Islam en Reinheid

De Islam spoort aan tot fysieke en spirituele reinheid en hij leert ons hoe we deze kunnen bereiken. In de Edele Koran staat: “…Voorwaar, Allah heeft de berouwvolle lief en Hij heeft hen lief die zich reinigen.” (ạl-Baqara, 2:222)

De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: “Allah is schoon en Hij houdt van schoonheid.”

Het kan uit bronnen worden opgemaakt dat de Profeet (vzmh) gedurende zijn hele leven aan alle vormen van hygiëne aandacht heeft geschonken. Als hij bijvoorbeeld naar de moskee ging, in het openbaar trad of een vriend bezocht, dan zorgde hij ervoor dat hij zich netjes had gekleed, zich van een lekker geurtje had voorzien en geen onaangenaam ruikend voedsel had gegeten, zoals uien en knoflook.

De Islam heeft een systeem gebracht dat gevestigd is op principes van hygiëne, zuiverheid en hoffelijkheid. Onze leermeester de Profeet zei: “Reinheid is de helft van geloof.” Bijna alle boeken over de profetische overleveringen en de islamitische jurisprudentie beginnen met het onderwerp hygiëne. Bepaalde praktijken van aanbidding zijn in de islamitische religie in principe niet acceptabel zonder [delen van] het lichaam en de plaats van aanbidding te reinigen. In dit verband heeft de Profeet (vzmh) bijvoorbeeld de gedragslijnen van de toiletgang benadrukt; hij heeft bevolen dat er op de kleding geen onreinheden mogen terechtkomen en dat moslims zich volgens de gedragslijnen dienen te verschonen.

De Islam draagt op om alvorens het rituele gebed de rituele reiniging te verrichten, waarbij lichaamsdelen worden gewassen die het meest in aanraking komen met vuil en bacteriën, zoals de handen, de mond, de neus, het gezicht, het hoofd, de oren en de voeten. De Boodschapper van Allah (vzmh) zei: “De sleutel tot het Paradijs is het rituele gebed en de sleutel tot het rituele gebed is reinheid.” Zodoende beschouwt de Islam reiniging, die in feite voor iedereen een verplichting vormt, voor de moslims als een vorm van aanbidding.    

Een ander punt waar de Boodschapper van Allah (vzmh) met nadruk op heeft gewezen is orale hygiëne. Om deze reden adviseerde hij iedereen vaak zijn tanden te verschonen met miswāq (tak van een tandenborstelboom), en vooral alvorens de rituele wassing (de wudū’) te hebben verricht. Hij adviseerde de moslims tevens om het voedsel te zegenen door hun handen voor en na het eten te wassen.

Zoals de aard van de mens het ook ingeeft zijn het besnijden van mannen, het scheren van het schaamhaar en het okselhaar, het verzorgen van de baard en het verkorten van de snor enkele hygiënische regels en ethische normen die de Boodschapper van Allah (vzmh) heeft genoemd.

De Boodschapper van Allah (vzmh) had niet alleen bijzondere aandacht voor de reinheid van zijn kleding, hij was eveneens zeer zorgvuldig met betrekking tot zijn netheid en ordelijkheid.

Ạbū Kursạfạ is hiervan een getuige, hij vertelt: “Ik ging met mijn moeder en mijn tante naar de Boodschapper van Allah (vzmh) om trouw te zweren. Toen we hem verlieten, vertelden mijn moeder en mijn tante mij: “Mijn kind, wij hebben nog nooit iemand als hem gezien! We kennen niemand die een mooier gezicht, een schonere kleding en een vriendelijkere spraak heeft. Het was alsof er licht uit zijn gezegende mond kwam.”

Toen de Profeet (vzmh) eens in de moskee was, kwam er een man binnen die er onverzorgd uitzag. De Profeet (vzmh) gebaarde naar hem dat hij zijn haar en baard in orde moest brengen.

De moeder van de gelovigen Āishạ verhaalt, dat de Boodschapper van Allah (vzmh) er niet van hield dat zijn kleding onaangenaam rook. Hij trok zijn gewaad eens uit, omdat het zweet de geur van wol merkbaar had opgewekt. Zij informeert ons tevens dat onze leermeester de Profeet van zoete geuren hield.

