FAQ in the category of Allah (CC)

1 Wat is Shirk (deelgenoot toekennen aan Allah) en welke soorten zijn er?

Shirk betekent “deelgenoot toekennen aan” en is het tegenovergestelde van “Tawhid” (Eenheid). Shirk betekent “deelgenoot”. Meervoud hiervan is “Shureka”. In de Koran worden de mensen tot de Tawhid uitgenodigd, wat Allah als Eenheid erkennen betekent. Het is uiterst verboden aan Zijn zijn, attributen en daden deelgenoten toe te kennen; enkel Allah behoort aanbeden te worden.

Om deze reden wordt er in de Koran gesproken met “…afgoderij is inderdaad een grote ongerechtigheid.”[qtip:1| Lokman, 13] en zegt Allah ook “Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.” [qtip:2| Nisa, 48] Want de mens is de aangewezen persoon op de wereld. Want alles in deze wereld is onder het bevel en dienst van de mens, en de mens beheert hier ook over. [qtip:3| Bakara, 29-30] Hoe kan het dan zo zijn dat de mens die als beheerder naar dit heelal is gestuurd, Allah verlaat of een deelgenoot aan Hem toekent door de dingen zoals hijzelf of die dingen die tot zijn dienst staan te aanbidden?

Shirk verlaagt de mens op deze manier en zorgt ervoor dat hij wordt weerhouden van hoge en eerbare graden die Allah voor hem mogelijk heeft gemaakt. Om deze reden is Shirk de zwaarste zonde en vergeeft Allah diegenen die Shirk plegen niet.

 

Soorten Shirk:

 1-      Shirk-i Istiklali:

 Het meest openlijke Shirk soort: het aanbidden van hemelse creaties zoals de zon, maan en sterren, krachten van de natuur, mensen die gedeeltelijk of volledig goddelijk zijn; dus buiten Allah om het aanbidden van levende en niet levende dingen. Omdat Allah hierbij achterwege wordt gelaten of er een deelgenoot aan Hem wordt toegekend en deze worden aanbeden, is dit “Shirk-i Istiklali” genoemd.

Hieronder valt ook de Shirk dat er een Goede God is voor de goede daden, en een Slechte God voor slechte daden, en dat zij worden aanbeden. Hieronder vallen de religies als “Senewiyya”, “Mecusi” en “Zerdusht”.

2-      Shirk-i Teb’iz:

Dit soort Shirk houdt in dat er wel in Allah wordt geloofd, maar dat er met andere dingen een deelgenoot aan hem wordt toegekend. Dus dat er geloofd wordt dat andere creaties ook Goddelijk zijn en Goddelijke kenmerken hebben. De drie-eenheid die in het Christendom later bij is verzonnen, is van dit soort. Want zijn noemen Isa (a.s) (Jezus) zoon, Meryem (Maria) heilige geest en geloven dat de zoon en heilige geest net als Allah Almachtig en Alwetend zijn; hierdoor geloven zij in de heilige vader, zoon en heilige geest driehoek.

 3-      Shirk-i Takrib:

Dit is het derde soort Shirk. Hierbij wordt de Creëerder van de werelden als Één geaccepteerd, maar tegelijkertijd wordt niet Allah, maar andere dingen als standbeelden aanbeden om –zijnde als bemiddelaars- dichter tot Allah te kunnen komen. Deze standbeelden brengen de mens tijdens het aanbidden van hen echter goeds noch slechts toe. Wasaniyya, of heidenen, is het laagste, slechtste en meest vernederende soort van Shirk. Toen de Islam aan het opkomen was, was dit soort Shirk over heel de wereld verspreid; om deze reden is in de Koran de meest vernederende woorden zeer vaak herhaald en is dit verdorven geloof heftig verboden.[qtip:4| Zie: En'âm, 71. 136-138, 139; İbrahim, 30; Ankebut, 25; Araf. 191, 132. 195, 197; Hacc, 12. 13. 73; Meryem, 81: Furkan, 3: Sebe', 21; Fatır, 13. 14, 40; İsrâ, 56]

Een andere vorm van Shirk is dat sommige mensen mensen onder hen als “God” accepteren; zij laten de ge- en verboden van Allah achterwege en volgen de ge- en verboden van de mensen onder hen. In de Koran is vermeld dat de Joden de rabbijnen en Christenen de priesters naast Allah als God toe-eigenen, dus dat ze de ge- en verboden van Allah achterwege laten en gehoor geven aan de ge- en verboden van de mensen onder henzelf; dit terwijl het bevel er is enkel Allah te aanbidden.[qtip:5| Tevbe, 31]

Deze soorten van Shirk, is openlijk in het volgende vers als volgt samengevat:

“Zeg: "O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot goden nemen, buiten Allah." Maar, als zij zich afwenden, zegt dan: "Getuigt, dat wij Moslims zijn."[qtip:6| Âl-i İmrân, 64]

De minst openlijke Shirk die in de Koran duidelijk wordt gemaakt, is blindelings volgen wat zijn echo en gevoelens begeren. In de Koran wordt immers het volgende verteld en als slecht bestempeld:

“Hebt gij hem gezien, die zijn eigen begeerte als zijn God aanneemt?”[qtip:7| Furkân, 43]

We behoren ons dan zeer oplettend te weerhouden van openlijke en minder openlijke Shirk. De Waarlijke Éénheid kunnen we enkel op die manier bereiken.

Allah heeft in de Koran iedere vorm van Shirk, in het bijzonder het aanbidden van standbeelden, zon, maan en sterren, krachten van de natuur, polytheïsme en de drie-eenheid in het Christendom heftig afgewezen; de Koran heeft de Éénheid aan de mens gepredikt. Middels vele verzen uit de Koran is duidelijk gemaakt dat enkel Allah gevolgd en aanbeden zal moeten worden, en dat het verlaten van de bevelen van Allah en het volgen van de bevelen van een ander of het blindelings volgen van de begeerte ook onder Shirk vallen.[qtip:8| Ali Arslan Aydın, Islamitische geloven, (Tawhid en Kennis van het Woord), Uitgeverij Gonca: 289-291]

 


[1] Lokman, 13

[2] Nisa, 48

[3] Bakara, 29-30

[4] Zie: En'âm, 71. 136-138, 139; İbrahim, 30; Ankebut, 25; Araf. 191, 132. 195, 197; Hacc, 12. 13. 73; Meryem, 81: Furkan, 3: Sebe', 21; Fatır, 13. 14, 40; İsrâ, 56.

[5] Tevbe, 31

[6] Âl-i İmrân, 64

[7] Furkân, 43

[8] Ali Arslan Aydın, Islamitische geloven, (Tawhid en Kennis van het Woord), Uitgeverij Gonca: 289-291.

2 Wat betekent Bismillah?

Bismillah betekent “In de Naam van God

Voor meer informatie - klik hier

3 Wat wordt er bedoeld met ‘de troon (Kursi) van Allah (swt)’? Moeten wij dit letterlijk of figuurlijk zien?

Kursi betekent in het woordenboek: iemands hoge zitplek of een troon. Om het te kunnen vatten, wordt het als een vorm gezien die de hemel en aarde behelst. Figuurlijk heeft hij betekenissen als kennis, beheerder, macht, heerschappij en grootheid.

In een Heilige Hadith wordt het volgende gezegd: “De zeven hemelen zijn net zeven geldstukken die, in de troon, in een schild zijn gegooid.” In een andere Hadith wordt de grootte van de troon onder arsh (dak) als volgt uiteengezet: “De troon in de arsh is als een ijzeren ring die in de woestijn is gegooid.”

De troon wordt beschreven als: “Hij is onder de arsh en boven de zeven hemelen.” Sommige geleerden, hoewel deze groep klein is, zien de arsh en de troon als hetzelfde.

De troon is een vorm die het einde behelst van ruimte en materie. Hij is een vorm die alle materiële werelden omvat en de hemelen en aarde behelst. Dat de arsh de troon omvat, kan niet begrepen worden als materie die een andere materie omvat. De arsh is immaterieel en de eigenschappen ervan kunnen we niet kennen. Kunnen vatten hoe de arsh de troon omvat , is iets dat het menselijke verstand te boven gaat.

De mens is niet eens in staat te snappen hoe zijn eigen geest zijn eigen lichaam omvat, beheert, stuurt, en hoe zijn geest zijn arm doet optillen en zijn voeten doet lopen. Hoe kan een mens dan een dusdanig diepgaande kwestie begrijpen?

De betekenis van ‘de troon’ in het vers “…Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde…”[qtip:1| Baqara, 255] behoort niet als een materiële troon van Allah gedacht te worden. Om die reden is het geaccepteerd als “De heerschappij en macht van Allah”, “De grootheid van Allah aantonen”.



[1] Baqara, 255

4 Als Allah behoefteloos is, waarom zijn wij dan geschapen? Hij heeft toch geen behoefte om dienaren te hebben om hem te aanbidden.

Om deze vraag te beantwoorden moeten we kijken naar het doel achter de schepping van de mens.

“Ik heb de djins en de mensen geschapen enkel om mij te aanbidden”[qtip:1| Zariyat,56]

Om het doel van de mens te doorgronden zullen we een diepere kijk nemen in de mens zelf.

De twee meest kenmerkende eigenschappen van de mens zijn armoede en zwakte.

De mens is arm, behoeftig. Om te zien heeft hij de zon nodig, om zich te voeden heeft hij eten en drinken nodig, om zich te kleden heeft hij planten en dieren nodig, om te overleven heeft hij het hele universum nodig.

De mens is zwak, machteloos. Hij kan geen van de dingen die hij nodig heeft zelf maken. Hij kan geen zon maken, hij kan geen dieren maken, hij kan geen grassprietje maken.

Ondanks dat de mens arm en zwak is wordt hij in al zijn behoeften voorzien. Dit wijst op een Al-Wetende, Al-Ziende, Al-Horende Voorziener.

De Schepper die de mens voorziet in al zijn behoeften heeft de mens besef, bewustzijn, redeneringsvermogen, verstand, en vrije wil gegeven.

Daarnaast heeft Hij de mens een waarschuwer (onze profeet Muhammed (vzmh)) en een leidraad (de edele Koran) gestuurd waarin Hij verkondigt dat we niet zonder reden zijn geschapen, dat we ons moeten houden aan bepaalde regels, dat alleen de weg die Hij ons wijst ons zal  verzadigen, vervolmaken en ons in Zijn achting zal doen stijgen, en dat alle andere wegen ons alleen maar zullen kwellen.

Een van de doelen achter de schepping  van de mens is het leren kennen van Allah op deze manier. Dus je armoede inzien, en de Vrijgevige bedanken voor al zijn giften, je zwakte inzien, en je onderwerpen in dankbetuiging aan de  Almachtige.
De Alwijze heeft de mens bovendien uitgerust met eigenschappen waarmee we Zijn schone Namen en Eigenschappen kunnen leren kennen. Zo hebben wij bijvoorbeeld een bepaalde wijsheid, en wanneer we met onze wijsheid de schepping van de Alwijze bestuderen zien we dat alles wat Hij geschapen heeft met een oneindige wijsheid is geschapen, en leren op deze manier de Wijsheid van onze Schepper kennen. Op deze wijze kunnen we uit al het geschapene kennis vergaren over onze Barmhartige Schepper. Aan de hand van deze kennis leren we dat onze Schepper ons  goed is gezind, barmhartig is jegens ons en dat Hij zich aan ons kenbaar wil maken door middel van Zijn werken. Hij heeft onze voldoening, geluk, genot, doel, vervolmaaking gekoppeld aan het leren kennen van Hem. Uit ontzag voor Zijn grootsheid en uit dankbaarheid voor Zijn barmhartigheid wenden we ons tot Hem op de manier die Hij ons opdraagt.

Zijn weg zal ons in dit leven een doel, geluk, genot, waardering, genoegdoening, spirituele ontwikkeling, rust en gemoedsrust schenken, zelfs al zou dit aardse leven nog zo zwaar zijn dat we geen dag zonder problemen hebben doorgebracht. Want Hij verkondigt dat dit leven een test is, dat het ware leven in het hiernamaals is, en dat de geduldige volgers van Zijn weg in het hiernamaals beloond zullen worden voor hun geduld, ze vrij zullen worden gesproken van bestraffing, en ze eeuwig gelukkig zullen zijn op een manier die geen hart heeft kunnen dromen.

Ieder mens heeft de kans om Zijn weg te volgen en zodoende in zowel dit tijdelijke leven als het eeuwige hiernamaals gelukkig en voldaan te zijn.

Vanuit dit perspectief is de reden achter de schepping van de mens het leren kennen van Allah, en zich naar de kennis van Allah te gedragen. De schepping van de mens is een eer, privilege en zegening voor de mens.

De schepping van de mens komt dus niet voort uit een behoefte, maar mede door een wens van Allah om zichzelf aan de mens voor te stellen door Zijn Schone Namen en Eigenschappen te laten zien in Zijn schepping aan het verstandsoog van de mens die zodanig is geschapen dat het deze Namen kan herkennen en er genoegdoening uit haalt.



[1] Zariyat,56

5 Wat wordt er bedoeld met ‘de troon (Kursi) van Allah (swt)’? Moeten wij dit letterlijk of figuurlijk zien?

Kursi betekent in het woordenboek: iemands hoge zitplek of een troon. Om het te kunnen vatten, wordt het als een vorm gezien die de hemel en aarde behelst. Figuurlijk heeft hij betekenissen als kennis, beheerder, macht, heerschappij en grootheid.

In een Heilige Hadith wordt het volgende gezegd: “De zeven hemelen zijn net zeven geldstukken die, in de troon, in een schild zijn gegooid.” In een andere Hadith wordt de grootte van de troon onder arsh (dak) als volgt uiteengezet: “De troon in de arsh is als een ijzeren ring die in de woestijn is gegooid.”

De troon wordt beschreven als: “Hij is onder de arsh en boven de zeven hemelen.” Sommige geleerden, hoewel deze groep klein is, zien de arsh en de troon als hetzelfde.

De troon is een vorm die het einde behelst van ruimte en materie. Hij is een vorm die alle materiële werelden omvat en de hemelen en aarde behelst. Dat de arsh de troon omvat, kan niet begrepen worden als materie die een andere materie omvat. De arsh is immaterieel en de eigenschappen ervan kunnen we niet kennen. Kunnen vatten hoe de arsh de troon omvat , is iets dat het menselijke verstand te boven gaat.

De mens is niet eens in staat te snappen hoe zijn eigen geest zijn eigen lichaam omvat, beheert, stuurt, en hoe zijn geest zijn arm doet optillen en zijn voeten doet lopen. Hoe kan een mens dan een dusdanig diepgaande kwestie begrijpen?

De betekenis van ‘de troon’ in het vers “…Zijn troon strekt zich uit over hemelen en aarde…”[qtip:1| Baqara, 255] behoort niet als een materiële troon van Allah gedacht te worden. Om die reden is het geaccepteerd als “De heerschappij en macht van Allah”, “De grootheid van Allah aantonen”.



[1] Baqara, 255

6 Waarom is de duivel verbannen door Allah?

De schepping van de Profeet Adam en de duivel is een zaak uit het verleden. Met abstracte intelligentie of met wetenschappelijke onderzoek is het niet mogelijk om details van deze materie te begrijpen. Om dit te kunnen begrijpen, moeten we in dit geval de heilige boeken raadplegen. Natuurlijk kent de Schepper Zijn schepselen. Diegene die het maakt, begrijpt het en diegene die het begrijpt, kan ereen oordeel over hebben.

Het laatste heilige boek, de Koran, is de beste bron die dit onderwerp zal uitleggen.

Zoals: Allah (c.c.) zei tegen de engelen, ik ga op deze aarde een halife/heer scheppen.
De engelen vroegen: gaat U iemand scheppen die zal zorgen voor oproering en bloed zal vergieten? Echter, wij zullen u loven en u verheerlijken. U bent de Heilige.
Allah (c.c.) zei: ik weet meer dan jullie weten en leerde Adam alle namen van de materie. Daarna presenteerde Hij Adam aan de engelen.

Hij zei tegen de engelen: als je trouw bent aan je zaak, laat me weten wat deze namen zijn.

Zij zeiden, o Heer, dit gaat ons te boven. Wij weten niet meer dan u ons heeft geleerd. U bent de Alwetende en Alwijze.

Allah (c.c.) zei: O Adam, vertel hen de namen die de materie hebben en Adam noemde alle materie bij naam. Allah (c.c.) zei: heb ik niet tegen jullie gezegd dat ik alles omtrent de hemel en de aarde weet, alles wat jullie aan mij vertellen en alles wat jullie van mij verbergen?

Op dat moment heeft Allah (c.c.) tegen de engelen bevolen om te buigen voor Adam; de engelen hebben dit direct gedaan behalve de duivel. De duivel heeft niet gebogen voor Adam door zijn arrogantie en is hierdoor ongelovig geworden.

Allah (c.c.) zei: o Adam, jij en je vrouw kunnen in het Paradijs verblijven, jullie kunnen alles eten en drinken. Kom alleen niet in de buurt van deze boom, anders behoren jullie tot de tirannen. De duivel heeft Adam en Eva op een sluwe manier laten proeven aan de fruit van deze verboden boom waardoor zij zijn verbannen uit het Paradijs.

Wij zeiden: jullie gaan naar de aarde als vijanden, tot een gegeven tijdsti, dan zal het besluimm t vormingsproces bezig zijn.

Vervolgens kreeg Adam van Allah vergevenigswoorden met zich mee. Adam heeft met deze verzen zijn vergevenis gevraagd bij Allah en Allah heeft het Adam vergeven.

Deze vraag is in hoofdlijnen uitgelegd met deze verzen. Gedetailleerde informatie kunt u vinden in andere verzen van de koran. Deze verzen vormen een eenheid net als legoblokjes die perfect op elkaar aansluiten.

"Voorzeker, Hij is degene die veel accepteert, en veel zorg draagt. [qtip:1| El-bakara, 30-37]

 

Als samenvatting:

- Adam is van aarde, engelen van het licht, duivel van vuur, geschapen.
- De engelen hebben de wijsheid achter de schepping van Adam gevraagd, maar toen ze werden bevolen te buigen voor Adam hebben ze direct, zonder te twijfelen, gebogen voor Adam. De duivel heeft niet gebogen voor Adam, doordat hij het niet kon waarderen dat Adam een hogere niveau heeft dan hijzelf.
- Duivel heeft niet gedaan wat Allah hem heeft geboden, hij heeft hierdoor ook geen vergevenis gevraagd voor de fout die hij heeft gemaakt. Adam heeft wel om vergiffenis gevraagd omdat hij een fout heeft begaan.

7 Waarom is Allah in deze wereld niet te zien?

Noer (licht) is een van de namen van Allah. Van stralende engelen tot zonlicht tot alle lichtstralen die dit universum vullen, dragen de attributen van deze naam in vele verschijningsvormen. Het oog van de mens ziet in deze wereld alleen het materiële. De mens kan noch zijn eigen ziel, noch de engelen die verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van de menselijke daden, noch andere verlichte werelden zien.

Het is bewezen dat het menselijke oog alleen 2,5 % van de stralen in het universum
waar kan nemen. Verwachten met dit oog de Creëerder van alle verlichte creaties te zien, gaat op zijn minst in tegen de natuurwetten. Een andere aspect van dit onderwerp is dat deze wereld een beproeving is voor de mensen. Het zien van Allah gaat niet samen met de beproeving in deze wereld. De redenen dat de mens op aarde is gestuurd, zijn; het kennen van Allah en Hem aanbidden; hierbij heeft de mens de keuze in Allah wel of niet te geloven. Als het mogelijk was om Allah met het oog te zien, dan zou iedereen –gewild of ongewild- in Allah moeten geloven en zou er geen sprake meer zijn van een beproeving op deze wereld. Volgens het uitleg van Bediuzzaman Said Nursi, zouden mensen als Aboe Djahil, waarvan de zielen als kool zijn, en mensen als Hz. Aboe Bakr, waarvan de zielen als diamanten zijn, op hetzelfde niveau blijven.

De reden dat wij Allah niet met het oog kunnen zien, is dat Hij met zijn kennis en macht alles behelst en er geen sprake is van Zijn tegengestelde.

Als wij ons voorstellen dat de atmosfeer de hele aarde en het licht van de zon het gehele heelal bedekt, dan is het niet mogelijk de zon met het oog te zien. Doordat alles bedekt is met de verlichting van de zon, kan de zon zelf niet meer gezien worden. En omdat zij niet een tegengestelde heeft, te denken aan de nacht, is de zon niet te zien en de attributen niet te vatten. Verder zou het onwetendheid zijn de zon met haar lichtstralen, die overal aanwezig zijn en alles bedekken, te ontkennen.

Met deze logica kunnen wij begrijpen dat Allah -Die met Zijn namen en attributen alles bedekt, overal aanwezig is en geen tegenstelling kent- niet zichtbaar is voor het oog van de mens.

In het hiernamaals is de situatie totaal anders. De menselijke ziel zal het lichaam in de hemel overstijgen. De creatie op deze wereld, die als schaduw dient, zal zijn ware vorm daar krijgen. De mens zal op alle vlakken waardig de hemel in gaan en gebruik maken van
alle giften. Verder behoren wij goed na te denken over dat wij zelfs in de hemel Roe’yet (Allah zien) niet constant zullen meemaken.

Dit wil zeggen, dat wanneer Roe’yet plaats zal vinden, de mens een andere gedaante aan zal nemen, en zal deze Goddelijke gunst plaatsvinden in een speciale omgeving. Dit wordt ook duidelijk gemaakt in het uitleg dat wanneer zij terugkomen van de Roe’yet, hun familieleden hen niet zal kunnen herkennen.

8 Waar komt Allah vandaan?
9 Mijn zoon stelt een vraag: Allah heeft alles geschapen, maar wie heeft Hem geschapen?

Dit is een van de meest gestelde vragen. Raak niet in paniek wanneer uw kind deze vraag stelt en probeer hem niet het zwijgen op te leggen. We dienen rekening te houden met zijn leeftijd en begripsvermogen en duidelijkheid te verschaffen aan de hand van voorbeelden. Wanneer men het kind op de juiste wijze heeft onderwezen over Allah, zal hij soortgelijke vragen niet stellen.

In de eerste plaats is het belangrijk om te weten dat deze vraag overbodig is. Allah heeft namelijk alles en iedereen geschapen. Als uw kind deze vraag stelt, betekent het dat hij in de war is omtrent de begrippen 'Schepper' en 'schepsels'.
Schepsels hebben een Schepper, maar een Schepper kan geen schepper hebben. Als de Schepper een schepper zou hebben, zou dit betekenen dat hij geen schepper meer is maar een schepsel.

Degene die deze vraag stelt vergelijkt Allah met Zijn schepsels. Hij denkt dat Hij net als de schepsels een schepper heeft. Is het mogelijk dat een Schepper geschapen kan zijn? Of is het mogelijk dat de Schepper tegelijkertijd een schepsel is?

