gedeelte van] deze erfenis ontvangt, heeft een grote gift gekregen."[qtip:3| Sunạn Ạbū Dāwūd, ‘Ilm, 1/3641; Sunạn ạl-Tirmizī, ‘Ilm, 19/2682. Zie Sahīh ạl-Buchārī, Ilm, 10; Sunạn Ibn Mājạh, Muqaddimạ, 17]
“Wijsheid is het verloren eigendom van de gelovige, het is eerder dan anderen zijn privilege om deze in ontvangst te nemen waar hij haar ook aantreft.[qtip:4| Sunạn ạl-Tirmizī, ‘Ilm, 19/2687; Sunạn Ibn Mājạh, Zuhd, 15]
“De gelovige krijgt geen genoeg van de kennis die hij hoort, totdat hij zijn bestemming, het Paradijs, bereikt.."[qtip:5| Sunạn ạl-Tirmizī, ‘Ilm, 19/2686]
Vanwege deze redenen zagen de moslims wetenschappelijk onderzoek als een vorm van aanbidding. De observatie van het sterrenstelsel begon bijvoorbeeld al in 800 n.Chr., met Ahmạd ạl-Nihāwạndī. Later werden er grote observatoria gebouwd. Dankzij de ontwikkeling van het astrolabium konden ze de astronomische hoogte van de zon, de maan en de sterren, de kosmische tijd, de hoogte van bergen en de diepte van waterputten berekenen. Als resultaat van deze onderzoeken werden de oude constanten herzien en werd er een nieuwe sterrencatalogus voorbereid. Vele nieuwe sterren werden ontdekt: de helling van de ecliptica werd opnieuw gemeten, de piekbeweging van de zon werd geobserveerd en in relatie gebracht met de beweging van de constante sterren. Met betrekking tot de beweging van planeten werden belangrijke ontdekkingen gedaan.
Moslims hebben gebruik gemaakt van nieuwe methodieken bij het toepassen van wiskunde in sterrenkunde. In plaats van berekeningen volgens de “continue stralen-methode” gebruikten zij driehoeksmeting en sinus berekeningen en verkregen zij op deze manier meer nauwkeurige resultaten. In technieken voor het meten van bewegingen van planeten bereikten moslims een eerder ongekend hoog niveau.[qtip:6| Prof. Dr. Seyyed Hoessein Nasr, Islamic Science, vertaling in het Turks “Islam ve Ilim”, Istanbul 1989, pp. 113-13]
Op het gebied van geologie, mineralogie, biologie, zoölogie, wiskunde, natuurkunde, scheikunde en geneeskunde hebben de moslims eveneens vele ontdekkingen gedaan, zij hebben zodoende aanzienlijke bijdragen kunnen leveren aan de ontwikkeling van deze wetenschappen. Ibn Sīnā (Avicenna) (980-1037) is een grote wetenschapper, die met zijn ontdekkingen over 29 verschillende onderwerpen de weg heeft vrijgemaakt voor Europese wetenschappers. Ạl-Qānūn fī ạl-Tibb/De Canon der Geneeskunde, het boek dat hij over geneeskunde heeft geschreven, werd op Europese universiteiten 600 jaar lang als lesboek gedoceerd. De eerste persoon die over de functie van het netvlies schreef was Ibn Rushd (1126-1198). Het werk van Alī ibn Īsā (11de eeuw) over het oog, genaamd Tạzkirah ạl-Kạhhālīn/De Handleiding voor Oogartsen, is eeuwenlang het enige lesboek geweest over oogheelkunde en is vertaald in het Latijn, in het Duits en in het Frans. Ammār bin Alī heeft in zijn boek ạl-Muntạkhab fī ‘Ilāj ạl-Ayn in detail uitgelegd hoe hij al in de 11de eeuw een oogoperatie heeft uitgevoerd en staar heeft verwijderd; ook dit boek is vertaald in de voornaamste Europese talen van die tijd. Ibn ạl-Hạythạm (Alhazen) (965-1051), een belangrijke natuurkundige en de grondlegger van de optometrie, is degene geweest die de bril heeft uitgevonden.
De kankeroperaties die Alī ibn Abbās (994) heeft uitgevoerd vormen een voorbode van de huidige operatietechnieken. Zijn encyclopedie over geneeskunde, Kitāb ạl-Mạlikī, wordt zelfs vandaag de dag nog met bewondering bestudeerd. Ạbū ạl-Qāsim ạl-Zạhrāwī (963-1013) maakte de chirurgie tot een apart deel van de medische wetenschap. Hij heeft in zijn Kitāb ạl-Tasrīf genaamd boek de afbeeldingen van ongeveer 200 chirurgische instrumenten weergegeven en uitgelegd waar ze voor dienen en hoe ze gebruikt dienen te worden. Microcirculatie, bloedsomloop in de kleinste vaten in het lichaam, werd ontdekt door Ibn ạl-Nạfīs (1210-1288) en in detail uitgelegd in het commentaar dat hij op ạl-Qānūn fī ạl-Tibb van Ibn Sīnā heeft geschreven. Akshạmsuddīn (1389-1459) is de eerste geweest die over bacteriën heeft gesproken, hij zegt in zijn boek genaamd Māddạh ạl-Hayāt: “Het is verkeerd om te denken dat ziektes de mens zomaar overkomen. Ziektes zijn besmettelijk. De besmetting vindt plaats door levende ziektekiemen, die zo klein zijn dat ze met het menselijke oog niet waarneembaar zijn.”
Ạl-Khwārizmī (780-850), die in wiskunde als eerste het getal nul heeft gebruikt, heeft met zijn ạl-Jạbr wạ ạl-Muqābạlạ genaamd boek de fundamenten van algebra gelegd. De drie broers, die bekend werden als “De zonen van Mūsā” (9de eeuw), hebben de omtrek van de wereld met slechts een kleine afwijking gemeten. Ạl-Bīrūnī (Alberonius) (973-1051), die ontdekkingen heeft gedaan op velerlei wetenschapsgebieden, heeft aangetoond dat de wereld om zijn eigen as en om de zon draait en heeft met succes de diameter van de aarde gemeten op basis van het onderzoek dat hij bij de stad Nandan in India heeft geleid. De regel die hij over dit onderwerp heeft vastgesteld is in Europa bekend geworden als “de Bīrūnī-formule”. Ạl-Battānī (Albategni)(853-929) berekende het zonnejaar met maar 24 seconden afwijking. Ismāīl ạl-Jạwhạrī (950-1010) heeft met een paar houten vleugels, die hij aan zijn armen had vastgemaakt, de eerste vliegpoging uitgevoerd. Hij zweefde een poosje in de lucht, maar stortte daarna neer en verloor daarbij helaas zijn leven. Het pionierswerk in vliegtuigbouw behoort toe aan Ibn Firnās in 880. Met het vliegtoestel dat hij met vogelveren en kledingstof had bedekt, zweefde hij lang in de lucht en landde hij vlekkeloos. Muhammed ibn Zạkạriyyā ạl-Rāzī (864-925) heeft over zwaartekracht gesproken. Christopher Columbus (1446-1506) heeft gezegd dat hij over het bestaan van Amerika van moslims, in het bijzonder van de boeken van Ibn Rushd heeft geleerd. Ạl-Idrīsī (1100-1166) tekende meer dan acht eeuwen geleden wereldkaarten die sterke gelijkenis vertonen met de huidige wereldkaarten.[qtip:7| Voor bronnen en voorbeelden over dit onderwerp, zie Prof. Dr. Fuat Sezgin, Science et technique en Islam I-V, Frankfurt, 2004 (İslam’da Bilim ve Teknik I-V, Ankara 2007) en zijn andere boeken; Prof. Dr. Seyyed Hoessein Nasr, Islamic Science, An Illustrated Study, World of Islam Festival Pub. Co. Ltf., Engeland, 1976; Dr. Sigrid Hunke, Allahs Sone uber dem Abendland-Unser Arabischen Erbe, Duitsland 1960; Carra de Vaux, Les Penseurs de l’Islam, Parijs 1923; Avicenne, Parijs 1900; Prof. Dr. Mehmet Bayraktar, İslam’da Bilim ve Teknoloji Tarihi (De Geschiedenis van Wetenschap en Technologie in Islam), Ankara 1985; Şaban Döğen, Müslüman Ilim Öncüleri Ansiklopedisi (De Encyclopedie van Islamitische Pioniers van Wetenschap), Istanbul 1987; http://www.1001inventions.com]
Door de geschiedenis heen zijn er verschillende beschavingen verschenen. Deze beschavingen hebben onderling invloed op elkaar uitgeoefend, het wetenschappelijke erfgoed van elkaar overgenomen en dat verder ontwikkeld. De moslims hebben eveneens geprofiteerd van de kennis van eerdere beschavingen. Dit hebben ze altijd op bescheiden wijze naar voren gebracht, en op hun beurt hebben zij aan de wetenschap aanzienlijke bijdragen geleverd. De boeken die waren geschreven door de voorgaande beschavingen werden door islamitische geleerden vertaald, maar hun inhoud werd niet klakkeloos overgenomen. Ze werden onderzocht en pas goedgekeurd nadat de incorrecte delen ervan waren verwijderd.
[6] Prof. Dr. Seyyed Hoessein Nasr, Islamic Science, vertaling in het Turks “Islam ve Ilim”, Istanbul 1989, pp. 113-134.
[7] Voor bronnen en voorbeelden over dit onderwerp, zie Prof. Dr. Fuat Sezgin, Science et technique en Islam I-V, Frankfurt, 2004 (İslam’da Bilim ve Teknik I-V, Ankara 2007) en zijn andere boeken; Prof. Dr. Seyyed Hoessein Nasr, Islamic Science, An Illustrated Study, World of Islam Festival Pub. Co. Ltf., Engeland, 1976; Dr. Sigrid Hunke, Allahs Sone uber dem Abendland-Unser Arabischen Erbe, Duitsland 1960; Carra de Vaux, Les Penseurs de l’Islam, Parijs 1923; Avicenne, Parijs 1900; Prof. Dr. Mehmet Bayraktar, İslam’da Bilim ve Teknoloji Tarihi (De Geschiedenis van Wetenschap en Technologie in Islam), Ankara 1985; Şaban Döğen, Müslüman Ilim Öncüleri Ansiklopedisi (De Encyclopedie van Islamitische Pioniers van Wetenschap), Istanbul 1987; http://www.1001inventions.com.