De eerbare metgezellen van de Profeet waren personen die op hun eigen benen stonden. Zij werkten door totdat de tijd voor het vrijdaggebed was genaderd; dan lieten ze hun werk achter zich en begaven ze zich naar de moskee. Hun lichaamsgeur was hierdoor binnen de gemeenschap merkbaar en onze leermeester de Profeet zei hierop: “Neem op de vrijdagen een bad!

Moslims schrijven de waardevolle hadith van de Profeet (vzmh) “Reinheid is de helft van geloof” in meesterlijke kalligrafie op en hangen deze ingelijst aan de muren van huizen en moskeeën op. Ze hechten grote waarde aan reinheid. Moslims bouwden overal publieke gaarkeukens, waterbeddingen, drinkfonteinen en publieke badhuizen voor de verzorging, het comfort, de hygiëne en het gemak voor de gelovigen. Om hygiëne te verbeteren werden er overal in de islamitische maatschappijen badhuizen gebouwd, zelfs in dorpen.

De huizen van moslims zijn erg schoon. Zij gaan nooit met hun schoenen aan een huis binnen. Om overal en op elk moment het rituele gebed te kunnen verrichten, wordt het hele huis goed schoongehouden. In de Islam is de plaats van het huisdier niet in het huis, en dat geldt ook voor vogels.

M. de Thevenot zegt het volgende over de schoonheid en de hoffelijkheid in islamitische maatschappijen: “De Turken leven gezond en ze worden nauwelijks ziek. Hier komen geen van de ziektes voor die in onze landen voorkomen, zoals nierproblemen en andere gevaarlijke ziektes. Ze kennen niet eens de namen van deze ziektes. Ik vermoed dat de reden voor hun perfecte gezondheid zit in het dikwijls baden en het sober eten en drinken. Zij eten heel weinig en wat zij eten is niet zoals het eten van de Christenen een complete mix.”

De Boodschapper van Allah (vzmh) heeft het vervuilen van plaatsen waar mensen langslopen of uitrusten, plaatsen waar mensen in de schaduw kunnen afkoelen en plaatsen rondom bomen en muren strikt verboden. Hij adviseerde eveneens het verzorgen en het verschonen van dieren, in het bijzonder van de schapen en de geiten. De Profeet (vzmh) zag een keer dat er spuug op de muur van de moskee aanwezig was, in de richting van de qiblạ, waarop hij de muur persoonlijk schoonmaakte. Zijn afkeer was duidelijk zichtbaar op zijn gezegende gezicht.

Toen Ạbu Mūsā ạl-Ash’arī (r.a) in Basra was gearriveerd als de nieuwe gouverneur, zei hij tegen de bevolking: “Ik ben naar jullie gestuurd door kalief Omar (r.a). Ik zal jullie leren over het Boek van jullie Heer en over de profetische soenna, en ik zal jullie straten schoonmaken.

Volgens een overlevering had een Zoroastriër een schuld bij Imam Ạbū Hanīfạ. Ạbū Hanīfạ bezocht het huis van de Zoroastriër om de schuld te innen. Toen hij bij de deur arriveerde, viel het hem op dat zijn schoenen vies waren. Terwijl hij zijn schoenen uitschudde, kwam het vuil van zijn schoenen op de muur van de Zoroastriër terecht. Ạbū Hanīfạ wist niet wat hij moest doen. Hij zei tegen zichzelf: “Als ik de muur zo achterlaat, dan ziet de muur van de Zoroastriër vanwege mijn fout er slecht uit en als ik het probeer schoon te maken, dan zal de kalk van de muur afschilferen!”

Hij klopte op de deur en zei tegen de bediende: “Laat jouw meester alstublieft weten dat Ạbū Hanīfạ voor de deur wacht.” Hierop verscheen de man bij de deur, terwijl hij dacht dat Ạbū Hanīfạ zijn schuld kwam innen. Hij verontschuldigde zich voor het niet kunnen betalen van zijn schuld. Ạbū Hanīfạ zei: “Dat is op dit moment niet belangrijk.” Hij legde de Zoroastriër uit wat er was gebeurd en vroeg hem hoe hij de muur schoon zou kunnen maken. De Zoroastriër, geraakt door deze subtiele en edele daad, zei: “Ik ben degene die in eerste instantie zijn ziel dient te verschonen!” Op dat moment werd hij moslim.[qtip:1| De Laatstee Hemelse Religie: Islam]

 


[1]De Laatstee Hemelse Religie: Islam

Read 20.678 times
In order to make a comment, please login or register