Meest Gelezen in de Categorie

1-) Wat is de wijsheid achter het stenigen van de duivel tijdens de Hadj?

Zoals men wellicht weet, wordt er tijdens de Hadj in Mina op de eerste, tweede en derde dag van het offerfeest (Ied – ul – Adha) de grote, middelmatige en de kleine jamrah, die als symbool voor de duivel staan, gestenigd. Dit gebed is wajib. De handelingen die hier worden verricht zijn de symbolen van de hadj. Het eren van een mooie herdenking. Het stenigen van de vervloekte duivel die de vijand van de hele mensheid is.

Met dit symbolische gebed worden er op drie vastgestelde locaties stenen geworpen. Deze vorm van gebed is overgekomen van de profeet Ibrahim (as).

Over dit onderwerp zijn er twee overleveringen. De eerste is als volgt:

Toen profeet Ibrahim (as) met het bevel van Allah (swt) zijn zoon Ismael (as) moest opofferen als beproeving, kruiste de duivel hun pad. De duivel probeerde Ibrahim(as) over te halen om er van af te zien zijn zoon Ismail (as) te offeren en maakte hiervoor gebruik van de mededogen die Ibrahim koesterde voor zijn zoon. De standvastige profeet echter negeerde hem. Vervolgens keerde de duivel zich tot Ismail (as) en begon hem dingen in te fluisteren, dat hij niet moest luisteren naar zijn vader, dat zijn vader het bevel van Allah (swt) verkeerd had begrepen en dat hij zijn moeder huilend had achtergelaten. Ismail ging niet in op de influisteringen van de duivel en verjoeg hem. Hij pakte zeven stenen en wierp ze richting de duivel die aan het vluchten was. Zodoende, de reden waarom de pelgrims de jamrah stenigen, is om deze gebeurtenis te herdenken en te herleven.

De volgende overlevering van Ibn Abbas is als volgt:

Ten tijde van de pelgrimstocht van de profeet Ibrahim (as) verscheen de duivel bij de Akaba (grote jamrah). Hierop heeft hij de duivel neergeslagen met zeven stenen. Daarna verscheen de duivel wederom bij de middelgrote jamrah. Ook daar wierp de profeet zeven stenen naar de duivel en sloeg hem neer. Even later kwam de duivel weer te voorschijn bij de kleine jamrah.Na nogmaals zeven stenen toegeworpen gekregen te hebben, was de duivel niet meer in staat om op te staan.

Hierop zei Ibn Abbas: “ jullie stenigen slechts de duivel en  jullie volgen slechts het pad van Ibrahim (as).

”Dit gebedsritueel is bedoeld om duivelse begeertes te vermijden, duivelse influisteringen te negeren en om nogmaals, binnen de cirkel van het geloof, de duivel te vervloeken en ten gronde te slaan. De steniging is een symbool voor het weerstaan van slechte intenties en kwade krachten, de symbolisatie van het bezitten van de wil om alle soorten kwaadheden te overwinnen en ons band met onze Heer te versterken. 

De profeet (vzmh) zegt:

“Het rondom de Ka’ ba lopen, het heen en weer gaan van Safa naar Marwa en het stenigen van de duivel zijn allemaal bedoeld om de symbolen van ALLAH overeind te houden.” Tijdens de hadj verrichten de pelgrims deze gebeden om hun dienaarschap jegens Allah (swt) te verwoorden. Hiermee ervaren zij het genot en de vreugde om dienaar en gespreksgenoot te mogen zijn van ALLAH.


2-) Namens iemand anders naar Mekka gaan?

Vraag beschrijving: Als iemand overleden is en hij heeft de hadj nog niet verricht kun jij als zoon voor je vader alsnog de hadj verrichten

Antwoord: Het is voor diegene verplicht de pelgrim te verrichten. Als hij deze niet heeft volbracht en niet iemand heeft aangewezen om voor hem de pelgrim te verrichten, dan moet in zijn testament vermeld staan dat  iemand voor hem/haar de pelgrim moet verrichten.

De kosten moet vergoed worden door degene die de pelgrim moet verrichten. Als een derde deel (1/3) van de erfenis van de overleden persoon genoeg is om de kosten te vergoeden, dan zijn de erfgenamen verantwoordelijk voor het sturen van een representant die namens de overledene de pelgrim verricht. Als een derde deel (1/3) van de erfenis niet voldoende is voor het sturen van een representant of diegene heeft over dit onderwerp niks vermeld in zijn testament, dan zijn de erfgenamen niet verantwoordelijk voor het versturen van een representant.