36-)
Wat was de religie van profeet Ibrahim?
Ibrahim (a.s.) heeft na zijn verblijf in Babylon veel plaatsen bezocht. Zijn eindpunt was in Damascus. Daar heeft hij veel mensen kunnen overtuigen van het bestaan van Hz Allah (c.c.) en zijn geloof. Het aantal van de gelovigen in hem en Allah (c.c) groeide. Deze gelovigen werden de “natie van Ibrahim (a.s.)” genoemd.
Hz Ibrahim (a.s.) had ooit zijn woord gegeven om Allah (c.c.) te smeken zijn vader te vergeven. Tijdens zijn vertrek vanuit Babylon heeft hij zich zijn woord herinnerd en begon Allah (c.c.) als volgt te smeken:
“En vergeef mijn vader, want hij behoorde tot de dwalenden” [qtip:(1)| Suara, 26/86]
Ibrahim (a.s.) wist dat het niet mogelijk was om te bidden voor ongelovigen, ook al is het je eigen vader, maar heeft dit toch gedaan, omdat hij zijn woord had gegeven. Zijn smeekgebed is door Allah (c.c.) niet aanvaard en Allah (c.c.) heeft er als volgt op gereageerd:
“Het past de profeet en de gelovigen niet om vergiffenis te vragen voor de afgodsdienaren, zelfs al waren dezen verwanten, nadat voor hen (de gelovigen) duidelijk is geworden, dat zij (afgodsdienaren) inwoners van de hel zullen zijn.” [qtip:(2)| Tevbe, 9/113]
Ibrahim (a.s.) heeft de rest van zijn leven met Lut (a.s.), Ismail (a.s.) en Ishak (a.s.) doorgebracht. Allah (c.c.) heeft het volgende aangegeven over deze personen:
“En Wij maakten hen tot leiders die (anderen) op Ons bevel geleid hebben en Wij openbaarden aan hen het verrichten van goede werken en het onderhouden van het gebed en het geven van zakaat. En zij dienden alleen Ons.” [qtip:(3)| Enbiya, 21/73]
Allah (c.c) heeft Ibrahim (a.s.) een boek met tien pagina’s gegeven. Na lang geleefd te hebben, is hij richting het einde van zijn leven vertrokken naar Egypte. Na zijn overlijden, is hij -volgens sterke bronnen- begraven in Halilü’r-rahman, een plaats dichtbij Koedus (Jeruzalem).
De Hanif’s
De kern van het geloof van Ibrahim (a.s.) was het geloven in het feit dat er maar één God is en dat dat Allah (c.c.) is. Dit wordt tewhid genoemd. Helaas zijn deze uitgangspunten en dit geloof op den duur vervaagd bij de Arabieren en zijn ze gaan geloven in (stand)beelden. Het geloven in deze (stand)beelden, was onderling heel populair geworden. Echter, waren er een aantal mensen die wel Hanif waren en de fundamenten van hun geloof gebaseerd waren op tewhid. Zij werden “Hanif” genoemd.
Een persoon die Hanif is, is een persoon die afstand neemt van bijgeloof en ervan overtuigd is dat Allah (c.c.) één is (geloof in tewhid). Het begrip “Hanif” komt een paar keer voor in de Koran. Dit begrip is voornamelijk gebruikt voor Hz Ibrahim (a.s.) om aan te duiden dat hij Allah (c.c.) zuiver en schoon aanbad.
Over het begrip Hanif zijn de volgende verzen te raadplegen:
“En wend jouw aangezicht oprecht tot deze godsdienst en behoor niet tot de afgodendienaren.” [qtip:(4)| Yunus, 10/105]
“Daarna hebben Wij aan jou geopenbaard, “Volg de manier van geloven van Ibrahim, de oprecht gelovige die geen afgodendienaar was.” [qtip:(5)| Nahl, 16/123]
Voor de geboorte van de Islam behoorden de volgende personen tot de Hanif: Varaka b. Nevfel, Abdullah b. Cahş, Osman b. Hüveyris, Zeyd b. Amr en Kuss b. Sâide. Deze personen waren tegen de stroming die gewetenloze, levenloze en doelloze (stand)beelden aan het aanbidden waren.
37-)
Is Islam een universele religie?
De boodschap van de Islam richt zich tot alle mensen en alle djinns. Iedereen kan moslim worden, ongeacht ras, huidskleur, geslacht of afkomst. De Islam rangschikt de mensen volgens de verantwoordelijkheden en de rechten die ze hebben, en onderscheidt slechts twee groepen: gelovigen en ongelovigen.[qtip:1| Elk mens behoort tot de gemeenschap van de profeet van zijn tijd. Zodoende behoren alle mensen die na profeet Muhammed leven tot zijn gemeenschap. Echter, waar sommigen in zijn profeetschap geloven, wordt dit door anderen verloochend]
Het is niet denkbaar dat een systeem van leven, dat voor het geluk en de verlossing van de mensheid is gestuurd door de Barmhartige, Wiens genade alle schepselen omringt, alleen bestemd zou zijn voor een handjevol mensen en dat anderen verstoken zouden blijven van deze gunst. Dit zou tegenstrijdig zijn met de eigenschappen van God als de Rahmān (de Barmhartige) en de Rahīm (de Genadevolle)[qtip:2| De Rahmān wordt geïnterpreteerd als de Genadevolle, Wiens genade elk schepsel in het universum omvat, terwijl de Rahīm wordt geïnterpreteerd als de Genadevolle, Wiens genade in het Hiernamaals alleen aan de gelovigen is voorbehouden]
De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: “God Almachtig toont genade aan degenen die zelf genade tonen. Toon genade aan degenen op aarde, opdat degenen die in de hemelen zijn (de engelen) jullie genade zullen tonen.”[qtip:3| Sunạn Ạbū Dāwūd, Ạdạb, 58/4941; Sunạn ạl-Tirmizī, Birr 16/1924; Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, II, 160)]
In deze hadith wordt geen melding gemaakt van één bepaald ras. Er wordt ook niet geïmpliceerd dat genade alleen jegens moslims dient te worden betoond. Er wordt bevolen om zich genadig op te stellen tegenover alle mensen, dieren en planten.
In de Edele Koran wordt het feit dat de Profeet Muhammed (vzmh) tot iedereen als profeet is gestuurd als volgt vermeld: “Zeg: ‘O mensen, ik ben de boodschapper van God tot jullie allen, van Hem die de heerschappij over de hemelen en de aarde heeft’.”[qtip:4| De Koran, ạl-A`rāf 7:158]
“En Wij hebben jou (o Muhammed) alleen gezonden als een barmhartigheid voor de werelden.”[qtip:5| De Koran, ạl-Anbiyā’, 21:107]
De Profeet Muhammed (vzmh) zei: “Voor mij werden de profeten alleen tot hun eigen volkeren [als profeet] gezonden. Ik ben echter als profeet tot de hele mensheid gezonden.”[qtip:6| Sahīh ạl-Bukhārī, Tạyạmmum, 1]
Om deze reden nodigde de Boodschapper van Allah (vzmh) niet alleen de Arabieren uit tot de Islam, maar ook de Byzantijnen, de Ethiopiërs, de Egyptenaren en anderen, door middel van het sturen van vertegenwoordigers en brieven naar de heersers van zijn tijd.[qtip:7| De teksten van deze brieven zijn bewaard gebleven en van enkele ervan zijn de originelen te bezichtigen in Istanbul Topkapi Paleis Museum. Zie voor foto’s en analyse van deze brieven Prof. Dr. M. Hamidullah, Six originaux des lettres diplomatiques du prophete de Islam, Parijs 1985. Zie tevens http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Muhammad_letter_muqawqis.jpg]
De Islam omvat bovendien alle tijden en plaatsen; hij is niet beperkt tot een specifieke tijd of plaats. Vandaag de dag is het immers mogelijk om moslims uit alle delen van de wereld te begroeten, voornamelijk tijdens het hadj-seizoen. Ze verschijnen in groten getale, met miljoenen, rondom de Kaäba en aanbidden Allah, de enige God, zoals dat door Hem is bevolen – een bewonderenswaardige, indrukwekkende manifestatie van de islamitische broederschap.
De Islam heeft een structuur die in staat is om in elke behoefte van de mens te voorzien. De Islam houdt in een manier van leven en een manier van geloven, die zorgen voor de spirituele, de fysieke, de privé- en de gemeenschappelijke rechten van mensen. De religie brengt helderheid over onderwerpen waar andere religies onvoldoende antwoord op kunnen geven, zoals het doel van het leven, de goddelijkheid, de profeten, de engelen, de Satan, de wereld, het Hiernamaals, de beloning, de bestraffing, het Paradijs en het Hellevuur.
Om deze situatie beter te begrijpen, zou het voldoende kunnen zijn om het volgende in beschouwing te nemen:
Zowel in de tijd dat de islamitische gemeenschap uit een kleine groep onderdrukten bestond, als in de tijd dat de moslims een supermacht vormden en een magnifiek rijk hadden opgebouwd, dat zich van de Atlantische Oceaan uitstrekte tot de Grote Oceaan, was de Koran voldoende als de enige bron voor het vaststellen van ethische en juridische richtlijnen. De islamitische gemeenschap vond alle richtlijnen aangaande menselijke behoeftes, zoals met betrekking tot de geloofsleer, de aanbiddingspraktijken, het sociale leven en de sociale regels, op blijkbaar relevante wijze in dit Boek terug.[qtip:8| M. Hamidullah, De Geschiedenis van de Nobele Koran, Introductiegedeelte van ‘Le Saint Coran’, p. 23] [qtip:9| Islam, Dr. Murat Kaya]
[1] Elk mens behoort tot de gemeenschap van de profeet van zijn tijd. Zodoende behoren alle mensen die na profeet Muhammed leven tot zijn gemeenschap. Echter, waar sommigen in zijn profeetschap geloven, wordt dit door anderen verloochend.