Natuurlijk is het onmogelijk dat iets tegelijkertijd twee dingen kan zijn. De conclusie luidt dus dat Allah niet door iets anders is geschapen, want Hij is geen schepsel maar een Schepper.
Een ander punt waarom deze vraag onlogisch is, is het feit dat Allah de EENHEID is. Als Allah een schep­per zou hebben, zou Allah niet meer Eén zijn.
Als we zouden zeggen dat Allah een schepper heeft, zou dit betekenen dat de schepper van Allah ook een schepper zou hebben en zijn schepper ook een schepper zou hebben. We zouden op deze wijze een oneindig aantal scheppers `laten onstaan en dit is natuurlijk alles behalve logisch. Er zou geen eind komen aan het aantal scheppers.

Om dit beter te begrijpen kunnen we een trein als voor­beeld nemen. De laatste wagon van de trein wordt door de wagon voor hem getrokken. Deze wagon wordt ook door de wagon voor hem getrokken. Alle wagons worden uiteindelijk door de locomotief getrokken.

Kunt u nu de vraag stellen: "Door wie wordt de loco­motief getrokken?"

De locomotief is verschillend van de wagons. De loco­motief trekt namelijk de wagons en niet andersom.
Allah heeft de wet opgesteld dat alles en iedereen een schepper heeft. Alles gebeurt met een reden en Allah voert deze uit zonder enige uitzondering. Denkt u dat Allah . verplicht is om zich aan Zijn eigen wet toe te geven?

Alleen onwetende mensen zullen de vergissing kunnen maken om deze gedachte te hebben.

Het lijkt op dit voorbeeld:
"Een pop die op batterijen werkt zegt: `Ik zie dat alles in mijn wereld met een batterij werkt. Dit betekent dat degene die mij gemaakt heeft ook met batterijen werkt...'

Vindt u dit ook niet onlogisch klinken?

Het is duizend malen onlogischer om te beweren dat Degene Die ons heeft, geschapen ook een schepper moet hebben. Dit druist tegen het verstand, logica en weten­schap in. De Almachtige is EEN en UNIEK.[qtip:1| V. Vakkasoglu, Vertel mij over Allah, (Hoe kunnen we leren kennen en aan onze kinderen uitleggen?)]

 

 

 


[1] V. Vakkasoglu, Vertel mij over Allah, (Hoe kunnen we leren kennen en aan onze kinderen uitleggen?)

10 Aangezien ALLAH dichterbij ons is dan onze slagaderen, hoe kunnen we dan het benaderen van ALLAH interpreteren?

De uitdrukkingen “dichterbij” en “benaderen” zoals omschreven in de vraagstelling hebben niets te maken met afstand en ruimte. Het dichtbij Zijn van ALLAH houdt onder andere in dat Hij alle behoeftes voorziet, dat elke functie van een cel wordt uitgevoerd middels Zijn kennis en macht, dat Hij Genadiger is jegens een mens dan hijzelf, etc. Het benaderen van ALLAH houdt in dat een mens zich begeeft op het pad waar de tevredenheid van ALLAH zich bevindt. De ontwikkeling van geloof, het opdoen van kennis en oprechtheid binnen daden zijn middelen om ALLAH te benaderen.

Uitdrukkingen zoals ver, dichtbij, het verleden of de toekomst hebben betrekking op tijd en plaats. Schepselen die uit materie bestaan en een plaats innemen hebben betrekking met afstand. ALLAH die betrekking heeft met materie noch plaats staat dichterbij schepselen dan hun zielen.

Ver, dichtbij, verledentijd en toekomst zijn uitdrukkingen die gaan over tijd en ruimte. Materie en schepsels die ruimte innemen zijn tot elkaar op een bepaalde afstand. Allah, ver boven materie en ruimte, is overal in de ruimte nog dichter bij de zielen van de schepselen dan de schepselen zelf. Zodoende, Allah die niet gebonden is aan tijd is nog dichter bij de zielen van de schepselen die wel gebonden zijn aan tijd.

De afstand tussen Allah en de schepselen en andersom is niet met de maatstaven van tijd en ruimte af te meten.

Bijvoorbeeld: een lezer staat dichter bij een boek dat hij leest dan het boek zelf. Het boek is niet op de hoogte van wat in hem geschreven staat, maar de lezer wel. Het boek staat ver van de lezer, want hij kent, ziet en begrijpt de lezer niet.

Een woord op de eerste pagina van een boek staat dichtbij een woord dat zich op de tweede pagina bevindt. Echter staat het woord op de eerste pagina verder van het woord dat zich op de laatste pagina bevindt. De schrijver van het boek daarentegen kent het boek en voor hem is er geen afstand tussen die woorden. Alle woorden bevinden zich in zijn kennis en zijn niet afhankelijk van afstand.

De uitdrukkingen afstand en nabijheid worden ook in een Hadith’i Qoedsî als volgt omschreven: “met extra gebeden nadert Mijn dienaar Mij.” Deze overlevering onderwijst ons dat het een spirituele nadering is. Extra gebeden zijn de gebeden, bezinningen, steun en dankbetuigingen, na uitvoering van verplichte gebeden, met de intentie om dichter bij zijn Heer te komen, zijn hart te verrijken en zijn leven op pad van de tevredenheid van ALLAH spenderen.

Een dergelijke dienaar verlegt spirituele grenzen en komt dichterbij Zijn heer.

Stel een grote geleerde voor. Zijn studenten bevinden zich allen in dezelfde leerschool en krijgen allen les van hem.Een pasbegonnen student zal vanwege zijn beperkte kennis, ondanks de nabijheid van zijn docent, een afstand waarnemen. Het begrijpen van zijn docent zorgt voor de afstand. Naarmate tijd verstrijkt en de student onderwezen wordt door zijn docent, zal de afstand afnemen, de respect en bewondering voor zijn docent zal toenemen.

De geleerde daarentegen staat in elke fase van zijn leerling, dichtbij hem. Hij onderwijst zijn leerling en zorgt voor zijn ontwikkeling. Afstand heeft hier slechts betrekking op de leerling, niet op de docent. Bij een onvolmaakte persoon die discipel wordt van een volmaakte heilige is het net zo. Hoe verder de discipel zich spiritueel ontwikkelt, des te meer hij kan profiteren van de spirituele wereld van die heilige. Die heilige staat daarentegen te allen tijde dichtbij zijn discipel door elke spirituele fase van zijn discipel te volgen. Afstand geldt voor de discipel, niet voor de heilige.

Als we van de voorbeelden naar de werkelijkheid gaan, zien we dat ALLAH dichterbij Zijn dienaar staat dan de ziel van Zijn dienaar door onophoudelijk zijn spirituele en materiële wereld op te voeden. Een dienaar daarentegen, met zijn begrensde attributen en tekortkomende kwaliteiten, staat ver van het begrijpen van ALLAH, Bezitter van eindeloze en onbegrensde attributen.

 

11 Hoe bestaat Allah?

Deze vraag werd ook aan de heilige profeet Mohammed (sallallahu aleyhi wa sallam) gesteld.

Allah heeft hierop surah Al-ighlaas geopenbaard en heeft de Profeet (v.z.m.h.) aanbevolen om deze vraag daarmee te beantwoorden. De heilige Profeet (v.z.m.h.) heeft daarna zijn ummah (volk) ook aanbevolen om deze vraag met Soerah al-Ighlaas te beantwoorden. In soerah al-ighlaas staat het volgende:

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Zeg: Allah is de enige.

2. Allah is zichzelf genoeg, Eeuwig.

3. Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.

4. En niemand is Hem in enig opzicht gelijk.

We zullen ook een aantal voorbeelden geven waarbij het duidelijk wordt dat deze vraag eigenlijk een overbodige vraag is.

Voorbeeld 1:

Denk aan een trein die uit tien wagons bestaat. Elke wagon wordt gesleept door de wagon ervoor. Uiteindelijk kom je bij de machinist terecht die de trein bestuurt. Dan is de vraag: ‘’Door wie wordt de machinist dan meegesleept’’ een onlogische beredenering, want de machinist heeft daar geen behoefte aan. De machinist bestuurt de trein met zijn eigen kennis en wil.

Voorbeeld 2:

We stellen de volgende vraag: ‘’Hoe wordt een auto gemaakt?’’

Dan is het antwoordt daarop: ‘’Middels een autofabriek’’.

De volgende vraag is dan : ‘’Hoe wordt een autofabriek gemaakt?’’

Hierop laten we diegene zien waar al de apparatuur van de fabriek vandaan komt en hoe hij wordt gemaakt. Deze vraag gaat tot een bepaald punt door en uiteindelijk zul je tot de kennis, wil en macht van een persoon terechtkomen, want deze vraag kan niet eindeloos doorgaan.

Voorbeeld 3:

- De soldaat krijgt bevel van de korporaal

- De korporaal krijgt bevel van de sergeant

-De sergeant krijgt bevel van de adjudant enzovoorts.

Uiteindelijk kom je bij de koning en dan kan niet de vraag gesteld worden: ‘’ Van wie krijgt de koning een bevel?’’, omdat de koning dat vanuit zichzelf doet en niemand hem kan bevelen om iets te doen omdat hij de hoogste positie bekleed.

Al concluderend:

Uit deze voorbeelden blijkt dan ook dat Allah geen schepper kan hebben omdat Hij de Almachtige en de Alwijze is. Als Allah geschapen zou zijn, zou Hij geen Allah kunnen zijn, omdat dat niet past bij de eigenschap van Allah. Een persoon die iemand boven zich heeft, kan geen Almachtige en Alwijze zijn.

12 In de Koran staat dat God de mens een ziel blies. Is de mens letterlijk een deel van God? Hoe moeten we dit interpreteren?

Beste broeder / zuster,

Allah is immaterieel en heeft ook geen plaats. Daarom kan een mens geen deel van Allah zijn.

De uitdrukking dat Allah-u Teala van zijn ziel naar de mens blies [qtip:(1)| Koran, 15:29] is door geleerden op verschillende manieren geïnterpreteerd. Maar geleerden waren er over het algemeen eens dat het figuurlijk is, dus moet het niet letterlijk worden opgevat.

Met deze vers wordt bedoeld dat binnen de aard van de mens de goddelijke attributen en eigenschappen worden gemanifesteerd.

Bijv. Allah is Er-Rahman, De Genadevolle, een mens kan ook genadevol zijn. Allah is Al-Hakim, doet alles met vol wijsheid. De mens kan ook wijs zijn.

Zo kan je meer voorbeelden geven.

 


[1] Koran, 15:29

13 Waar is Allah?

Deze vraag geldt voor alles dat afhankelijk is van ruimte; ofwel materie. Aangezien een ruimte uit materie bestaat, bestaat alles dat afhankelijk is van een ruimte, ook uit materie. De Schepper van materie, dus ook van ruimte, kan niet afhankelijk zijn van hetgeen Hij gecreëerd heeft. Het geschapene is in alle gevallen afhankelijk van zijn Schepper en niet andersom. Een vraag zoals “waar” was onmogelijk, want ruimte was niet geschapen; echter was ALLAH er.

Bovendien wordt de unanieme overtuiging van alle 3 gezegende generaties en rechtschapen khaliefen als volgt samengevat door de Qur’an: “ALLAH kent geen gelijke.” [qtip:(1)| Soerah Esh-Shoera, 42:11.]

Het geloof in: “ALLAH is afhankelijk van tijd noch plaats” is één van de fundamenten binnen de Aqîdeh van de Ehli Soennah.

Tevens verduidelijkt de volgende overlevering van de profeet (v.z.m.h) dat ALLAH afhankelijk is van tijd noch plaats: “ALLAH was er, niets was er samen met Hem.[qtip:(2)| Kenzoe’l-Oemmal, Hadieth nr: 29850.]



[1] Soerah Esh-Shoera, 42:11.
[2] Kenzoe’l-Oemmal, Hadieth nr: 29850.

14 Is oneindigheid te begrijpen?

Zoals het niet mogelijk is een zee in een beker te plaatsen, zo ook kan men het concept “oneindigheid” met zijn beperkte begrip niet vatten. Hoewel men oneindigheid niet kan vatten, kan men wel weten wat zij is. Weten en geloven is één ding, begrijpen is weer aan ander ding.

Een mens is in alles beperkt. Het leven heeft een begin. Zoals ieder begin een eind aangeeft, zal ook dit leven een einde hebben. In dit korte leven met een begin en een eind, kan men in alle opzichten kleine taken uitvoeren. Het oog is in staat twee-en-een-half procent van de aanwezige lichtkleuren te zien. Het oor kan enkel geluiden van bepaalde frequenties horen.

Dit geval dat openlijk te zien is in de materiële wereld, geldt ook voor de wereld van de ziel. Het menselijke verstand vat niet alles, want beginnen om te leren heeft een begin. Kennis die een begin heeft, kan niet oneindig zijn; net zoals het leven…

Het gebrek van het menselijke verstand begint bij het niet kunnen begrijpen van zichzelf. Hoe kan dit gebrekkige verstand oneindigheid vatten, terwijl het zichzelf niet vat. De mens die begrijp dat drie minder is dan vier, weet ook dat wanneer hij vier van die drie aftrekt, op een negatieve uitkomst uitkomt. Als hij alsnog probeert oneindigheid te vatten met zijn gebrekkige verstand, betekent het dat hij het accepteert dat het resultaat oneindig negatief zal zijn.

De mens kan oneindigheid niet begrijpen, maar er wel in geloven. Dit is ook een grote Goddelijke gunst. Mocht dit niet zo zijn, hoe zou hij moeten geloven in zijn Heer wiens attributen oneindig zijn.

Op dit vlak is aan de mens de mogelijkheid gegeven hierover bepaalde ideeën te hebben en te vergelijken. Hij weet aan de hand van deze mogelijkheid dat, zoals hij een begin en een eind heeft, alles een begin- en een eindpunt heeft.

Alles dat een begin heeft, leert ons tegelijkertijd de volgende twee waarheden: Hij die mij uit het niets heeft geschapen, is er altijd geweest. Zo ook maakt ieder einde ons duidelijk dat er een oneindige Entiteit is. Laten we ons de volgende vragen stellen: is het enige dat jij niet snapt, oneindigheid? Kan jij vatten hoe de planeten en de zon gecoördineerd worden? Kan jij de attributen van de ziel, het verstand, de fantasie, het geheugen begrijpen? Heb jij kunnen uitleggen wat de spirituele fabriek is in een appelboom? Hoe kan het dat er uit een ei een vogel ontstaat? Hoe kan een sperma negen maanden later huilen, zien, waarnemen?

In deze wereld is wat hij ziet, begrijpt en weet veel minder dan wat hij niet ziet, niet begrijpt en niet weet.

Alsof de mens deze vergankelijke goederen begrijpt, behoort het proberen te vatten van oneindigheid hem tenminste te vermoeien. Ik zeg hier ‘tenminste’, want zulke ongegronde zoektochten kunnen tot de dwaling leiden.

De mens probeert wegens twee verschillende redenen oneindigheid te vatten. De eerste is door de oneindigheid van de Goddelijke attributen. De tweede is door de oneindigheid van het hiernamaals. Er is een belangrijk verschil tussen deze twee punten. Wanneer er wordt gesproken over de oneindigheid in het hiernamaals, wordt er direct gedacht aan de tijd: een leven dat niet eindig, vergankelijk en onvolmaakt is. Hier is er sprake van een leven dat niet terug wordt genomen en dus oneindig is. Dit hoort het menselijke verstand te begrijpen.

En als we het over de oneindige Goddelijke attributen hebben: met ‘Zijn kracht is oneindig’, wordt het volgende bedoeld: “het maakt niet uit hoeveel werelden Hij creëert, in Zijn kracht neemt niets af. Zijn oneindige kennis, betekent dat Hij losstaat van onwetendheid. Andere attributen kunnen op de zelfde manier, met dezelfde logica benaderd worden. “Hij die er altijd was, zal er zeker voor altijd zijn” is geldig voor Zijn entiteit en Zijn attributen. Dus al zijn attributen zijn oneindig. Geen van Zijn attributen is namelijk later tot stand gekomen; ze zijn er altijd geweest.

15 Wat kunnen de antwoord van Allah zijn op onze gebeden?

Ten eerste is het doel van doea om Allah te aanbidden. Het is een foute aanname om het gebed te zien als een verzoek dat met zekerheid geaccepteerd moet worden.

Het kan voorkomen dat de doea niet geaccepteerd wordt. Dat moet niet de reden zijn om te stoppen met het verrichten van dua. Het zou natuurlijk fijn zijn voor diegene als de doea geaccepteerd wordt, maar men heeft niet het recht om te zeggen: “Waarom is mijn dua niet geaccepteerd?”. Er moet juist gezegd worden; “Allah weet beter wat het beste is voor mij en heeft mijn dua verhoord en zal mij in deze wereld of in het hiernamaals het betere schenken”

In principe moet er gezegd worden; “Deze doea is niet nutteloos geweest, want het wordt beloont in het hiernamaals, omdat het verrichten van doea een aanbidding is. Daarom moeten we niet opgeven met het doea verrichten, maar proberen om het juist meer te doen.

Allah de Almachtige heeft in de Koran aangegeven:

"Roep mij aan; Ik zal uw gebed verhoren”. [qtip:(1)| Al-Mu’min, 40/60]

Sommige mensen zeggen over deze vers: Allah zegt “Roep mij aan; Ik zal uw gebed verhoren”. Waarom wordt onze doea dan niet verhoord, terwijl we Allah veel aanroepen? De geleerden hebben deze onderwerp als volgt uitgelegd: In de vers zegt Allah;
“Ik zal uw gebed verhoren”. Allah zegt niet dat hij het zal accepteren.

Als je naar de dokter gaat en vraagt om een bepaald medicijn, zal de dokter je verhoren. Hij zal zeggen; “deze medicijn zal je niet helpen” of zal zeggen dat het schadelijk is en zal daarom een betere medicijn voorschrijven.

Zoals in het voorbeeld is aangegeven zal Allah de Almachtige, die de Alwijze is, onze doea verhoren. Onze doea accepteren heeft te maken met de wijsheid van Allah. Soms geeft Allah ons exact wat we willen, soms geeft Hij het betere en soms geeft Hij ons niets omdat Allah weet dat het schadelijk is voor ons.

Er zijn een aantal middelen die de kans van acceptatie vergroten. Een aantal voorbeelden worden hieronder weergegeven:

- Een doea moet acceptabel zijn.

- De tong die de doea uitspreekt moet ikhlas (oprechtheid) bezitten.

- De volgende volgorde aanhouden: Eerst Salawat (zegeningen aan de profeet) geven, istikhfar (vergeving vragen) doen, dua doen en nog een keer Salawat geven.

- Dua voor elkaar doen in het geheim omdat de doea voor de ander uit een schone hart komt.

- Dua doen met een bewuste hart en verstand.

- Dua doen dat uit de koran of hadith komt, omdat het de woorden van Allah of profeet een grote waarde bezitten, bijvoorbeeld:

 [qtip:(2) | Al-Baqarah, 201] رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِي الآخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ النَّار     

- Als het mogelijk is, moet de persoon woedoe (kleine wassing) hebben.

- Het is noodzakelijk om halal te eten.

- Dua verrichten op heilige plekken zoals: in de moskee

- Dua verrichten op heilige momenten zoals:
   a) Heilige nachten zoals: Nacht van Kader (een nacht in de maand van ramadan dat gelijk staat aan 1000 maanden) en Nacht van Barat.
   b) Na het salaat (gebed),vooral na het ochtendgebed
   c) Op Vrijdag
   d) De islamitische maanden Recep, Shaban en Ramadan

Bij het toepassen van de voorwaarden worden de doea`s acceptabeler voor de goddelijke wijsheid en goddelijke barmhartigheid. Wanneer de dua deze voorwaarden mist, zal de doea minder effectief zijn.


[1] Al-Mu’min, 40/60

[2] Al-Baqarah, 201 : "Onze Heer, schenk ons het goede in deze wereld, alsook in de komende wereld en bescherm ons voor de marteling van het Vuur."

16 In onze omgeving zijn er die zeggen: “Ik geloof niet in iets wat ik niet zie.” Wat voor antwoord kunnen wij hen geven?

Het is een feit dat het bestaan om ons heen niet beperkt is tot de waarnemingen met onze vijf zintuigen. De mens ziet met het oog alleen de materiële wereld. Met de tong de wereld van de smaken. Met het oor de wereld van het geluid. Met de neus de wereld van geuren. Terwijl elektriciteit, aantrekkingskracht, stralingen, radioactieve stralen en nog veel meer van zulke werkelijkheden noch te zien en noch te horen zijn, twijfelen we niet aan hun bestaan.

Zij die dit principe buiten beschouwing laten en zeggen: “Ik geloof niet in iets wat ik niet zie” denken dat het hele bestaan alleen uit de materie bestaat die zij met hun ogen kunnen zien en begaan zo een grote fout. Echter het feit dat iets niet met de ogen is waar te nemen, is geen bewijs voor het niet-bestaan. Want in dit bestaan zijn de dingen die wij niet kunnen zien meer dan de dingen die wij zien. Zelfs in het lichaam van de mens zijn de dingen die we niet kunnen zien zoals het verstand, de gedachte en het geheugen meer dan de dingen die we wel kunnen zien.

Achter de uitspraak: “Ik geloof niet in dat wat ik niet zie”, schuilt een grote fout. Men verwacht van het oog een taak die in werkelijkheid tot het verstand behoort. Maar elke zintuig van de mens opent een poort naar een andere wereld. De taak van de ene zintuig kun je niet verwachten van de andere zintuig. Bijvoorbeeld de oog kan de taak van het oor en de neus kan de taak van de tong niet vervullen. De mens kan met het oog noch de smaak van het eten, noch het gezang van een nachtegaal en noch de geur van een roos waarnemen. Zoals het oog de taken van deze zintuigen niet kan vervullen, kan het zeker niet de functie vervullen van het verstand.

Het is duidelijk dat een of ander kunstwerk met het oog wordt waargenomen, maar de kunstenaar ervan wordt begrepen met het verstand. Zij die zeggen: “Ik geloof niet in dat wat ik niet zie” zullen hierdoor de kunstenaar van het kunstwerk moeten verloochenen. Net zoals in dit voorbeeld: als iemand dit fantastisch bestaan aanschouwt, wat het kunstwerk is van een absolute macht en kennis, maar de kunstenaar niet accepteert, is qua kennis en verstand ver afgedwaald.

Hoe kan zo iemand de talloze gebeurtenissen zoals het scheppen, het onderhouden en het geven van leven uitleggen, wat constant in het bestaan te zien is en het bestaan van Allah net zo helder aantoont als de zon?

“Zij die alles in de materie zoeken hebben hun verstand in hun oog zitten, echter het is oog is blind voor het spirituele”

Auteur: Mehmet Kırkıncı

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/cevremizde-az-da-olsa-“gormedigime-inanmam”-diyen-kisilerle-karsilasiyoruz-bunlara-bu-yanlis

17 Interessante Uitspraken van Beroemde Mensen Over het Bestaan van Allah (1)

Het bewijs voor het bestaan van Allah vanuit wiskundig perspectief bekeken

Professor C. Morrison heeft het bestaan van Allah op deze wijze bewezen:

"Neem tien stempels in uw hand. Nummer deze van één tot tien en stop ze in uw zak. Schud de stempels in uw zak. Probeer vervolgens elke keer één stempel uit uw zak te halen. Dit zal het resultaat zijn:

De kans is één op tien dat u de stempel `1' eruit haalt...

De kans is één op honderd dat u de stempels 1 en 2 achter elkaar uit uw zak haalt.

