Meest Gelezen in de Categorie

1-) Wat is de kleine en grote jihad?

Jihad is iedere vorm van inspanning om iedere hinder tussen de mens en de Islam weg te nemen. De inspanning naar buiten toe en naar de ander gericht, is de kleine jihad. De inspanning naar binnen toe, op zijn ego gericht, is de grote jihad. Dat de strijd tegen het eigen ego groter is dan naar buiten toe, is vanwege de moeilijkheid en de intentie. Onze Profeet (v.z.m.h.) heeft na een strijd immers het volgende gezegd:

"We zullen nu van de kleine strijd naar de grotere strijd keren en strijden!" [qtip:(1)| Suyuti/II, 73]

Ook heeft onze Profeet (v.z.m.h.) over de strijd met het ego het volgende gezegd:

"Strijder is hij die tegen zijn ego strijdt." [qtip:(2)| Tirmidi, Fedailu'l jihad, 2/1621]

Hij die zijn ziel van al het slechte weerhoudt dat zijn ego wilt, en zijn bezit schenkt aan het goede in plaats van wat het ego wilt, verricht met zijn ziel en bezit de grote jihad.


2-) Wat is de jihad eigenlijk precies?

Beste broeder,

Jihad is onderverdeeld in 4 groepen:

 1) Jihad tegen onwetendheid

Deze vorm van jihad betekent het uitleggen en vertellen van de juiste informatie aan degenen die het niet weten.. Dit is nodig zodat men op het goede pad blijft. Jihad in kennis is licht in het duisternis. Kennis is een heel belangrijk onderdeel in de islam. 

In de Koran laat Allah het volgende weten aan profeet Mohammed (v.z.m.h.): 

“Nodig, door wijsheid en zachte vermaning, de mensen uit, den weg van uwen Heer te bewandelen. Twist gij met hen, doe het dan op de meest gepaste wijze; want uw Heer weet wel wie van zijn drempel afdwaalt en wie op de Ware weg zijn geleid." [qtip:(1)| Nahl, 16/125]

In een andere soerah; 

“Opdat gij een volk zou worden, dat de anderen tot het goede zou brengen, het goede gebiedende, het slechte verbiedende. Dit volk zal succesvol  en gelukkig zijn.” [qtip:(2)| Âli İmran, 3/104]

De koran was niet slechts bedoeld voor een bepaald volk in een bepaalde tijd. In geen geval. Het zal zelfs tot de dag van afrekening, de geruststelling, de gids en de heilige richtlijn  van de mensheid zijn.

 2) Jihad tegen het ego van de mens

In Soerah Sad, vers 26 waarschuwt Allah over het ego het volgende: 

“Degenen die van de weg van Allah afdwalen, zullen gewis een strenge straf ontvangen”

Onze Profeet (v.z.m.h) laat weten:

“De grootste Jihad is de Jihad tegen het ego.” 

Daarnaast laat de Profeet (v.z.m.h.) het volgende weten:

Jouw grootste vijand, is het ego die je in je hebt. [qtip:(3)| Aclûnî, Keşfü’l-Hafa, Beyrut, I, 143, Hadis No: 413]

Toen de Profeet (v.z.m.h.) van een oorlog terugkwam, zei Hij: 

“Van de kleine jihad zijn we nu weer terug bij de grote jihad.” [qtip:(4)| Kenzu’l-Ummal, IV / 430, Hadis No: 11260]

Deze zeer waardevolle, abstracte woorden van de Profeet (v.z.m.h.) brengt ons tot de conclusie dat Jihad tegenover het ego moeilijker en belangrijker is dan de oorlog tegen anderen.  

 3) Jihad tegen iblis (de duivel)

“Voorwaar, Satan is een vijand van u, behandelt hem daarom als vijand.  [qtip:(5)| Fatir 35/6]

Dit vers verheldert en laat zien dat de Satan de grootste vijand van de mens is. Hierbij is het opvallend dat de jihad tegenover de grootste vijand, de grootste jihad is.

 4) Jihad als oorlog

Deze jihad is niet continu, hij heeft een einde. Hierdoor is het niet verplicht voor iedereen hieraan meet e doen. Als de staat genoeg man te been heeft gebracht, dan valt de lasten van de overige mannen van hun schouders af.  