[2] De Rahmān wordt geïnterpreteerd als de Genadevolle, Wiens genade elk schepsel in het universum omvat, terwijl de Rahīm wordt geïnterpreteerd als de Genadevolle, Wiens genade in het Hiernamaals alleen aan de gelovigen is voorbehouden.
[3]Sunạn Ạbū Dāwūd, Ạdạb, 58/4941; Sunạn ạl-Tirmizī, Birr 16/1924; Musnạd Ahmạd ibn Hanbạl, II, 160)
[7] De teksten van deze brieven zijn bewaard gebleven en van enkele ervan zijn de originelen te bezichtigen in Istanbul Topkapi Paleis Museum. Zie voor foto’s en analyse van deze brieven Prof. Dr. M. Hamidullah, Six originaux des lettres diplomatiques du prophete de Islam, Parijs 1985. Zie tevens http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Muhammad_letter_muqawqis.jpg
[8] M. Hamidullah, De Geschiedenis van de Nobele Koran, Introductiegedeelte van ‘Le Saint Coran’, p. 23.
38-)
"De beste onder de jongeren zijn zij die op hun ouderen lijken. En de slechtste onder de ouderen zijn zij die op hun jongeren lijken" Is dit een hadith? Wat wordt hiermee bedoeld?
Het is een hadith. En de betekenis is als volgt: "De beste jongeren zijn zij die aan de dood denken zoals de ouderen en door te werken voor het hiernamaals zich niet door lusten, die de jeugd met zich meebrengt, gevangen laten nemen en niet verdrinken in Godvergetenheid. En de slechtste onder de ouderen zijn zij die in Godvergetenheid met hun lusten op de jongeren willen lijken en zich als een kind laten verleiden door de lusten van hun ego."[qtip:(1)| Bediuzzaman Said Nursi, Leidraad voor de Jongeren, p. 42].
[1] Bediuzzaman Said Nursi, Leidraad voor de Jongeren, p. 42
39-)
Hoe is de Islam onstaan?
Voor de islam leed de hele wereld onder terrorisme en anarchie, onwetendheid en ketterij. Net zoals de hele wereld, leed ook Saudi-Arabie onder deze gruweldaden; mensen begraafden hun dochters levend, geloofden in verzinselen en aanbaden standbeelden die ze met hun eigen handen hadden gemaakt.
In die donkere tijden kwam de Noer (verlichting) van de Koran voor Saudi-Arabie tevoorschijn net als de zon. Blasfemie en onrecht, verwaarlozing en marteling werden in alle vormen verbrijzeld. Door zijn goddelijke verschijning deed het de ogen strelen en de mensen naar Het Rechte Pad leiden. Afgoderij is totaal afgedaan en tawhid kwam daarvoor in de plaats. Onrecht verdween en rechtvaardigheid kwam daarvoor in plaats. Haat en vijandigheid in de mens verdween en liefde, meedogen en barmhartigheid namen plaatst daarvoor.
De godsdienst Islam heeft zijn beginselen in de wetenschap en wijsheid, en leidt allen die voor zichzelf kunnen denken, weliswaar door (deels) eigen inbreng, naar zaligheid en weldaad. Ignorantie (onwetendheid) wordt in de Islam gezien als grootste vijand; de mensheid wordt aangespoord naar bezinning. Om te begrijpen wat voor grote barmhartigheid de Islam is voor de mensheid, zullen we de tijd voor en na de Gelukzalige Eeuw (de eeuw van onze Profeet (v.z.m.h.) goed moeten bekijken.
Wij raden u aan om lessen te volgen van iemand die de Koran leest en bestudeert. U zult aan de hand van bovengenoemde en eindeloos andere waarheden zelf constateren dat de Islam de enige rechtvaardige weg is.
40-)
Wat betekend makroeh?
Volgens het woordenboek betekent makroeh: vies zijn, slecht gezien worden, niet willen; moeilijkheid, kwelling, hinder.
Dit woord is voortgekomen uit ‘kerh’, wat op zich weer “iets dat slechtheid bevat, niet wordt gemogen, vies en slecht wordt gezien” betekent.
Makroeh houdt dus in dat hetgeen dat wordt gedaan, niet wordt goedgekeurd, het liefst wordt vermeden, het niet verrichten van deze daad als beter wordt gezien dan het wel verrichten ervan.
Volgens de Hanefi leerschool wordt er in twee soorten makroeh onderscheid gemaakt:
1) Tahrimen makroeh: dit is makroeh die dichtbij de haraam staat. Dit is te vergelijken met het niet verrichten van de wadjib (bijv. het gebed Witr). Het niet verrichten van tahrimen makroeh is een zegening; het wel verrichten hiervan kan bestraft worden.
2) Tenzihen makroeh: dit is makroeh die dichtbij de halal staat. Dit is te zien als bijvoorbeeld het verlaten van het soennah gebed en de normen van het gebed. Wanneer men tenzihen makroeh niet verricht, wordt hij gezegend. Als men dit wel verricht, wordt dit afgekeurd.
Volgens de Shafi leerschool is er enkel één soort makroeh. Dit is wanneer iets slechts, zonder dat het bindend is, wordt verricht. Als men dit niet verricht, wordt hij opgehemeld en krijgt hij zegeningen. Als men dit wel verricht, wordt hij niet gestraft.
41-)
Wat zal er moeten gebeuren met de verplichtingen die wij in het verleden hebben laten liggen?
Binnen de Islam wordt men verantwoordelijk nadat hij zijn puberteit heeft bereikt. Als hij een moslim is (het maakt niet uit of hij hierbij de Islam wel of niet naleeft), behoort hij alle gebeden en dagen van het vasten die hij heeft gemist nadat hij zijn puberteit heeft bereikt, in te halen. Misschien zal hij dit alles niet in één keer kunnen. In dit geval behoort hij de in te halen verplichtingen zodanig over de tijd heen te smeren, opdat het inhalen voor hem geen zware last wordt. Hij hoort echter als doel te hebben de in te halen verplichtingen zo snel mogelijk in te halen. Echter, als hij later tot de Islam is bekeerd, dan hoeft hij niets in te halen tot het moment dat hij een moslim is geworden. De verplichtingen die hij na zijn bekering heeft gemist, behoort hij wel in te halen.
42-)
De Islam is een Natuurlijke Religie, Het Botst niet met het Verstand
De Islam richt zich tot de gehele mensheid. Zijn essentiële fundamenten zijn niet vastgesteld volgens kenmerken die incidenteel, tijdelijk of gedeeltelijk van aard zijn en die bijzonder zijn voor een bepaald volk. De fundamenten van de Islam zijn vastgesteld volgens de aangeboren tendensen en behoeften, behoeften die hun oorsprong hebben in de schepping van de mens. Om deze reden is de Islam een natuurlijke religie en raakt hij niet uit de tijd. Zijn geloofsprincipes zijn niet gebaseerd op wonderbaarlijke zaken, eerder op intellectuele waarheden en onmiskenbare realiteiten. Vanwege dit feit zal de Islam nooit tegenstrijdig zijn met wetenschappelijke waarheden. Wanneer de voorschriften met betrekking tot de aanbidding en de wettelijke transacties worden onderzocht, wordt het vrij snel duidelijk hoe goed deze voorschriften passen bij de menselijke natuur.
Omdat intelligentie de voornaamste eigenschap is waarmee de mens zich van andere levende wezens onderscheidt, focust de Koran zich vaak op nadenken en op het gebruik van het intellect. De Koran nodigt in bijna 750 van de 6236 verzen de mens uit om na te denken, om te onderzoeken en om zijn intelligentie te gebruiken.
Degenen die weigerden om in de woorden van de Boodschapper van Allah te geloven, zeiden tegen hem: “Laat ons wat wonderen zien, opdat wij in Allah geloven en jou als profeet erkennen.” Hierop heeft Allah in de Koran afkeurend gereageerd, Hij heeft hen aangemoedigd om, in plaats van te vragen om wonderen, te kijken naar de hemelen en de aarde en zich dat ter harte te nemen.
Omdat de Islam veel waarde hecht aan het intellect, verbiedt deze het gebruik van middelen die dat negatief beïnvloeden, zoals alcohol en drugs. Gezond verstand en alertheid zijn immers beter voor de mens dan een duffe geest en sufheid.
Als een religie die in overeenstemming is met de menselijke natuur, schrijft de Islam te allen tijde realistische stelregels voor. De Islam bevat geen verordeningen die niet toepasbaar zijn of die haaks staan op de aangeboren natuur van de mens. Indien er bijvoorbeeld geen water voor handen is om de rituele wassing te verrichten of indien een persoon geen water mag gebruiken vanwege medische redenen, dan kan men met schone aarde de tạyạmmum, de droge rituele wassing, verrichten. Indien iemand niet in staat is om het gebed staand te verrichten, dan kan men het gebed zittend, liggend of zelfs door middel van aanwijzingen verrichten. Als men vanwege ziekte of reizen niet kan vasten, dan mag het vasten op een later tijdstip worden ingehaald; en als ook dat niet mogelijk is, kan er bij wijze van afkopen geld worden gedoneerd aan de armen. Het betalen van de zạkāt, de verplichte islamitische armenbelasting, en het verrichten van de hadj, de pelgrimstocht, zijn alleen verplicht voor degenen die daar genoeg rijkdom voor bezitten. Degenen die aan anderen de Islam verkondigen, zijn alleen verantwoordelijk voor het correct en aangenaam uitdragen ervan; zij hoeven de mensen niet koste wat kost moslim te maken..[qtip:1| Dr. Murat Kaya, Islam]
43-)
Al de nakomelingen van onze voorvader Ibrahiem zijn moslims?