Maar, als er niks in het testament van de overledene staat en een derde deel (1/3) van de erfenis is niet genoeg om een representant naar de pelgrim te sturen, dan kunnen de erfgenamen alsnog, door de kosten zelf te betalen namens de overleden de pelgrim verrichten of laten verrichten. Op deze manier is het verplicht verrichten van de pelgrim de overledene alsnog voldaan.

Volgens een overlevering, kwam een vrouw van de stam Has naar onze Profeet (v.z.m.h.) en zei dat haar vader zo oud was dat hij niet meer op de rug van een paard kon zitten, en vroeg of ze namens hem de pelgrim kon verrichten. De Profeet (v.z.m.h.) heeft hier toestemming voor gegeven. [qtip:(1)| Buhârî, Hac, 1; Müslim, Hac, 407]


3-) Wat is de “Haceru-l Esved” en waar komt het vandaan?

De Haceru-l Esved, oftewel de “zwarte steen” zoals de letterlijke vertaling luidt, is de steen die op de hoek van de Kaa’ba is gevestigd. De steen bevindt zich in een zilveren omhulsel die op anderhalve meter hoogte in de hoek aan de linkerzijde van de deur van Kaa’ba is gevestigd. De lijn waarop de steen zich bevindt, geldt als het beginpunt en eindpunt van de ‘tawaaf’ (het omcirkelen van de Kaa’ba).

Deze heilige steen die uit het Paradijs is neergedaald, is door de engel Gabriel aan de profeet Abraham overhandigd. Voordat deze steen op zijn huidige plaats was geplaatst, bevond hij zich in de Ebu Kubeys-berg. Volgens het boek “De geschiedenis van Mekka en Kaa’ba” wordt hierover het volgende verteld: Toen de profeet Adam vanuit het Paradijs was neergedaald op aarde, hebben de engelen hem een ‘tent’ overhandigd afkomstig uit het Paradijs. De Haceru-l Esved bevond zich in deze tent en was spierwit.

Toen de profeet Abraham samen met zijn zoon Ismail de Kaa’ba bouwde, vroeg hij zijn zoon Ismail om een steen om deze als het beginpunt van de tawaaf te nemen. Ismail zocht ernaar, maar kon niets vinden. Op dat moment heeft de engel Gabriel Abraham een steen overhandigd. God had Gabriel geïnstrueerd om de steen aan Zijn vriend te overhandigen op het moment dat hij de Kaa’ba aan het bouwen was. Toen Gabriel de steen overhandigde, was deze spierwit, maar omdat de ongelovigen het aanraakten, is het zwart gekleurd.

Wanneer men nu de Kaa’ba bezoekt, zal men kunnen zien dat er altijd een drukke menigte bevindt die koste wat kost de steen wilt kussen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat Hz. Omer, één van de vier Khalifa’s, zich tot de steen heeft gekeerd en het volgende heeft gezegd; ‘Ik besef me heel goed dat jij noch goed noch kwaad brengt. Als de Profeet van God jou niet had gekust, zou ik jou nooit en te nimmer kussen’. Als gevolg hiervan doen vele moslims die de Kaa’ba bezoeken, pogingen om de steen te kussen.

Er zijn vele waarheidsgetrouwe (sahih) overleveringen die melden dat de steen afkomstig is uit het Paradijs. Hieronder zijn een aantal van deze geplaatst;

“De Haceru-l Esved is neer gedaald vanuit het Paradijs. Het was witter dan melk, maar door de zondes van Adam’s kinderen is het zwart gekleurd.”[qtip:1| Tirmidhî, Hacc:49]

“De steen is door Allah zwart gekleurd. Hij wil niet dat de levenden een voorwerp uit het Paradijs in al zijn pracht aanzien.”[qtip:2| Tuhfetu'l-Ahvezî, 3:617]

De uitleg van de bovengenoemde Hadith, geeft Tirmidzi als volgt:

“Naast de openlijke betekenis van de Hadith, hebben sommige Hanefi geleerden ook het volgende gezegd: er is mogelijk sprake van overdrijving. Wanneer onze Profeet (vzmh) het over de eer en waarde van de zwarte steen heeft, richt hij het blik van de mensen op de slechtheid van de zondes en fouten die men begaat. Zoals Hij (vzmh) het in een andere Hadith duidelijk heeft gemaakt, wanneer een mens een zonde begaat, ontstaat er een zwarte stip in zijn hart.”