Alles overziend is voor Allah’s wil, de  jihad tegen het ego, verlaten van  hebzucht en egoïstischheid zodat anderen geen schade ervan  leiden, en de jihad tegen satan de jihad van tegenwoordig.  

Samengevat: door tegen zijn ego te strijden, zijn eigen gemak te verlaten om Allah tevreden te stellen, iets achterwege laat waarbij hijzelf er wel beter uitkomt maar daarbij de ander schaadt, wordt bereikt door met zijn eigen ego en met de duivel in oorlog te gaan

 

 


3-) Ik bid vaak opnieuw en doe vaak meerdere malen wudo (de rituele wassing) omdat ik denk dat ik het verkeerd doe. Kan iemand me helpen ?

Laten we eens om ons heen kijken naar de bergen, stenen, planten, dieren, de maan, de zon en de sterren. Laten we deze eens aan onze gedachten passeren. Zie hoe ze allemaal van elkaar verschillen, ondanks dat ze allemaal van een materie gemaakt zijn.

Laten we nu eens denken aan de dingen die we niet met onze ogen kunnen waarnemen; de stralen, de aantrekkingskracht van de wereld en de aantrekkingskracht van de zon. Laten we niet vergeten dat dit allemaal erg van elkaar verschillende zaken zijn.

Laten we zo eens verder gaan met onze gedachten. Zoveel als het vuur van de aarde verschilt, zo veel verschilt ook de duivel van de mens. Zoveel als de dag van de nacht verschilt, zo ook verschillen de djinn van de engelen.

De djinn en de mens zijn twee verschillende schepselen die aan de Goddelijke beproeving deelnemen. In beide groepen zijn er die geloven en die niet geloven. In beide groepen zijn er die goed zijn en die slecht zijn. Onder de schepselen van beide groepen zijn rechtleidenden en hen die naar dwaling leiden. Zo is het slechtste schepsel onder de soorten van djinn de duivel, die zich vijandig tot Allah heeft gericht.

Het lichaam van de mens is geschapen uit aarde en de ziel is te gast in dat ‘huis’. De djinn zijn geschapen uit vuur. Het is vanwege dit verschil in de schepping dat de duivel de eerste en grootste beproeving had verloren. Daar de duivel van vuur is geschapen vond hij dat hij verkozen was boven de mens en weigerde hij zich neder te werpen voor de vereerde Adam (vmh) en werd verbannen en vervloekt.

Daar de duivel tot de djinn behoort, is zijn leven langer dan het leven van de mens. Daarnaast heeft deze opstandige djinn op zijn verzoek en als bestraffing een lang leven gekregen en heeft hij toestemming gekregen om de mens tot aan het einde van de wereld te plagen.

De Verheven Allah had ook zonder de duivel de mens met hun ego en de wereldse omgeving op de proef kunnen stellen, om hen aan het eind een waardig beloning of bestraffing te geven. Maar om de duivel hierbij in te schakelen is voor hem een grote bestraffing. Want alle zonden van alle mensen die door de duivel op het slechte pad zijn gebracht, zal ook aan de duivel worden toegeschreven. Zijn bestraffing zal op de dag des oordeels zo erg zijn, dat dit niet meer met het verstand te bevatten is.

Zoals er duidelijk mensen zijn die de taak van de duivel vervullen, als een verdorven ziel met lichaam, net zo zeker zijn er van de dijnns verdorven zielen zonder lichaam. [Uit de ‘Flitsen’ van de Risale-i Nur]

Je ziet iemand die aan de persoon tegenover hem verschillende verkeerde opvattingen probeert aan te smeren. Terwijl hij praat kijkt hij niet naar zijn arm of been, maar in zijn ogen. Via de ogen die als venster fungeren voor de ziel, probeert hij de ziel te bevangen en deze van verschillende dingen te overtuigen. Als je nu deze twee personen voorstelt zonder lichaam, blijven er twee geestelijke zielen over. Een van die twee probeert de andere te bedriegen.

Vanuit deze situatie moet het niet moeilijk zijn om met het verstand te begrijpen hoe de duivel de ziel van de mens probeert te beïnvloeden en hem van het rechte pad probeert af te laten dwalen.