Als we Islam als een begrip vertalen is Islam de gemeenschappelijke naam voor alle Godsdiensten die door Allah (c.c.) via alle profeten vanaf de profeet Adem (v.z.m.h) tot onze profeet Muhammed (v.z.m.h) is gezonden.
De islam is de Godsdienst die de gelovigen zowel op de wereld als in het hiernamaals naar het geluk leidt. De Islam betekent onderwerping of overgave dit houd in een moslim zich onderwerpt aan Allah. Als we het hebben over de Islam, dan wordt daarmee het geloven in de zaken, de principes en de basisbeginselen die in de Koran worden bekendgemaakt als geheel en het uitvoeren van deze principes en basisbeginselen, bedoeld. Deze hebben tot doel zoals: rechtvaardigheid, liefde, respect, barmhartigheid, geluk, vrede, rust en veiligheid in de relatie van een mens met Allah (c.c) in zijn innerlijke wereld, in de onderlinge relaties met mensen en ook met het natuur om zich heen. De mensen worden dankzij deze geloofsregels, aanbiddingregels en regels van zedelijkheid, blij en gelukkig. En ze kijken met vertrouwen en hoop naar de toekomst en het hiernamaals.
Er is dus geen twijfel dat alle profeten de geloof van Allah (c.c.) hebben nageleefd en dus ook geen twijfel dat alle profeten moslims zijn.
De verspreiding is ontstaan toen een deel van de gelovigen anders gingen denken en de geloof wilden aanpassen. Ook hebben zij dan een andere benaming gekregen. De jodendom of de christendom van toen is totaal veranderd dan wat het momenteel is. Want noch was de Jodendom voor Mozes of Christendom voor Jezus bedoeld. Ze hebben allemaal oorspronkelijk de Islam nageleefd.
Ook zijn er nieuwe regels en geboden met de komst van onze profeet Muhammed(v.z.m.h.) door Allah(c.c.) gezonden en die zijn dus volledig verlaten door diegenen die destijds een andere pad hebben opgezocht.
“Voorwaar, de (enige) Godsdienst bij Allah is de Islam.” [qtip:1 |Surah Âl-i Imrân, ayah 19]
“Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen.” [qtip:2 |Surah Mâide, ayah 3]
“En wie er een andere godsdienst dan de Islam zoekt: het zal niet van hen aanvaard worden en hij behoort in het Hiernamaals tot de verliezers.” [qtip:3| Surah Âl-i Imrân, ayah 85]
In de koran komt het ook vaak terug dat er gesproken wordt over degenen voor ons. Bijv;
“O jullie die geloven, het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor hen vóór jullie, hopelijk zullen jullie (Allah) vrezen.” [qtip:4 |Surah Bakara, ayah 183]
De grondbeginselen die alle profeten aan de mensen hebben geopenbaard zijn de volgende:
- Het geloof in het bestaan en de eenheid van Allah. - Het aanbidden van niemand anders behalve Allah. - Het geloof in de Profeten van Allah - Het geloof inde heilige Boeken die Hij via hen heeft gezonden. - Het geloof in de wederopstanding na de dood. - Het leven volgens de primaire morele deugden, het doen van gunsten en het afstand doen van het kwaad.
44-)
De persoon die weet hoe je een vraag moet stellen
Het was het kalenderjaar 630, de Profeet was in de Mạsjid ạl-Nabawī (Moskee van de Profeet) in gesprek met zijn metgezellen. Een vreemdeling verscheen voor de ingang van de moskee: een grote, sterke man, zijn lange, samengevlochten haar aan beide kanten van zijn hoofd opgeknoopt. Hij stapte met één snelle beweging van zijn kameel af. Hij bond het dier op de binnenplaats van de moskee vast en liep zelfbewust naar degenen die op de grond zaten en vroeg:
- “Wie van jullie is Muhammed?”
Het was direct duidelijk dat hij geen moslim was, want als moslims zich tot de Profeet richtten, waren zij gewoon hem aan te spreken met de titel die hem was gegeven door Allah de Verhevene, “de Boodschapper van Allah”, en niet met zijn naam.
De nobele metgezellen wezen hem de Boodschapper van Allah aan en zeiden:
- Hier is hij, de persoon met een lichte, blanke huid, die tegen de muur geleund zit.
De Profeet had geen speciale eigen plaats in de Mạsjid ạl-Nạbạwī, noch droeg hij een speciale kledingstuk.
Hij zat altijd bij zijn metgezellen alsof hij één van hen was. Een vreemdeling die zijn roze getinte gezicht nooit had gezien, zou niet in staat zijn geweest om hem van de anderen te onderscheiden.
De man benaderde de Boodschapper van Allah en sprak hem aan met de naam van zijn grootvader:
- O, zoon van Abdul-Muttalib!
De Boodschapper van Allah beantwoordde zijn minder verfijnde woorden:
- Ga je gang, ik luister naar je.
De man zei:
- Ik wil je bepaalde vragen stellen. Indien ik je extreme dingen vraag, wees dan alsjeblieft niet beledigd. Toen zei de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): “Ik zal niet beledigd zijn, vraag wat je wil.”
Daarna ontwikkelde zich tussen hen het volgende gesprek:
- Volgens de boodschapper die je naar onze stam hebt gestuurd, heb je gezegd dat Allah jou als profeet heeft gezonden. Ik vraag je in de naam van jouw Heer en de Heer van degenen vóór jou: is het Allah Die jou naar de gehele mensheid heeft gezonden?
- Ja, Allah heeft mij gezonden. - Wie heeft dan deze hemelen geschapen? - Allah heeft hen geschapen. - Hoe zit het dan met de aarde? - Allah heeft die ook geschapen. - Wie heeft dan deze bergen op de aarde gezet? - Allah deed dat. - Jij gebiedt alleen Allah te aanbidden, af te zien van de afgoden en geen enkele partner aan Hem toe te schrijven. Ik vraag in de naam van Allah. Heeft Allah deze dingen aan jou geopenbaard?
- Ja, Allah heeft ze aan mij geopenbaard. - Zeg me, in naam van de liefde voor Allah. Heeft Allah je bevolen om vijf keer per dag te bidden? - Ja, Allah heeft me dat bevolen. - Zeg me, in naam van de liefde voor Allah. Heeft Allah jou bevolen om gedurende de maand Ramadan te vasten? - Ja, Allah heeft me dat bevolen. - Zeg me, in naam van de liefde voor Allah. Heeft Allah jou bevolen om de verplichte aalmoezen (de zakāt) van onze rijken te nemen en aan onze armen te geven? - Ja, Allah heeft me dat bevolen.
De nobele metgezellen luisterden aandachtig naar de logische en helder geformuleerde vragen van de vreemdeling. De man vervolgde:
- Volgens hetgeen jouw gezant heeft verteld vraag je van diegenen van ons die over de financiële middelen beschikken, dat zij een bezoek dienen te brengen aan de Kaäba. Is dat juist?
- Ja, mijn gezant vertelde de waarheid. - Zeg me, in de naam van de liefde voor de Ene Die jou als profeet heeft gezonden. Heeft Allah jou dit alles bevolen? - Ja, Allah heeft me dit alles bevolen.
De man kreeg op elke vraag een bevestigend antwoord; vervolgens verklaarde, terwijl hij in volle oprechtheid naar de Profeet keek:
- Ik geloof zeker dat er geen andere god bestaat dan Allah. Ik ben er van overtuigd dat Muhammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is. Ik geloof in alle geboden die jij van Allah hebt ontvangen, ik zal deze correct uitvoeren.
Ik zal ook wegblijven van alles wat je hebt verboden. Ik ben Dimām bin Sa’lạbạh van de stam van Saad bin Bakr. Ik ben naar jou gekomen als vertegenwoordiger van mijn stam. Ik zweer bij de naam van Allah, Die jou als profeet heeft gezonden, dat ik niet meer en niet minder zal doen dan wat jij hebt bevolen.
Dimām stond op, maakte zijn kameel los, sprong erop en begaf zich op de terugweg naar zijn stam.
Toen de nobele metgezellen waren bekomen van hun verbazing, zagen ze op het gezicht van de Boodschapper van Allah een geamuseerde glimlach verschijnen. Het volgende goede nieuws kwam uit zijn gezegende mond:
- Als deze man met het samengevlochten haar de waarheid vertelt, dan treedt hij het Paradijs binnen.
45-)
Hoe kan men weten dat de Islam, in tegenstelling tot het Christen- en Jodendom, het ware geloof is?
In de Koran wordt er over de christenen en joden gesproken als zijnde de “mensen van het boek”.[qtip:1| Âl-i İmran, 64-65, 69-72, 75, 98-99, 110, 113, 199; Nisa, 123, 153, 159, 171; Maide, 15, 19, 47, 59, 65, 68, 77; Ankebut, 46; Ahzab, 26; Hadid, 29; Haşr, 2, 11; Beyyine, 1, 6] Op deze manier worden zij uitgenodigd, en wordt er duidelijk gemaakt dat God Degene is die alle profeten heeft gestuurd en alle boeken heeft doen neerdalen.
In het onderstaande vers wordt het volgende verteld:
Zeg: "O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah." Maar, als zij zich afwenden, zegt dan: "Getuigt, dat wij Moslims zijn."[qtip:2| Âl-i İmran, 3/64]
Er is consensus over Tawhid (éénheid van God) onder deze religies.
Niets is zo natuurlijk als de religie waar men aan verbonden is, als de ware religie te zien. Het is net zo natuurlijk dat de mensen van de tegenpartij dit niet kunnen geloven. In geen enkele periode in de geschiedenis is het te zien dat alle mensen verenigen op de ware religie. Dat er een botsing is tussen het juiste en foute sinds de mens op aarde is, is hier het bewijs voor.