Op de volgende vraag in deze kwestie wordt er als volgt op beantwoord: “Als de fouten van de niet-gelovigen die steen zwart hebben gemaakt, waarom hebben het geloof en de aanbidding van de gelovigen hem niet weer wit gemaakt?”

Ibni Kuteybe heeft dit als volgt beantwoord: “Als God het zou willen, zou hij het ook doen. Echter, een wet van God op deze aarde is dat wanneer iets zwart wordt, deze niet meer wit wordt.” El-Muhib et-Taberî zegt er het volgende over: “Dat hij zwart blijft, dient als waarschuwing. Dus: als de zondes zelfs een steen die van de hemel komt, zwart kleuren, hoe zit het dan met het hart van de mens?”



[1]  Tirmidhî, Hacc:49

[2] Tuhfetu'l-Ahvezî, 3:617.


4-) Mag een vrouw volgens de Hanefi stroming, zonder toestemming van haar man (alleen) op bedevaart (Hadj) gaan?

Volgens de Hanefi stroming mag een vrouw altijd op bedevaart gaan zonder toestemming van haar man, als ze maar aan de volgende eisen voldoet:

- ze moet met haar man gaan; in dit geval kan dit niet, omdat haar man dat niet wilt.

- ze moet perse met een man gaan uit haar familie, waar ze volgens de islam niet mee mag trouwen, bijvoorbeeld: vader, zoon, opa of oom.

- haar laatste optie is om op bedevaart te gaan met een groep vrouwen die te vertrouwen zijn.

Als dit allemaal niet kan, hoeft ze volgens de islam niet op bedevaart te gaan. Dat wordt haar dan geoorloofd.

In de vijf zuilen van de islam staat dat iedereen die de kracht (fysiek en economisch) en mogelijkheid heeft om naar Mekka te gaan, dat moet doen.

Allahs wil is wet, daarom kan niemand de wetten van Allah verbieden of overtreden. Ook de man van een vrouw niet. Een man heeft wel het recht om zijn vrouw te verbieden om op pelgrimstocht (bedevaart) te gaan, alleen als de vrouw ooit eerder wel is geweest.


5-) Ik weet dat het wordt afgeraden om zonder je man naar Hadj te gaan. Hoe is dat met Oemra?

Volgens de Hanefi leerschool kan een vrouw, zonder haar echtgenoot of een man waarmee zij niet mee mag trouwen, niet in haar eentje naar Hadj.
 
Zolang er een man bij haar bevindt, mag de vrouw naar Hadj. Al wilt haar echtgenoot dat niet. Het is niet toegestaan om een vrouw te stoppen van haar Hadj verplichtingen. Hadj is fard (verplicht), dus kan de man haar niet stoppen dat te verrichten. Alleen wanneer het "nafila" (extra) Hadj of Oemra is, kan een vrouw niet naar (extra) Hadj of Oemra zonder de toestemming van haar echtgenoot. Omdat de man haar kan stoppen voor het verrichten van extra Hadj of Oemra.


6-) Umrah voor de bedevaart

Als iemand de mogelijkheid heeft om naar hadj te gaan en de verplichtingen te voldoen, is het beter om dat te doen. Pas als de hadj (nog) geen verplichting is, kan er Umrah gedaan worden.


7-) Wat veranderd er als men terug komt van bedevaart ?

Vraag beschrijving: - Heb weleens gehoord dat je zondes 2 keer zo zwaar zullen wegen.

Antwoord: Onder het volk wordt dit gezegd en geloofd, echter is dit niet waar. De zondes die je pleegt wegen hetzelfde.


8-) Waarom moeten we richting Ka'ba bidden?

Qibla betekent in het Arabisch ‘richting’. Wanneer de Moslims bidden, wordt er dus gedacht aan de Kabaa.

De Profeet (v.z.m.h.) bad vanuit Mekke richting Kabaa of direct richting Beyt’ul Makdis. Toen Hij (v.z.m.h.) emigreerde naar Medina, heeft Hij (v.z.m.h.) weer zeventien maanden richting Beyt’ul Makdis gebeden. Echter:

“Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend daarom uw aanaangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt zijn, wendt uw aangezicht daarheen.” [qtip:1 |El Bakara, 2: 144]

De fysieke vorm van welke richting de Qibla is, toont de Kabaa aan. De Islamitische geleerden zijn hierover in overeenstemming. Wanneer de Kabaa niet te zien is en wat dan de Qibla is, zijn er drie heersende perspectieven over. Volgens Imam Ebu Hanife is de Qibla richting de Kabaa. Wanneer een Moslim bidt, is het genoeg dat hij zich richt tot de Kabaa. Want wanneer een Moslim zich ver van de Kabaa bevindt, is het onmogelijk de Kabaa exact voor zich te hebben. 