De kans is één op duizend dat u de stempels 1, 2 en 3 achter elkaar uit uw zak haalt.

De kans is één op tienduizend dat u de stempels 1,2, 3 en 4 achter elkaar uit uw zak haalt.

De kans dat u alle stempels vanaf 1 tot tien in de juiste volgorde uit uw zak zult halen is één op miljard."

Zelfs dit eenvoudig voorbeeld laat zien dat niets per toeval kan ontstaan. Hoe is het dan mogelijk om te beweren dat het prachtige systeem in het universum wel per toeval is ontstaan?

 

Het feit dat mensen de mening delen dat Allah bestaat is een bewijs dat Hij bestaat.

De bekende filosoof Kant verklaart dit onderwerp op deze wijze:

"Mensen die vanaf hun geboorte blind zijn zullen het begrip donker niet bevatten, net zoals een arm persoon het begrip failliet niet kent. Hij heeft namelijk geen vermogen en heeft een dergelijke situatie nooit meegemaakt. Een onwetende is zich er ook niet van bewust dat hij een onwe­tende is. Hij heeft namelijk geen kennis.

Feit is dat de zielen van mensen de mening hebben dat er een Bestaan is dat de Eerste, de Laatste en de Krachtigste is. Als Hij niet bestond, zouden we deze mening niet kunnen bezitten.

Aangezien we deze mening en kennis bezitten is er geen andere mogelijkheid dan het bestaan van een Schepper en deze Schepper is niemand anders dan Allah."

Dr. Haluk Nurbaki heeft deze waarheid op deze wijze geformuleerd:

"Het hebben van honger wijst op het bestaan van eten. Het hebben van dorst bewijst dat er dranken zijn waarme we onze dorst kunnen lessen...

Ieder mens heeft de behoefte om te geloven. Deze drang om te geloven bewijst het bestaan van Allah in wie wij geloven en aanbidden."

De wezens op aarde zijn op zo een wijze geschapen dat zij het leven van de mens vergemakkelijken. De mens heeft hiermee een groot voordeel ten opzichte van de rest van de levende wezens. Het is echter niet de mens die deze wezens op zo een wijze heeft `geprogrammeerd' dat zij in dienst van hem staat. De complexiteit van het universum gaat ons menselijk verstand te boven. Deze complexiteit moet dus het werk van de Schepper zijn, die met Zijn oneindige kracht en wil deze met een' bepaalde doel heeft geschapen. Wie kan Hij anders zijn dan Allah?

Kant verklaart het bestaan van Allah ook op deze wijze:

"Het ligt in de aard van de mens om deugd en geluk met elkaar te verenigen. Oftewel een mens wil plezier hebben in de dingen die hij doet. Het gebeurt echter vaak dat we op deze wereld deze twee gevoelens niet met elkaar kunnen verenigen.

Een deugdelijk mens kan de beloning voor zijn daden niet op deze wereld vinden. Een mens dient echter toch beloond te worden voor zijn goede daden. Dit kan alleen door de meest Rechtvaardige in het andere leven worden bewerkstelligd. Het hiernamaals bestaat dus. Degene die dit zal bewerkstelligen is niemand anders dan de meest rechtvaardige ALLAH."

Kant heeft vier belangrijke bewijzen voor het bestaan van Allah gegeven:

ER IS EEN NAUWKEURIGE ORDENING IN HET UNIVERSUM.

Een ordening dient een organisator te hebben.

Als er wezens bestaan, moet er ook een Schepper bestaan.

De ordening tussen de levende wezens kan niet aan de natuur worden verweten. Deze ordening komt voort onder invloed van vele oorzaken en een doeleinde. De wederzijdse banden tussen de levende wezens in het universum duiden op het bestaan van de Almachtige Allah.

Het universum heeft behoefte aan de Kracht die het heeft geschapen. Deze kracht is ALLAH."

Imaam Azam verklaart op deze wijze dat het universum door Allah is geschapen:

"Alles in de wereld verandert voortdurend (soorten, continenten, talen etcetera). Er dient dus Iemand aanwezig te zijn die deze verandering mogelijk maakt. De veran­deringen in het universum duiden op de aanwezigheid van een wezen dat deze mogelijk maakt. Deze veranderingen zijn het kunstwerk van de Almachtige Allah."

Emerson heeft gezegd: "Datgene wat ik kan zien heeft mij gedwongen om te geloven in de Schepper die ik niet kan zien."[qtip:1| Vehbi Vakkasoglu, Vertel Mij Over Allah, 167 en 169]

 

 


[1] Vehbi Vakkasoglu, Vertel Mij Over Allah, 167 en 169.

18 Bestaan van Allah
19 Waarom tolereert Allah de Barmhartige het bestaan en influisteringen van duivels, terwijl zij de mensen leiden tot het slechte?

Naast geringe kwalen bevat de existentie van duivels vele universeel heilzame doeleinden en menselijke volmaaktheden. Waarlijk, zoals het bloeiproces van pit tot boom menig fase bevat,geldt dat evenzeer voor het ontwikkelingsproces van menselijke vaardigheden. Deze fases zijn zelfs groter in aantal en kunnen zo uiteenlopend zijn als de fases die als het ware nodig zouden zijn voor het ontwikkelingsproces van atoom tot zon. De ontwikkeling van die vaardigheden vereist uiteraard beweging en vergt een behandeling. Beweging in het groeiproces wordt teweeggebracht door ijver. Die ijver kan dankzij de existentie van duivels en kwaadaardigheden plaatsvinden. Anders zou het niveau van de mens stabiel blijven zoals dat van engelen. In dat geval zou het mensdom geen klassen bevatten die als duizenden verschillende levensvormen dienen. Duizend deugden nalaten om één geringe ondeugd te mijden is strijdig met wijsheid en rechtvaardigheid.

Echter, door satan raken de meeste mensen verzeild in dwaling. Desalniettemin worden nut en waarde voornamelijk bepaald door kwaliteit; kwantiteit heeft weinig of totaal geen belang. Bijvoorbeeld, stel dat iemand met duizend en tien zaadjes in zijn bezit ervoor zorgt dat die zaadjes onder de grond een natuurproces ondergaan. Als resultaat bloeien tien zaadjes uit tot bomen, terwijl er duizend bezwijken. Dankzij het profijt dat hij uit die tien bomen haalt, lijkt het geleden verlies door die duizend bezweken zaadjes uiteraard nietig.

Evenzo zal het verlies dat de mensheid lijdt door het ongeloof van dwaalvolkeren, die zo laag zijn als ongedierte, nietig lijken dankzij het profijt, de eer en de waarde die de mensheid toekomt door tien mensen die het mensdom eren en verlichten – zoals sterren – dankzij strijd tegen het ego en satan. Aldus stonden Goddelijke Genade, Wijsheid en Rechtvaardigheid de existentie van duivels toe en werden hun pogingen tot verleiding gepermitteerd.

O gelovigen! Jullie harnas tegen deze felle vijanden bestaat uit de Godsvrees die de Qur’an voor jullie heeft samengesteld. Jullie schild is de Heilige Soennah van de nobelste Godsgezant (vzmh). Jullie wapens bestaan uit toevlucht, berouw en steun op Gods bescherming.

 

[Bediuzzaman Said Nursi, Geloofswaarheden, blz. 45]

20 Afbeelding Allah op ipad?

Vraag beschrijving: ik heb een afbeelding van Allah op mijn ipad staan en ik heb de ipad wel eens laten vallen. Zou dit haram zijn?

Antwoord: Omdat het niet oneerbiedig bedoeld is, is het niet haram.

21 Het existentiebewijs van Allah: De natuur

Degene overtuigen die Allah ontkent, kan ook door te bewijzen dat de natuur en redenen niets kunnen creëren.  Nadat het bewezen is dat natuur niet de schepper kan zijn van creatie, zal het bestaan van Allah onvermijdelijk geaccepteerd worden. Om te bewijzen dat de natuur niet de schepper kan zijn, kan je de volgende drie vragen aan een ongelovige vragen: 


1. Kent een kunstenaar zijn eigen kunst of niet? 

2. Kan een kunstenaar een beter kunstwerk maken dan zichzelf? 

3. Zijn een kunstenaar en kunst hetzelfde? Of zijn ze twee aparte entiteiten?

Waarschijnlijk zullen zij deze vragen als volgt beantwoorden: 

Natuurlijk kent een kunstenaar zijn eigen kunst. Een timmerman die een tafel maakt, kent de tafel; een schilder die een schilderij maakt, kent het schilderij. 

Een kunstenaar kan nooit een beter kunstwerk dan zichzelf maken. Het maakt niet uit hoe perfect de computer wordt gemaakt, hij blijft in vergelijking met de hersenen uiterst primitief; en al bouwt hij een prachtig huis, het blijft in vergelijking met zijn lichaam als gebouw uitermate simpel.

Als het gaat om de vraag of de kunstenaar en het kunstwerk hetzelfde zijn, is het antwoord dat ze natuurlijk anders zijn. De timmerman is anders dan de tafel en de schilder is anders dan het schilderij. 

Op basis van deze antwoorden kunnen we de volgende wetten opstellen: 

1. De kunstenaar kent zijn kunst.

2. Een kunstenaar kan nooit een beter kunstwerk maken dan zichzelf.

3. De kunstenaar en de kunst zijn verschillende dingen.

O degene die Allah ontkent, luister! Wegens het ontkennen van de Almachtige Allah, maak je de natuur en de redenen kunstenaars van de creaties. Net zei je: "De kunstenaar moet zijn kunst kennen". Echter, de dingen die je accepteert als de kunstenaars zoals: water, zon, aarde, lucht, en andere redenen hebben niet eens profijt voor henzelf, laat staan voor andere creaties. Hoe konden ze in dat geval deze kunstwerken maken? Vergeet niet dat je de regel "de kunstenaar moet zijn kunst kennen" aanvaardde.

Je zei ook: "Een kunstenaar kan geen beter kunstwerk dan zichzelf maken". Echter, een vlieg is zelfs mooier en beter dan de redenen. En kijk ook eens naar het heelal. Hoe kan je beweren dat deze wonderbaarlijk kunstwerken gevormd zijn door eenvoudige, niet artistieke en onbewuste redenen?

Ook waren de kunstenaar en de kunst twee verschillende dingen. Echter, door de redenen te verheffen tot scheppers, beweer je dat de kunstenaar en de kunst hetzelfde zijn. Als we vragen: "Wat is natuur?" laat je ons de wereld zien. Wanneer we later vragen: "Wie heeft dit allemaal geschapen?", wijs je weer naar de redenen in die wereld. Op deze manier maak je van het heelal zowel de kunstenaar als de kunst. Jouw gedachte is zo misleidend. Ook zij die jou geloven, hebben geen verstand!

U kunt ook de volgende weg volgen om te bewijzen dat de natuur geen schepper is. Stel de volgende vragen aan de ongelovige, en zie wat de antwoorden zijn:

-Wie schiep de bergen? 
-De natuur. 
-Wie schiep de zee? 
-De natuur. 
-Wie schiep de bomen? 
-De natuur. 
-Wie schiep de sterren? 
-De natuur. 

Noem iedere creatie één voor één op en vraag wie hen heeft geschapen. Ze zullen alle vragen met "de natuur" antwoorden. Vraag hen vervolgens wat de natuur is. Ze zullen de genoemde creaties aanwijzen en zeggen "deze zijn de natuur".

We zullen hen overtuigen door het volgende te zeggen. Toen we net vroegen: "Wie heeft deze creaties geschapen?" gaf je als antwoord: “De natuur”. Nu laat je deze creaties als de natuur zelf zien. In dit geval worden deze creaties beschouwd als de natuur en worden zij ook geschapen door de natuur zelf. Het is echter niet mogelijk dat één ding de schepper en tegelijkertijd de creatie is. Jij hebt deze dingen echter zowel de schepper als de creatie gemaakt. Als je doelt op iemand anders dan de natuur tijdens het noemen van de natuur, dan noemen we dat geen natuur, maar "Allah". Zeg jij ook Allah en kom tot de redding!

 

 

22 MENS, UNIVERSUM EN SCHEPPER

Laten we een moment stilstaan en nadenken. Laten we uitzoeken waar we vandaan komen en waar we naar toegaan. Laten we onze levens op basis daarvan vorm geven. Van tevoren dienen we na te denken over en onderzoek te doen naar de subtiliteiten van onze eigen schepping, onze fysieke en spirituele structuren, de superieure eigenschappen die we bezitten en het hele universum. Indien we op deze manier handelen, wordt ons leven betekenisvoller.

Laten we bijvoorbeeld eens nadenken over de aarde. Ondanks het feit dat planten allemaal met hetzelfde water worden gevoed, groeien er duizenden verschillende soorten planten op deze aarde; ze produceren allemaal hun eigen groente en hun eigen vruchten, in verschillende kleuren en maten. Dit alles gebeurt in een perfecte vorm en volgorde. Is het niet uitzonderlijk, al dat voedsel dat op hetzelfde land groeit en hetzelfde water krijgt? Niettemin is de ene soort in smaak superieur, of geheel verschillend van de andere.[1]

Laten we een blik werpen naar de hemel en een glorieus en prachtig systeem overpeinzen. Neem de zon bijvoorbeeld. De afstand tussen de zon en de aarde bedraagt 150 miljoen kilometer. De zon, één van de middelgrote sterren, is groot genoeg om 1,3 miljoen planeten met het formaat van onze aarde te kunnen huisvesten. De oppervlaktetemperatuur van de zon is 6000 °C en de inwendige temperatuur maar liefst 20 miljoen °C. Zijn omwentelingssnelheid bedraagt 720.000 km per uur. Dit betekent dat de zon per dag ongeveer 17.280.000 kilometers aflegt.[2]

In de zon verandert elke seconde 564 miljoen ton aan waterstof in 560 miljoen ton helium. Het verschil van vier miljoen ton gas wordt in de vorm van energie uitgestraald. Met andere woorden, de zon verliest elke seconde vier miljoen ton aan inhoud, dat is 240 miljard ton aan inhoud per minuut. Indien de zon de afgelopen drie miljard jaar dezelfde hoeveelheid energie heeft geproduceerd, dan heeft hij 400 miljoen keer een miljoen ton aan massa verloren. Dat is nog steeds slechts 1/5000 van zijn massa, vandaag de dag.

Onze wereld is geplaatst op een zodanig correcte afstand van deze enorme bron van energie, dat we niet te dichtbij zitten of te ver weg verwijderd zijn. Op deze manier zijn we niet kwetsbaar voor zijn vernietigende hitte en kracht en zijn we ook niet verstoken van de nuttige energie die hij produceert. De zon, met zijn geweldige kracht en energie, is met een perfecte kracht en volume geschapen, op een wijze die het meest heilzaam is voor elke vorm van leven op aarde, de mensheid bovenaan. Hij stuurt zijn stralen met de juiste hoeveelheid naar de aarde; en dit reeds meer dan drie miljoen jaar![3]

Deze geweldige zon is slechts één van de naar schatting 200 miljard sterren in de Melkweg. Op dezelfde wijze maakt de Melkweg deel uit van slechts één van de paar honderd miljard sterrenstelsels die we met een moderne telescoop kunnen zien. Bovendien duurt het 100.000 lichtjaren om van de ene kant naar de andere kant van de Melkweg te reizen; licht verplaatst zich met 300.000 km per seconde. Iemand moet 300.000 triljoen kilometers reizen, wil hij van de aarde naar het centrum van de Melkweg gaan.[4]

Een persoon die op deze wijze lang genoeg over zijn omgeving nadenkt, realiseert zich dat er een Alwetende en Almachtige Schepper bestaat. Hij realiseert zich dat hijzelf niet tevergeefs is geschapen, maar dat er een reden moet zijn voor zijn schepping. Verschillende onderzoeken hebben uitgewezen dat alle religies, van de meest primitieve tot aan de meest ontwikkelde, er een geloof in een Almachtig Wezen op na houden. [5]

Er zijn vele bewijzen voor het bestaan van Allah. Enkele voorbeelden hiervan, voorbeelden die door iedereen gemakkelijk kunnen worden waargenomen, zijn:

  • De mens zelf; zijn ontwikkeling tot een baby, zijn geboorte, zijn groei, het feit dat hij intelligentie en vermogen tot kennisneming bezit, en vooral datgene van waaruit hij is geschapen en zijn ontwikkeling tot wat hij uiteindelijk wordt.
  • De angstaanjagende en tegelijkertijd hoopgevende bliksemschicht, die vergezeld gaat van regen die in regelmaat uit de lucht valt, waardoor dood land weer tot leven komt.
  • De wind die waait als een voorbode van de regen, de verplaatsing van de wolken naar verschillende plekken, de formatie van meren en zeeën, het voortdrijven van enorme schepen die duizenden tonnen wegen, de rondvaart van schepen die net kleine steden zijn en waarop honderden vliegtuigen opstijgen en landen. [6]
  • Het levensonderhoud voor alle levende wezens op de aarde en in de lucht.[7]

De gerespecteerde dichter Rūmī zegt: “O mijn zoon, is het zinvoller om te denken dat er een schrijver zou moeten zijn, die het geschrevene heeft geschreven, of dat het door zichzelf is geschreven?” (Msn, deel 6, versregel 368)

“O onervaren man, man zonder vaardigheden, zeg mij, is het zinvoller om te denken dat er een bouwer, een architect zou moeten zijn die het huis heeft gebouwd, of dat het huis geen bouwer heeft en dat het zichzelf heeft voortgebracht? Is een prachtig kunststuk het product van een blind persoon die maar één arm heeft, of van een talentvol persoon die kan zien en voelen?” (Mạsnạwī, deel 6, versregel 369-371)

“Borduurmotieven, schilderijen: zij zijn producten van hun makers, of ze daar zelf van op de hoogte zijn of niet! Een pottenmaker maakt potten, hij vormt en hervormt deze, en maakt er potten van! Kan een pot zonder zijn maker breder en langer worden? Hout is afhankelijk van en onderdanig aan een timmerman! Als dit niet zo was, zou het dan gesneden en vervolgens bij een ander stuk gevoegd kunnen worden? Hoe kan kleding zonder een kleermaker geknipt en genaaid worden? O intelligent persoon! Hoe zou een waterfles zonder een waterdrager geleegd en gevuld kunnen worden? Ook jij wordt, telkens wanneer je ademt, geleegd en gevuld. O wijze man, in dit geval ben jij overgeleverd aan de kundige handen van de Enige en Grootse Schepper! Op een dag, wanneer de sluiers van je ogen worden verwijderd en opgeheven, en wanneer de knoop van verborgenheden wordt ontward, zal je je realiseren hoe een kunstwerk in de handen van een kunstenaar van staat verandert!” (Mạsnạwī, deel 6, versregels 3332-3341)

Het is onmogelijk om het ontstaan van wezens en hun harmonieuze en systematische cyclussen uit te leggen als slechts berustend op “toeval”.

Vooraanstaand Princeton-bioloog en zoöloog Edwin Conklin (1863-1952) zegt: “Het beweren dat leven uit een ongeluk is ontstaan, is vergelijkbaar met het beweren dat er door een willekeurige explosie in een drukkerij een onbegrensd woordenboek is ontstaan.”[8] 

 


[1] De Koran; soera al-Ra’d 13;4; “En op de aarde zijn streken naast elkaar, en druivenstruiken, en planten en dadelpalmen, sommige met takken, andere met enkelvoudige stammen, begoten met één soort water. Wij zorgen ervoor, dat sommige van hen beter eetbaar zijn dan andere. Voorwaar, daarin bevinden zich Tekenen voor een volk dat begrijpt.”

[2] Prof. Dr. Osman Çakmak, Bir Ҫekirdekti Kāinat (Het Universum was een Zaad), p.21-66

[3] Prof. Dr. Osman Çakmak, Kāinat Kitap, Atomlar Harf (Het Universum is een Boek, de Atomen zijn de Letters), p.50

[4] Prof. Dr. Osman Çakmak, Bir Ҫekirdekti Kāinat (Het Universum was een Zaad), p.10-12

[5] Prof. Dr. Günay Tümer, Artikel: Din (Religie), Diyanet Islām Ansiklopedisi – De Encyclopedie van Islam (Republiek van Turkije, Ministerie van Religieuze Zaken) Istanbul 1994, IX, p. 315-317.

[6] De Koran; ạl-Rūm 30: 20-46; ạl-Shūrā 42: 29, 32; Yā-Sīn, 36: 33-41; ạl-Baqara 2: 22; Ibrāhīm 14: 32-33; ạl-Rūm 30:40, 48, 54; Fātir 35: 9; ạl-Mu’min 40: 61, 64, 79; ạl-Jāthiyạ 45: 12; ạl-Talāq 65: 12.

[7] De Koran; Fātir. 35:3

[8] The Evidence of God, p. 174; Prof. Dr. Vahiduddin Han, Islām Meydan Okuyor (Islam daagt uit), p. 129.

23 Interessante Uitspraken van Beroemde Mensen Over het Bestaan van Allah (2)

Als het model gemaakt is...

Newton had een klein model van het zonnestelsel gemaakt. Op een dag kwam zijn ongelovige vriend naar hem. Hij keek naar het model en vroeg:

"Wat een prachtig model! Wie heeft dit in elkaar gezet?"

Newton gaf zijn ongelovige vriend dit antwoord: "Niemand! Dit model is door niemand in elkaar gezet!"

Zijn ongelovige vriend was zeer teleurgesteld door dit antwoord en zei: "Je denkt zeker dat ik gek ben!"

Hierop zei Newton:

"Dit is een simpel model van het zonnestelsel. Je beweert stellig dat dit model door iemand is gebouwd, maar waarom kun je het niet bevatten dat het echte model ook een Bouwer heeft?"

 

Atomen en cellen zeggen Allah

Prof. Dr. Munib Yegin laat het atoom over dl Almachtige vertellen:

"Het atoom zegt: 0 mens! Het maakt niet uit of je een mens of een dier bent, jouw bouwmateriaal bestaat uit mij. Allah, die mij en dit universum dat uit mij bestaat heeft geschapen, heeft mijn kracht met Zijn kennis gegeven. Dankzij deze oneindige kracht, zal ik altijd in beweging zijn en bestaan. Jij daarentegen hebt een vergankelijke vorm gekregen, waar ik uit besta. Jij bent er nu, maar op een dag zal jij er niet meer zijn. Je bent dus sterfelijk. Denk jij dat jouw daden op de wereld, waar jij te gast bent, ook vergankelijk zullen zijn?

Al jouw daden worden door ons genoteerd. Wij zullen op de Dag des Oordeels ter sprake komen en al jouw daden aan Hem vertellen.

Ik wil je eraan herinneren dat op elke plek waar jij je voet zet en je verstopt wij, de gehoorzame dienaren van Allah, aanwezig zullen zijn. Wees opgelet met wat je doet o zoon van Adem. Het achteraf spijt hebben van je daden, zal jou geen baat brengen..."

Professor doctor Munib Yegin zegt vervolgens:

"Zoals men vroeger dacht is de cel geen vliesje dat alleen omgeven is door een simpel vloeistof. De cel bestaat uit een drukte die de populatie op de wereld overstijgt. De atomen binnen in de cel zijn schitterend ontworpen en getuigen van orde. In het atoom wordt tevens het ontwerp van de cel bewaard.