We zien sommigen die het bestaan van de duivel verloochenen. De schrijver van de Risale-i Nur zegt hierover dat dit “de grootste list van de duivel” is. De enige reden die men hiervoor aangeeft is dat de duivel niet met het oog waar te nemen is.

Laten we deze persoon nu eens het volgende vragen: “Waarmee verloochen jij het bestaan van de duivel? Met je armen? Met je oren? Met je lichaam of benen?” Deze persoon zal dit een absurde vraag vinden en zeggen: “Met helemaal niets” en zal ook zeggen: “Ik kan het met mijn verstand niet bevatten.”

Dus het verstand van die persoon verloochent het bestaan van de duivel. Hij verloochent het bestaan van iets wat hij niet ziet met het verstand wat ook niet te zien is. Het bewijs wat hij hiervoor heeft is “het niet kunnen zien”.

Het verstand denkt met woorden, maar alles wat het hart doet, gebeurt zonder woorden. De mens houdt niet van een bloem of een heerlijke geur middels woorden. Dit doet hij zonder woorden. Maar wanneer hij deze vreugde uit wil drukken en aan anderen over wil brengen dan komen er woorden aan te pas.

Het hart houdt van iets zonder woorden, is bang zonder woorden en gelooft zonder woorden. Het is dit hart dat door de duivel wordt lastig gevallen, waar de duivel mee spreekt zonder woorden te gebruiken en wat door de duivel wordt ingefluisterd. Het is deze influistering die wij ‘weswese’ noemen. Nu we het over influistering hebben, wil ik het over enkele tactieken hebben die de duivel bij de mens gebruikt:

Het belangrijkste doel van de duivel is om de mens tot ongeloof te brengen. Wanneer hij dit niet kan verwezenlijken, doet hij een stap terug en ijvert ervoor dat de mens geen godsdienstuitoefeningen uitvoert. De duivel doet zijn uiterst best om de dienaar van deze verheven taak te weerhouden en geeft verschillende slechte influisteringen in zijn hart. De mens denkt dat deze gedachten vanuit zijn hart komen en voelt zich er ongemakkelijk bij.

Hierna komt een nieuwe list. De duivel fluistert hem in: “Met een dergelijk verward hart kan men zich toch niet tot Allah richten!” Wanneer de dienaar hierin trapt, zegeviert de duivel. Echter ieder verstand weet dat de innerlijke vrede die niet tijdens het gebed wordt ervaren, zeker niet ervaren zal worden door het gebed na te laten. Het nalaten van de godsdienstuitoefening en gehoorzaamheid en het zich begeven in zonden en opstandigheid zal de mens steeds meer verwijderen van de goddelijke vreugde. De enige oplossing is om door te gaan met de godsdienstuitoefening.

Tijdens een gesprek zei een jongeman die aan deze list van de duivel was blootgesteld: “wanneer ik mij tot het gebed wendt, komen er heel veel slechte gedachten in mij op en deze eindigen wanneer ik klaar ben met het gebed”. Hij zocht hiervoor een oplossing. Ik heb hem als eerste dit prachtig recept van de Risale-i Nur schrijver gegeven:

“Bovendien zijn deze ondeugdelijke beledigende woorden niet de woorden afkomstig uit jouw hart. Immers, jouw hart is hieromtrent bedroefd en betreurd” [Uit ‘De woorden’, blz. 386 van de Risale-i Nur]

Hierna ging ik als volgt verder. Wanneer jij iemand ziet die zichzelf in zijn gezicht slaat en huilt, zou je dan niet zeggen: ”Waarom huilt hij als hij zichzelf slaat? Of is er soms een onzichtbare hand die hem tegen zijn wil in met zijn eigen hand slaat?” Jou situatie is net als deze man.

Volgens het recept van Bediüzzaman laat jou gehuil zien dat die ‘woorden’ niet vanuit je hart komen. Wanneer je het gebed nalaat en bijvoorbeeld naar een casino gaat zullen die slechte ‘woorden’ ophouden. Dus de eigenaar van die ‘woorden’ is vijand van het gebed en vriend van het gokken.