Imam Shafi en Ahmed b. Hanbel staan achter het punt dat niet de richting van de Qibla, maar de Kabaa op zich de Qibla is en dus niet uitmaakt waar je bent, je altijd tot de Kabaa hoort te keren. Volgens deze geleerden wordt het gebed niet geaccepteerd zolang de Kabaa niet recht tegenover zich wordt genomen. Het derde perspectief van Imam Malik is in de kern hetzelfde als Imam Hanife’s perspectief. Volgens hem behoren de mensen die zich in Masjid Haram bevinden zich te richten tot de Kabaa; zij die zich in het Haram gebied en het gebied daarbuiten bevinden, behoren zich ook tot het Haram gebied te richten. 

Je richten tot de Qibla is een verplichting. Als er niet richting de Kabaa wordt gebeden, is het gebed niet geldig. Wanneer iemand tijdens het gebed zich afwendt van de Kabaa, daarvan is het gebed niet geldig. Wanneer het gezicht zich afwendt van de Kabaa, dan wordt dit als niet passend beschouwd, maar verbreekt dit het gebed niet. Wanneer men niet exact weet welke richting hij behoort te bidden, dan behoort hij dit eerst te onderzoeken. Na zijn onderzoek, behoort hij te bidden naar de richting wat hij als Qibla heeft vastgesteld. Wanneer in dit geval de richting fout is, is het gebed nog altijd geldig.

Alleen wanneer hij tijdens het gebed zich realiseert dat hij de verkeerde richting op bidt, dan behoort hij zich wel te houden aan de Qibla. Wanneer men zonder te onderzoeken bidt en erachter komt dat zijn richting niet klopt, dan behoort het gebed over gedaan te worden. Wanneer hij in een bewegend voertuig bidt, ook dan behoort hij zich aan de Qibla te houden; mocht het voertuig van richting veranderen, dan wordt het gebed niet verbroken. Wanneer zich een levensdreigende situatie voordoet (zoals een oorlog), dan is hij niet verplicht de Qibla aan te houden. Het maakt hierbij niet uit welke richting hij bidt, het gebed wordt geaccepteerd.

Er zijn ook gevallen waarbij het niet verplicht is de Qibla aan te houden, maar het Soennah is dit wel te doen. Wanneer iemand buiten het gebed om smeekbeden verricht, wanneer er tijdens de Hadj de Ihram wordt verricht, wanneer er stenen worden gegooid, behoort met zich tot de Qibla te richten. Wanneer een dode wordt begraven, behoort zijn gezicht richting de Qibla gericht te zijn. Wanneer een dier wordt geslacht, wordt het richting de Qiblah gekeerd. Wanneer een Moslim tijdens zijn smeekbeden en daden zich tot Allah richt, toont dat aan dat de Moslim Allah’s tevredenheid wilt bereiken. Zo ook behoort men zich tijdens sommige daden zich van de Qiblah af te keren. De Profeet (v.z.m.h.) maakt met “Wanneer iemand naar het toilet gaat, laat hem dan de Qiblah noch voor zich, noch achter zich nemen. Laat hem naar het Oosten of het Westen van Medina keren.” (Nesai) duidelijk dat wanneer iemand niet nette dingen zal doen, zich niet tot de Qibla hoort te richten.

Hoewel de geleerden accepteren dat Allah’s daden niet gekoppeld kunnen worden aan een specifieke reden, hebben zij zich toch gefocust op de wijsheden van de existentie van één Qibla en het veranderen van de richting van de Qibla. Één van de belangrijkste wijsheden dat er één Qibla is, is de eenheid onder de Moslims. Zodoende zorgt één Qibla ervoor dat de onderlinge onenigheid opgeheven wordt en er in saamhorigheid hun smeekbeden verricht worden; om deze reden is er één Qibla aangewezen en is er bevolen zich hiernaar te richten. Dat de Qibla als Beyt’ul Makdis was gekozen, was om de gelovigen van de ongelovigen te scheiden. De reden dat de Qibla later is gewijzigd, is zoals het volgende vers al duidelijk maakt:

“Wij bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug toekeert.” [qtip:2|El Bakara, 2:143] om de joden van de Moslims te onderscheiden.