Het is overduidelijk te zien dat het atoom met vele eigenschappen is geschapen, waaronder -de vorming van de cel. Het mag duidelijk zijn dat het atoom en de cel door de Almachtige zijn geschapen. De kennis in het atoom en de cel kunnen alleen door een Kracht zijn geschapen en deze kracht is niemand anders dan de Almachtige."[qtip:1| Vehbi Vakkasoglu, Vertel mij over Allah]

 

 


[1] Vehbi Vakkasoglu, Vertel mij over Allah

24 De bewijskracht van ontkenning en verloochening

 

VOORWOORD 

بِسْمِ اللهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحِيمِ

[qtip:(1)|En ik heb de djinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen 51-56] وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَاْلاِنْسَ اِلاَّ لِيَعْبُدُونِ

 

Het geheim van dit wonderbaarlijke vers herbergt de wijsheid om de mens naar deze wereld te sturen. 

Het doel is de Schepper van het bestaan te leren kennen, in Hem te geloven en met al onze lichamelijke en geestelijke krachten en kunnen Zijn bestaan te erkennen en Zijn éénheid te bevestigen. 

Met uitzondering van de erkenning van God en het geloven in Hem, wat de grondslag en de sleutel van een eeuwig leven is, hebben alle andere zaken en perfecties voor de mens een ondergeschikte waarde, soms hebben ze zelfs helemaal geen waarde. Want de mens verlangt vanuit zijn natuur naar een eeuwig leven, terwijl zijn eindeloze verlangens met verdriet en leed zijn verbonden. 

In de Risale-i Nur zijn deze feiten reeds met sterke argumenten bewezen. Vandaar dat we ons voor wat betreft deze feiten kunnen beperken tot het verwijzen naar de Risale-i Nur. We zullen hier alleen maar twee strijdvragen noemen met elk twee feiten die in deze eeuw het geloof op zijn grondvesten laten schudden en in twijfel laten toenemen. 

De twee feiten van de eerste strijdvraag:

Het eerste feit: Zoals wij in de 13de straal van de 31ste brief hebben bewezen heeft verloochening of ontkenning van algemene zaken die bewezen zijn geen waarde en zeer zeker geen bewijskracht. Bijvoorbeeld wanneer twee ongeschoolde mensen aan het begin van de heilige vastenmaand Ramadan getuigenis afleggen dat ze de nieuwe maan hebben gezien, terwijl duizenden edelen en wetenschappers dit ontkennen en zeggen: “Wij hebben haar niet gezien”, dan heeft hun ontkenning helemaal geen waarde en ook geen kracht. Want wanneer het op bewijzen aankomt, bekrachtigt de ene getuigenis de andere; ze ondersteunen elkaar en vormen samen één geheel.

Bij ontkenning is er geen verschil tussen één persoon of duizend personen. Iedereen spreekt voor zichzelf en blijft alleen. Maar degene die iets bewijst, kijkt om zich heen en oordeelt volgens de werkelijkheid. Zoals in ons voorbeeld, wanneer iemand zegt dat de maan aan de hemel staat, dan zal zijn collega ernaar wijzen en zullen ze elkaars getuigenis bekrachtigen.

Wat ontkenning en verloochening betreffen, wordt er niet en kan er niet worden gekeken naar de werkelijkheid. Daarom is er een bekend gezegde: “Een ontkenning die niet op zichzelf berust of die niet aan een bepaalde plaats gebonden is, kan niet worden bewezen.” Bijvoorbeeld wanneer ik beweer dat er zich op deze wereld iets bevindt en iemand anders zegt dat er zoiets niet is, kan ik door er met mijn vinger naar te wijzen het bestaan van dat iets gemakkelijk bewijzen, terwijl die andere persoon om het te ontkennen, oftewel het nietbestaan te bewijzen, de hele wereld ervoor moet doorzoeken en uitkammen. Zelfs in het verleden moet die persoon alles doorzoeken om daarna te zeggen: “Zoiets bestaat niet en heeft nooit bestaan.” 

Degenen die iets ontkennen of verloochenen oordelen niet volgens wat er zich in de werkelijkheid bevindt, maar eerder volgens hen eigen gevoel, hun eigen verstand en wat zij met hun eigen ogen zien. Vandaar dat ze elkaar zeker niet kunnen ondersteunen en bekrachtigen. Want de sluier, de oorzaken die verhinderen dat zij het zien of weten, zijn allemaal verschillend. Iedereen kan voor zichzelf zeggen: “Ik zie het niet. Voor mij en volgens mijn overtuiging bestaat zoiets niet”, maar niemand kan zeggen: “Zoiets bestaat niet.” Zou hij dat zeggen, en zeker wanneer het niet gaat om persoonlijke, maar om algemene universele zaken zoals het geloof, dan is het een grote leugen waarvan men niet kan zeggen dat het klopt en wat nooit de waarheid kan worden. 

Kort samengevat. In geval van bewijzen is het resultaat één en hetzelfde en wordt het wederzijds bekrachtigd. Wat ontkenning betreft blijft het niet bij één, maar bij meerdere resultaten. Iedereen die zegt: “Volgens mij en volgens mijn standpunt”, of, “volgens mijn overtuiging”, komt met verschillende redenen en dus zal het resultaat ook zeker verschillend zijn en kunnen ze elkaar dus niet ondersteunen. 

Vandaar dat vanuit deze visie het grote aantal verloochenaars en ongelovigen, die ogenschijnlijk in de meerderheid zijn, helemaal geen waarde hebben. Toch, ondanks dat de gelovigen wat hun geloof en zekerheid betreft, helemaal geen reden tot twijfels hoeven te hebben, hebben de Europese filosofen door hun ontkenning en verloochening een groep ongelukkige gelovigen aan het twijfelen gebracht, waardoor zij hun geloof hebben opgegeven en hun eeuwig geluk te gronde hebben gericht. Ze hebben voor de mensheid de betekenis van de dood, die elke dag het lot is van dertigduizend mensen, veranderd van ontslag van deze wereld in verval tot een eeuwige veroordeling en hiermee het fleurig leven van de verloochenaars, die door het graf met haar openstaande deuren, telkens aan hun eeuwige ondergang worden herinnerd, met veel leed en verdriet vergiftigd. Begrijp daarom goed dat het geloof een Goddelijke gift en de kern van het leven is!

Het tweede feit: Wanneer wetenschappers of kunstenaars met een vraagstuk zitten, dan heeft een buitenstaander die niets met hun specialisme te maken heeft, helemaal geen inspraak. Ook al is hij nog zo'n grote architect of medicus, zijn oordeel wordt niet meegeteld in hun vergadering. Bijvoorbeeld de diagnose en de therapie van een zieke die door een beroemd, afgestudeerd architect is gedaan, heeft geen geldigheid ten opzichte van de diagnose en de therapie die door een nog niet afgestudeerde dokter is ingesteld. Vandaar dat bij beschouwing van geestelijke zaken de verloochende woorden van de grootste filosoof, die zich veel met het materialisme bezig houdt, van het geestelijke afstand houdt, zich voor het licht onontvankelijk en tegenstrijdig opstelt en wiens verstand in zijn ogen is gezakt, geen waarde en geen geldigheid hebben. 

Hoe waardevol zijn de woorden van de filosofen die in de wirwar van het materialisme en de enorme verschillende kleinigheden verstrikt raken, verdwalen en erin verdrinken in vergelijking met de woorden van Sjeik Geylani(moge God zijn geheimen heiligen), die nog toen hij op aarde was de geweldige troon heeft mogen aanschouwen, op het gebied van geloofswetenschap over een wonderbaarlijke kennis beschikte, zich negentig jaar op het gebied van geestelijke zaken heeft beziggehouden en de realiteiten van zijn ontdekking op een wetenschappelijk verklaarbare manier (ilmeljakîn), waarneming met de ogen (ajneljakîn), en waarneming met zijn zintuigen (hakkaljakîn)heeft mogen doormaken. En de honderdduizenden andere kenners van de waarheid die met hem op het gebied van de éénheid, de heiligheid en de geestelijkheid overeenstemmen? Is het niet zo dat de verloochening en de tegenspraak van de filosofen zo zwak is als het gezoem van een mug tijdens het donderen bij onweer? 

De essentie van het ongeloof, die de waarheden van de Islam omdraait en bestrijdt, is ontkenning, onwetendheid en verloochening. Ook al lijkt het op een bewijs, een bevestiging, zijn inhoud is waardeloos en niet meer dan een verloochening. Het geloof daarentegen is wetenschap, werkelijkheid, bevestiging en de waarheid. Zelfs negatieve aspecten van een probleem dienen als gordijn voor een positieve werkelijkheid. Wanneer de ongelovigen in hun strijd tegen het geloof, met veel problemen, hun verkeerde overtuigingen in de vorm van acceptatie of bevestiging dat er iets niet is, proberen te bewijzen en aannemelijk te maken, dan kan men dit ongeloof als een verkeerde wetenschap en een verkeerd oordeel opvatten. Is dit echter niet zo en zou het zo gemakkelijk zijn om aan te nemen dat er zoiets niet is, dan is dat volledige onwetendheid en ongeldigheid. 

Kort samengevat. De overtuiging die uit het ongeloof voortkomt heeft twee visies: 

De eerste vorm houdt geen rekening met realiteiten op het gebied van de Islam. Het heeft voor zichzelf een verkeerde overtuiging en een onjuist geloof. Het heeft een verkeerde acceptatie en een fout oordeel. Deze visie wordt door ons niet behandeld. Deze vorm van ongeloof kan zich niet met ons bemoeien en daarom bemoeien wij ons ook niet met haar. 

De tweede vorm verzet zich tegen de werkelijkheden van het geloof en bestrijdt ze. Deze visie kan worden opgesplitst in twee vormen:

In de eerste vorm verloochent het ongeloof dat wat er voorhanden is. Oftewel het niet accepteren van het bewijs. Dit is onwetendheid, ongeldigheid en gemakzucht. Deze visie blijft ook buiten onze beschouwing. 

In de tweede vorm accepteert het ongeloof het voorhanden zijnde niet. Met zijn hart bevestigt het ongeloof het niet-bestaan. Wat deze vorm betreft is het een oordeel, een aanname en een stelling. En omdat het een stelling is, moet het ongeloof bewijzen wat het bestrijdt. 

Wat ontkennen betreft zijn er ook twee mogelijkheden:

Ten eerste zegt het: “In een bepaald bereik of op een bepaalde manier is het er niet.” Deze vorm is te bewijzen en blijft daarom ook buiten beschouwing. 

Ten tweede verloochent en ontkent het de algemene, heilige en eeuwenoude geloofsopvattingen die betrekking hebben op het heden, het hiernamaals, het heelal en de eeuwen die gekomen en gegaan zijn. Deze ontkenning is, zoals we in het eerste voorbeeld al hebben verklaard, helemaal niet te bewijzen. Om zulke ontkenningen te bewijzen is het nodig een gezichtsvermogen te hebben die het bestaan, het hiernamaals en alle hoeken en plaatsen van de eindeloze tijd ziet. 

 De twee feiten van de tweede strijdvraag:

Het eerste feit [qtip:(2)|Het tweede feit van de tweede strijdvraag is door de schrijver niet aangehaald. (de vertaler)]: Doordat de ongelovigen wiens verstand door onvoorzichtigheid, zonden of door het verdrinken in het materialisme, grote zaken zoals oneindigheid, de Grootheid van God en Zijn alles omvattendheid niet kunnen bevatten, doen ze deze met de hoogmoed, die uit hun wetenschap voortkomt, ontkennen en verloochenen. Ze kunnen met hun vastgeroest en op hol geslagen verstand en hun kapotte en op geestelijk gebied dode harten de brede, veel omvattende en inhoudelijke zaken van het geloof niet accepteren. Ze stellen zichzelf vijandig tegen het geloof op, gooien zichzelf in het ongeloof en verdrinken erin.

Wanneer ze oplettend kijken naar de betekenis van hun eigen ongeloof en de essentie van hun vijandschap tegen de Islam, zullen ze zien dat – in tegenstelling tot het geloof met haar acceptabele, passende en nodige grootheid – honderden onmogelijkheden, moeilijkheden en bezwaren zich in hun ongeloof verbergen.

De Risale-i Nur heeft deze feiten met honderden tegen elkaar afgewogen maatstaven bewezen; net zoals twee keer twee vier is. Bijvoorbeeld: Iemand die de onbeschrijflijke grootheid van God, Zijn onmisbaar en noodzakelijk bestaan, Zijn tijdloze eeuwigheid en Zijn allesomvattende eigenschappen niet wil accepteren, kan alleen van zijn ongeloof overtuigd zijn wanneer hij de gebondenheid met God, het noodzakelijk bestaan, en de oneindigheid aan zaken en zelfs de ontelbare atomen ontkent. Of wanneer hij, net zoals de domme filosofen, zowel zijn eigen bestaan als ook het bestaan van het heelal, met alles wat zich daarin bevindt, verloochent en ontkent. Of ten slotte door zijn verstand uit zijn hoofd te halen en er afstand van te doen. 

Door alle feiten die met het geloof en de Islam te maken hebben, op hun eigen manier en noodzakelijkheid toe te wijzen aan de Grootheid van God, worden de gelovigen gered van het ertegenoverstaande ongeloof met zijn dierlijke onwerkelijkheden en zijn wrede onwetendheid. En vinden deze feiten met volledig geloof en in volle overgave hun plaats in vredevolle en recht geleide harten.

Vandaar dat men bij de meeste principes van de Islam zoals het gebed en de oproep tot het gebed telkens 

 

[qtip:(3)|God is groot; de Aller grootste; de onmeetbare grote van God overtreft al onze maatstaven en onze voorstelling.]  اَللهُ اَكْبَرُ اَللهُ اَكْبَرُ اَللهُ اَكْبَرُ اَللهُ اَكْبَرُ

zegt, wat de grootheid en de omvangrijkheid van God uitdrukt. 

Of bijvoorbeeld ook met de uitdrukking van de heilige hadith

 

 [qtip:(4)|Majesteit is Mijn schild en Grootheid Mijn mantel]   اَلْعَظَمَةُ اِزَارِى وَالْكِبْرِيَاۤءُ رِدَاۤئِى

en ten slotte de 86ste paragraaf van het smeekgebed van de “djewschenu-lkebir”, 

 

يَا مَنْ لاَمُلْكَ اِلاَّ مُلْكَهُ - يَامَنْ لاَيُحْصِى الْعِبَادُ ثَنَاءَهُ

يَا مَنْ لاَتَصِفُ الْخَلاَئِقُ جَلاَلَهُ - يَا مَنْ لاَتَنَالُ اْلاَوْهَامُ كُنْهَهُ

 يَا مَنْ لاَيُدْرِكُ اْلاَبْصَارُ كَمَالَهُ - يَا مَنْ لاَيَبْلُغُ اْلاَفْهَامُ صِفَاتَهُ  

يَا مَنْ لاَيَنَالُ اْلاَفْكَارُ كِبْرِيَاءَهُ - يَا مَنْ لاَيُحْسِنُ اْلاِنْسَانُ نُعُوتَهُ

يَا مَنْ لاَيَرُدُّ الْعِبَادُ قَضَاءَهُ - يَا مَنْ ظَهَرَ فِى كُلِّ شَىْءٍ اٰيَاتُهُ

 سُبْحَانَكَ يَالاَۤ إِلٰهَ اِلاَّ أَنْتَ اْلأَمَانُ اْلأَمَانُ نَجِّنَا مِنَ النَّار 

 [qtip:(5)|O Jij, waarbij geen ander koninkrijk is buiten Jouw koninkrijk! O Jij, Wiens lofprijzen van Jou dienaren en aanbidders niet geteld kan worden! O Jij, Wiens roem niet door Zijn schepselen beschreven kan worden! O Jij, Wiens persoonlijkheid door geen enkele voorstelling kan worden bevat! O Jij, Wiens volkomenheid door niemand mag worden aanschouwd! O Jij, Wiens eigenschappen door geen enkel verstand kan worden bevat! O Jij, Wiens grootheid door geen enkele gedachte kan worden bevat! O Jij, Wiens waarde en betekenis door geen enkel mens kan worden geschat! O Jij, Wiens wetten Hij aan elk van Zijn dienaren en aanbidders heeft onderworpen! O Jij, Wiens tekenen zich in alle zaken openbaren! Gezegend bent U, O Jij, er bestaat geen andere God dan U! Onze Beschermer, onze Beschermer, bescherm ons tegen het vuur!]

 

het zeer bekende smeekgebed van de profeet Mohammed (Met wie vrede en zegeningen zij). Dit smeekgebed 

toont aan dat de geweldige Majesteit en de grootheid van God een noodzakelijke sluier is. 

25 De Reactie van Ạbu Hanifa

Imam Ạbū Hanīfạ, één van de grootste geleerden van de Islam, woonde in Bagdad. Hij heeft daar vele studenten opgeleid en hij genoot het vertrouwen en het respect van iedereen.

Er was in die tijd nog een andere geleerde, een geleerde die niet geloofde in het bestaan ​​van Allah en die de gewoonte had om met andere geleerden die hij tijdens zijn reizen ontmoette hierover uitgebreid te discussiëren.

Deze niet-gelovige geleerde had van de faam van Ạbū Hanīfạ gehoord, dus ging hij naar Bagdad om allerlei geloofskwesties met hem te bespreken. Toen hij Ạbū Hanīfạ had gevonden, begon hij vrijwel meteen een debat met hem over het bestaan van Allah. Ạbū Hanīfạ gaf niet direct antwoord op de beweringen die deze geleerde maakte. Hij stelde voor om de volgende dag op dezelfde tijd en plaats af te spreken: hij zou hem zijn antwoord dan voorleggen.

De volgende dag kwam Ạbū Hanīfạ niet op tijd opdagen op de afgesproken plaats. De niet-gelovige geleerde vond dit uiterst teleurstellend, zelfs min of meer aanstootgevend. Toen hij op het punt stond om te vertrekken, verscheen Ạbū Hanīfạ.

De geleerde zei tegen Ạbū Hanīfạ: “Waarom ben je zo laat gekomen? Ben je soms bang om met mij te debatteren?
Ạbū Hanīfạ antwoordde: “Nee, daar ben ik niet bang voor. Jij weet dat de rivier de Tigris, die dwars door Bagdad vloeit, de stad in tweeën verdeelt, en ik woon aan de andere kant van de rivier.
Afgelopen nacht is de brug die over de Tigris leidt door een storm weggeblazen. Ik wilde dat er uit zichzelf meteen een nieuwe brug tot stand kwam, zonder hulp van enige timmerlieden of ingenieurs.
Ik heb daartoe de bomen en de rotsen bevolen om voor mij een brug te bouwen. Ik zei: ‘Bomen en rotsen! Schiet op en maak voor mij een brug.’ Wat ik wilde gebeurde uiteindelijk wel, maar het duurde langer dan ik had verwacht. Ik ben die brug toen overgestoken en kwam zodoende hier met enige vertraging aan. En nu ben ik er.”
De niet-gelovige geleerde lachte en vroeg aan de menigte: “O mensen! Is hij nu de slimste onder jullie? Is het mogelijk om een ​​brug te bouwen zonder het toedoen van een timmerman en een ingenieur? Is het niet dom om zoiets te geloven?

Ạbū Hanīfạ gaf direct antwoord: “O jij dwaas! Jij zegt dat een brug niet uit zichzelf tot stand kan komen, hoe kun je dan beweren dat dit prachtige universum wel uit zichzelf is ontstaan?”

De niet-gelovige geleerde kon hiertegen niets inbrengen. Hij zei: “Oké, dit punt is afgehandeld. Nu, laat ons Allah zien, opdat ook wij in Hem kunnen geloven.”

Ạbū Hanīfạ nam een glas melk in zijn hand en vroeg:

- Vertel me, waar wordt boter van gemaakt?
- Van melk natuurlijk!
- Kan je mij het vet in deze melk laten zien?
- Er zit vet in deze melk, dat is zeker, maar het is niet zichtbaar. Dat komt omdat het in de melk is opgelost, het is niet aanwezig op één bepaalde plaats.

- Je gelooft wel dat het vet in deze melk onzichtbaar is. Waarom geloof je dan niet dat de almachtige Schepper wel bestaat, maar kan niet worden gezien?

Na deze woorden realiseerde de geleerde zich zijn misvatting. Hij moest erkennen dat dit universum een Schepper heeft en dat Hij niet kan worden gezien.

Hij verontschuldigde zich voor zijn beweringen, hij nam er direct afstand van. Hij erkende het bestaan ​​en de eenheid van Allah de Verhevene.

 

26 Kan iemand tussen God en Zijn dienaren komen?

Beste broeder/zuster,

Niemand kan tussen God en zijn dienaren komen. Er bestaat geen klasse van geestelijken in de Islam. Een ieder heeft de vrijheid en de mogelijkheid om zich rechtstreeks tot de Almachtige God te richten en tot Hem te spreken. Als iemand wil dat God tegen hem spreekt, dan kan hij de Koran lezen. Iedereen kan God in zijn gebeden aanroepen en Hem vragen om vergiffenis. Indien iemand zich oprecht wendt tot God, zal hij Hem waarlijk voor zich aantreffen.

God moedigt Zijn dienaren aan om het gebed te verrichten en om vergiffenis te vragen. Hij kondigt aan dat Zijn genade alles omvat, dat Hij de zonden vergeeft en de gebeden verhoort. Hij alleen kan gebeden verhoren en zonden vergeven. Hij is immers als Enige de Bezitter van Macht. Geen enkel schepsel heeft het recht om gebruik te maken van dit gezag. Het toekennen van de eigenschappen van God aan anderen wordt als “shirk”, als polytheïsme beschouwd.

In de Islam bestaat er geen behoefte aan een geestelijke klasse in zaken als het smeekgebed, de aanbidding of het huwelijk. Elke moslim is verplicht om datgene van de religie te leren wat hij nodig heeft. Wanneer de moslims samenkomen om het rituele gebed te verrichten, kiezen zij onder hen de meest geleerde en de meest deugdzame persoon uit om het gebed te leiden. De functie van de islamitische geleerden is beperkt tot het uitleggen en het onderwijzen van de religieuze principes, en het leiden van anderen naar het rechte pad, door hun preken en adviezen te geven. Zij hebben niet de autoriteit om als een bemiddelaar op te treden tussen God en Zijn dienaren, om vervolgens zonden te vergeven en gebeden te aanvaarden.

Afgoderij is begonnen toen mensen tussenpersonen begonnen te plaatsen tussen God en Zijn dienaren. De polytheïsten van Mekka beweerden dat zij de beelden slechts aanbaden opdat zij hen dichter tot God zouden brengen.[qtip:1| De Koran, ạl-Zoemar, 39:3] Na het verstrijken van tijd begonnen zij aan deze tussenpersonen goddelijke eigenschappen toe te kennen.[qtip:2|De Laatste Hemelse Religie: Islam]

 

 


[1] De Koran, ạl-Zoemar, 39: 3.

[2] De Laatste Hemelse Religie: Islam

27 “Degenen die in het Onwaarneembare Geloven…” (De Koran, 2:3)

Indien je wil begrijpen hoeveel geluk en gunsten en hoeveel genot en verlichting er zich in het geloof bevinden, luister dan naar deze parabel.

