De Vrome Voorouders van Onze Profeet

De Schepper schiep de vader der mensheid: Adem. Het moment dat Adem zijn hoofd hief en naar het uiterste keek, zag hij dat er met een schitterend licht: “Ahmed” stond geschreven. Nieuwsgierig vroeg hij:

“O mijn Heer, wat is dat?”

Het antwoord van ALLAH:

“Dat is het licht van een profeet uit jouw nageslacht. Zijn naam is: “Ahmed” in de hemelen en “Mohammed” op aarde. Omwille van hem heb ik jou geschapen!”

Het licht dat met heel zijn praal de hemelen verlichtte, schitterde vervolgens als eerst op het voorhoofd van Adem.

Toen Adem en Eva als boetedoening naar de aarde werden gezonden en van elkaar werden gescheiden, bad Adem jaren om vergeven en herenigd te worden met zijn vrouw. Geen van zijn smeekbeden werden aanvaard, totdat hij op een dag smeekte: “O mijn Heer, omwille van Uw liefde voor wiens naam in de hemelen naast de Uwe in licht staat geschreven, vergeef en herenig ons”, waarop ALLAH zijn smeekbede aanvaardde, hen vergaf en herenigde.

Ibrahim

Na Adem werd het licht overgedragen van profeet naar profeet, tot aan de profeet Ibrahim. Ibrahim had twee zonen die beiden profeet waren: Ishaq en Ismail. ALLAH had Ibrahim laten weten dat er vele profeten zouden verschijnen vanuit het nageslacht van Ishaq. Daarentegen was het onbekend of er een profeet zou voortkomen vanuit het nageslacht van zijn lievelingszoon Ismail, wiens baarster de slavin Hadjer was. Het licht op het voorhoofd van Ibrahim werd echter geërfd door Ismail. Ook wist Ibrahim dat de laatste en grootste profeet nog gezonden zou worden. Hierdoor wenste hij hevig dat deze verheven profeet zou verschijnen vanuit het nageslacht van Ismail.

De Kaba was het eerste gebedshuis op aarde, gebouwd door Adem. In de periode van Ibrahim waren er vele jaren verstreken sinds haar bouw, waardoor er weinig van overgebleven was. De Schepper beval Ibrahim dat heilige gebedshuis te herbouwen, waar hij vervolgens gezamenlijk met Ismail onmiddellijk aan begon.

Toen zij het gebedshuis hadden herbouwd, richtten vader en zoon hun geopende handen naar de hemelen en smeekten:

“O Heer! Zendt vanuit ons Islamitisch nageslacht een profeet, opdat hij Uw verzen aan hen (de mensheid) voorleest, het Boek en Uw wetten onderwijst en hen reinigt van zonden.”

Dit smeekgebed was de reden waarom de meest nobele boodschapper van ALLAH had gezegd: “Ik ben het smeekgebed van mijn vader Ibrahim.”

De nakomelingen van Ismail vermeerderden zich naarmate tijd verstreek en ze verspreidden zich over het Arabische schiereiland. De nakomelingen van Adnan ontstonden hieruit, en daaruit weer de nakomelingen van Moedar, waaruit weer de meest uitblinkende en bekwame stam: de Quraish ontstond. In deze stam verkreeg de Hashimi familie het meeste aanzien en was het meest bekwaam.

Dit feit wordt ook door de roos uit de woestijn beschreven:

“ALLAH heeft vanuit de kinderen van Ibrahim, Ismail, vanuit de kinderen van Ismail, de kinderen van Kina, vanuit de kinderen van Kina, de Quraish, vanuit de Quraish de kinderen van Hâshim en vanuit de kinderen van Hâshim, mij gekozen.”

