Bismillah, “In de Naam van Allah”, is het Begin van al het Goede.
Bismillah, “In de Naam van Allah”, is het begin van al het goede. Wij zullen hier eveneens mee beginnen. Weet dat, o mijn ziel! Net zoals deze gezegende spreuk tot de tekenen van de Islam behoort, wordt deze constant herhaaldelijk gereciteerd door alle wezens via hun lichaamstaal. Indien je wil weten wat een onuitputtelijke vorm van kracht en wat een oneindige bron van gunst “Bismillah” is, luister dan naar de volgende parabel.
Iemand die een reis maakt door de woestijnen van Arabië is genoodzaakt te reizen in de naam van een stamhoofd, onder zijn bescherming, want op die manier kan hij gered worden van de aanslagen van bandieten en kan hij in zijn behoeftes voorzien. Indien hij alleen blijft, zou hij kunnen bezwijken in het aangezicht van talloze vijanden en eindeloze behoeftes.
En dus begaven twee mannen zich eens op reis en trokken zij de woestijn in. Eén van hen was nederig, de ander was hoogmoedig. De nederige man begaf zich op weg in naam van een stamhoofd, terwijl de hoogmoedige man dat niet deed.
De eerste man kon veilig reizen, waarheen hij ook ging. Wanneer hij bandieten tegenkwam, sprak hij: “Ik reis in de naam van dat en dat stamhoofd”; dan maakten de bandieten zich snel uit de voeten en lieten ze hem met rust. Waar hij ook kwam en welke tent hij ook binnenliep, alleen al door het noemen van die naam werd hij eerbiedig behandeld en kreeg hij vaak een warm onthaal.
De hoogmoedige man daarentegen kreeg tijdens zijn reis met zoveel problemen te kampen, dat deze nauwelijks nog met woorden te beschrijven zijn. Hij verkeerde voortdurend in angst en hij moest voortdurend bedelen. Hij werd veracht en vernederd, een mikpunt van spot.
O mijn trotse ziel! Jij bent die reiziger en deze wereld is de woestijn. Jouw zwakheid en armoede hebben geen grens en jouw vijanden en behoeftes zijn eindeloos. Nu dit eenmaal zo is, neem ter bescherming de naam van de Eeuwige Bezitter en de Eeuwige Heerser van de woestijn en wees bevrijd, wees verlost van het bedelen in het aangezicht van de hele wereld en van de angst en de huiver voor iedere gebeurtenis.
Jazeker, het woord “Bismillah” is zo’n gezegende schat, dat deze ervoor zorgt dat jouw eindeloze armoede en zwakte oneindige kracht en barmhartigheid aantrekken, en dat jouw zwakte en armoede de meest geaccepteerde bemiddelaars worden in de aanwezigheid van de Barmhartige Almachtige. Jazeker, degene die in naam van de Barmhartige handelt, is te vergelijken met iemand die zich bij het leger aanmeldt. Een soldaat handelt namelijk in naam van de staat en zal voor niemand wijken. Hij zal zeggen dat hij handelt in naam van de wet, in naam van de staat, en zal hiervoor alles doen en alles weerstaan.
In het begin hebben we gezegd dat alles in het bestaan in haar daden “Bismillah” uitdrukt. Is dat nu wel zo? Jazeker. Wanneer je ziet dat één enkel persoon van elders komt en dat hij alle inwoners van een stad met dwang ergens naartoe stuurt en daar laat werken, dan geloof je zeker dat deze persoon niet namens zichzelf of op eigen kracht handelt. Hij lijkt dan meer op een soldaat die in naam van de staat handelt en die steunt op de macht van een koning.
Zo ook handelt alles in naam van Allah de Rechtvaardige. Minutieuze zaadjes en pitjes dragen grote bomen op hun schouders en tillen gewichten op die net zo zwaar zijn als bergen. Dit betekent dus dat alle bomen “Bismillah” zeggen en hun handen vullen met vruchten uit de schatkamer van barmhartigheid, en ons deze aanreiken.