Op een dag gingen twee mannen op reis, niet alleen voor hun plezier, maar ook voor de handel. Eén van hen was egocentrisch en ongelukkig, hij ging de ene kant op. De andere man was zich van Allah bewust en gelukkig, hij ging de andere kant op.

Omdat de zelfzuchtige man genotzuchtig, egoïstisch en pessimistisch was, kwam hij, bij wijze van vergelding daarvoor, in een land terecht dat in zijn ogen zeer slecht was. Overal zag hij wanhopige zwakkelingen jammeren, omdat ze gegrepen werden door verschrikkelijke tirannen die alles verwoestten. Hij trof op alle plaatsen waar hij kwam soortgelijke, hartverscheurende toestanden aan. Tevens zag hij dat heel het land de vorm van een algemene rouwzitting had aangenomen. Om deze pijnlijke, duistere beleving niet langer te hoeven ondergaan, zag hij geen andere uitweg dan zijn toevlucht te zoeken in de drank. Hij beschouwde immers iedereen als een vreemde en als een vijand, hij zag alom vreselijke lijken en hopeloos huilende wezens en zijn geweten werd hierdoor onophoudelijk gekweld.

De andere man had godsbesef, hij was een dienaar Gods, een godzoeker en van goed zedelijk gedrag, vandaar dat hij in een land terechtkwam dat in zijn ogen heel mooi was. Deze goede man zag juist in het hele land grote feesten en festiviteiten, vol van blijdschap. Overal werd in vervoering en met enthousiasme Allah in gedachtenis gebracht. Iedereen was in zijn belevenis een vriend, een familielid. Hij zag dat in het hele land met uitingen van vreugde en van dank feest werd gevierd ter gelegenheid van de afkondiging van een algemene dienstbeëindiging. Hij hoorde tijdens iedere militaire indiensttreding, samen met een muzikaal tromgeroffel, vreugdevolle uitroepen, zoals “Allahis de Grootste” en “Er bestaat geen god behalve Allah”. In plaats van de kwelling die de eerdere, ongelukkige man ondervond door zijn eigen verdriet en dat van het hele volk, werd deze zalige man blij vanwege zijn eigen vreugde en die van iedereen in zijn omgeving, en vond hij rust; bovendien was het handeldrijven gunstig voor hem en was hij Allah zeer dankbaar.

Na een tijdje keerde hij terug, kwam hij de andere man tegen. Hij begreep zijn situatie en zei tegen hem: “Zeg, je bent in een dwaas veranderd. Je eigen innerlijke lelijkheden moeten zich in je uiterlijke beleving hebben gereflecteerd, waardoor je het lachen als huilen en de vrijstelling van dienst als beroving en als plundering hebt ervaren. Kom tot bezinning en reinig je hart, opdat deze ellendige sluier voor je ogen wordt opgeheven en je de waarheid kunt zien. Een land van een volkomen rechtvaardige, barmhartige, machtige, ordelijke, goedgunstige koning, die zijn onderdanen goede leiding geeft, kan niet zo zijn zoals jij je dat inbeeldt, doch vooral een land waarvan de tekenen van vooruitgang en perfectie zo in het oog springen”. Hierna kwam die ongelukkige man tot zijn zinnen, hij toonde berouw en zei: “Ik heb inderdaad in mijn dronkenmanswaanzin mijn verstand verloren. Je hebt me verlost van een helse situatie. Moge Allah jou goed gezind zijn.”

O mijn ziel! Weet dat de eerste man een ongelovige is of een achteloze moslim, een zondaar. Deze wereld is in zijn ogen een oord van algemene rouw. Ieder levend wezen is een wees die weent vanwege de tegenslagen, vanwege het uiteengaan en het teloorgaan van al zijn geliefden. Mensen en dieren zijn op zichzelf aangewezen, zonder herder, en worden door de klauwen van de dood verscheurd. De grote schepselen en scheppingen zoals bergen en zeeën zijn als zielloze, verschrikkelijke lijken. Zeer pijnlijke, benauwende en angstaanjagende waanvoorstellingen zoals deze vloeien voort uit ongeloof en uit misleiding van de ongelovige mens; ze kwellen hem van binnen.

De andere man is een gelovige. Hij kent en erkent Allah. In zijn ogen is deze wereld een plaats waar men de Barmhartige kan gedenken, een leerschool voor mens en dier en een veld van beproeving voor de mens en de djinn.[qtip:1| Djinns: schepselen van Allah, onzichtbare wezens die aan bod komen in de Koran. Ze zijn anders dan de mens en de engelen. Ze hebben echter met de mens enkele eigenschappen gemeen, zoals verstand, onderscheidend vermogen, vrijheid en het vermogen te kiezen tussen het goede en het kwade. Op bepaalde essentiële punten zijn ze anders dan de mens. Het meest belangrijke punt is hun oorsprong. De substantie waaruit de Djinns werden geschapen is niet dezelfde als die van de mens. Allah deelt ons in vele Koranverzen mee dat Hij de djinns heeft geschapen uit vuur en de mensen uit klei] Het overlijden van alle mensen en alle dieren beschouwt hij als het einde van het werken. Degenen die hun levenstaak hebben volbracht, ruilen met een spirituele voldoening deze vergankelijke wereld in voor een andere, probleemloze wereld, zodat er plaats vrij komt voor nieuwe dienstplichtigen om te komen werken. De geboorte van ieder mens en dier markeert hun intrede in het leger; het oppakken van wapens en het beginnen aan hun taken. Ieder levend wezen is een aangestelde blije soldaat, een tevreden ambtenaar op het rechte pad. De alom hoorbare geluiden zijn of gedenkspreuken over Allah en Zijn verhevenheid tijdens de aanvang van de plicht, of het zijn uitingen van dank en opluchting aan het einde daarvan, of het zijn melodieën die voortvloeien uit hun plezier in hun werk. Ieder schepsel is in de ogen van de gelovige een vriendelijke dienaar, een bevriende ambtenaar, een mooi geschrift van zijn Vrijgevige Heer, zijn Barmhartige Eigenaar. Zoals deze zijn er nog vele andere subtiele, verheven, aangename en zoete waarheden, die vanuit zijn geloof tevoorschijn komen en zich manifesteren.

Het geloof bevat het spirituele zaad van de Tūbā-boom[qtip:2| Tūbā-boom: een boom in het Paradijs waarvan de wortels in de lucht en de takken naar beneden hangen] van het Paradijs en achter ongeloof verschuilt zich het spirituele zaad van de Zaqqūm-boom[qtip:3| Zaqqūm-boom: de naam van een boom in de hel] van de Hel. Dus rust en vrede zijn alleen maar te vinden in de Islam en het geloof. Derhalve dienen we altijd te zeggen: “Alle lof aan Allah, daar Hij ons de Islam en het volmaakte geloof heeft geschonken.”

 


[1]  Djinns: schepselen van Allah, onzichtbare wezens die aan bod komen in de Koran. Ze zijn anders dan de mens en de engelen. Ze hebben echter met de mens enkele eigenschappen gemeen, zoals verstand, onderscheidend vermogen, vrijheid en het vermogen te kiezen tussen het goede en het kwade. Op bepaalde essentiële punten zijn ze anders dan de mens. Het meest belangrijke punt is hun oorsprong. De substantie waaruit de Djinns werden geschapen is niet dezelfde als die van de mens. Allah deelt ons in vele Koranverzen mee dat Hij de djinns heeft geschapen uit vuur en de mensen uit klei.

[2] Tūbā-boom: een boom in het Paradijs waarvan de wortels in de lucht en de takken naar beneden hangen.

[3] Zaqqūm-boom: de naam van een boom in de hel.

 

28 Zelfs Simpel Ogend Huiswerk Maakt Zichzelf Niet

De leerlingen in groep vier hadden tijdens een vrij lesuur aardig wat kattekwaad uitgehaald. Ze hadden het bord met onnodige woorden beklad en vervolgens telkens gewist. Een ander deel van de leerlingen had elkaar over de grond gesleept en met elkaar gestoeid.

Toen de herrie toenam kwam er een leraar. Hij vroeg "Waar zijn jullie mee bezig?"

De klasoudste stond op en zei "Wij hebben niets gedaan, mijn leraar".

De leraar wees naar de rotzooi in de klas en vroeg weer: "Hoe is deze rotzooi dan ontstaan als jullie het niet hebben gedaan?"

De klasoudste zei "Ik weet het niet". "Misschien is het vanuit zichzelf ontstaan!" Na deze woorden schoot hijzelf en de rest in de lach. Zelfs leerlingen van groep twee zijn zich ervan bewust dat de herrie en rotzooi niet vanuit zichzelf kunnen ontstaan...

 

***

 

Ahmed zei na deze gebeurtenis "Iets kan niet ontstaan zonder dat iets of iemand dit gedaan heeft". Ik prees hem voor deze woorden en voegde er aan toe "Daar waar een handeling zich voordoet dient men de uitvoerder te onderzoeken".

Een paar dagen later kwam Ahmed naar mij toe en zei "Papa, ik wou dat sommige dingen vanuit zichzelf ontstonden..." Toen ik hem vroeg waarom hij dit wou, zei hij: "Dan zou ik geen huiswerk meer hoeven te maken. Ik zou dan mijn pen in mijn schrift plaatsen en deze zou dan mijn huiswerk maken..."

Deze wens van Ahmed zou natuurlijk nooit waar kunnen worden net zoals een handeling niet zonder enig actie kan plaatsvinden. Waardevolle werken kunnen niet het resultaat van een blind toeval zijn net zoals de natuur, die geen kennis en verstand bezit, een geordend systeem en nuttige werken zelf tot stand kan brengen.

Ik besprak dit met Ahmed en voegde er aan toe:

   "Het is dus duidelijk dat wanorde in de klas niet vanuit zichzelf kan ontstaan en simpel ogend huiswerk niet zichzelf kan maken. Hoe is het dan mogelijk dat het heelal, de zon, de maan en de sterren uit zichzelf kunnen ontstaan?"

Ik had deze waarheid al vanaf groep twee met Ahmed besproken en uitgelegd...[qtip:1| Vehbi Vakkasoglu, Vertel Mij Over Allah, pg. 101]

 

 

 


[1] Vehbi Vakkasoglu, Vertel Mij Over Allah, pg. 101

29 Het existentiebewijs van Allah: De vorming

Wanneer we commando’s zien die van de hoogste etage naar beneden met een touw slingeren, zullen we verbaasd zijn en hen toejuichend complimenteren.

Verricht een spin niet een volmaaktere functie dan de commando? De spin gaat als een flits op en neer met de zijde die zij weeft. Een commando kan nooit deze snelheid van de spin bereiken, en kan alleen maar een leerjongen worden van de spin. Voor het jagen van haar prooi, bindt zij zich aan een boom en springt vervolgens op de prooi. De zijde is sterk genoeg om haarzelf en haar prooi te dragen. Terwijl haar prooi vastkleeft aan het spinnenweb, ontkomt de spin hieraan door een vloeistof op haar poten te smeren.

Als we aandachtig kijken naar het heelal, kunnen we zien dat elk schepsel, net als bij de spin, zijn eigen taak en eigen specifieke voorwaarden voor het leven heeft. Zodra dat schepsel op de wereld komt, begint het zijn plicht uit te voeren en past zich volledig aan aan de voorwaarden van zijn leven. In feite lijkt het alsof het in een andere rijk is gevormd. Het verwart nooit zijn plicht en voert alles op tijd uit. Deze situatie bewijst dat er achter het zichtbare een entiteit is die hen vormt, die hen hun taken leert en die hen aanpast aan de voorwaarden voor hun leven. Zonder acceptatie van deze entiteit, is het niet mogelijk deze zichtbare vormingen[qtip:1| Hiermee wordt gedoeld op zowel de materiële –externe en interne- als spirituele –mentale- ontwikkelingen van iedere creatie vanaf haar pre-existentie tot haar laatste vorm, wat tevens haar vervolmaakte vorm betekent] te verklaren.

Om deze realiteit beter te begrijpen, zullen we kijken naar de vorming van een honingbij en zullen we hiermee deuren openen om het bestaan ​van Allah beter begrijpen:

Een honingbij werkt zonder te stoppen en te rusten. Zij bezoekt 20.000 bloemen per dag en vliegt 2.000.000 kilometer gedurende haar leven. De honingbijen bieden als resultaat van hun slopende arbeid ons zoete honing aan. Nu vragen wij de persoon die Allah ontkent het volgende:

1. Wie leerde de honingbij deze honing te maken? Als de gehele mensheid bij elkaar komt, kan zij niet eens één gram honing maken. Hoe komt het dat een giftig insect in staat is dit wel te doen? Of is de honingbij slimmer dan wij?

2. Het is niet voldoende dat de honingbij weet hoe honing gemaakt wordt, want in deze activiteit is er niet enkel aan de honing gedacht. De mens heeft namelijk baat bij de honing. In dat geval moet de maker van de honing zich bewust zijn van de mens en zijn anatomie. Echter, de bijen beschikken niet over dergelijke kennis. Of beweer je dat de honingbij zich bewust is van de mens en zijn anatomie kent?

3. Honing maken en hem aan de mens als voeding bieden, is een teken van mededogen, barmhartigheid en medeleven. De bijen hebben echter geen mededogen of genade jegens ons. Het bewijs hiervoor is dat de honingbij, wanneer zij hiervoor de kans krijgt, ons met haar giftige angel steekt. Als de bij jegens ons geen mededogen kent, wie is dan de entiteit die wel jegens ons mededogen heeft en honing aan een bij laat maken?

4. De honingbij heeft ook een belangrijke taak bij het bestuiven van de bloemen. Zij draagt het stuifmeel van één bloem naar de andere, waardoor zij vermenigvuldigen. Wanneer de bijen op een bloem landen, kleven stuifmeeldeeltjes aan haar groot aantal plakkerige haartjes. De bijen brengen het stuifmeel van de ene bloem over naar een andere bloem van hetzelfde soort. De uitvoering van deze taak levert een interessante tentoonstelling. Deze is als volgt: als een honingbij eerst op een roos is geland, zal zij niet op een ander type bloem landen totdat alle rozen zijn afgegaan. De reden hiervoor is dat als de bij op verschillende soorten bloemen zou landen, en het stuifmeel dus van het ene soort naar het andere soort overgebracht zou worden, zou er geen sprake zijn van bestuivinge van de bloem en zouden de bloemen zich niet kunnen reproduceren. Nu vragen wij, hoe kan het zijn dat een honingbij de verschillende bloemtypen herkent? Waarom maakt zij een vermoeiende reis zodat de bloemenreproductie voortgezet kan worden? Wie heeft de honingbij uitgerust met dat haar dat geschikt is voor bestuiving?

5. Het is verbazingwekkend dat de buik van een honingbij het vermogen heeft honing te bereiden, terwijl hij niet mengt met het gif dat krachtig genoeg is de organen van de bij te vernietigen. Is het mogelijk dat een dom insect de creëerder is van deze daden?

Nu gaan we verder met een andere scene dan die van de vorming van een honingbij:

De temperatuur van de honingraat in een bijenkorf moet 35 graden Celsius zijn opdat honingbijlarven geboren kunnen worden. Als de temperatuur tot 30 graden Celsius daalt, dan sterven alle honigbijlarven. Als zij tot 40 graden stijgt, dan sterven alle larven of worden met misvormingen geboren. Dus de temperatuur van een honingraat moet precies 35 graden Celsius zijn.

Stijgt of daalt de temperatuur dan nooit? Natuurlijk zal zij stijgen en dalen. Echter, de honingbijen hebben hiervoor ook een oplossing gevonden. Wanneer de temperatuur tot 30 graden daalt, proberen ze de tempratuur te verhogen naar 35 graden Celsius door op de honingraat te rillen. Zij vervullen zodoende de rol van een kachel. Als de temperatuur tot 40 graden Celsius is gestegen, flapperen ze met hun vleugels totdat de gewenste tempratuur is bereikt; deze keer vervullen ze dan de rol van een ventilator.

Nu vragen we de persoon die deze handelingen aan toeval toeschrijven het volgende:

1. Hoe weten de bijen dat de temperatuur van de honingraat 35 graden moet zijn? Hoogstwaarschijnlijk wisten jullie dit zelfs niet totdat jullie dit hadden gelezen. Hoe kan een insect iets weten wat de meest intelligente wezen, de mens, niet eens weet?

2. Laten we veronderstellen dat hij het wel weet. Van waar of wie hebben ze dan de techniek geleerd de honigraat te verwarmen door erop te rillen?

3. Wie leerde hen te flapperen met hun vleugels wanneer de temperatuur van de honingraat stijgt?

4. Hebben de bijen een thermometer om de temperatuur van de honingraat te meten? Stel dat ze dit niet hebben –en natuurlijk hebben ze hem niet, want tot heden hebben we geen bij gezien die een thermometer bij zich draagt-, hoe kunnen ze dan de temperatuur meten?

5. Waarom is het voor hen zo belangrijk dat bijenlarven leven? Waarom trachten ze niet hun één of twee weken durende leven uit te leven in plaats van zich bezighouden met de larven? Wie is degene die hen als plichtsgetrouwe soldaten laat werken?

We hebben alleen gekeken naar één of twee aspecten van de honingbij en haar vorming. Er kunnen tientallen pagina’s geschreven en honderden vragen gesteld worden over de resterende kenmerken van de honingbij. Terwijl de vorming van alleen de honingbij niet uiteengezet kan worden, zien we ook nog eens de vorming van talloze andere planten en  dieren, zoals vissen, zijderupsen en insecten.

Is het mogelijk dat deze duizenden soorten vormingen slechts een toeval zijn of dat deze creaties alles op zichzelf hebben geleerd? Kan een persoon die zijn verstand niet heeft verloren, dit als mogelijk beschouwen?

 


[1] Hiermee wordt gedoeld op zowel de materiële –externe en interne- als spirituele –mentale- ontwikkelingen van iedere creatie vanaf haar pre-existentie tot haar laatste vorm, wat tevens haar vervolmaakte vorm betekent.

30 Waarom schiep ALLAH ongelovigen terwijl Hij Alwetend is en dus weet dat zij de hel zullen betreden?

Van te voren weten wat het resultaat zal zijn van een proces, maakt iemand niet verantwoordelijk voor de uitslag.

Bijvoorbeeld, je ziet dat een moordenaar een pistool richt naar iemand. Je weet van te voren dat het slachtoffer van de moordenaar zal sterven zodra hij de trekker overhaalt. De moordenaar haalt de trekker over en zijn slachtoffer sterft. Dat jij van te voren wist dat het slachtoffer vermoord zou worden, maakt jou in geen geval verantwoordelijk voor de moord.

Als er nu gezegd wordt dat een mens niet in staat is kwaadheden te hinderen, maar ALLAH wel, dan komt vrije wil ter sprake. Als ALLAH alle kwaadheden zou hinderen, zou de vrije wil niet meer gepraktiseerd kunnen worden en de dag dus oordeels zou dan ook geen nut meer hebben. Middels schepping, worden ongelovigen gered van non-existentie; dus enigszins is zelfs hun bestaan een barmhartigheid.

Daarbij heeft ALLAH een leidraad gezonden naar de mensheid. Ook wordt er in de Koran vermeld dat geen mens wordt belast met iets dat hij niet dragen kan. Dus elke ongelovige kiest er met zijn vrije wil voor om het pad van de hel in te slaan.

ALLAH heeft 99 Schone Namen. Een elk onder deze namen wil zich manifesteren. Onder Zijn 99 namen, bevinden zich onder andere de Bestraffer en de Wreker. Zonder de existentie van kwaadheden, zouden deze namen zich niet kunnen manifesteren en zouden vele namen van ALLAH ongelezen blijven.

In alle voorkeuren van ALLAH bevinden zich barmhartigheden. Er hoort niet naar één aspect gekeken te worden tijdens het trekken van een oordeel. De mens is een schepsel dat zowel fysiek als materieel wil groeien. Groei behoeft uiteraard strijd. Spirituele groei echter kan slechts plaatsvinden middels strijd tegen kwaadheden. Anders zou het niveau van de mens stabiel blijven, zoals dat van engelen. In een dergelijke staat, zou de mensheid niet verdeeld zijn in vele verschillende soorten mensen; iedereen zou zich in dezelfde klasse bevinden. Het nalaten van duizend weldaden door vermijding van één kwaal is in tegenstrijd met wijsheid en rechtvaardigheid.

Echter bevinden de meeste mensen zich in dwaling. Doch kijken waarde en nut voornamelijk naar kwaliteit en niet naar kwantiteit. Als een man met duizend en tien zaadjes, die zaadjes onder de grond een natuurproces laat ondergaan, waardoor er vervolgens tien bomen bloeien en duizend bezwijken, zal het profijt dat die tien bomen hem schenken de schade die de duizend zaadjes hem opleveren niets doen lijken. Zo doen de volmaakte gelovigen, die zoals sterren zijn, het overtallige aantal ongelovigen, die zoals insecten zijn, niets lijken. Omdat er zich meer doorns bevinden dan rozen in een rosarium, doen de eigenaar er niet van afzien om die rosarium te kweken. Al zijn de doorns in de meerderheid, de rozen maken het waard om te kweken. Middels doorns krijgen ook de rozen meer waarde. In kwantiteit zijn waardeloze objecten altijd meer dan waardevolle objecten. Bijvoorbeeld, er is meer kool op aarde dan diamanten. Hoewel ze uit dezelfde grondstof bestaan, is de één bedoeld om te verbranden, de ander is bedoeld om op de mooiste plek te plaatsen. Tevens is kool niet nutteloos, beiden hebben een doel.

Daarnaast wordt de waarde van iets pas begrepen door zijn contrast. Bijvoorbeeld, de waarde van warmte wordt pas duidelijk door kou. De waarde van schoonheid wordt pas duidelijk met de aanwezigheid van verdorvenheid. De waarde van een gelovige wordt pas duidelijk met de aanwezigheid van een ongelovige.

Enigszins dienen ongelovigen als opvoeders van gelovigen; door de aanwezigheid van ongelovigen, kunnen gelovigen groeien en hun waarde vermeerden. Door het bestaan van ongelovigen, lezen gelovigen ook meerdere Schone namen van ALLAH, zoals de Geduldige; hoewel wij bijvoorbeeld door de simpelste aanleidingen kwaad kunnen worden op mensen en hen zouden bestraffen zodra we de kans zouden krijgen, zien we dat ALLAH de grootste aanleidingen tot bestraffing duldt en wacht op berouw of bestraffing. Uiteindelijk draait het leven om het beter begrijpen van ALLAH ofwel “Mearifetoellah”. Van alle middelen die dan leiden tot het beter begrijpen van ALLAH, is het bestaan waard.

31 De Perfecte Harmonie Tussen De Interne en de Externe Wereld

Het bestaan ​​en de eenheid van Allah is een onbetwistbaar feit. Een aandachtige beschouwing van onszelf en van deze wereld is toereikend om het bestaan, de eenheid en de grootsheid van Allah te realiseren.

In het menselijk lichaam, dat met één enkele cel begint, zijn er ongeveer honderd biljoen cellen aanwezig.
In elke celkern bevindt zich een DNA-molecule, de stof die aanwezig is in de zogenaamde chromosomen en die de drager is van de genen, de erfelijke eigenschappen van de mens. In deze DNA-molecule zijn alle details over de kenmerken van een mens opgeslagen. In één menselijke cel zijn er ongeveer drie miljard genen aanwezig.