Volgens het resultaat van de unanieme eenstemmig van alle bronnen, ziet zijn voorgeslacht tot aan zijn twintigste voorvader er als volgt uit:

“Mohammed, Abdullah, Sheybe, Hâshim, Abd-i Menaf, Koesay, Kilab. Murre, Kâb, Luey, Galib, Fihr, Mâlik, Nadr, Kinâne, Hoezeyme, Moedrike, Ilyes, Moudar, Nizar, Maad, Adnan.” Deze verheven individuen zijn de vrome voorvaderen van het Voorbeeld der mensheid. Elk van hen was zeer getalenteerd en had leiding over een grote gemeenschap. Het licht ging vanuit het voorhoofd van Ismail, over naar dat van hen om uiteindelijk zijn ware eigenaar te treffen. Zijn voorvaderen werden ook met gemak herkend door dit uitzonderlijk stralende licht in hun gezicht. De drager van dat licht was altijd het meest bekwaam en bevond zich altijd in de stam die het meest gezegend was, want die stam werd gezegend omwille van het licht van de meest Geliefde; de enige Roos die vruchten geeft en niet verwelkt. Fihr

Bronnen over zijn voorvaderen voor Adnan tot aan Ismail zijn niet volkomen duidelijk. Volgens een aantal geleerden zijn deze: Udd. Moekawwiem, Nahour, Teyrah, Ya’rub, Yeshdjoub, Nabit, Ismail en uiteindelijk Ibrahim.

Wij beschikken niet veel kennis over de voorvaderen van de laatste profeet. Hoe recenter hun levensperiode was, des te meer kennis er over hen is vergaard. Hierop volgen korte beschrijvingen van een aantal beroemde voorvaderen van hem.

Koesay

Koesay, de vierde voorvader van de profeet, wiens ware naam Zeyd is, was de eerst geborene van de twee zonen van Kilab. Uit de twee gebroeders was hij degene die geëerd werd met het licht van de laatste profeet welk hem vanaf Adem werd overgedragen. Omdat hij de oudste van de twee was, werd hem een leiderschapstaak binnen het gezin gegeven. De opmerkelijke vaardigheden van Koesay trokken de aandacht van zijn omgeving en in zijn volwassen jaren, werd hij één van de vooraanstaande figuren binnen de gemeenschap. Vanwege zijn buitengewone regelingen, beheer en rechtvaardige beslissingen verkreeg hij in een korte periode veel aanzien binnen het volk. Hierdoor werd hij aangewezen als leider van Mekka. Hij is de eerste die ervoor zorgde dat er wijken kwamen in Mekka, zodat elke stam een eigen buurt had. De belangrijkste kwesties werden in zijn huis besproken en behandeld. Hij was verantwoordelijk gesteld voor voorname taken, zoals het onderhoud van het doek van de Kaba, het verwelkomen van pelgrims, het hijsen van hun vlag tijdens strijd en het voeren van beleid in Mekka. Het eerste huis tegenover de Kaba met de deur naar haar gericht, werd voor hem gebouwd.

Koesay werd onuitzonderlijk door iedereen geliefd en gerespecteerd. Het licht dat hij droeg van de meest Geliefde, maakte hem bij iedereen het meest geliefd. Naarmate hij ouder werd, gaf hij zijn oudste zoon Abdoeddâr steeds meer verantwoordelijkheidstaken binnen het gezin en zei “Mijn geliefde zoon, ik wijs jou als leider aan van deze stam.”

Abdoeddâr beschikte echter niet over de vaardigheden om deze grootse taak uit te kunnen voeren. Ook heeft hij zijn vader nooit waardig kunnen vervangen, want het licht glansde niet op zijn voorhoofd, maar op dat van zijn kleine broertje: Abd-i Menaf, wiens aantal zonen vier was: Hâshim, Abdoeshems, Moettalib en Newfel.

Abd-i Menaf

De derde voorvader van de laatste profeet versterkte de diplomatieke en economische zaken met het buitenland en zorgde voor meer aanzien in Mekka. Een aantal landen, waaronder de toenmalige twee supermachten: het Perzische en Byzantijnse rijk, gaven hem de toestemming om wederzijds handelkaravanen te zenden voor handel.

Hâshim

Hâshim, de tweede voorvader van de Verkorene was een handelaar en stond bekend om zijn vrijgevigheid. Doordat de komst van de ware eigenaar van het licht naderde, schitterde het steeds stralender op het voorhoofd van de overdrager. Hâshim beschikte over vele bijzondere vaardigheden en was uitermate vrijgevig.