En waarom zou de duivel influisteringen geven aan iemand die gokt? Zou hij dat doen, dan kan die persoon zich eraan herinneren dat het gokken verboden is. Dit komt niet goed uit voor de duivel. Voor de duivel is het het beste om zich niet met hem bezig te houden. Daarna las ik die jongeman het volgende paragraaf voor uit de Risale-i Nur:

“Tevens brengen dit soort influisteringen geen schade toe aan de Goddelijke waarheden noch aan je hart. Jazeker, zou men door de gaten van een vies object naar de zon en sterren aan de hemel en naar de rozen en bloemen van het paradijs kijken, dan zal noch de persoon noch naar wat gekeken wordt vervuilen door die viezigheid. Het zal geen slechte invloed erop hebben.” (Uit de ‘Verlichte Brieven’ van de Risale-i Nur)

Ik stelde hem toen de volgende vragen:

-       Heb jij de richtlijnen omtrent het praktiseren van de islam gelezen?

-       “Ja”, antwoorde hij, waarop ik de tweede vraag stelde:

-       Staat er in deze richtlijnen bij de dingen die het gebed verbreken ook dat ‘influistering’ het gebed verbreekt?

-       Hij reageerde op mijn vraag met een verbaasde glimlach, waarop ik zei: “Ga dan maar verder met het bidden.”

Wat er tijdens het gebed ook bij je opkomt, zodra je in de oproep tot het gebed de woorden “Kom tot het gebed, kom tot de verlossing” hoort, wees er dan van bewust dat jouw Heer jou tot zijn nabijheid roept en haast je zo tot het gebed. Op dat moment kunnen er slechte gedachten bij je opkomen. Maar wat er ook bij je opkomt, door naar het gebed te gaan, heb je gehoor gegeven aan het bevel van God. Indien je het gebed niet verricht omdat er slechte gedachten bij je opkomen, ben je opstandig tegen dit bevel. Een dergelijke reden zal je niet vrijwaren van je verplichting. Het belangrijkste is dat je gehoor geeft aan het bevel en je naar het gebed snelt. Om nu ook nog tijdens het gebed een mate van innerlijke vrede te bereiken, is een ander onderwerp.

Een analyse omtrent dit onderwerp en een geruststellende zin vanuit de Risale-i Nur:

“Daar in deze tijd de afbreuk en negatieve invloeden schrikwekkend zijn toegenomen, is godvrezendheid het grootste middel hiertegen. Zij die de verplichtingen nakomen en de grote zonden vermijden, zullen gered worden. In deze tijd tussen de grote zonden zijn er maar weinigen die het voor elkaar krijgen om in volle overtuiging oprechte werken te verrichten. Tevens zijn in deze zware omstandigheden weinig oprechte werken heel veel waard.” (Uit de ‘Brieven van Kastamonu’ van de Risale-i Nur)

De uitdrukking “deze tijd” wordt in dezelfde uiteenzetting als volgt toegelicht:

“In de levenswijze van de huidige maatschappij wordt de mens ieder minuut blootgesteld aan honderd zonden; voorzeker met godvrezendheid en de intentie om deze zonden te vermijden heeft hij als het ware honderd oprechte werken verricht.”

Wanneer we tegelijkertijd aan deze twee vaststellingen denken, komt er in onze gedachten een veldslag op. In een dergelijke schrikbarende situatie waar er van alle kanten kogels op ons af komen, zoeken wij innerlijke vrede. Het is duidelijk dat we dit niet zullen bereiken. Maar omdat we geen innerlijke vrede vinden, gaan we ons toch niet bij de vijandelijke linie voegen!

Zo ook zijn de zonden elk als een kogel, een pijl. De huidige maatschappij is als ware een veldslag. Een mens die van alle kanten op honderden wijze wordt aangevallen, zal met veel moeite een oprecht en vredig gebed uit kunnen voeren. Maar in deze zware omstandigheden heeft het gebed een andere waarde. Het wachtlopen aan het front tijdens een oorlog is duidelijk niet hetzelfde als het wachtlopen tijdens vrede in het winkelcentrum. De zin: “Tevens zijn in deze zware omstandigheden weinig oprechte werken heel veel waard” stelt ons op dit aspect gerust en geeft ons een heugelijke boodschap.

Dezelfde uiteenzetting geeft nog een andere heugelijke boodschap: “daar het vermijden van een zonde noodzakelijk is, heeft men door in een dergelijke verstoorde samenleving honderden zonden te vermijden, honderden ‘goede daden’ verricht.”