Met andere woorden: er zit in het DNA van elke cel aan informatie drie miljard verschillende onderwerpen opgeslagen. Alle informatie over ons, van onze huidskleur tot aan de kleur van onze ogen, tot aan de genetische ziekten die we dragen, wordt in ons DNA opgenomen en door middel van onze DNA aan de volgende generaties overgedragen. Talrijke lichamelijke functies, zoals onze hartslag, worden uitgeoefend zonder dat wij daar enige controle over hebben. Niettemin bestaat er een perfecte werking binnen alle systemen die we in ons lichaam bezitten.

Alles wat we doen, denken, zeggen en voelen vindt eerst plaats in onze hersenen. De communicatie die dit in onze hersenen tot stand brengt, wordt mogelijk gemaakt door de neuronen (ofwel de zenuwcellen) in onze hersenen. In één menselijk brein bevinden zich ongeveer honderd miljard neuronen; om waar te nemen, te zien en te voelen is communicatie tussen deze cellen een vereiste. Honderd miljard neuronen in onze hersenen communiceren met elkaar via honderd biljoen communicatiekanalen.

Tijdens het lezen van deze regels vinden er in onze ogen miljarden processen plaats. De lichtstralen die onze ogen bereiken gaan eerst door de cornea (het doorzichtige deel van de buitenkant van het oog waar het licht door naar binnen valt), vervolgens door de pupil en ten slotte door de lens. Hier transformeren de cellen die op licht reageren deze lichtstralen tot elektrische signalen en deze cellen sturen deze elektrische signalen door naar zenuwuiteinden bij wijze van waarschuwingen. De hersenen verbinden de beelden die uit beide ogen komen en geven deze in één beeld weer. Ze stellen de vorm en de kleur van het waargenomen object vast en ze bepalen op welke afstand het object zich bevindt. De verwerking van dit gehele proces neemt slechts een tiende van een seconde in beslag.

Een ander voorbeeld: 75% van het aardoppervlak en ongeveer 70% van het menselijk lichaam wordt gevormd door water. Water kan in elke cel van het menselijk lichaam binnendringen en door al onze aderen heenvloeien.

Het water draagt ​voeding naar alle 100 biljoen cellen in het lichaam en voorziet deze van zuurstof en energie. Water is voor ons leven een ongeëvenaarde zegen.

Groenten en fruit die uit dezelfde aarde voortkomen en die met hetzelfde water zijn bewaterd,
komen voor in allerlei uiteenlopende variaties. De verschillende smaken en geuren van fruit
en groenten, die zich met behulp van water en mineralen uit de aarde ontwikkelen, zijn altijd hetzelfde, zonder enige afwijking of zonder enige vermenging.

Alle informatie over een plant wordt opgenomen in een klein zaadje, waaruit de plant zich later zal ontwikkelen. Zaden bevatten alle informatie over hun specifieke planten, zoals de vorm van de struiken en de bladeren, de kleur en de dikte van de korst, de smaak, de geur en de vorm van de vrucht.

Opdat een levend organisme in de wereld kan overleven, dient er aan belangrijke voorwaarden te zijn voldaan, zoals een juiste afstand tot de zon, een temperatuur tussen bepaalde klimatologisch gunstige waarden, een cyclus van koolstof, ozon en water, mineralen die micro-organismen produceren, fotosynthese, de cruciale helling van de aarde, de zwaartekracht en de krachten die de moleculen van een atoom bij elkaar houden en zo zijn er nog vele andere voorwaarden te noemen. De aarde waarop we leven is op een zodanige wijze gemaakt, dat zij aan al deze vereisten voldoet en tegelijkertijd door de atmosfeer is beschermd.

Men denkt dat er zich in het universum 300 miljard sterrenstelsels bevinden. De Melkweg is daar slechts één voorbeeld van. De zon, die 103 keer groter is dan de aarde, is niet meer dan één van de 250 miljard sterren in de Melkweg. De afstand tussen de zon en de planeet aarde bedraagt 150 miljoen kilometer. Alle hemellichamen in het heelal draaien niet alleen om hun eigen as, maar eveneens draaien ze binnen en samen met het systeem waarmee ze zijn verbonden.

 

Allah de Verheven zegt:

“Wij zullen hun Onze tekenen laten zien, aan de horizonten en in henzelf...”

De Koran, soera l-Fussilt, 41:53

 

Allah de Verhevene zegt:

“Gezegend zij God, de Beste Schepper.”

De Koran, soera l-Mu’minūn, 23:14

 

 

32 Wat betekent Moehabbetoellah? De mens hoort wie, in welke mate lief te hebben?

Moehabbetoellah is een Goddelijk licht in het hart dat feller wordt naarmate men Allah-u Teâlâ’s volmaaktheid en schoonheid begrijpt en waardeert. Met deze liefde beschermt de menselijke ziel zich tegen verdriet en pijn. Zo bereikt hij zuivere vreugde en vrede. Liefde voor Allah doet de menselijke ziel haar toppunt bereiken.

De Heer der Waarheid heeft in het hart van de mensen het vermogen geplaatst dingen oneindig lief te hebben. Deze oneindige liefde is enkel voor Allah bestemd, die in Zijn wezen en attributen tot het volmaakte behoort. Dus, het vermogen lief te hebben, wat een gunst is, is er om Allah lief te hebben.

Een mens houdt van iets vanwege zijn volmaaktheid, het genot dat hij eruit haalt of de baat die hij eruit trekt. Bijvoorbeeld een moslim houdt van de profeten, vromen en edele mensen wegens hun volmaaktheid, bekwaamheid en deugdzaamheid. Men houdt van diegenen die hem een gunst aanbieden wegens hun onthaal en gunstbewijs.

Men houdt van het eten en fruit vanwege het bijbehorende genot. Een mens weet middels zijn verstand en geweten dat al het gecreëerde -waarbij hij de volmaaktheid waardeert, hiervan geniet en tevreden is met deze gunsten- van Allah is. Hij heeft alles gecreëerd. Al deze volmaakte, prachtige en liefdevolle manifestaties zijn afkomstig van Hem.

De mens hoort dus dit vermogen tot oneindige liefde, alvorens en enkel aan Allah te geven, en alle andere personen, weldaden en gunsten die het waard zijn lief te hebben, omwille van Allah lief te hebben. Ieder gezond verstand en geweten, accepteert deze waarheid.

Om deze reden, horen wij moslims, te beginnen met onze Profeet (v.z.m.h), de overige profeten, de vier khalifa’s, zijn Âl-i Beyt (Zijn nageslacht) en alle sahaba’s (metgezellen) omwille van Allah lief te hebben en te zeggen “We houden van hen omdat Allah van hen houdt en Hij van ons wilt dat wij van hen houden”. Als wij deze personen niet omwille van Allah maar enkel omwille van hun persoonlijkheid houden, dan verkeren wij in hetzelfde gevaar als de Christenen. Zij houden namelijk niet van Hz. Isa (v.z.m.h) (Jezus) als een Rasoel (verzondene) of een profeet omwille van God, maar –God verhoede- als een God. Door naast Hem nog een deelgenoot toe te kennen, behoren zij niet meer tot gelovigen.

Iedere moslim behoort het volgende zorgvuldig in acht te nemen: de Edele Quran heeft zowel voor het wereldse als het spirituele leven de norm bepaald. Zo heeft de Quran bepaald op wat voor wijze gepraat, gegeten, gedronken, gedacht en gehandeld hoort te worden.

De Quran heeft de volgende normen voor het praten bepaald: een moslim zal niet liegen. Voor de manier van denken is het volgende bepaald: een mens kan niet weten wat Allah’s entiteit en attributen zijn en hoe Hij is. Zo heeft de Quran ook de norm bepaald hoe er van Allah gehouden en gevreesd moet worden. De norm voor het houden van Allah is “goede daad verrichten”. Vrees voor Allah is “taqwâ” ofwel zich weerhouden van zonden.

Met betrekking tot dit onderwerp achten wij het belangrijk stil te staan bij “de norm voor liefde”. Wij moslims houden oneindig en zonder voorwaarden van Allah, en vervolgens van onze Profeet (v.z.m.h). Maar we horen hem (v.z.m.h) – God verhoede – niet als God lief te hebben, maar als Zijn dienaar en profeet. We geloven dat zijn volmaaktheden niet van hem (v.z.m.h) zelf zijn, maar Allah toebehoren. We houden meer van hem (v.z.m.h) dan ons leven, onze goederen en onze familieleden, kort gezegd: dan alles, omdat hij (v.z.m.h) de mooiste en meest volmaakte spiegel was voor alle Goddelijke namen en attributen.

Na Allah en zijn Profeet, houden wij van de overige profeten, daarna de vier khalifa’s en vervolgens de resterende metgezellen. Hierop volgend houden we van de vromen en andere moslims naar hun graad. Als resultaat letten we dus met ons liefde op de normen die de Islam heeft vastgesteld.

Hoe we Allah lief horen te hebben, heeft de Koran de volgende norm bepaald:

“Zeg: "Indien gij Allah liefhebt, volgt mij, Allah zal u liefhebben en uw zonden vergeven. Allah is Vergevensgezind, Genadig.”[qtip:1| Soerah Âl-i İmrân: 31]

In de tafsir (uitleg) van de bovengenoemde ayah wordt het volgende gezegd:

“Als je in Allah gelooft, zal je voorzeker van Allah houden. Aangezien jullie van Hem zullen houden, zullen jullie handelen naar de handelingen die Allah liefheeft. En die handeling is dat jullie op diegene behoren te lijken waarvan Allah houdt. Op hem lijken, kan door hem te volgen. Wanneer jullie hem (v.z.m.h) volgen, zal Allah jullie liefhebben. Jullie hebben Allah al lief, zodat Allah ook jullie lief zal hebben.”[qtip:2|De Flitsen, P. 21]

Zoals het middels de ayah (verzen) en met de uitleg daarvan duidelijk is geworden, kunnen we Allah liefhebben door onze Profeet (v.z.m.h) proberen te volgen. Een gelovige zal Allah liefhebben door met zijn geloofsbelijdenis, moraliteit en aanbidding op Rasoelullah (v.z.m.h) te lijken en zoveel mogelijk zijn (v.z.m.h) oordelen op te volgen. De Sahaba’s verkregen hun verhevenheid omdat zij op de beste wijze Rasoelullah (v.z.m.h) volgden. Op dit gebeid hebben Hz. Ali (ra) en Âl-i Beyt (Zijn nazaat) een zeer speciale plek. Dus iedere moslim die van hen houdt, behoort zoals hen onze Profeet (v.z.m.h) te volgen.

Concluderend: onze Profeet (v.z.m.h) is het menselijke model dat Allah liefheeft en waar Hij tevreden over is. Hoe meer een gelovige op die Leider (v.z.m.h) lijkt, des te meer Allah diegene liefheeft en diegene Zijn liefde verdient. Op onze Profeet (v.z.m.h) lijken, kan door al zijn Soennah, zoals Zijn daden, woorden en moraal, te volgen.

Zodoende behoort een moslim, als hij perfect de soennah wilt volgen, net zoals onze Profeet (v.z.m.h) al zijn gebeden –verplichte, waadjib, soennah- te verrichten, te vasten, als hij rijk is op bedevaart te gaan en Zakaat te geven, Quran te lezen, diegenen liefhebben die hij (v.z.m.h) liefhad, diegenen niet liefhebben die hij (v.z.m.h) niet liefhad en proberen zoveel mogelijk aan zijn (v.z.m.h) moraal vast te houden.


[1] Soerah Âl-i İmrân: 31

[2] De Flitsen, P. 21

33 Het existentiebewijs van Allah: De organen

Alle schepselen, zoals mensen en dieren, hebben de benodigde organen op de meest perfecte wijze gekregen om in leven te kunnen blijven. Als Allah niet wordt geaccepteerd als de Schepper van deze organen (God verhoede), dan zijn ze genoodzaakt logische antwoorden te vinden op de volgende vragen: 

1. Het menselijk lichaam heeft verschillende organen, zoals de handen, voeten, hart, etc. Als de atomen deze organen vormen, hoe is het dan mogelijk dat die atomen deze onberispelijke organen construeren, terwijl ze niet eens bewust zijn van henzelf? 

2. Hoe kan het dat atomen die geen kennis hebben van de voorwaarden in leven te blijven in deze wereld, in staat zijn organen te construeren die geschikt zijn voor deze voorwaarden? Hoe kan het dat atomen die nooit de zon gezien hebben, in staat zijn ogen te bouwen die wel de zon kunnen zien? Hoe kan het dat atomen in het oor, die het oor vormen en die nooit wat gehoord hebben, geluid waarnemen? Hoe is het mogelijk dat de atomen die de tong vormen, nooit iets geproefd hebben, toch een tong vormen die wel in staat is te proeven? Hoe komt het dat de atomen in de neus die nog nooit een geur hebben geroken, een neus construeren die in staat is iedere geur waar te nemen? Dit soort vragen zijn ook relevant voor de resterende organen in het lichaam. 

3. De atomen hebben geen voorbestemde vorm. Ondanks dit, vormen zij de organen alsof deze wel een voorbestemde vorm kennen. Hoe is dit mogelijk?

4. Hoe bepalen zij de meest geschikte locaties voor deze organen en hoe plaatsen ze deze organen in deze meest geschikte locaties? 

5. Hoe bepalen zij het aantal organen? 

Het lijkt erop dat deze atomen net zo intelligent zijn als Avi Cenna (Ibni Sîna)! Zelfs als er duizenden Avi Cenna’s aanwezig zijn, nog zouden ze niet in staat zijn om deze taken te vervullen. Dus, hoe komt het dan dat deze atomen in staat zijn deze taken te vervullen? 

Laten we verder op het volgende punt aandacht schenken: de kleding van een kind van één, past een kind van vijf niet; kleding van een vijf jarige, past net zo een tien jarige niet; en de kleding van een tienjarige past op dezelfde manier ook een twintig jarige niet. Met andere woorden, de kleding wordt kleiner naarmate de mens groter wordt.

Echter, een persoon heeft een kleding die nooit kleiner wordt als hij/zij groeit, en dat is het lichaam. Wie is de klerenmaker die deze kleding doet groeien wanneer het lichaam groeit, breder maakt wanneer het aankomt, smaller maakt wanneer het afvalt en die de kleding zodanig vormgeeft waardoor het niet te strak of te weid is? 

Dit is ook van toepassing op dieren en bomen. Wie is de entiteit die kleding voor de vele bomen en dieren naait, en haar weer groter maakt als de bomen en dieren groeien? 

Terwijl we niet eens in staat waren om de vorming van organen uit te leggen, hebben we nu ook te maken met de verschijning van deze kledingstukken. Wie anders dan Allah zou aan elk schepsel perfecte organen verlenen en voor hen de meest praktische kleding breien? Zet het universum aan de kant en denk slechts aan een vlieg. Als alle mensen verenigen, zijn zij dan in staat een vleugel te binden aan een vlieg en de meest geschikte kleding voor hen te naaien?

 

34 Vertel ons over onze Schepper; onze leraren vertellen helemaal niets over Hem

 

(Uit de "vruchten") 

De zesde vraagstelling 

Dit is een korte aanwijzing en een enkel bewijs van de duizenden alles omvattende bewijzen over het geloof in Allah. Op veel plaatsen in de Risale-i Nur is het geloof in Allah met talloze, onweerlegbare bewijzen verklaard en uitgelegd. 

In Kastamonu kwamen enkele leerlingen van het lyceum naar mij toe. Ze zeiden: "Vertel ons over onze Schepper; onze leraren vertellen helemaal niets over Hem". Ik antwoordde hierop:

Elk onderdeel van de wetenschappen die jullie bestuderen, vertelt onophoudelijk in haar eigen taal over Allah. Ze leren ons wie de Schepper is. Hiervoor moeten jullie niet naar jullie leraren luisteren, maar naar deze wetenschappen.

Bijvoorbeeld in een prachtige apotheek met talloze medicijnen zijn levengevende zalfjes en drankjes te vinden die met precieze en nauwkeurige hoeveelheden zijn samengesteld. Dit verwijst zonder twijfels naar een erg bekwame, scheikundige en wijze apotheker. Zo ook zijn er in de apotheek van deze wereld vierhonderdduizend soorten planten- en dierenpotjes te vinden die elk een levendig zalfje of drankje voorstelt, welke met absolute nauwkeurigheid zijn gemengd. In welk opzicht deze apotheek beter en groter is dan de apotheek die in jullie stad te vinden is, kunnen jullie begrijpen door het te vergelijken met de wetenschap van de medicijnen die jullie bestuderen. De Alwijze in Zijn verhevenheid, Die de Apotheker van deze grote apotheek is, wordt zo zelfs aan de blinden getoond.

Of bijvoorbeeld een buitengewone fabriek die duizenden soorten textiel uit eenvoudige grondstoffen weeft, verwijst zonder twijfel naar een fabrikant en een bekwame machinist. Zo ook verwijst deze reizende machine naar Allah, die op honderdduizend verschillende plaatsen in deze wereld een vestiging heeft, waar honderdduizenden fabrieken zijn opgesteld. Met de wetenschap van de werktuigbouwkunde, die jullie volgen, kunnen jullie vergelijken in welk opzicht deze wereldse fabriek groter en beter is dan die van de mens, waardoor duidelijk wordt dat deze fabriek ons voorstelt aan de Eigenaar en Vakman van deze wereldbol. 

Of bijvoorbeeld een grote opslagplaats, magazijn of winkel waar duizenden soorten levensmiddelen uit de omgeving worden verzameld, gesorteerd, opgeslagen en opgesteld geeft zonder twijfels kennis van een voortreffelijke magazijnbeheerder, eigenaar en ambtenaar. Op precies dezelfde manier is deze Barmhartige opslagplaats die we aarde noemen en die in één jaar een gebied van normaal vierentwintigduizend jaar probleemloos afreist, een Goddelijk schip, een opslagplaats en een Goddelijke supermarkt die duizend en één verschillende grondstoffen, goederen en conservenpakketten draagt. Het neemt verschillende groepen met allemaal verschillende levensbehoeften met zich mee, reist de verschillende seizoenen af en vult zich in de lente als een grote wagon met duizenden verschillende voedselpakketten en verspreidt deze weer onder de arme levende wezens die in de winter zonder voedsel komen te zitten. Met de wetenschap van de economie die jullie bestuderen en nog zullen bestuderen, is te begrijpen hoe prachtig, groot en wonderbaarlijk deze fabriek is en met deze zekerheid toont het ook de Eigenaar, de Gebruiker en de Planner van deze wereldse voorraadkamer en leert ons om Hem te kennen en van Hem te houden. 

Of bijvoorbeeld een wonderlijke commandant die het gezag heeft over vierhonderdduizend eenheden die elk verschillende levensbehoeften hebben, andere wapens gebruiken, verschillende kleding dragen, verschillende training krijgen en op verschillende tijden met verlof gaan. Wanneer deze commandant nu helemaal alleen alle verschillende groepen in hun verschillende levensbehoeften, verschillende wapens, kleding en instrumenten voorziet, zonder zich te vergissen of er ook maar één te vergeten, dan toont dit openlijk en zonder twijfels dat hij een fantastische commandant is en wordt deze commandant door iedereen geprezen. Zo kun je ook de vierhonderdduizend verschillende planten- en diersoorten zien die het Goddelijk leger op de aardbodem zijn en elke lente opnieuw worden bewapend met steeds verschillende kleding, levensbehoeften, wapens, training en verlof. Deze zaken die één enkele Almachtige Commandant, goed voorbereid, zonder er ook maar één te vergeten of zich ergens in te vergissen, laat uitvoeren door de lente, die het leger van deze aardbol is, toont zeker in hoeverre het groter en beter is dan het leger van de mensen. De wetenschap der krijgskunde, die jullie zullen leren, toont aan degene die opletten en hun verstand op zijn plaats hebben zitten, met verbazing en lofprijzing wat voor een Heilige Commandant Allah is, de Eigenaar, de Planner en de Heerser over de aarde. Zo laat Hij van zich houden en roept hiermee dankbaarheid en lofprijzing op. 

Of als er bijvoorbeeld in een prachtige stad miljoenen elektrische lampen bewegen en overal heen en weer reizen terwijl hun brandstof nooit opraakt. Dan toont dit zonder dat er nog twijfels over kunnen bestaan, de aanwezigheid van een wonderlijke vakman en een buitengewoon meesterlijke elektricien die deze elektrische lampen en fabrieken op een of andere manier leidt, de reizende lampen maakt, de fabriek heeft opgericht en voor de nodige brandstof zorgt. Zij zullen deze elektricien met verbazing en bewondering aan ons voorstellen en ervan laten houden. Op precies dezelfde manier, wanneer we naar het heelal kijken, dat ook een stad is, zien we de sterren die aan het plafond van dit wereldse paleis zijn bevestigd en waarvan een deel –volgens de astrologen– duizend maal groter is dan deze aardbol en zeventig maal sneller bewegen dan een kanonskogel, zonder dat de ordening wordt verstoord. Ze botsen niet tegen elkaar aan, doven niet en hun brandstof raakt niet op. Volgens de astrologie die jullie bestuderen, is er elke dag net zoveel petroleum nodig als er zeeën op deze wereld zijn en net zoveel kolen als er bergen zijn of een houtstapel die duizend maal zo groot is als deze wereld, zodat onze zon kan blijven branden. De zon die meer dan een miljoen maal groter is dan onze aarde, langer dan een miljoen jaar bestaat en de lamp en kachel van dit gasthuis van de Barmhartige is. De elektrische lampen en de ordening van dit paleis in deze machtige stad van het heelal laten duidelijk een eindeloze kracht en macht zien die de zon en de verheven sterren zonder petroleum, hout of kolen laat branden, niet uit laat gaan en ze gezamenlijk, heel snel laat rondreizen zonder dat ze tegen elkaar aan botsen. Met de wetenschap van de elektriciteitsleer die jullie leren of nog gaan leren, wordt duidelijk wie de Sultan van deze grote, machtige ruimte is. Deze wetenschap stelt ons voor aan de Verlichter, Planner en Kunstenaar. Allah stelt zichzelf voor door deze verlichte sterren te laten getuigen. Met hun lofprijzing en zegeningen stelt Hij Zichzelf voor en laat Hij de mensen van Zich houden. 