Tijdens een jaar van schaarste was er in Mekka geen brood meer te vinden. Hâshim arriveerde uit Damascus met een speciaal soort meel waar hij sneeuwwitte broodjes van liet maken. Vervolgens liet hij vele kamelen en schapen slachten en gaf van het brood, vlees en bouillon een groot feestmaal aan heel het volk van Mekka.

Vanwege zijn bijzondere bekwaamheid, eerbied, liefde, vrijgevigheid en zijn verheven karakter dat door iedereen werd geliefd en gewaardeerd, werden zijn nakomelingen tot aan Mohammed, de Hashimi genoemd.

Hâshim had vier zonen: Sheybe (Abdoelmuttalib), Esed, Eboe Sayfî en Nadle. Zijn nakomelingen werden voortgezet door Sheybe en Esed. Sheybe was de opa van de laatste boodschapper. Esed was de oom van de moeder van Imam Ali.

Sheybe

Oftewel de opa van de eigenaar van het licht kreeg deze naam (Witharig) wegens zijn witte haren tijdens zijn geboorte naam. Echter was Abdulmoettalib zijn bijnaam waar hij meer bekend om stond.

De reden waarom hem deze bijnaam werd gegeven, wordt als volgt verhaald:

In zijn kinderjaren verbleef Sheybe in Medina bij zijn ooms. Op een dag hielden zijn buurtvrienden een boogschietwedstrijd tegen kinderen uit andere buurten. Tussen alle kinderen viel hij het meest op vanwege het licht van zijn toekomstige kleinzoon op zijn voorhoofd. Er was ook een grote groep volwassenen aanwezig om de wedstrijd van de kinderen te volgen.

Het was Sheybe zijn beurt om te schieten. Hij plaatste zijn pijl op zijn boog, spande het draad vol zelfvertrouwen aan, hield een ogenblik zijn adem in en liet het draad los. De pijl dat uit zijn boog schoot, raakte precies de roos. Terwijl iedereen hem vol verbazing aanstaarde, riep hij uit vreugde: “Ik ben de zoon van Hâshim, de zoon van de heer Bethâ; mijn pijl raakt vanzelfsprekend zijn doel!”

Het volwassen publiek vernam deze trotse woorden van Sheybe. Iemand onder de zonen van Haris bin Abd-i Menaf naderde hem en door hem te ondervragen, ontdekte hij dat Sheybe een zoon was van Hâshim. Deze man bezocht Mekka en beschreef de situatie aan Moettalib, de oom van Sheybe, en vertelde hem dat het niet gepast is om zo een intelligent en talentvol kind in een onbekende streek te laten verblijven. Moettalib vertrok daarop meteen naar Medina om zijn neef naar Mekka te halen. Eenmaal met Sheybe aangekomen in Mekka, werd hem gevraagd: “Wie is dit kind?” Uit angst voor afgunstige blikken zei hij: “Dit is mijn slaaf”. Toen hij thuis kwam en zijn vrouw hetzelfde vroeg, zei hij weer “Mijn slaaf”. De volgende dag wandelde Sheybe door de straten met nieuwe en opvallende kleren aan die zijn oom voor hem had gehaald. Iedereen vroeg zich af wie het was en degenen die er om vroegen, kregen als antwoord: “Abdulmoettalib” (slaaf van Moettalib). Al kwam later boven water wie hij echt was, zijn bijnaam bleef: “Abdulmoettalib”.

De Droom van Abdulmoettalib

Vele jaren waren verstreken en inmiddels was hij de leider van Mekka geworden. Het was een warme zomerse dag. In de schaduw naast de Kaba op een plek welke Hidjr genoemd wordt, hield hij een middagslaap. Hij verkeerde zich in een droom waarin een persoon verscheen die het volgende naar hem uitriep:

“Sta op en graaf Tayyibe op!”

Hij vroeg: “Wat is Tayyibe?”

Zonder antwoord te geven, verdween die persoon.

Abdulmoettalib werd opgewonden wakker en vroeg zich af wat “Tayyibe” betekende. Hij wilde weten wat het inhield om “Tayyibe” op te graven. Volledig onder invloed van die droom, kwam er een einde aan die dag.