De mensen van enkele eeuwen geleden waren niet eens voor éénhonderste onderhevig aan de zonden van deze tijd. Hiervoor in de plaats waren ze ver gevorderd in het verrichten van oprechte daden, zij richtten zich hierop en vermeerderden de extra gebeden. Tegenwoordig is het erg moeilijk om oprechte daden te verrichten. Vandaar de heugelijke boodschap: “Degenen die de verplichtingen verricht en de grote zonden vermijdt, zal gered worden.”, welke tevens aangeeft hoe schrikbarend deze eeuw wel niet is.

In plaats van tijd te verspillen door ons bezig te houden met het beschuldigen van deze eeuw, moeten we ons bezig houden met ons ego en moeten we voorkomen dat ons ego wordt misleid door de duivel. Indien de mensen toenemen die hierin slagen, zal deze eeuw zich moeten aansluiten bij deze gelukkige mensen.

Auteur: Prof. Dr. Alaaddin Başar

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/kalbe-gelen-evham-vesvese-ve-kufur-sozler-konusunda-genis-bilgi-verir-misiniz-nasil-kurtulabilirim


4-) Is jihad een radicalisering?

De letterlijke betekenis van jihad is ‘’inspanning voor god’’ en dat kan betekenen om als goed gelovige moslim te leven, maar ook de strijd voeren om de islam te verdedigen..

“O, jullie die geloven! Zal ik jullie naar een zaak leiden die jullie van een pijnlijke bestraffing zal redden? (Het is) Dat jullie in Allah en Zijn Boodschapper geloven, en dat jullie hard streven en vechten voor de Zaak van Allah, met jullie rijkdom en jullie leven, dat is beter voor jullie, als jullie het wisten!”1

Aan de hand van deze vers is te zien dat het begrip jihad allerlei handelingen omvat die ertoe leiden om het paradijs te verdienen, zowel voor jezelf als je medemens. Jihad staat dus absoluut niet voor het vermoorden van mensen en ervan uitgaan dat ze naar de hel gaan, maar juist het ego van jezelf en de ego’s van de medemensen te redden van de hel. Met het volgende bevel heeft Allah via profeet Mohammed alle mensen opgeroepen tot vrede.

“Er is geen dwang in de godsdienst (…)”2

“(…) En de verzoening is beter (…)”3

Nadat de profeet met heel veel geduld zich sterk heeft gemaakt tegen alle soorten folteringen en pesterijen van de mensen die zich niet aan dit bevel hielden, heeft hij uiteindelijk ter zelfverdediging toestemming gekregen om strijd te voeren tegen hen.

Jihad is niet alleen strijden ten tijde van oorlog, maar ook strijden om mensen te helpen, kennis over te brengen en je verzetten tegen alle soorten wreedheid. Leven om een voorbeeld te kunnen zijn voor de medemensen en zowel materieel als spiritueel gezien behulpzaam zijn ten opzichte van iedereen, is een belangrijke manier van jihad. Eerbied aan de ouderen tonen en barmhartigheid aan de jongeren is ook een belangrijke vorm hiervan. Maar de allerbelangrijkste en grootste vorm van jihad is strijden tegen onwetendheid. Een ander voorbeeld is een deel van je eigendom spenderen ten tijde van vrede voor de toekomst van de mens (het eeuwige leven in het hiernamaals).

In de media wordt bewust het woord jihad gebruikt voor terrorisme, wat zoals hierboven uitgelegd totaal geen verband heeft met elkaar.

Zoals in deze vers is vermeld kan een moslim in geen enkele geval een mens doden.  Dit wordt vermeld in de Koran,

De Almachtige God zegt in de koran:

“`…Wie een ziel doodt — niet als vergelding voor een ziel of het verderf zaaien op aarde — het is alsof hij alle mensen doodde en dat voor wie iemand laat leven, het is alsof hij alle mensen deed leven.”4

Samenvattend kunnen we zeggen dat er geen radicalisering is in de islam, dus een moslim kan in geen enkele geval radicaal zijn.

-------------------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, As-Saff (De Gelederen) 61/10-11.
2.De Heilige Koran, Al-Baqarah (De Koe) 2/256.
3.De Heilige Koran, An-Nisa (De Vrouwen) 4/128.
4.De Heilige Koran, Al-Ma-idah (De Tafel) 6/32