Of als we bijvoorbeeld een boek hebben waarvan elke regel een klein boek omvat en in elk woord met een erg kleine pen een hoofdstuk uit de Qur'an is geschreven, die erg betekenisvol is en alle zaken bekrachtigen, dan toont dit vreemde werk een schrijver en auteur die buitengewoon talentvol en wijs is en zonder ook nog maar enige twijfel stelt het ons voor aan die erg talentvolle en vakbekwame schrijven en auteur. Deze auteur wordt zeker geprezen met uitspraken die Hem zegenen en heiligen. Op precies dezelfde manier zien we met onze eigen ogen de aardbodem die een enkele bladzijde uit dit grote boek is, en de lente die van dit grote boek een versierd kleedstuk is. En de driehonderdduizend soorten planten en dieren die driehonderdduizend verschillende boeken zijn. De schrijver schrijft op een perfecte en ordelijke manier in een boom en in een pit het volledige programma met een erg fijne pen, zonder dat de schrijver ze door elkaar haalt of zich vergist en zonder fouten of gebreken. De boom is voor hem een woord, een prijzend gedicht en de pit is de punt aan het einde van de zin. Met de wetenschap van de natuurkunde die jullie volgen en met de praktijklessen van de letterkunde die jullie op school hebben geleerd en met de brede perspectieven van de schrijfkunst wordt duidelijk in hoeverre dit eindeloos en betekenisvol bestaan, deze vormgenomen, grote, wereldse Qur'an, die in elk woord veel wijsheden verborgen houdt, groter, prachtiger en betekenisvoller is dan het boek uit het bovengenoemde voorbeeld. Het wordt ons duidelijk dat dit bestaan ons voorstelt aan de Kunstenaar en Schrijver van dit boek, dit universum en geeft boodschap van de eindeloze perfectie van deze Schrijver. Met de uitspraak: "Allah is de grootste" vertelt het ons dat Hij bestaat. Met de verheerlijking: “Allah is vrij van alle gebreken” wordt Hij omschreven en met "Alle lof aan Allah" zorgt het bestaan ervoor dat wij van Hem gaan houden. 

Met de voorbeelden van deze wetenschappen wordt duidelijk dat elk deel van de honderden wetenschappen op een breed vlak, elk met een eigen spiegel, verrekijker en leerrijke visie boodschap geven van de Schepper in Zijn Verhevenheid en Zijn mooi namen. En het leert ons Zijn perfecties en eigenschappen. 

Ik zei toen tegen die studenten: "Het is dus vanwege de bovengenoemde, stralende tekenen, die elk een bewijs van Zijn eenheid zijn, dat de Qur'an, waarvan de verkondiging een wonder is, ons vele malen met verzen als Degene Die de hemel en de aarde heeft geschapen...[25:59] en De Heer van de hemelen en de aarde…[26:24] telkens weer voorstelt aan de Schepper." De studenten accepteerden het volledig en bevestigden het met de woorden: "Eindeloze dank aan onze Heer. We hebben een belangrijke les genoten die volledig met de werkelijkheid overeenstemt. Moge Allah tevreden zijn met jou!" Ik zei hierna: 

"De mens is een levende machine die door duizenden smart verdrietig wordt en door duizenden soorten plezier geluk vindt. Hij is een machteloos schepsel dat met talloze materiele en geestelijke vijanden wordt geconfronteerd. Hij heeft een eindeloze armoede, talloze uiterlijke en innerlijke behoeften en wordt voortdurend geslagen door de scheiding van zijn dierbaren en het ten einde lopen van zijn plezier. Door geloof en Godsdienstoefeningen wordt er een band gelegd met de Sultan in Zijn verhevenheid, waardoor de mens een steun vindt tegen al zijn vijanden, een hulp vindt voor al zijn behoeften en zich kan prijzen met de eer en rang van zijn Heer, Die iedereen geschapen heeft. Wanneer de mens nu door geloof in een Almachtige en Barmhartige Sultan een band met Hem aangaat en met Godsdienstoefening zich in Zijn dienst stelt en zo de verkondiging van de dood dat hij zal worden geëxecuteerd, voor zichzelf verandert in een ontslag van zijn diensten (om naar het geluk te reizen), dan kun je wel begrijpen hoe blij en dankbaar hij is en hoe dankbaar hij Zijn Heer lofprijst." 

Zoals ik het tegen die studenten had gezegd, zeg ik het nog eens tegen de veroordeelde gevangenen: "Degene die Hem kent en Hem gehoorzaamt, ook al bevindt hij zich in een kerker, dan nog is hij gelukkig. Degene die Hem vergeet, ook al bevindt hij zich in een paleis, dan nog is het voor hem een kerker en is hij ongelukkig." Zelfs toen een gelukkige onderdrukte werd opgehangen, zei hij tegen de ongelukkige tirannen: "Ik word niet vermoord. Ik ga mijn ontslag halen om naar het geluk te reizen, maar omdat ik zie dat jullie met de eeuwige verdoemenis veroordeeld zullen worden, zal ik zo mijn vergelding krijgen.", waarna hij "La ilaha illallah"[qtip:(1)|“Er is geen andere God dan Allah.”], zei en in vrede zijn ziel terug gaf aan zijn Schepper. 

“Heilig bent U, wij hebben geen kennis, behalve wat U ons onderwezen hebt: voorwaar, U bent de Alwetende, de Alwijze.”[2:32]

 

[Bediuzzaman Said Nursi, Leidraad voor de jongeren, zesde vraagstelling, blz 26]

35 Waar is Allah?

De vraag: “Waar is iets of iemand?” kan alleen gesteld worden over een schepsel die verbonden is aan een plaats. Deze schepselen bestaan uit materie. Daar een plaats ook uit materie bestaat, is hetgeen daar aanwezig is ook van een materie.  Over Allah, Wiens één van Zijn namen ‘Noer’ is en die de plaats en de materie schept, is zoiets niet denkbaar… Zelfs onder de schepselen zijn er schepselen die niet gebonden zijn aan een plaats. Een meest voordehand liggend voorbeeld is onze eigen ziel.

Onze organen hebben een plek, een plaats. Daarom kunnen we de vraag stellen: “Waar zitten mijn longen?” of “Waar zitten mijn nieren?”. Maar over de ziel en zijn kenmerken en gevoelens kunnen dergelijke vragen niet gesteld worden. We kunnen bijvoorbeeld niet dergelijke vragen stellen als: “Waar is de ziel. Waar zit het verstand. Waar zitten de liefde, de angst en het geheugen?”

Als men in plaats van de mens als uitgangspunt te nemen, die uit materie bestaat en gebonden is aan een plaats, de wereld van de zielen, de engelen en de natuurwetten denkt, die in bepaalde mate niet gebonden zijn aan een plaats, dan zal er geen behoefte meer bestaan voor een dergelijke vraag… 

Auteur: Prof.Dr. Alaaddin Başar

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/allah-nerededir-0

36 Als Allah alles heeft geschapen, wie heeft dan (Moge God vergeven) Allah geschapen?

Dezelfde vraag werd ook aan de profeet Mohammed (vzmh) gesteld door hen die deelgenoten toekenden aan Allah. Naar aanleiding van deze vraag heeft Allah de Verhevene, middels aartsengel Gabriël (vmh), als antwoord het koranische hoofdstuk ‘Oprechtheid’ geopenbaard. Met deze soera worden alle vormen van het toekennen van deelgenoten aan Allah, ontkracht en worden alle gradaties van de Goddelijke éénheid op de mooiste manier uitgelegd en bewezen. De gezegende profeet Mohammed (vzmh) heeft daarna aanbevolen iedereen die deze vraag stelt te beantwoorden met dit koranische hoofdstuk[1]

Ook wij zullen deze vraag beantwoorden met deze soera ‘Oprechtheid’, zoals aanbevolen door de boodschapper van Allah. De Verheven Allah geeft Zichzelf in het hoofdstuk ‘Oprechtheid’ als volgt te kennen aan Zijn dienaren:

 

Zeg: “Hij, Allah, is de Enige.

Allah, de Zelfvoorzienende.

Hij heeft niet verwekt, noch is Hij verwekt.

Niemand is aan Hem gelijkwaardig.”

 

Deze soera is de meest omvattende en mooie uitleg over het bestaan en de éénheid van Allah en dat Hij geen deelgenoten en gelijkwaardigen heeft. Deze soera in de verheven Koran is min of meer een samenvatting omtrent de éénheid. De andere verzen in de Koran omtrent de éénheid zijn in een ander opzicht een uitleg van deze soera.

 

Zeg: “Hij, Allah, is de Enige.

Het woord Allah in dit vers verwijst naar Zijn wezen zelf. Het woord “de Enige” (Ehad) verwijst ernaar dat Hij geen gelijke heeft. Hier moet even aangeduid worden dat het gezegende woord “Ehad” hier geen telwoord is en niet één betekent, maar de betekenissen heeft van ‘absoluut één’, ‘een en enkel’, ‘enkel zonder deelgenoten’, ‘alles buiten Allah is geschapen’. Oftewel alle éénen die niet duiden op Allah hebben de betekenis van één als telwoord, zijn geschapen en behoren tot het mogelijke.

Het geeft aan dat de Verheven Allah in zijn wezen één is, dat Zijn verheven hoedanigheid op geen enkele andere hoedanigheid lijkt en dat Hij verheven is van alle eigenschappen zoals plaats, tijd, lichaam en alles wat met een lichaam te maken heeft.

Iemand die de verheven Allah kent in de hoedanigheid van “Ehad” zal meteen begrijpen wat voor een ongepaste vraag “Wie heeft Hem geschapen?” is. Een gelovige die Hem op deze wijze kent, zal door geen enkele waangedachte of influistering achterdochtig worden of in twijfel raken.

 

Allah, de Zelfvoorzienende.

Oftewel, Hij is onafhankelijk en heeft absoluut niets of niemand nodig, maar alles heeft Hem nodig. Hij is de enige bron van waaruit alle vragen en wensen beantwoord wordt en alles in hun behoeften voorziet.

 

Hij heeft niet verwekt,…

Oftewel Allah, die Enig en Zelfvoorziend is, is verheven van het hebben van kinderen, het baren ervan en is niet onderhevig aan veranderingen. Daar Allah de Verhevene Enig en Zelfvoorziend is, is Hij niet aan ontbinding onderhevig. Geen enkel stukje, eigenschap of materie komt los, breekt af of scheidt af. Hij behoort tot geen enkel geslacht of soort en heeft geen gelijke. Hij heeft geen enkele behoefte of tekortkoming. Alles wat in Zijn kennis is, komt tot bestaan met Zijn wil. Hij zegt: “wees” en het is.[2] Daar Allah, de Enige en Zelfvoorzienende, niet onderhevig is aan ontbinding is het onmogelijk dat er vanuit Zijn wezen een andere God tot stand kan komen. Hij schept de schepping met Zijn kennis, wil en kracht. Dat de schepping die Hij schiep gelijk is aan Hem of krachtiger is dan Hem is onmogelijk.

…,noch is Hij verwekt.

Oftewel, Hij is niet door een ander gebaart, Hij is niet later tot stand gekomen. Hij heeft geen begin en is pre-eeuwig. Een periode zonder Zijn bestaan is ondenkbaar. Dit vers verwerpt elke vorm van vaderschap, moederschap en dat Hij door een ander gebaart zou zijn. Het verwerpt de drie-eenheid van de theologische opvatting in veel takken van het christendom en elke andere vorm van zoonschap.

Niemand is aan Hem gelijkwaardig.

 

De heen gegane Hamdi Efendi van Elmalı (TR) zegt in de uitleg van dit vers het volgende:

“Noch was er iets of iemand voor Hem die Hem heeft gebaard, Noch zullen zij die gebaart en geboren worden aan Hem gelijk zijn. Voor wat betreft roem en waarde bestaat er niets of niemand die aan Hem gelijk is. Voor wat betreft Zijn wezen en kenmerken zijn er absoluut geen gelijkwaardigen en gelijkenden en heeft Hij geen partner, vriend, deelgenoot of concurrent die Hem tegen kan werken of zich met Hem kan verenigen. Zoals het niet in het verleden is gebeurd, zal het ook niet in de toekomst gebeuren. Er is buiten Hem niets waarvan het bestaan noodzakelijk is. Als het niet in het verleden was, is het ook onmogelijk in de toekomst. Er is geen behoefte om hierop de aandacht te vestigen, want alles wat erna komt is onderhevig aan verandering, wordt geschapen en kan derhalve niet aan Hem gelijkwaardig en gelijkende zijn. Want wat erna gekomen is, is en blijft een schepsel; hoeveel perfectie men er ook aan toekent.”[3]

 

Zoals in de vorige verzen van dit soera alle gradaties omtrent de éénheid zijn samengevat, zo verwerpt dit vers alle denkbare toekenningen van deelgenoten aan de Verheven Waarachtige en gelijkenden in Zijn wezen, deelgenoten in Zijn daden en gelijkwaardigen in Zijn kenmerken.

 

Na een korte uitleg van bovengenoemde soera te hebben gegeven, lijkt het ons nuttig om in antwoord op de vraag het volgende ook toe te lichten.

De Schepper van het bestaan is alleen en alleen Allah, Wiens bestaan noodzakelijk en pre-eeuwig en eeuwig is. Hij die geen gelijken heeft in Zijn wezen en kenmerken. Voorzeker kan deze vraag voor het Wezen in Verhevenheid niet gevraagd worden. Want de vraag: “wie heeft het geschapen” kan alleen gesteld worden aangaande de schepselen. Allah de Verhevene is Ehad, is één en heeft geen gelijke in Zijn wezen. Allah de Verhevene is Samed, Hij is zelfvoorzienend. Alles is vanaf de schepping, de voortgang, het voortbestaan, de aansturing en de voorzorg op elk moment afhankelijk van Hem. Om een dergelijke vraag te stellen over Hij die Ehad en Samed is, geeft aan dat men Hem niet kent en niets over Hem weet.

Allah de Verhevene is vrij van baren en gebaard worden. Hij die Pre-eeuwig en eeuwig is en van Wie niets te bedenken is wat machtiger is dan Hem, hoe kan dan gedacht worden dat het Wezen in Verhevenheid door het toedoen van een ander tot stand is gekomen?

Allah de Verhevene heeft geen gelijken of gelijkwaardigen. Noch in Zijn goddelijkheid, noch in Zijn heerschappij, noch als Aanbedene, noch als Schepper en noch als Heerser is het onvoorstelbaar te denken dat er iets of iemand is die gelijk is aan Hem. Iemand met ook maar een greintje verstand weet dat een dergelijke tegenstrijdige vraag omtrent een dergelijk Wezen niet gesteld kan worden.

Jazeker in de vraag – God behoede – : “Wie heeft God geschapen?” is een duidelijke tegenstrijdigheid aanwezig. Het is als volgt: Het bestaan van de Verheven God is op zichzelf staand. Hij is pre-eeuwig en eeuwig. Hij heeft geen gelijke en gelijkenden. Wanneer men nu een schepping toe kent aan een Wezen die alles schept en van wie alles afhankelijk is, komt de tegenstrijdigheid tevoorschijn. De waarheden zouden dan in tegenstellingen moeten veranderen.

“Feitelijk bestaat er algemene overeenstemming over de onmogelijkheid van het omkeren van de waarheid. Hetgeen aan deze omkering van de waarheid het onmogelijke van het onmogelijke weergeeft, hetgeen bij de omkering van het tegendeel duizend maal onmogelijk is, is het volgende: Een tegendeel kan haar gesteldheid, haar aard niet behouden en daarbij tegelijkertijd haar eigen tegendeel zijn…”[4]

Wanneer men deze vraag vanuit dit aspect bekijkt, komen de volgende tegenstrijdigheden naar boven: Wanneer men inbeelt dat Allah de Verhevene – God behoede – geschapen zou zijn, dan zou dit Wezen in Verhevenheid tegelijkertijd pre-eeuwig zijn en achteraf geschapen, tegelijkertijd de schepper en een schepsel, tegelijkertijd oneindig machtig en absoluut machteloos, dus kort gezegd moet Hij dan tegelijkertijd de perfecte eigenschappen van Zijn Goddelijkheid en tegelijkertijd de oneindige tekortkomingen van Zijn schepping bezitten.

Zoals deze vraag oneindige tegenstrijdigheden bevat, bevat het ook talloze onmogelijkheden. We zullen genoegen nemen om hier alleen de ‘onmogelijkheid van opeenvolgendheid’ toe te lichten. Als we ons een moment een dergelijke vraag over Allah, Wiens bestaan noodzakelijk is, inbeelden, dan eindigt die vraag niet daar. Oftewel als we ons inbeelden dat God de Verhevene een schepper heeft, dan moet die schepper ook weer een schepper hebben en die ook en zo blijven we doorvragen. Een dergelijke vraag blijft doorgaan tot in het oneindige. In dit geval is de essentie van deze vraag onmogelijk, het berust op een onmogelijkheid en een dergelijke vraag is irrelevant.

Laten we nog enkele voorbeelden geven waaruit blijkt dat een dergelijke opeenvolgendheid onmogelijk is:

Laten we ons een trein inbeelden met een stuk of tien wagonnen. Elke wagon wordt weer getrokken door de volgende wagon en uiteindelijk komen we aan bij de locomotief. Nu kan niet meer gevraagd worden: “Wat trekt dan de locomotief?” Want als er niet een locomotief is die trekt en zelf niet getrokken wordt, wordt de ordening verstoord en komt er geen beweging tot stand.

Op dezelfde wijze als we nu vragen hoe suiker gemaakt wordt, zal men zeggen dat het wordt gemaakt door de suikerfabriek. Als we nu vragen waar de machines in die suikerfabriek gemaakt zijn, zullen we uitkomen bij een werkplaats. Als we vervolgens niet uitkomen bij de kennis, wijsheid en macht van een persoon, dient men te vragen wie dan weer dié machines heeft gemaakt en zo blijft het opeenvolgend doorgaan.

Zo ook is een appel, als we het zo mogen zeggen, gemaakt door de ‘appelboomfabriek’. Deze boom is gemaakt in de werkplaats, de fabriek van het bestaan. Als men nu de creatie van de appelboom en het bestaan niet toekent aan een bezitter van oneindige kennis en macht, dan dient de fabriek van het bestaan weer gemaakt te zijn in een fabriek en die fabriek weer in een andere fabriek en zo loopt men vast in de opeenvolgendheid.

En zo krijgt een soldaat zijn orders van een korporaal. Een korporaal weer van een luitenant en uiteindelijk krijgt de generaal zijn orders van een sultan. Nu kan men niet vragen: “Van wie krijgt de sultan dan zijn orders?” Want als de sultan weer zijn orders krijgt van iemand anders, valt hij terug in rang van soldaat en is de bevelhebber de sultan. Zodoende is die ene persoon niet de sultan dat over hem gevraagd kan worden: “Van wie krijgt de sultan zijn bevelen?” Als we het over de sultan hebben, dan hebben we het over een heerser die bevelen geeft, maar zelf geen bevelen krijgt.

Uit al deze voorbeelden wordt duidelijk dat het ontstaan van het bestaan moet worden toegekend aan de wijsheid, kennis en kracht van Allah Wiens wezen, namen en eigenschappen pre-eeuwig en eeuwig zijn.

Zij die de verloochende vraag stellen: “Wie heeft – moge God behoeden – God geschapen?”, weten niet dat opeenvolgendheid onmogelijk is en laten blijken dat zij met hun ego een demagogie bedrijven.

 

Auteur: Mehmet Kırkıncı

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/butun-varliklari-allah-yaratti-oyleyse-has-allahi-kim-yaratti

 

 


[1] Hak Dini Kuran Dili, 9/6272; Fahruddin Er-Râzi, Tefsir-i Kebir Mefâtihu’l-Gayb, Akçağ Yayınları: 23/554-555.; Suyûtî, Lübâbun-Nukûl, 11,199-211; Alusi, XXX, 270-27I.

[2] Elmalılı Hamdi Yazır, H.D.K.D., Cilt 9, s. 6321.

[3] Elmalılı Hamdi Yazır, a.g.e., s. 6333.

[4] IUR Press, De Woorden, bladzijde 119, 2de voetnoot

37 Waarom zien we Allah niet in deze wereld?

Een van de Schone Namen van Allah is ‘Noer’. Schepselen zoals de engelen, het zonlicht en alle verschillende soorten lichtvormen in het bestaan zijn geschapen uit de verschillende weerspiegeling van Zijn naam ‘Noer’. Het oog van de mens ziet in deze wereld alleen de materiële zijde. Noch ziet hij zijn eigen ziel, noch de engelen die zijn daden opschrijven en noch vele verschillende andere stralen.

Het is vastgesteld dat het menselijk oog maar 2,5% van de aanwezige stralen in het bestaan kan waarnemen. Om van dit oog nu te verwachten dat men Allah kan zien, Die alle uit verschillende lichtvormen bestaande schepselen in dit bestaan heeft geschapen, is minstens in strijd met de natuurwetten waaraan de mens is onderworpen.

Een ander aspect van dit onderwerp is dat de mensen op deze wereld zijn om op de proef gesteld te worden. Het zien van Allah is in strijd met deze beproeving. Het doel van de mens op deze wereld is om Allah te leren kennen en Hem te aanbidden. Het is aan de mens overgelaten om wel of niet te geloven. Indien de mens Allah met het oog kon zien, dan zou iedereen genoodzaakt zijn om in Hem te geloven en eindigt hiermee het mysterie van de beproeving. Zoals Bediüzzaman heeft uitgelegd zouden alle zielen zoals Eboe Cehil, die zijn als steenkool, en alle zielen zoals de gezegende Aboe Bekir, die zijn als diamant, op een gelijk niveau blijven.

Het feit dat we Allah niet met onze ogen kunnen zien is dat Zijn macht en kennis alles omvat en Hij geen tegenstellingen heeft.

Bijvoorbeeld, de atmosfeer omvat de hele wereld en daardoor zien wij de atmosfeer niet. Stel je nu eens voor dat de zon het hele zonnestelsel zou omvatten, dan is het niet meer mogelijk om de zon zelf met het blote oog waar te nemen. Omdat alles in de zonnestralen wordt omvat, is de zon zelf niet meer te zien. En omdat er geen tegenstelling meer is zoals de nacht, is de zon niet meer te zien en is zijn hoedanigheid niet meer te bevatten. Zelf dan nog is het absolute dwaasheid om de zon die met haar licht overal aanwezig is en alles omvat, te verloochenen.

Vanuit dezelfde logica en hetzelfde perspectief kunnen we begrijpen waarom we Allah, die met zijn Schone Namen en eigenschappen alles omvat, overal aanwezig is en geen tegenstelling heeft, niet met het oog kunnen zien.

Echter in het hiernamaals is de situatie totaal anders. Op deze wereld is de vrijheid van de ziel beperkt door het lichaam. Daar heeft de ziel geen beperkingen meer en is het lichaam onderworpen aan de ziel. De ziel bepaalt wat er gebeurt en het lichaam volgt. Alle schepselen die hier in deze wereld niet meer zijn als een schaduw, zullen daar in hun eigenlijke hoedanigheid geschapen worden. De mens zal het paradijs betreden als een wezen dat in alle aspecten waardig is voor het paradijs en van alle soorten hemelse giften kan genieten. Het is interessant dat zelfs in het paradijs het moment van de aanschouwing van Allah niet continue is.

Dit wil zeggen, de bewoners van het paradijs zullen op het moment van de aanschouwing van Allah in een andere toestand terecht komen en deze Goddelijke Gift zal in een eigen speciale omgeving plaatsvinden. Want vanuit overleveringen begrijpen we dat wanneer de mensen van de aanschouwing terugkeren naar hun familie, zij hen niet direct zullen herkennen.

Auteur: Mehmet Kırkıncı

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/allahi-bu-dunyada-nicin-goremiyoruz

38 Is het mogelijk om het bestaan van Allah te bewijzen?

Het aantonen van iets dat bestaat is altijd gemakkelijker dan het aantonen van iets dat niet bestaat. We kunnen aantonen dat appels bestaan door één enkele appel te laten zien. Maar een persoon die het bestaan van appels ontkent zou de hele wereld en vervolgens de kosmos moeten afreizen om aan te tonen dat het niet bestaat. Dit is erg moeilijk, bijna onmogelijk.  Daarom kunnen we met zekerheid vaststellen dat het niet- bestaan van iets nooit volledig te bewijzen is.