De volgende dag hield hij weer een middagslaap op dezelfde plek. Hij begon te dromen en zag dezelfde man weer verschijnen die deze keer het volgende naar hem uitriep:

“Sta op en graaf Berre op!”

Abdulmoettalib vroeg met volle verbazing:

“Wat is Berre?”

Zonder reactie verdween die man weer.

Abdulmoettalib werd dit keer wakker met nog meer spanning en nieuwsgierigheid. Hoe zeer hij er ook een betekenis aan wilde geven, de boodschap van die droom bleef een raadsel. Zijn dag verstreek alweer vol met onbeantwoorde vragen.

De volgende dag sliep hij weer op dezelfde plek en dezelfde man verscheen weer in zijn droom. Hij riep uit:

“Sta op en graaf Mednoene op!”

Tijdens zijn diepe slaap vroeg Abdulmoettalib weer:

“Wat is Mednoene?”

Wederom verdween die man zonder te reageren.

Hij werd wakker en zijn nieuwsgierigheid had nu haar hoogtepunt bereikt. Uiteraard wist hij dat een droom die hij drie dagen achterelkaar ziet niet betekenisloos was, maar hij had ook geen enkel idee of hint waar hij iets mee kon.

De vierde dag sliep hij weer op dezelfde plek en dezelfde man verscheen weer en riep deze keer:

“Sta op en graaf Zemzem op!”

Abdulmoettalib vroeg hem: “Wat is Zemzem?” waarop de man antwoordde:

“Zemzem is een watersoort met een onuitputtelijke bron waarvan de bodem onbereikbaar is. Je kunt er de waterbehoefte van de pelgrims mee voorzien. Zij bevindt zich tussen de plaats waar het bloed van de offerdieren stromen en de plaats waar uitwerpselen worden begraven. Een kraai met gekleurde vleugels zal daar pikken. Er bevindt zich daar een mierennest.”

Vol enthousiasme werd Abdulmoettalib wakker nu hij eindelijk in bezit was van de ontbrekende hint. Hij had veel gehoord over de Zemzembron, maar niemand wist waar die bron zich bevond. In het verleden, toen het volk van Mekka vluchtte voor vijandelijke veroveraars, gooide het volk alle waardevolle bezittingen in de Zemzembron en vulden het vervolgens met zand. Ze begroeven het zodanig dat er geen spoor meer van die bezittingen of de bron te zien was. Sindsdien was de Zemzembron spoorloos.

Abdulmoettalib had begrepen dat hij was aangesteld om de Zemzembron op te graven. Hij begon zijn onderzoek meteen en bezocht de beschreven plek in zijn droom. Hij zag daar een kraai met gekleurde vleugels dalen en landen op een grond waarin zij enige tijd begon te pikken. Vervolgens steeg ze weer op en vloog weg.

De vreugde van een persoon die geëerd wordt met het opgraven van een legendarische bron is niet te beschrijven, het is slechts voorstelbaar. De plek waaronder zij begraven lag, was gevonden, nu was het tijd om haar op te graven. Om door anderen niet van deze eer beroofd te worden, vertelde hij dit geheim aan niemand en nam de volgende dag alleen zijn zoon Haris mee naar die plek, waar ze begonnen te graven. Na een tijdje graven, waren de eerste paar keien die zich in een cirkelvorm om de Zemzembron bevonden, te zien. Vader en zoon groeven vol vreugde door en prezen God voor deze grote gift.

Een aantal onder de Quraishieten die hen vanaf het begin van hun verrichting al schaduwden, informeerden alles aan de machthebbers van de Quraish toen ze uiteindelijk beseften wat er werkelijk gaande was. Even later werd Abdulmoettalib benaderd door een aantal machthebbers, zij spraken hem aan: “O Abdulmoettalib! Dit is de bron van onze voorvader Ismail, ook wij hebben er recht op. Benoem ons tot medebezitters.”

De reactie van Abdulmoettalib: “Nee dat kan ik niet doen. Slechts ik ben aangesteld tot deze taak en het is enkel mij geschonken onder ons.”