Elke groentetuin zegt: “Bismillah” en wordt als een ketel uit de keuken van goddelijke kracht, waarin verschillende, veelsoortige, lekkere gerechten tegelijkertijd worden gekookt. Gezegende dieren zoals koeien, kamelen, schapen en geiten zeggen: “Bismillah”, waardoor hun uiers worden gevuld met barmhartigheid en in kranen veranderen waar melk uitstroomt. Ze geven ons in naam van de Voorziener de zuiverste en lekkerste melk, die als levengevend water dient. Elke plant, boom en struik zegt: “Bismillah”, waardoor hun wortels, die net zo zacht als zijde zijn, hard steen en zand kunnen doorboren. Ze zeggen: "In naam van Allah. In naam van de Barmhartige", waardoor alles zich in hun dienst stelt.
Jazeker, dat takken zich in de lucht verspreiden en vruchten geven en dat wortels zich met groot gemak door hard gesteente boren en zich in de grond verspreiden en zelfs onder de grond vruchten voortbrengen en dat dunne, groene bladeren, ondanks de brandende hitte, maandenlang groen blijven, is voor de naturalisten een harde klap in het gezicht. Deze verschijnselen vormen als het ware een doorn in het oog van de naturalisten; ze impliceren namelijk het volgende: “Ook de hardheid en de warmte, waarin je het meeste vertrouwen hebt, handelen onder een bevel, waardoor wortels, die zo zacht zijn als zijde, net zoals de staf van Mozes gehoor geven aan het commando “…Sla met je staf op de rots…”.[qtip:1| De Koran, 2:60] en daardoor het rotsgesteente doen splijten. En gevoelige bladeren, zo dun als vloeitjes, lezen het vers “…O vuur, wees koud en veilig voor Ibrāhīm.”[qtip:2| De Koran, 21:69] op en weerstaan zo, net zoals de ledematen van Abraham, de brandende hitte.
Gezien het feit dat alles in spirituele zin “Bismillah” zegt en ons de goddelijke gunsten in de naam van Allah aanbiedt, zouden wij ook “Bismillah” moeten zeggen. We moeten geven in de naam van Allah en aannemen in de naam van Allah; we moeten dus niet aannemen van achteloze mensen, die niet in de naam van Allah geven.
Vraag: “Wij zijn de mensen erg dankbaar die voor ons een aanleiding vormen om iets te verkrijgen, die in zekere zin alleen een presenteerblad tonen. Wat wil onze Heer eigenlijk van ons, Die de Ware Bezitter van alles is?”
Antwoord: “De Ware Begunstiger wil van ons, als wederdienst voor al die waardevolle eigendommen en gunsten, drie dingen:
De eerste is zikr, het gedenken van Allah,
De tweede is shukr, dankbaarheid,
De derde is fikr, bezinning.”
“Bismillah”, de uiting die aan het begin wordt uitgesproken, staat voor de zikr, het gedenken van Allah. “Ạlhamdulillah”, de formulering aan het einde, is de shukr, de dankbetuiging. En het is fikr, bezinning, om in de tijd ertussen na te denken en te beseffen dat deze waardevolle giften, die tevens wonderlijke kunstwerken zijn, wonderen zijn van de kracht van de Enige en Onafhankelijke en dat het allemaal geschenken zijn vanuit Zijn Barmhartigheid.
Zoals het dom en dwaas is om de voeten te kussen van een bode die jou het waardevolle cadeau van de koning overhandigt en de eigenaar van het cadeau niet te erkennen, is het duizend maal dommer en dwazer om de Werkelijke Gever van alle giften te vergeten en om de ogenschijnlijke aanbieders te loven en om van ze te houden.
O ziel! Als jij niet zo dom en dwaas wilt zijn, geef dan in de naam van Allah, neem in de naam van Allah, begin in de naam van Allah en werk in de naam van Allah.
Moge vrede over jullie komen.
[1] De Koran, 2:60
[2] De Koran, 21:69