Geen enkel moslim, jood of christen zal zeggen dat de kern van hun religie fout zit. Binnen de Islam is het één van de pilaren van de Iman (religie) dat hun boeken, Torah en Bijbel, ware boeken zijn. De religie zelf is niet verantwoordelijk voor de fouten van de opvolgers van deze religies. Dat wij kritiek hebben op de fouten, verkeerde uiteenzettingen en verdraaiingen van de opvolgers van deze religies, betekent niet dat wij kritiek hebben op de kern van deze religies. Zoiets zou ons buiten de Islam plaatsen.
Hierentegen is het hun eigen verantwoordelijkheid dat zij de Islam en de Koran niet accepteren. Onze verantwoordelijkheid is dat we de Koran op de juiste manier begrijpen, de wonderen ervan goed snappen en dit –ook zij- met iedereen delen. Verlossing is in de handen van God. Wij weten het volgende zeer goed: zoals de hemel mensen vraagt, vraagt ook de hel mensen.
De Koran is op veertig wijzen een wonder. Mohammed (vzmh) heeft met duizenden wonderen duidelijk gemaakt dat hij een ware Profeet (vzmh) is. Dit zijn geen subjectieve, maar objectieve bewijzen. Bijvoorbeeld, in de Koran wordt duidelijk gemaakt dat het Byzantische leger zal in een korte tijd weer met het Sassanidische leger oorlog voeren, en het Byzantische leger zal overwinnen; dat twee jaar voordat Mekka veroverd zou worden, was verteld dat dit zou gebeuren; dat de moslims zouden ontkomen aan de onderdrukking van de niet gelovigen; dat wegens het verspreiden van de Islam het Hidjaz gebied volkomen veilig zou zijn; dat na een korte periode de niet gelovigen (na de strijd van Bedir) gediend zouden worden; dat de Islam –ook naar de dood van de Profeet (vzmh)- met een khalifaat verder zou gaan. De geschiedenis heeft bewezen dat de ongekende aankondigingen ook plaats hebben gevonden. Dit zijn de criteria voor de ware religie die iedereen met een gezond verstand –gelovig of ongelovig- zou moeten accepteren.
Verder daagde de Koran de Arabische ongelovigen, die toentertijd de uitschieters waren in de Arabische eloquentie (welsprekendheid), uit met de kreet “met de komst van één soortgelijke soerah zal er gestopt worden met deze uitnodiging”, waarop niemand met één soortgelijke soerah kwam aanzetten. Dit is een openlijk bewijs dat de Koran door God is neergezonden.
Dat tientallen dichters en schrijvers, die het toppunt waren van de eloquentie, hun koppigheid loslieten en de Islam binnentraden, is een apart bewijs voor de waarheid.
Eloquentie- en taaldeskundigen als Zemahşerî, Bakıllanî, Abdulkahir Cürcanî en Sekkakî hebben het de wereld verkondigd dat het niet mogelijk is dat de Koran het woord van de mens is. Dit op zich is ook een bewijs.
Dat er in de geschiedenis en heden ten dage vele rechtvaardige christen- en joodgeleerden en –predikanten de Islam binnentreden, is ook een kwestie die als een bewijs dient en één waar de mensen van het boek op behoren stil te staan.
Zoals nadat Mozes (vzmh) de wonderen met zijn staf en verlichtte hand liet zien, en terwijl Farao en zijn mannen dit zagen of hoorden er toch niet in geloofden en hem wilden doden; zo ook nadat Jezus (vzmh) de meest zieke mensen genas en zelfs de doden tot leven riep, en terwijl de joden die dit zagen of hoorden hem toch wilden doden, brengen deze twee heilige personen geen enkele schade toe. Zo ook zegt de Koran duidelijk dat tijdens een korte periode in de nacht de Profeet (vzmh) van Mekka naar Koedoes is gegaan en is teruggekeerd; dat hij met zijn ene wijsvinger de maan in tweeën heeft gescheiden; dat tijdens de Bedir oorlog Hij (vzmh) één hand vol zand gooide naar de niet gelovigen en ieder van deze ongelovigen één hand vol zand in hun oog kregen; -aangezien de Hadith sahih (kloppend) zijn- dat Hij (vzmh) zijn tien vingers als tien kranen deed fungeren en ervan liet drinken; dat Hij (vzmh) honderden zieken heeft genezen en zelfs hen die tijdens de oorlog hun hand, arm of benen hadden verloren, zijn speeksel op deze ledematen smeerde en deze weer genas; dat terwijl de Oehoed oorlog een pijl het oog van Zijn (vzmh) vriend eruit deed halen en dit oog weer terug erin plaatste en vervolgens Zijn hand erover smeerde waardoor dat oog beter zag dan het eerst deed. Zij die honderden van dit soort wonderen zagen of hoorden en toch ontkenden dat Hij (vzmh) een profeet was, doet niets af van het feit dat zijn uitnodiging de waarheid is en heeft die ontkenning ook geen waarde in de ogen van de mensen met een gezond verstand.
Want deze toestanden van ontkenning komen bij iedere Profeet voor. Zowel voor Mozes (vzmh) als Jezus (vzmh) als Mohammed (vzmh) geldt dat zij die hen verloochenden, allen het volgende argument gebruikten: “Het is een illusie.” Allen hebben ze getracht het geziene wonder als een illusie te bestempelen. Om hun ego, duivel en maatschappelijke, sociale en economische status niet op te geven voor een profeet, hebben zij zich berust op een “illusie”. Echter, door een wonder “illusie” te noemen, of door de naam van de waarheid te veranderen, verandert de waarheid niet.
Een zon is niet blazend te doven, door het oog te sluiten wordt het niet donker, hij die zijn oog sluit maakt het alleen voor zichzelf donker…
46-)
Hoe kunnen we duidelijk maken dat de vrede die de mensheid zoekt, binnen de Islam ligt?
Prof. Dr. Ibrahim Ozdemir geeft in zijn boek Postmoderne Ideeën, in het hoofdstuk “De broederschap van Moslims met mensen”, voorbeelden van de toepassing van de Islam. We laten jullie één op één met deze belangrijke bevindingen. Is de vrede die de mensheid zoekt, binnen de Islam? Laten we samen hierover nadenken.
Volgens de Koran is de mens de meest geëerde creatie. Hij is op aarde de leider van de schepselen. Daarom is er veel aandacht geschonken aan de mens en is hij geëerd. Een onschuldige persoon doden, is gelijkgesteld aan het doden van de gehele mensheid.
De Profeet (v.z.m.h.) heeft zelfs aan de niet-Islamitische begrafenissen respect getoond en heeft zodoende aangetoond dat mens-zijn eerder komt dan het toebehoren tot een bepaald geloof. De traditie dat de Moslims met respect omgaan en in dialoog aangaan met andere geloofsaanhangers, heeft een groot aandeel in deze gedachtegang.
Aan de andere kant hebben de Moslims nooit degenen buiten henzelf –zelfs toen de Moslims heersten- gedwongen van geloof te veranderen en te bekeren tot de Islam, omdat dit het principe is van de Koran. Dit is het resultaat van het Koranitische principe “In het geloof is er geen dwang”. Hierdoor zijn de mensen in de door Moslims veroverde landen niet onder dwang komen te staan, maar zijn ze zelfs vrijgelaten in hun geloof en religie, met de voorwaarde dat de belasting betaald werd.
De volgende uiteenzettingen van de Profeet (v.z.m.h.), was sturend voor de Islamitische leiders: “Hij die de mensen onderdrukt, onderdrukt ook Allah. Wie een niet-Islamiet onderdrukt en meer taken oplegt dan hij kan verdragen, zal op de Dag des Oordeels mij tegenover zich vinden.”
Omdat dwang omtrent het geloof ingaat tegen de kern van het geloof, was er vanaf dag één van de Islam hier geen plaats voor binnen de Islam. Om deze reden heeft onze Profeet (v.z.m.h.) het volgende middels een vers duidelijk gemaakt: “Jouw taak is bekendmaken, en niet de mensen doen slagen.”
De toepassingen van de Profeet (v.z.m.h.) zijn uiteraard binnen het kader van de principes in de Koran vastgesteld. Zoals bekend, is onze Profeet (v.z.m.h.) samen gaan leven met de Joden na Zijn (v.z.m.h.) emigratie van Mekka naar Medina. De Profeet (v.z.m.h.) heeft Zijn relatie met de Joden middels een stuk tekst vastgelegd. De Profeet (v.z.m.h.) heeft de gezaghebbenden in Medina bij elkaar geroepen en een stelsel voor de stad opgesteld; dit wordt ook wel als de eerste grondwet geaccepteerd.
In deze grondwet die uit ongeveer vijftig wetten bestond, stond ook “Het geloof van de Moslims is voor henzelf, het geloof van de Joden is voor henzelf.” vermeld waarmee de Joden en hun bondgenoten in volledige vrijheid konden leven.
Het gebied Necran, dat in het zuiden ligt van Mekka, was het Christelijke centrum van de Hicaz. In Zijn verdrag met de mensen van Necran werd vastgesteld dat zij zowel verzekerd waren van hun levens, goederen en vrijheid in hun geloof als dat hun tempels en religieuze leiders onaantastbaar waren.
Deze lijn die door de Koran en Soennah is bepaald, is door de latere Islamitische leiders voortgezet. De instructies die Aboe Bekr (r.a) gaf aan zijn commandanten die naar een oorlog toegingen en Jeruzalem verdrag van Omar (r.a), tonen deze standaard aan. In zijn instructie maakt Aboe Bekr (r.a) duidelijk dat zelfs ten tijde van oorlogen de natuur niet vernietigd mag worden, door het volgende te zeggen: “Slacht en verkwist de dadel- en andere fruitbomen, schapen, geiten en andere dieren niet, behalve om hen te eten.”
47-)
Behoren we ons aan een leerschool (mazhab) te houden?