Het heldere antwoord van Abdulmoettalib beviel de machthebbers van de Quraish niet, waarop Adiyy bin Newfel zei:

“Jij bent slechts één man. Buiten je enige zoon om heb jij nergens steun. Waar haal jij het lef vandaan om opstand te tonen en ons tegen te spreken?”

Deze opmerking viel Abdulmoettalib zwaar in de maag, want het volk van Quraish kleineerde hem om het feit dat hij maar één zoon had. Hoe erg deze woorden hem hadden getroffen was aan zijn houding af te lezen. Na een moment stilte, uitte hij zich:

“Dus jij kleineert mij om mijn eenzaamheid?”

Toen er geen reactie kwam vanuit het midden van de machthebbers, richtte hij zijn geopende handen en gezicht naar de hemel en zei: “Als ALLAH mij tien zonen schenkt, zal ik één van hen naast de Kaba offeren.” Deze woorden waren zowel een smeekbede als eed.

Abdulmoettalib wist dat er geen einde was gekomen aan deze onenigheid en dat deze zou escaleren. Door zulke gebeurtenissen kwamen vaker bloederige confrontaties voor in het verleden. Hierdoor zette hij het graven even stop en stelde voor om dit conflict op te lossen middels een scheidsrechter. Zijn voorstel werd aanvaard en als scheidsrechter werd Sa’d bin Hoezeym uit Damascus gekozen.

Abdulmoettalib die vergezeld werd door een aantal van zijn ooms, vertrok met een groep van de machthebbers richting Damascus. Het Goddelijk bepaalde lot schonk hun onderweg echter een vlottere oplossing voor hun onenigheid. Het water van Abdulmoettalib en zijn naasten raakte op. Midden in de woestijn, onder de zon bestaat er geen grotere vijand dan dorst. Toen hij de groep van de machthebbers om water vroeg, kreeg hij als antwoord: “Het water waarover wij beschikken is net voldoende voor ons.”

Abdulmoettalib en zijn naasten verkeerden zich in levensgevaar. Zoeken naar water midden in de woestijn is zoiets als zoeken naar een speld in een hooiberg. Desondanks was Abdulmoettalib vastberaden om water te zoeken. Hij wilde zijn kameel bestijgen om op zoek te gaan, tot hij plotseling sprankelend water zag onder één van de poten van zijn kameel. Hij en zijn naasten geloofden niet wat zij zagen en Abdulmoettalib begon met zijn zwaard de omtrek van het plasje te verbreden, waarop het water helderder begon te stromen. Het groepje dat geen water schonk aan hen, bleef hen vol verbazing aanstaren.

Abdulmoettalib en zijn gezelschap dronken van het sprankelende water, lesten hun dorst en die van hun dieren. Vervolgens keerde Abdulmoettalib zich naar het groepje machthebbers dat hen geen water schonk en zei:

“Kom naar het water! God heeft ons water geschonken! Kom, drink en laat jullie dieren ervan drinken, waar wachten jullie op?”

Beschaamd liep het groepje richting de bron. Zij lesten hun dorsten en die van hun dieren en nadat ze hun kruiken met bedorven water leegden, vulden zij ze met het verse water. Hun houding tegenover degene die hen water aanbood terwijl zij het hem weigerden, veranderde opeens. Ze keerden zich vol schaamte naar Abdulmoettalib en zeiden: “O Abdulmoettalib, wij zullen jou niet meer tegenspreken. Wij hebben begrepen dat jij de enige bent die het waard is om de Zemzembron op te graven. Wij zweren dat wij nooit meer zullen discussiëren met jou om de Zemzembron. We vinden het ook niet meer nodig om de scheidsrechter te bezoeken”. Zo keerden zij zich halverwege met zijn allen weer terug naar Mekka.

Eenmaal gearriveerd in Mekka, groeven vader en zoon verder en de volledige Zemzembron kwam in een korte tijd tevoorschijn.

De begraven Schatten

Er bevonden zich waardevolle spullen in de Zemzembron, waaronder twee hertenstandbeelden van goud, zwaarden en schilden. De gemachtigden van de Quraish die hem alle rechten van de Zemzembron toekenden, werden weer overwonnen door hebzucht toen ze deze schatten zagen.

Wederom benaderden zij Abdulmoettalib:

“O Abdulmoettalib, wij zijn mede-eigenaren van deze schatten, wij hebben er ook recht op.”