Evenzo dient een persoon die het bestaan van God niet accepteert het hele universum af te reizen en te onderzoeken, wat in feite onmogelijk is. Degenen die zeggen dat er God is, bewijzen het bestaan van Allah door middel van rationele bewijzen en openbaringen.

Dat het bestaan van Allah een zekerheid is en dat het niet-bestaan van Hem onmogelijk is kunnen we met een aantal bewijzen aantonen:

Bewijs op basis van possibiliteit: Possibiliteit houdt in dat de kans voor het bestaan of niet-bestaan van iets gelijk is. Tijdens onze dagelijkse gesprekken gebruiken we de term ‘’Possibiliteit’’ ook in die context. Al het geen dat geschapen is, zegt ons het volgende: Het bestaan en niet-bestaan van mij was gelijk. Als ik vandaag de dag besta en voor mijn bestaan een oneindige kennis, wil, kracht, wijsheid en barmhartigheid nodig is, dan duidt dat op het bestaan van iemand met oneindige kennis, wil, kracht, wijsheid en barmhartigheid. Dit kan enkel Allah zijn.

Bewijs op basis van kunst: Van atoom tot aan de mens, van de cel tot aan het melkwegstelsel is het volledige universum erg subtiel en een geweldige kunst. Al deze prachtige en kunstzinnige schepselen wijzen op een alwetende en almachtige Schepper.

Bewijs op basis van wijsheid en doel: Het valt op dat elk bestaan een eigen doel, streven en nut heeft en op geen enkele wijze nutteloos, doelloos of vanuit verspilling in het universum is gebracht. Terwijl in de wereld der materie, wereld der planten en dieren en wereld der goederen en evenementen geen zaken aanwezig zijn die intellect en diep begrip bevatten, om hen in staat te stellen zelf tot dat inzicht te komen. In dat geval toont het aan dat de meest redelijke weg is om dit bewust vol gemaakte ontwerp slechts aan een God toe te schrijven.

Bewijs op basis van reinheid: De reinheid in het universum is een opzichzelfstaand bewijs voor het bestaan van Allah die de naamdrager is van al Quddus (verre van al het lelijke en het smerige). Als een huis waar 5 tot 10 mensen in wonen een week lang niet wordt schoongemaakt zal het beginnen vuil te worden. Onze wereld is, ondanks haar grootte en veelheid aan levende wezens die het bewonen, erg schoon.  Het feit dat de wereld zo rein is, is een duidelijk bewijs van het bestaan van God.

Bewijs op basis van gelaatsexpressie: Het gelaat van een willekeurig persoon is tot in de diepste details anders dan die van miljarden andere mensen. Je dient tijdens het scheppen van een mens op de hoogte te zijn van de gelaatsexpressie van alle andere mensen, om deze individuele mens anders te scheppen. Deze regel geldt ook voor de gezichten die later tot stand zal komen.

Miljarden gezichten die allen verschillend van elkaar zijn, onderscheiden van miljarden andere gezichten en elk gezicht vormen op een manier, terwijl er miljarden andere mogelijkheden zijn verwijst zonder twijfel naar degene die de diepste details van zijn schepping kent en die schepping vormgeeft zoals Hij wilt en zelf Almachtig en Alwetend is.

Bewijs op basis van historie: De geschiedenis van religies getuigd dat de mensheid geen enkele periode zonder religie heeft doorgebracht. In elke tijdsperiode hebben de mensen geloofd in een religie en een spiritueel systeem nagevolgd zelfs wanneer het een vals geloof was. Allah is degene die in de mens het gevoel om te geloven heeft geplaatst en de mens wordt daarom geacht om in Allah te geloven. Het gevoel dat in de nature van de mens zit, bewijst op een hele sterke wijze het bestaan van Allah. (“Zie vraag 14”)

Bewijs op basis van de Koran: Alle bewijzen die erop duiden dat de Koran het woord van Allah is bewijzen tegelijkertijd ook dat Allah bestaat. Er zijn duizenden bewijzen dat de Koran het woord van Allah is. Deze bewijzen zijn tot in de diepste details terug te vinden in de islamitische bronnen. Al deze bewijzen geven allen op hun eigen manier de volgende boodschap weer: “Zij getuigen met zekerheid van het bestaan van Allah.” (“Zie vraag 44”)

Bewijs op basis van profeten: Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zei: “Allah heeft 124 000 profeten gezonden.” Alle bewijzen, die duiden dat één profeet een waarachtige profeet is, zeggen tegelijkertijd ook “Allah bestaat en is één.” Het doel van het bestaan van profeten is monotheïsme; met andere woorden het bestaan en de eenheid van Allah, verkondigen en bewijzen.

De bewijzen voor het bestaan van Allah zijn eindeloos. Hier hebben we slechts een aantal voorbeelden genoemd die het verstand overtuigen.

Samengevat, in dit universum is de grootste waarheid, het bestaan van Allah en Zijn éénheid.

---------------------------------------------------

1.Hadith, Ahmed b. Hanbel, el-Müsned, V, 266.

39 Allah heeft alles geschapen, maar wie heeft Hem geschapen en hoe is Allah ontstaan?

Deze vraag werd ook aan de profeet Mohammed (vrede zij met hem) gesteld. Allah heeft hierop soera ‘Al-Ikhlas’ (een hoofdstuk uit de Koran) geopenbaard en heeft de profeet aanbevolen om deze vraag daarmee te beantwoorden. In deze soera staat het volgende: “In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1. Zeg: Allah is de enige. 2. Allah is zichzelf genoeg, Eeuwig. 3. Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt. 4. En niemand is in enig opzicht gelijk aan Hem.”1

Zoals de bovenstaande versregels uit de Koran aangeven, is Allah de enige in zijn soort. Er is geen god buiten Allah, niemand is met Hem in enig opzicht gelijk. Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt. Dit zijn geen menselijke eigenschappen. Allah is er nu, was er altijd al en zal er altijd zijn.

Overgeleverd door profeet Mohammad:

De Satan (duivel) komt naar iemand van jullie en zegt: “Wie heeft dit geschapen? Wie heeft dat geschapen? Totdat hij zegt, Wie heeft jouw Heer geschapen?” Wanneer hij zo een vraag toefluistert, moet degenen toevlucht zoeken bij Allah en zulke gedachten opgeven.2

In de eerste instantie moeten wij goed beseffen dat Allah alles en iedereen heeft geschapen. Aangezien de begrippen ‘schepper’ en ‘schepsels’ tot onduidelijkheid kunnen leiden, worden deze begrippen hieronder verder toegelicht.

Schepsels hebben een schepper, maar een schepper kan geen schepper hebben. Als de schepper iemand met meer macht boven zich zou hebben, kan men ervan uitgaan dat hij geen schepper meer is, maar een schepsel. Degene die deze vraag stelt vergelijkt Allah met Zijn schepsels. Hij denkt dat Hij net als de schepsels een schepper heeft. Is het mogelijk dat een schepper geschapen kan zijn? Of is het mogelijk dat de schepper tegelijkertijd een schepsel is?

Een ander punt waarop men de aandacht wil vestigen is dat als Allah een schepper zou hebben, zou Allah niet meer één zijn. En als het op deze manier zou blijven doorgaan, dan zou er geen einde meer komen aan het aantal scheppers. Allah heeft de wet duidelijk opgesteld dat alles en iedereen een schepper heeft. Alles gebeurt met een reden en Allah voert deze uit zonder enige uitzondering. Hij is de Almachtige en de Alwijze. Als Allah geschapen zou zijn, zou Hij geen Allah kunnen zijn, omdat dat niet past bij de eigenschappen van Allah. Een persoon die iemand boven zich heeft, kan geen Almachtige en Alwijze zijn.

----------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Al-Ikhlas (Oprechtheid) 112/1-4.
2.Hadith, Sahih Al-Buharî, 1353.

40 Gaan we Allah zien in het hiernamaals?

Allah zegt: “Sommige gezichten zullen op die Dag verlicht zijn. Naar hun Heer kijkend.”1

Ook heeft de profeet Mohammed (vrede zij met hem) dit bevestigd in de volgende hadith:2

“Wanneer de bewoners van het Paradijs het Paradijs binnentreden, zal de Gezegende, de Verhevene vragen: “Verlangen jullie naar meer?” Zij zullen zeggen: “Heeft U niet reeds onze gezichten verlicht? Heeft U ons niet het Paradijs laten binnentreden en ons gered van het Hellevuur? Daarop zal Hij (Allah) de bedekking opheffen (tussen Hem en de bewoners van het Paradijs) en van de zaken die hen (de bewoners van het Paradijs) gegeven is, is er niets waar zij meer van zullen houden dan het aanschouwen van hun Heer, de Almachtige, de Verheerlijkte.”3

Dit duidt erop dat de gelovigen op deze dag niet afgehouden zullen worden van het zien van hun Heer. Zij zullen Hem dus zien in het Paradijs. Zo zegt Allah:

“Voor degenen die het goede hebben gedaan is er het beste en zelfs nog meer. Grauwheid noch vernedering zal hun gezichten bedekken. Zij zijn de bewoners van het Paradijs, en zij zullen daarin voor altijd verblijven.”,4,5

De profeet zei over deze vers: “Het ‘Goede’ is het Paradijs en ‘meer’ is het aanschouwen van het gezicht van Allah.6 Daarnaast heeft profeet Mohammed ons te kennen gegeven dat de mens in het Paradijs zijn Heer zal zien, zoals de zon op een klaarlichte dag en de volle maan bij een heldere nacht wordt gezien.7

------------------------------------------------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Al-Qiyaamah (De Wederopstanding) 75/22/23.
2.Hadith zijn de in grote verzamelingen vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed.
3.Hadith Sahih Muslim, Geloof, 181.
4.De Heilige Koran, Yoenoes (Profeet Jonas) 10/26.
5.We kunnen het gezicht hier niet vergelijken met het menselijk gezicht. Allah gaat dit te boven. Hier moeten we begrijpen dat de mensen van het paradijs de almachtige God zullen zien op een manier die we niet weten.
6.Hadith, Buharî; Muslim; Ebu Davud.
7.Hadith, Tirmizi, Paradijs, 17.

41 Waar is Allah?

Veel gelovigen zijn geneigd te denken dat Allah ver weg is, ergens op een troon boven de wolken, in de hemel of op de maan... Zij zoeken God boven en buiten zichzelf wanneer zij Hem benaderen. Het is waar, dat de Heer ver en dichtbij is en regeert over de werelden die dichtbij, veraf, zichtbaar en onzichtbaar zijn.

In de eerste instantie dient opgemerkt te worden dat het geloof in Allah onafhankelijk is van tijd en ruimte. Dit is tevens een van de fundamenten binnen het geloof. De volgende drie verzen uit de Koran verklaren ons dat Allah heel dichtbij ieder mens is, dat Hij altijd aanwezig is en bovendien alles weet, ziet en hoort.

“(…) Niets is aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende.”1

"Hij is met u, waar u ook mocht zijn."2

" Wij zijn hem nader dan zijn eigen halsslagader."3

De laatste versregel kan worden gezien als een metafoor die zijn nabijheid tot de mens aangeeft. Wat hier bedoeld wordt volgens de geleerden, is niet de nabijheid in de context van afstand. Het betekent eerder de nabijheid van kennis en de breedte van menselijke kennis.4 Allah is de Schepper van alles. Vervolgens heeft Hij perfecte kennis over mensen en al zijn andere creaties. Dus niets is verborgen voor Hem. 

Het volgende waar we bij moeten stilstaan is dat we hier vragen naar de verblijfplaats van iets of iemand die noch in tijd en noch in ruimte leeft. Bijvoorbeeld: ik ben omringd door tijd, in de zin van dat ik leef in tijd. Daarnaast heb ik een lichaam dat een bepaalde ruimte moet opvullen. Allah, Almachtig en Verheven is de Schepper van tijd en plaats. Als wij Hem beperken tot tijd en ruimte, dan zou dit impliceren dat wij Hem vergelijken met Zijn schepping door Hem een lichaam te geven aangezien ‘ruimte’ beperkt is.

Op deze manier is het ook verkeerd om te zeggen dat Allah overal is, of boven de wolken, of in de hemel, op de maan… aangezien al deze dingen beperkt en begrensd zijn. Want Allah is onbegrensd en bezit een onbeperkte heerschappij. Men moet vrij zijn van deze twijfels en speculaties. We moeten echter geloven dat Zijn kennis alles omvat. Hij weet, ziet en luistert naar alles.

---------------------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Ash-Shura (Het Beraad) 42/11.
2.De Heilige Koran, Al-Hadid (Ijzer) 57/4.
3.De Heilige Koran, Soera Qaf (De Arabische Letter Qaf) 50/16.
4.Bursevi, commentaar op het vers.

42 Is Allah onze vader?

In de islam kan vaderschap niet aan Allah worden toegeschreven. De christenen beschouwen Jezus als zoon van God en God wordt als vader beschouwd. Echter is het ondenkbaar dat een moslim zoiets kan zeggen. Het is Allah die vaders en moeders, zonen en dochters heeft geschapen.

“Hij verwekt niet, noch is Hij verwekt”1

Andere verzen zeggen het volgende:

”De Stichter van de hemelen en de aarde. Hoe kan Hij een kind hebben, als Hij geen vrouw heeft? En Hij heeft alles geschapen en Hij is op de hoogte van alles.”

 “Voorzeker, ongelovig zijn degenen die zeggen: “Voorwaar, God, Hij is de Messias (Jezus), de zoon van Maryam.”3

Samengevat: wij zijn de dienaren van Allah. Noch is Hij onze vader, noch zijn we de kinderen van Allah. Hij is onze Schepper. Dit betekent niet dat Hij onze vader is. Het feit dat we door Allah zijn geschapen, betekent eveneens niet dat we als zijn kinderen beschouwd mogen worden.

-------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Al-Ikhlas (Oprechtheid) 112/3.
2.De Heilige Koran, Al-An’am (Het Vee) 6/101.
3.De Heilige Koran, Al-Ma-idah (De Tafel) 5/72.

43 Wat is bij Allah de reden voor superioriteit?

Taqwa betekent godvrezendheid, zich krachtig en zorgvuldig onthouden van Zijn verboden. Het maakt dus niet uit van welk volk je afstamt. In de Koran vermeldt Allah dat het paradijs is voorbereid voor hen die taqwa toepassen.1

“O mensheid! Wij hebben jullie uit een man en een vrouw voortgebracht (Adam en Eva) en jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen. Waarlijk, de meest eerbare onder jullie in het aangezicht van Allah is de (gelovige) die Hem het meest vreest. Waarlijk, Allah is Alwetend, Welbewust.”2

In de islam wordt racisme niet getolereerd. Voor Allah, zijn niet de mensen van een bepaalde ras de eerwaardigste, maar zij die de meeste taqwa bezitten.

Profeet Mohammed (vrede zij met hem) benadrukt dit onderwerp ook met de volgende overlevering:  

“O mensen! Waarlijk jullie Heer is Eén en jullie vader (Adam) is één. Een Arabier is niet beter dan een niet-Arabier en een niet-Arabier is niet beter dan een Arabier; een blanke is niet beter dan een donkere en een donkere is niet beter dan een blanke – behalve in termen van vroomheid en goede daden.”3

Deze vers en hadith (uitspraak van profeet Mohammed) zijn slechts een paar voorbeelden die ons duidelijk maken dat de islam racisme verwerpt.

----------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Ali Imran (Imrans Mensen) 3/133.
2.De Heilige Koran, Al-Hujurat (De Binnenste vertrekken) 49/13.
3.Hadith, Ahmed bin Hanbel, Moesned.

44 Heeft Allah alvorens ons te scheppen het aan ons gevraagd?

De laatste tijd horen we vaak: “Heeft Allah het wel aan ons gevraagd voordat Hij ons schiep, ons mens maakte en aan beproevingen onderwierp en verplichtte tot aanbidding?”

We zullen deze vraag beantwoorden volgens de logica van de vraagsteller.

Waar bevonden wij ons voor de schepping, zodat Allah het aan ons zou kunnen vragen? Wij bestonden niet voor de schepping. Iets dat niet bestaat kan geen vragen krijgen of beantwoorden. We beschikten immers -zijnde onbestaand- ook niet over een verstand, wilskracht noch voorkeuren dus we waren ook niet in staat om zo een vraag te beantwoorden. Bijgevolg konden we ook niet weten wat het inhoudt om mens te zijn en alles wat erbij hoort. Men moet dus eerst beseffen dat er niets gevraagd kan worden aan iets of iemand die niet bestaat.

Dan nog blijft de vraag -in het geval we over verstand zouden beschikken voordat we geschapen werden – wat zou ons antwoord zijn? Zou je metaal willen zijn, een plant, een dier… of een mens met verstand en wilskracht? Uiteraard zouden we kiezen voor een mens.

Onze schepper heeft ons uit het niets geschapen als de meest waardevolle wezens. Het past niet om de schepping als mens in vraag te stellen terwijl we Hem zouden moeten leren kennen en bedanken.

45 Hoe moeten we reageren op degenen die alleen in Allah de Almachtige geloven, maar niet in religies en profeten (deïsten)?

De waarheden van het geloof vormen één geheel; je moet in alle waarheden tegelijk geloven om geen ongelovige te worden. Een gelovige die in Allah gelooft, zal ook in zijn boek, de Koran moeten geloven, zodat hij zijn Heer kan kennen met een oprecht geloof.

De menselijke reden kan zichzelf en de Schepper van deze wereld kennen/weten; maar hij kan de eigenschappen, al zijn namen, al zijn bevelen en geboden, het eeuwige hiernamaals, de wegen naar het paradijs van Allah de Almachtige niet kennen, tenzij Allah de Almachtige hen dat niet informeert.

Geloof in Allah vereist geloof in de Koran. We kunnen God alleen kennen door het boek of de boeken die Hij de mensheid heeft toegewezen.

De persoon die in de Koran gelooft, dient ook in de profeten en de aartsengel Gabriël te geloven. Dit is de eerste én de grootste stap om in profeten en engelen te geloven.

Een persoon die in de Koran en de profeet gelooft, gelooft in alle waarheden die zijn geopenbaard door de Koran en onderwezen door de boodschapper van Allah en omhelst al het aanbidden.

De reden dat deïsten in God geloven, is om hun innerlijke geloofsgevoel en hun verlangen om eeuwig te leven te bevredigen. De reden waarom ze niet in profeten en boeken geloven, is om het gevoel van spijt en schuldgevoel te vermijden bij het niet nakomen van zijn verplichtingen.

We kennen de zon aan zijn lichtstralen. Zonder zijn licht kunnen we de zon niet kennen. Net als dit voorbeeld stelt de Almachtige Allah zichzelf aan ons voor met zijn profeten en met zijn heilige boeken. Zonder een profeet en zonder een boek is het voor de mens niet mogelijk om God te leren kennen. Men kan de Schepper enkel herkennen in gewaarwording via Zijn profeten en boeken.

Samengevat; Als iemand die gelooft in Allah maar niet in profeten, religies (Abrahamitische godsdiensten) en heilige boeken, is die persoon op dat ogenblik een ongelovige geworden. Als hij sterft met deze geloof/intentie, zal hij niet naar het paradijs mogen gaan. Moge Allah de Almachtige ons beschermen tegen deze onwetendheid en godslastering. Amen.

46 In de Koran staat dat Allah de mens een ziel blies. Is de mens letterlijk een deel van Allah?

Allah is immaterieel en ongebonden aan een plaats. Daarom kan een mens geen deel van Allah zijn.

“Vervolgens gaf Hij hem vorm en blies in hem van Zijn Ziel.”1

Deze uitdrukking is door de geleerden op verschillende manieren geïnterpreteerd. Maar de geleerden waren het er over het algemeen mee eens dat het figuurlijk bedoeld is en dus niet letterlijk moet worden opgevat.

Met deze vers wordt bedoeld dat in de aard van de mens de goddelijke attributen en eigenschappen worden gemanifesteerd. Bijvoorbeeld Allah is Er-Rahim, De Genadevolle. Een mens kan ook genadevol zijn. Allah is Al-Hakim, doet alles met wijsheid. De mens kan ook wijs zijn. Dit zijn slechts twee voorbeelden van Zijn Schone Namen.

--------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, As-Sajdah (De Eerbiedige Neerbuiging) 32/9.

47 Waarom is Allah in deze wereld niet te zien?

Al-Noer is een van de namen van Allah dat “het Licht” betekent. Allah is onafhankelijk van tijd, ruimte en van vorm. Allah heeft tijd en ruimte geschapen. Daarom is Hij niet gebonden aan tijd en ruimte. Van stralende engelen, het zonlicht tot aan alle lichtstralen die dit universum vullen, dragen de attributen van deze naam in vele verschijningsvormen. Het oog van de mens ziet in deze wereld alleen het materiële. De mens kan noch zijn eigen ziel, noch engelen, noch andere verlichte werelden zien. Om met het oog de Schepper van alle verlichte creaties te kunnen zien, druist op zijn minst in tegen de natuurwetten. Een voorbeeld hiervan is gegeven in hoofdstuk zeven van de Koran:

“En toen Mozes op de aangewezen tijd en plaats bij Ons kwam en zijn Heer tot hem sprak, zei hij: “O, mijn Heer! Toon mij U, zodat ik U kan zien.” Allah zei: “Je zult Mij nimmer (kunnen) zien, maar kijk naar de berg, als deze stil op zijn plaats blijft staan, dan zul je Mij zien.” Dus toen zijn Heer zich aan de berg openbaarde, liet Hij deze instorten en tot stof vergaan, en Mozes viel bewusteloos neer. Toen hij weer bijkwam, zei hij: “Verheerlijkt bent U, ik wend mij tot U in berouw en ik ben de eerste onder de gelovigen.”1

(Allah gaat zich laten verschijnen vanuit het paradijs)2

Een ander aspect van dit onderwerp is dat deze wereld een beproeving is voor de mens. Het zien van Allah gaat niet samen met de beproeving in deze wereld. De redenen dat de mens op aarde is gestuurd, zijn het kennen van Allah en Hem aanbidden.

Als het mogelijk was om Allah met het oog te zien, dan zou iedereen (gewild of ongewild) in Allah moeten geloven en zou er geen sprake meer zijn van een beproeving.

---------------------------------------------------------

1.De Heilige Koran, Al-A-Raf (De Kantelen) 7/143.
2.Zie de heilige Koran, al qiyamah (de wederopstanding) 75/22-23.

48 Is God hetzelfde als Allah?

De naam Allah is een bijzondere naam en geen enkel andere naam kan deze vervangen.
Echter wanneer men God zegt maar hiermee Allah bedoelt, is dit geen enkel probleem. Het beste is het gebruiken van de naam Allah, want Allah heeft ons deze naam geleerd.

Allah is één en Hij kent in Zijn eigenschappen en daden geen gelijken. In de Koran zien we dat vele verzen beginnen of eindigen met de boodschap: "Er is geen God dan Hij.” Bij deze is de éénheid van Allah de rode draad in de heilige Koran.