Vandaag de dag bevinden we ons helaas in een situatie met veel geestelijke ziektes. Aangezien we in het einde der tijden zijn, verspreiden deze ziektes zich snel. Zij die geen kennis opdoen, die als een medicijn functioneert, worden door deze ziektes aangetast en vernielen hiermee hun eeuwige leven.
Één van deze ziektes is de ziekte van geen leerschool volgen. Vaak wordt er het volgende gezegd: “Ik volg de Qoran. Ook ik kan hier mijn oordeel uit opmaken.Waarom zou ik een leerschool moeten volgen? Onze Profeet (v.z.m.h.) volgde ook geen leerschool. Ik volg de Profeet, ik volg geen een of andere leerschool.”
Dit is wat men zeer vaak hoort, in het bijzonder van hen die geen leerschool volgen. Zoals al is aangegeven, is dit het einde der tijden en zijn er zeer veel geestelijke ziektes aanwezig die het hiernamaals zeer schadelijk aantasten.
Het eerste wat we willen aangeven, is dat met het volgen van de mazhab, de Qoran en de Soennah wordt gevolgd. Het is niet zo dat zij worden gevolgd en de Koran en Soennah niet, maar het is zich aan de Koran en Soennah hechten met hun visie daarop; het zijn dus de Qoran en Soennah die gevolgd worden. Omdat niet iedereen de Qoran en Soennah goed kan snappen, is het vanuit praktisch oogpunt bezien sterk geadviseerd zich hier aan te houden. Wij kunnen hier niet van verplichting spreken, omdat haram of halal enkel door Allah en Zijn Profeet (v.z.m.h.) bepaald kan worden.
Wat hierbinnen is aanvaard, is het volgende: het is, binnen de regels van de Soennah, de Qoran volgen. Niemand kan en mag zeggen dat er een andere weg is dan deze. Echter, kan niet iedereen het juiste oordeel fellen over verzen en hadith die ogenschijnlijk tegenstrijdig lijken, en is niet iedereen in staat alles te vatten. Om de Qoran en Soennah na te kunnen leven, is er overeenstemming één van de vier leerscholen te volgen. Want zij zijn degenen die ons op een gezonde wijze het oordeel hebben bepaald. Dit wordt ook wel het inkt-oordeel genoemd, wat als algemeen geaccepteerd wordt beschouwd en dit geldt dan ook als een bewijs. Dit betekent uiteraard niet dat na hun tijd er geen andere overeenstemmingen gevormd kunnen worden, zoals over onderwerpen waar er geen sprake van was in hun tijd, of dat we hun overeenstemming niet mogen uitzoeken.
Wat we echter duidelijk willen maken, is dat men de grote fout maakt geen enkele leerschool te accepteren. Het is goed duidelijk te maken dat de mazhab geen geloof is, enkel een weg om de woorden van Allah beter te begrijpen. Er is dan ook geen ‘Hanefi staat’ of ‘Shafi staat’, maar er is de Islamitische staat. Men kan dus ook van de andere leerscholen oordelen accepteren, mensen van verschillende mazhab kunnen met elkaar trouwen en kunnen mensen van verschillende mazhab achter elkaar bidden. Mazhab is dus geen geloof, maar enkel een weg. De standaard die we behoren te hanteren, is als volgt:
Men kan van de ene naar de andere mazhab overstappen, en wanneer hij aan iets behoefte heeft, kan hij het oordeel van een andere mazhab volgen. Echter, om het ego te bevredigen een leerschool kiezen waar men zin in heeft, is niet toegestaan. Want dit kan ons brengen naar situaties die in strijd zijn met de inkt-overeenkomst. We mogen deze persoon dan ook niet vervloeken, want niet hetgeen dat hij doet, maar het resultaat is verkeerd. Ook wanneer men in staat is onderzoek te doen naar een onderwerp en bevoegd is hierin zelf een oordeel te fellen, dan kan men dit doen. Als men dit niet kan, dan is het niet toegestaan.
Als we het moeten samenvatten: iedereen behoort een bewijs te hebbenvoor wat hij doet, en behoort volgens de Soennah de Quran te leven. Allah zegt:
“… zodat hij die zou omkomen door een duidelijk teken zou sterven en dat hij die zou leven door een even duidelijk teken zou blijven leven. En voorzeker, Allah is Alhorend, Alweten.” [qtip:(1)| Quran: 8:42]
Dus een mazhab is geen religieuze verplichting, maar is het vanuit een praktische reden een verplichting. Middels de mazhab, kan de verschillende Soennah worden toegepast en wordt hier ook mee laten zien dat de Islam overal en altijd toegepast kan worden. Door met deze Mazhab de Islam na te leven, ontstaat onder de Islamitische gemeenschap éénheid en zal zij lang kunnen leven.
Mazhab betekent het perspectief dat wordt gevormd over hetgeen dat niet openlijk in de Qoran en Soennah, of nergens iets over te vinden is. Om deze reden kan men niet zeggen “Hoe kunnen nou vier mazhab ontstaan”, want dan zouden er geen vier, maar 400 miljoen mazhab zijn. Want als alles openlijk in de Qoran te vinden zou zijn en er dus geen behoefte zou zijn aan éénduidigheid, zou het sowieso geen probleem zijn. Om deze reden is het zo, zoals boven aangegeven, dat wanneer men de leerschool van Imam-i Abu Hanife volgt, hij niet de Qoran en Soennah achterwege laat en Abu Hanife volgt; men accepteert juist de Qoran en Soennah vanuit zijn perspectief; men begrijpt de Qoran en Soennan dus zoals hij dit begrijpt.
Aangezien onze Profeet (v.z.m.h.) één onderwerp op meerdere manieren heeft benaderd, betekent het willen van enkel één mazhab dat een deel van de Soennah wordt weggeknipt. Hier heeft niemand het recht toe.
Volgens deze verschillende toepassingen van de Soennah zijn de verschillende leerscholen ontstaan, die op hun beurt weer voor verrijking en vergemakkelijking hebben gezorgd. Wanneer men vanwege zijn leerschool op een bepaalde tijd of plek in de knel komt, kan hij met een andere leerschool verdergaan.
Dus:
Aangezien de Islam vandaag de dag laat zien dat hij verschillende alternatieven kan tonen, behoren de moslims zich niet af te vragen of de leerscholen wel of niet toegestaan zijn. İn deze tijden hiermee bezig zijn, zorgt ervoor dat de moslims tegen elkaar in gaan en hiermee uitelkaar groeien. Dit is wat de moslims aangaat, en waneer er geen externe problemen meer zijn, dan kunnen we ons richten op onderwerpen zoals de mazhab.
48-)
Wat is bij Allah de reden voor superioriteit? Spelen raciale verschillen hierbij een rol?
In het vers waar racisme wordt verboden en les wordt gegeven dat alle mensen van dezelfde voorouders afstammen, wordt het volgende gezegd: ‘Voorzeker, de godvruchtigste (takva) onder u is de eerwaardigste bij Allah’.[qtip:1| Koran (49:13)]
In takva is het vermijden van racisme inbegrepen. Bij Allah zijn niet de mensen van dit of dat volk de eerwaardigste, maar zij die in de takva het verst zijn. Het soort volk maakt dus niet uit.
Takva betekent Godvrezendheid, zich krachtig en zorgvuldig onthouden van Zijn verboden…
Als we in de verzen kijken naar de attributen van degenen met takva, zien we dat de takva het symbool en resultaat is van de Islam in zijn geheel naleven.
In het hoofdstuk van het huis van Imraan nodigt onze Heer ons uit naar Zijn vergiffenis en naar Zijn paradijs. Het gaat verder dan uitnodigen, Hij zegt ‘’Ren!’’. En aan het eind van dit vers wordt vermeld dat het paradijs voorbereid is voor hen met takva.
In dit vers worden de attributen van hen met takva als volgt opgesomd:
‘’Zij, die in voorspoed en in tegenspoed wel doen.’’(Aalmoes geven en de behoeftigen te hulp schieten)[qtip:2| Koran (3:134)]
‘’Zij, die hun frustratie ten tijde van woede doorslikken.‘’
‘Zij die vergevend zijn jegens de slechtheden afkomstig van de mensen’’
‘’En zij, die wanneer zij een slechte daad begaan of zichzelf onrecht aandoen, Allah gedenken en om vergiffenis vragen voor hun zonden”[qtip:3| Koran (3:135)]
‘’en om vergiffenis vragen voor hun zonden’’
‘’en niet volharden in hun (slechte) daden tegen beter weten in’’
Allah heeft degenen lief die deze eigenschappen bezitten; ongeacht zijn status, volk, inkomst of klasse. Is dan een gelovige die zich bewust is van zijn dienaarschap dan niet verantwoordelijk voor het liefhebben van degenen die Allah ook lief heeft? Terwijl Allah van deze dienaren houdt, hoe kan een gelovige dan zijn landgenoot, die ver staat van dit soort eigenschappen, liefhebben.
Meteen na het hoofdstuk “El Fatiha” is het eerst volgende vers: ‘’Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor de muttakin (mensen met takva)’’. Het is zeer betekenisvol dat na “El Fatiha” direct aandacht wordt gevestigd op de takva! Hierin worden degenen met takva met de volgende attributen gekenmerkt: ‘’Die in het onzienlijke geloven’’, ‘’en het gebed verrichten, ‘’en die weldoen met hetgeen Wij hun hebben geschonken’’, ‘’En die geloven in hetgeen u is geopenbaard en in hetgeen voor u is geopenbaard’’, ‘’en een standvastig vertrouwen hebben in dat wat komen zal’’.
In dit vers wordt er niet over een ras, een stam, een leider, een officier, een slaaf of een heer gesproken… Deze verzen zijn maar twee voorbeelden… Uitgaand van dit perspectief wordt het duidelijk dat alle verzen in de Koran racisme verwerpen.
