Behoort een afvallige gedood te worden?
Beste Broeder/ Zuster,
De vertegenwoordiger van de Islam lijdt wanneer mensen het verkeerde pad bewandelen en de bevelen van Allah niet gehoorzamen. De afvalligen geven de vertegenwoordiger veel leed en begrijpt dat hij hier, wat betreft het vertegenwoordigen, niets aan kan doen. De Koran zegt tegen onze Profeet (v.z.m.h.): “Wellicht zult gij ten dode toe treuren omdat zij niet geloven.”[qtip:1 | Soerah De Dichters (26:3)] , waaruit blijkt hoeveel leed onze Profeet (v.z.m.h.) had tijdens Zijn vertegenwoordiging en in wat voor mentale staat Hij (v.z.m.h.) verkeerde. Deze leed heeft iedere vertegenwoordiger en hoort dit ook te hebben.
Afvallige betekent zijn rug naar het geloof toe keren. Een afvallige is dan ook iemand die alle heilige dingen ontkent. Deze persoon heeft volgens een perspectief de moslims verraden. Iemand die eenmaal heeft verraden, is in staat altijd te kunnen verraden. Om deze reden heeft volgens sommige een afvallige geen recht op leven. Volgens het systematische aanpak van de geleerden, behoort het onderwerp waardoor de afvallige afvallig is geworden, tot in de details verteld en uitgelegd te worden. Hij zal een bepaalde tijd begeleid worden en zal er gepoogd worden in die onderwerpen waar hij zijn twijfels over heeft, te overtuigen. Wanneer dit alles geen effect op hem heeft, zal hij volgens de Islam als een ziekte gezien worden en zal ook daarnaar behandeld worden.[qtip:2| Buhari, Müslim,Serahsî] Geen enkele moslim zal ongeïnteresseerd blijven tegenover de afvalligheid van de ander. Want de weldadigheid van de Islam gaat dit tegen. Elke moslim die dit voorval zal horen, zal bedroefd zijn en zal pijn lijden. Echter, pijn en leed van een vertegenwoordiger zal dieper liggen; want de bevrijding van de mens, is zijn levensdoel.
Een voorbeeld is de mentale staat van de Profeet (v.z.m.h.) tijdens een gebeurtenis van Halid. b. Walid (r.a.). Halid handelde haastig in het beoordelen van de principes omtrent afvalligheid en de uitvoering ervan. Dit nieuws bereikte de Profeet (v.z.m.h.) waarna hij bedroefd werd en Zijn handen omhoog tilde en zei: “Mijn God, ik schuil me bij Jou voor wat Halid heeft gedaan.” [qtip:3| Buhari, Mağazi, 58; İbn-i Hişam, Sîre, 4/72.]
Deze zorgvuldige handeling is ook door zijn naasten weerspiegeld. Een voorbeeld is dat Omar (r.a.) aan iemand die van Yemame terug was gekeerd, vroeg of er daar iets belangrijks was gebeurd. Deze persoon gaf aan dat er niets ernstigs gebeurd is, behalve dat iemand een afvallige is geworden. Omar (r.a.) stond vol spanning op en vroeg: “Wat hebben jullie met hem gedaan?” waarop de man antwoordde met “we hebben hem gedood”. Net zoals onze Profeet (v.z.m.h.) leed Omar (r.a.) veel pijn en vroeg de man: “behoorden jullie hem niet vast te zetten en een bepaalde tijd daar te laten zitten?” Vervolgens tilde Omar (r.a.) zijn handen op en zei tegen Allah het volgende: ‘Mijn God, ik zweer dat ik niet bij hen was toen zij dat deden. En ik zweer nogmaals dat ik niet blij was met wat zij hebben gedaan.” [qtip:4| Muvatta, Akdiye, 58]
1) Soerah De Dichters (26:3)
2) Buhari, Diyat, 6; Müslim, Kasâme, 25; Serahsî, Mebsut, 10/98; Kâsânî, Bedaîü's-Sanaî, 7/134.
3) Buhari, Mağazi, 58; İbn-i Hişam, Sîre, 4/72.
4) Muvatta, Akdiye, 58.
İslam Geloof

