De Vrouw die het Huis van Allah Schoonmaakte
Er was eens een vrouw, haar naam was Ummu Mihjạn. Ze woonde in Medina, de gezegende stad van onze Profeet. Deze gerespecteerde moeder, wier gevoelens en gedachtes zo puur waren als zijzelf, zei op een dag:
“Nu de Almachtige Allah mijn hart heeft gezuiverd van ongeloof, laat mij dan Zijn huis schoonmaken.” Ze besloot elke dag de moskee schoon te maken. Van nu af aan zou ze ạl-Mạsjid ạl-Nạbạwī, de moskee van de Profeet in Medina, waar onze Profeet de moslims onderwees en waar moslims Allah aanbaden, zo goed mogelijk schoonmaken..
Ummu Mihjạn was arm, maar had een rijk hart. Wanneer zij de moskee schoonmaakte, voelde ze rust in haar hart, alsof het werd gezuiverd. Ze voelde vreugde en geluk.
Op een dag werd Ummu Mihjạn ziek. Ze was daardoor beroofd van de mogelijkheid om achter onze meester, de Boodschapper van Allah, te bidden. Ze was met haar lichaam in bed, maar met haar ziel was ze onder de mensen met zuivere harten, die achter de Boodschapper van Allah baden. Ze hoopte dat ze beter zou worden om haar verplichtingen in de moskee na te komen, maar ze werd niet beter. In haar oren klonk de rustgevende stem van onze Profeet en in haar hart had ze de wens om, met haar hoofd op de grond, Allah te aanbidden.
Toen onze Profeet haar enkele dagen niet had gezien, vroeg hij naar haar. Haar buren zeiden:
- “Zij is ziek, o Boodschapper van Allah.”
Toen hij dit hoorde, liep onze barmhartige Profeet naar het huis van Ummu Mihjạn. Zij woonde aan de rand van de stad. Degenen die daar vòòr hem arriveerden, vertelden haar:
- “Goed nieuws oh Ummu Mihjạn. De Boodschapper van Allah komt eraan om jou een bezoek te brengen.”
Toen Ummu Mihjạn dit goede nieuws hoorde, wist ze niet wat ze moest doen. Haar hart, dat al moe was van het ziek-zijn, begon nu sneller te kloppen. Haar voorhoofd was helemaal bezweet. Even later klonk een lieve stem:
“Vrede zij met jou (As-Salamu Alaykum)”, zei onze Profeet. Een zwakke stem vol met dank antwoordde: “En vrede zij met jou, o Boodschapper van Allah.” Het bezoek zelf was kort, maar in werkelijkheid was de waarde van die korte tijd zeer groot. Dit vanwege het feit dat het de Boodschapper van Allah was die haar kwam opzoeken, de vader van de wezen, de beschermer van de zwakken en de zuivere mens.
Onze Profeet hield heel veel van moslims die aandacht besteedden aan de schoonheid van hun lichaam, van hun ziel en van hun omgeving. Hij zei: " Allah is schoon en Hij houdt van degenen die schoon zijn." (ạl-Tirmizī, Adab, 41)
Onze geliefde Profeet vroeg voortdurend aan haar buren naar de gezondheid van Ummu Mihjạn. Op een dag zei hij tegen haar buren:
- “Als Ummu Mihjạn sterft, begraaf haar dan niet voordat ik het weet.”
Op een avond gaf Ummu Mihjạn haar zuivere ziel, verschoond met de liefde van dienstbaarheid voor Allah en Zijn boodschapper, aan de engel des doods, die door Allah werd gestuurd. Haar buren hadden haar zonder enig tijdverlies gewassen en in een lijkwade gewikkeld. Toen ze klaar waren met de voorbereidingen vertrokken ze. Ze liepen naar het huis van onze meester de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Het nachtgebed (Salāt ạl-Ishā’) was al verricht en onze Profeet was al aan het slapen. Dit bedroefde hen. Ummu Mihjạn, die een speciale plaats had onder haar buren en na het bezoek van onze Profeet nog geliefder was geworden, zou worden begraven zonder deze laatste en belangrijkste eer, het gebed van de Profeet.
De buren van Ummu Mihjạn zeiden tegen elkaar:" Het mocht blijkbaar niet zo zijn …."
- “Het zou niet goed zijn om de Boodschapper van Allah nu te storen.”
- “Het is mogelijk dat hij in zijn slaap een goddelijke openbaring ontvangt, en als we dat onderbreken maken we wellicht een fout.”
- “Ja, laten we hem niet storen”, zeiden zij.
Vanwege deze zorgen werd Ummu Mihjạn, zonder de Profeet op de hoogte te brengen, naar begraafplaats de Baqie gebracht. Het begrafenisgebed (Salāt ạl-Jạnāzạah) werd verricht en ze werd begraven. De Eervolle Metgezellen van de Profeet plaatsten haar in haar graf en baden tot Allah voor genade. Toen de Boodschapper van Allah in de ochtend naar haar vroeg, antwoordden zij:
- “Ze is begraven o Boodschapper van Allah. Nadat we de voorbereidingen hadden afgerond waren we tot u gekomen, maar u sliep. We vonden dat we niet het recht hadden om u wakker te maken.”
- “Kom met me mee”, zei onze Profeet, en hij liep samen met zijn metgezellen naar begraafplaats de Baqie. De buren van Ummu Mihjạn lieten hem haar graf zien. De metgezellen verrichtten het begrafenisgebed opnieuw, maar nu samen met de Boodschapper van Allah. Nadat ze hadden gebeden voor vergiffenis en barmhartigheid van Allah de Genadevolle, verlieten allen de begraafplaats.[qtip:1| A. L. Kazanci, (aangepast opgemaakt, vanuit de serie ‘Het tijdperk van Gelukzaligheid’)]
[1] A. L. Kazanci, (aangepast opgemaakt, vanuit de serie ‘Het tijdperk van Gelukzaligheid’)