Alle bevelen zijn gericht op de gehele mensheid of op de gelovigen. Verzen die oproepen tot de redding, worden gericht op de gehele mensheid. Hier wordt er niet naar het ras, de stam, de status of de rang gekeken. Dat een Arabier tot de redding komt is niet belangrijker dan dat een Engelse tot de redding komt.
In verzen met betrekking tot gebeden en gehoorzaamheid zijn de gelovigen de doelgroep. Hierin wordt ook geen onderscheid gemaakt onde de gelovigen. Geboden als ‘’Aanbid Allah’’, ‘’Kniel voor Hem’’, ‘’Geef uw aalmoezen’’, en verboden als, ‘’Neem geen rente’’, ‘’ En houd u verre van overspel’’, ‘’Noch belastert elkander’’, zijn gericht aan alle gelovigen. De graad bij het naleven van de geboden en wegblijven van de verbodenen zijn voor alle volkeren hetzelfde.
Daarnaast zijn er verzen over de kwelling; zij waarschuwen voor de kwellingen die de vroegere volkeren ondervonden hebben. In deze verzen wordt aandacht geschonken aan en gesproken over de gevechten, opstanden, verloochingen, en kwellingen tegenover de Boodschappers. De kwellingen zijn wegens deze zondes tot hen gekomen. Dus niet omdat ze tot een bepaald volk toebehoorden.
Dat racisme niets met het verstand, de wetenschap en het geweten te maken heeft, is duidelijk vermeld met het begrip dat de Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd ‘Asabiyyet-i cahiliyye’ (extreem nationalisme van de tijd der onwetendheid).
Een mens kan wegens zijn ras noch beter noch slechter worden. De begrippen ‘goed’ en ‘slecht’ behelzen niet een dusdanig kenmerk. Ieder verstand en geweten bevestigt dit. Wanneer we het over mens met een goede eigenschap hebben, dan hebben we het meestal over zijn morele waarden, takva, goede daden, eerlijkheid en zijn doorzettingsvermogen. Dit zijn allemaal zaken die samenhangen met zijn wil. Nu eenmaal niemand met zijn vrije wil zijn ras kan kiezen, zouden wij onze onwetendheid aantonen door te zeggen dat die of deze man goed is, omdat hij tot een bepaald volk toebehoort.
Hoe je het ook bekijkt, racisme is niets meer dan onwetendheid.
Onze Profeet (v.z.m.h.) is niet alleen gestuurd naar het Arabische volk. Hij is niet alleen voor de Arabieren, maar voor de werelden als genade gezonden. Hij is met monotheïsme als missie uitkomen. Tegenover hem waren er toendertijd verschillende praktijken van afgoderij. Hij wilde de mensen die slaaf waren van standbeelden, in gevangenschap waren van hun ego, onderdrukt werden door de heidense religies, bevrijden en hen een dienaar maken van Allah en tot Hem laten buigen. Hij wilde rechtvaardigheid in plaats van onderdrukking, en met het licht van de openbaring alle misvattingen rechtzetten. Hij wilde alle verkeerde normen vervangen met de normen van de Koran. Zijn missie reikte verder dan de stammen, rassen en zelfs het heelal. Hoe kan een dienaar die niet in zijn Schepper gelooft, superieur zijn? Dat betekent dus, dat hij met de geloofsovertuiging zou moeten beginnen. Inderdaad, zo heeft hij het ook gedaan.
Hoe kan een onderdaan die in opstand komt tegen zijn Heer, hogere rank hebben? Zodoende zou Hij (v.z.m.h.) de mensen moeten verzamelen rondom het gebed. Inderdaad, zo heeft hij het ook gedaan.
Zijn (v.z.m.h.) stam was tegen Hem; Zijn familie was tegen Hem en zelfs Zijn oom was tegen Hem. Het is zeer betekenisvol dat tijdens de tijd van glorie de metgezellen met hun ongelovige familieleden in oorlog verkeerden! In deze veldslagen hebben metgezellen samen met hun gelovige broeders waarmee ze geen nauwe banden hadden, zij aan zij gestreden, en doodden zij hun eigen vaders en broers. Samen met dat vergoten bloed is het racisme en afgoderij de geschiedenis in gestroomd.
49-)
Een vertrouwde nederlandse vertaling van de Quran
Wij raden u de levende Koran aan. Voor meer informatie kijkt u naar de volgende site: IURPRESS
50-)
Wat behoren we te doen wanneer men de Islam niet wilt accepteren, terwijl wij dit wel vertellen?
Bevrijding komt van Allah. Onze enige taak is het vertellen van de Islam. Wanneer jullie haar over de Islam vertellen en zij hierdoor wegloopt, is het beter hier niet opdringerig in te zijn. Het is zelfs beter dat wanneer zij zich opgedrongen voelt, niet meer over de Islam te vertellen. Als jullie de Islam naleven en zij dit ziet, zal zij hier meer geraakt door worden dan de woorden die jullie uitspreken. Bij het vertellen van de Islam is geduld de belangrijkste factor.
Uit de Koran kan het volgende vers erbij gehaald worden als bewijs dat onze enige taak het vertellen van de Islam is:
“En zij zeggen: "Wij zullen in u stellig niet geloven voordat gij voor ons een bron doet ontspringen aan de aarde." "Of tenzij gij een tuin hebt met dadelpalmen en wijnranken en in het midden daarvan stromen doet vloeien." "Of tenzij gij de hemel in stukken op ons doet nedervallen zoals gij hebt beweerd of tenzij gij Allah en de engelen voor ons brengt." "Of tenzij gij een huis hebt van goud, of tenzij gij ten hemel stijgt, maar wij zullen in uw hemelvaart niet geloven tenzij gij ons een boek nederzendt dat wij kunnen lezen." Zeg: "Glorie zij mijn Heer: ik ben slechts mens en boodschapper!" [qtip:(1)| Koran 17: 90 - 93]
Hierop heeft de Profeet (v.z.m.h.) geantwoord met:
“Ik ben hier niet om dit soort dingen te doen, ik ben er enkel om de waarheid jullie te vertellen.”
De lering die we hieruit behoren te trekken, is dus dat het aan ons is enkel de Islam te vertellen en te verkondigen; het doen accepteren van de Islam is aan Allah.
Said Nursi zegt hierover ook dat wanneer wij iets willen doen, het aan ons is dit met volle inzet en overtuiging te doen, maar het resultaat ervan aan Allah over te laten. Als het bepaald is dat het wel of niet gaat lukken, dan komt dat van Allah. Met onze eigen wil zal het niet lukken. Wanneer we dan ook het beoogde resultaat niet halen, dan zou dit ons ook niet moeten ontmoedigen verder te gaan met het verkondigen van de Islam. Alles wat we doen is omwille van Allah en het resultaat laten we aan Allah over. [qtip:(2)| Said Nursi]
Het is dus aan ons de Islam te vertellen, maar of degene dit accepteert of niet, dat laten we aan Allah over. Als Allah het wilt, zal Hij zijn hart hiervoor openen, anders niet. We behoren echter geen enkel moment ontmoedigd te zijn de Islam te blijven verkondigen; wij zijn namelijk enkel verkondigers.
51-)
Wat is het oordeel over het aannemen van de Salaam (Islamitische begroeting)?
De Salaam onder de moslims, wat een teken is van vriendschap en goede intentie, is soennah. Accepteren van de Salaam, dus het teruggroeten, is echter fard. De Salaam niet accepteren, is dus niet toegestaan.
Het oordeel van onze Profeet (vzmh) over de Salaam is als volgt: "Jongeren behoren de ouderen te groeten, mensen per voertuig en te paard behoren de voetgangers te groeten, zij die lopen behoren de zittenden te groeten, zij die later aankomen behoren de reeds aanwezigen te groeten, wanneer twee groepen elkaar tegenkomen behoort de kleinere groep de grotere groep te groeten.”[qtip:1| Buhârî, İsti'zân, 4-7; Müslim, Selâm, I]
Als groepen elkaar begroeten, volstaat het als één persoon van de ene groep groet en één persoon van de andere groep deze accepteert.[qtip:2| Ebu Dâvud, Edeb, 141] Echter, als niemand uit de laatste groep deze groet accepteert, zal iedereen in deze laatste groep gezondigd hebben.
Het volgende is overgeleverd: “De Joden zijn in 71 groepen en de Christenen in 72 groepen gescheiden. Mijn Oemmah zal scheiden in 73 groepen. Buiten de ene groep, zullen ze allemaal in het vuur zijn. De bevrijdde groep is zij die het pad van Mij en Mijn metgezellen volgt.”[qtip:1| Tirmizi, İman,18; İbnu Mace, Fiten, 17; Ebu Davud, Sünne, 1]
In een andere eerbare Hadith (overlevering), heeft onze Profeet (vzmh) het volgende gezegd: “Mijn Oemmah zal scheiden in 73 groepen. Binnen deze groepen zal één groep de bewoner van de hemel worden.”
Toen onze Profeet (vzmh) deze Hadith overleverde, vroegen Zijn metgezellen: “Ow Rasoeloellah, welke groep zal de bevrijdde groep zijn?”
Hij (vzmh) beantwoordde het als volgt: “Zie die niet afwijken van mijn Soennah, zullen de bevrijdden zijn! Dus zij die zich binden aan ‘ehl-i soennah wa’l djemaat’ (mensen van de soennah en gemeenschap).
Al concluderend: Moslims die verbonden blijven aan de Soennah van onze Profeet (vzmh), zoals beschreven in de boeken, zullen de bevrijdde mensen zijn. Zolang zij maar niet van de Soennah afwijken, de Soennah als de enige standaard zien, en de uitvoering ervan niet verwaarlozen.
Dus omdat alle vier de leerscholen (Hanafi, Hambali, Safi en Malaki) zich, ook in hun daden, houden aan de Soennah, behoren zij allen tot de bevrijdde mensen.
Wij denken dat dit niet te maken heeft met tovernarij of dat iemand op de schroef gebeden heeft voor ongeluk. Het kan op één of andere manier daar terecht zijn gekomen.
We behoren niet alles op een negatieve manier te interpreteren. Wees gerust en als het al zo is dat iemand een vloek daarover heeft uitgesproken, steun dan op onze Heer. InshaAllah zorgt Hij er voor dat de gebeden voor een dergelijk ongeluk niet zullen worden geaccepteerd.
Misschien kan het antwoord op een vraag over influisteringen jou ook helpen:
Het is verboden voor een vrouw om tijdens haar menstruatie, of tijdens bloedverlies na de bevalling (Lochia) de Koran te reciteren. De Profeet (v.z.m.h.) heeft het volgende gezegd over het reciteren van de Koran tijdens de menstruatie, lochia en onreinheid: “Een menstruerende vrouw en een onrein persoon kan niets uit de Koran lezen.” [qtip:(1)| Tirmidhi, Taharet, 98]
Bovendien heeft Ali (r.a.) het volgende gezegd: “Niets heeft de Profeet (v.z.m.h) kunnen weerhouden van de Koran te citeren behalve onreinheid.” [qtip:(2)| Eboe Davoed, Taharet, 90; Neseí, Taharet, 170]
Soerah Fatiha kan gelezen worden met de intentie om een smeekgebed (doea) te doen. Bovendien kunnen alle smeekbeden die in de Koran voorkomen, gereciteerd worden met de intentie een smeekgebed op te zeggen. Bijvoorbeeld;
“Rabbena atina fiddunya haseneten ve fi’l ahireti haseneten ve gina azabennar.” (Onze Heer, schenk ons het goede in deze wereld, alsook in de komende wereld en bescherm ons voor de marteling van het Vuur) [qtip:(3)| Soerah Al-Baqarah - De Koe, vers 201]
Zo ook kan iemand die goed nieuws te horen krijgt “Alhamdulillah”(Dank aan Allah) zeggen en iemand die slecht nieuws te horen krijgt “Inna Lillahi ve Inna ileyhi Raciun”(Voorzeker, wij zijn van Allah en tot Hem zullen wij wederkeren)[qtip:(4)| Soerah Al-Baqarah – De Koe, vers 156] zeggen. [qtip:(5)| Ibrahim Halebi, Halebi, Sagir, p.37-39]
Het is geen enkel probleem voor menstruerende vrouwen, onreine personen om verschillende doea’s zoals de Al-Qunut te lezen, verschillende woorden zoals de tasbih (SubhanAllah) en Tahlil (La Ilahe Illallah) op te zeggen en om de profeet (v.z.m.h.) te zegenen/groeten. Ook is het mogelijk voor een menstruerende en/of bloedverliezende vrouw om te luisteren naar de Koran.
Tijdens de menstruatie kan elke vorm van doea’s gedaan worden. Hier zijn geen restricties op gelegd.
De islam stelt weinig voorwaarden aan een niet-moslim om moslim te worden. Door slechts de shahada uit te spreken, getuig je van het geloof in Allah en de profeetschap van Mohammed. De shahada dien je overigens wel met volledige overtuiging en begrip van de betekenis uit te spreken. Je moet je afkeren van alle andere religies dan islam en met heel je hart in de eenheid van Allah geloven.
Degenen die moslim willen worden, moeten eerst zeggen: "Er is geen god dan Allah, Mohammed is de boodschapper van Allah", en moeten zich afkeren van alle religies behalve de islam en moeten met heel hun hart in de eenheid van Allah geloven.
Omdat de Islam de enige religie is die door Allah wordt geaccepteerd, staat er in de Koran:
“Waarlijk, de (geaccepteerde) godsdienst bij Allah is de islam.”1
"En wie er een andere godsdienst dan de islam zoekt, het zal nooit van hen geaccepteerd worden en in het Hiernamaals zal hij één van de verliezers (in de Hel) zijn."2
Wanneer hij de shahada uitspreekt, treedt hij toe tot de religie van de islam en worden al zijn zonden, behalve het schenden van andermans rechten, vergeven.
“Behalve degenen die berouw hebben en geloven en goede daden verrichten. Voor diegenen zal Allah hun zonden in goede daden veranderen, en Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.”3
Als iemand zich bekeert tot de islam is het niet verplicht om zijn naam te veranderen indien de naam geen slechte betekenis heeft.
En ook besneden worden is geen verplichting voor een man die wilt bekeren tot de islam.
58-)
Is het haram om bourbon in te schenken voor bejaarden
U kunt wel als verzorger in een bejaardentehuis werken, echter is het verboden alcohol voor hen in te schenken. U kunt met uw begeleider praten om deze taak niet uit te voeren. Als er een overeenkomst kan worden gesloten, dan kunt u in dat bejaardentehuis zonder probleem doorwerken. Als er geen overeenkomt kan worden gesloten, dan zult u ander werk moeten gaan zoeken.
Hierop aansluitend kan de volgende belangrijke Hadith als voorbeeld gegeven worden:
"De Profeet (v.z.m.h.) van Allah heeft tien personen vervloekt die te maken hebben met dranken waarvan je dronken kan worden: degene die het perst, laat persen, drinkt, vervoert, laat vervoeren, aanbiedt, verkoopt, geld eraan verdient gebruikt, koopt en laat kopen."[qtip:(1)| Al-Tirmidhi 2776]
59-)
Kan ze mij scholing verbieden en is het haram als ik mogen toch ga?
Beste broeder/zuster,
In deze situatie zal het geen zonde zijn als je niet naar je moeder luistert en wel naar school gaat. Je moet echter wel proberen om geen zonden te begaan wanneer je op school bent.
60-)
waarom geloof ik in de islam?
Hier zijn zeer veel redenen voor. De belangrijkste reden is, omdat de islam ons de Schepper van het Universum, Allah (cc), op de correcte manier doet leren kennen. Dit betekent op zijn beurt dat de Islam het geloof is dat van Allah (cc) komt. In alle andere geloven zien we dat er naast God andere creaties worden geplaatst. Daarentegen is het basisprincipe binnen de Islam tawhid; dus dat er geen andere God is dan Allah en dat alle creaties Zijn schepselen zijn. Hij heeft noch een kind, noch een partner, noch is er iets of iemand gelijk aan Hem.
De Islam herbergt alle fundamenten om de mensheid tot een staat van volwassenheid en ons in zaligheid en veiligheid te brengen. De islam brengt alle individuen die zich vastbinden aan dit geloof van verlichting naar zaligheid en van zaligheid naar volwassenheid. De Islam acht het beschermen van het leven zeer essentieel en straft allen die de orde en veiligheid van de maatschappij in gevaar brengt met harde straffen. De islam draagt eenheid en saamhorigheid, behulpzaamheid en het delen met elkaar op. Ons geloof beschermt de gemeenschap van terrorisme en anarchie.
De islam legt ieder moment goede moraliteit op aan de mensheid. De Islam leert de mensheid dat hij duizenden voordelen voor ons heeft, zowel fysiek als mentaal.
De godsdienst Islam heeft zijn beginselen in de wetenschap en wijsheid, en leidt allen die voor zichzelf kunnen denken, weliswaar door (deels) eigen inbreng, naar zaligheid en weldaad. Ignorantie (onwetendheid) wordt in de Islam gezien als grootste vijand; de mensheid wordt aangespoord naar bezinning. Om te begrijpen wat voor grote barmhartigheid de Islam is voor de mensheid, zullen we de tijd voor en na de Gelukzalige Eeuw (de eeuw van onze Profeet (v.z.m.h.) goed moeten bekijken.
Voor de islam leed de hele wereld onder terrorisme en anarchie, onwetendheid en ketterij. Net zoals de hele wereld, leed ook Saudi-Arabie onder deze gruweldaden; mensen begraafden hun dochters levend, geloofden in verzinselen en aanbaden standbeelden die ze met hun eigen handen hadden gemaakt.
In die donkere tijden kwam de Noer (verlichting) van de Koran voor Saudi-Arabie tevoorschijn net als de zon. Blasfemie en onrecht, verwaarlozing en marteling werden in alle vormen verbrijzeld. Door zijn goddelijke verschijning deed het de ogen strelen en de mensen naar Het Rechte Pad leiden. Afgoderij is totaal afgedaan en tawhid kwam daarvoor in de plaats. Onrecht verdween en rechtvaardigheid kwam daarvoor in plaats. Haat en vijandigheid in de mens verdween en liefde, meedogen en barmhartigheid namen plaatst daarvoor.
Wij raden u aan om lessen te volgen van iemand die de Koran leest en bestudeert. U zult aan de hand van bovengenoemde en eindeloos andere waarheden zelf constateren dat de Islam de enige rechtvaardige weg is.
61-)
Wat is het verschil tussen soennieten en sjiieten?
Het tijdstip voor het ochtendgebed start met fajr en eindigt wanneer de zon is opgekomen. Echter volgens de Hanafi is het beter om te wachten met bidden totdat het een beetje verlicht is en volgens de Safi is het juist beter om vroeg, als het donker is, te bidden.
Omdat het volgens Hanafi waardevoller is om het ochtendgebed later te bidden, wordt deze niet direct na fajr gebeden.
Overigens wordt de azaan niet na Fajr opgeroepen, maar net voor het tijdstip van bidden, zodat de mensen weten wanneer er gebeden gaat worden en zo naar de moskee kunnen komen om gezamenlijk te bidden.
Zodra het fajr is, is het mogelijk om te bidden. Wachten op de azaan is dus geen verplichting.
Volgens Hanafi is het ochtendgebed ongeldig als tijdens het bidden van het ochtendgebed de zon opkomt. Zodra de karahat tijd voorbij is, is het weer mogelijk om het ochtendgebed in te halen.
Iemand die het ochtendgebed niet op tijd heeft gebeden en deze wilt inhalen na de karahat, maar wel voor het middaggebed, dan dient naast de fard ook de Soennah ingehaald te worden.