De geduldige Abdulmoettalib antwoordde: “Nee, jullie hebben helemaal geen enkel recht op deze spullen.” Even later zorgde zijn zachtmoedigheid er weer voor dat hij als volg reageerde:

“Laat ik mij maar alsnog mild opstellen jegens jullie. Laten wij erom loten.”

De Quraishieten die hier vergenoegd om raakten, vroegen: “Hoe en op wat voor wijze gaan we deze loting uitvoeren?”

 Abdulmoettalib: “Laten wij twee lootjes voor de Kaba, twee lootjes voor mij en twee lootjes voor jullie trekken. De loting bepaalt wie wat krijgt.”

Dit was een onpartijdige regeling en hierdoor uitten de Quraishieten hun tevredenheid door hem te prijzen om zijn voorstel: “Dit is de beste oplossing. Je hebt zeer redelijk gehandeld.”

Ze betraden de Kaba en gingen loten tegenover het afgodsbeeld genaamd Hoebal. De loting maakte nogmaals duidelijk dat de machthebbers van de Quraish geen recht hadden op de schatten. De twee hertenbeelden van goud vielen voor de Kaba, de zwaarden en schilden vielen voor Abdulmoettalib. De machthebbers verkregen niets en omdat ze instemden met deze oplossing, hadden ze geen excuus om het resultaat tegen te spreken.

Abdulmoettalib liet de wapens en herten smelten om de poort van de Kaba te bezegelen met goud. Zo behoorde hij tot hen die de Kaba met goud versierden.

Zijn Eed

Er waren dertig jaren verstreken en zijn leeftijd had de zeventig bereikt. Hij had inmiddels tien zonen gekregen. Zijn eed was hij niet vergeten en hij was niet van plan om die te verbreken, maar welke van de tien moest hij offeren? De één was mooier dan de ander, allen waren zijn oogappels. Abdullah was echter anders. Hoe bijzonder de rest ook was, zij konden niet tippen aan de innerlijke en uiterlijke schoonheid van het tweelingbroertje van Oemmoe Hakîm: Abdullah, de jongste zoon van Abdulmoettalib. Abdullah had namelijk het licht van zijn vader geërfd om het over te dragen naar zijn eigen zoon der zonen; de ware eigenaar van het licht dat elke drager ervan zegende.

Alle tien zonen van Abdulmoettalib waren groot geworden. Op een dag verzamelde hij hen allen, vertelde over zijn eed en maakte duidelijk dat hij één van hen zou offeren. Zonder tegenspraak reageerden al zijn zonen tevreden op zijn eed. Daarna vroegen zij hun vader:

“Hoe gaan wij dit doen? Hoe gaan wij bepalen wie van ons geofferd moet worden?”

Abdulmoettalib beval hen:

“Laat elk van jullie een pijl pakken. Schrijf jullie namen op jullie pijl en geef deze aan mij.”

De gehoorzame kinderen van hem volbrachten hun vaders wens ter plekke. Abdulmoettalib pakte één voor één de pijlen van zijn zonen en liep rechtstreeks naar de Kaba. Naast het afgodsbeeld Hoebal zou er een pijl getrokken worden en wiens naam op de getrokken pijl staat, was het offer. Het volk van Mekka had zich om hem heen verzameld. Vastberaden stond hij tegenover de aangestelde ambtenaar met de pijlen in zijn handen. De ambtenaar greep één van de pijlen en trok hem langzaam uit zijn hand. Hij las de naam op de pijl met een trillende stem op: “ Ab-dul-lah”.

De barmhartige vader wilde niet geloven wat hij hoorde. Hij pakte de pijl uit zijn handen en las: “Abdullah”.

Op slag waren zijn ogen gevuld met tranen. Hij kon zijn snikken niet stoppen. Zijn verdriet was dusdanig geworden dat hij wel kon weeklagen, maar hij herinnerde zich zijn eed aan God en liet zijn emoties zwijgen. Bedroefd wendde hij zich naar Abdullah en zei:

“Abdullah, mijn zoon! ALLAH koos jou als Zijn offer! Tussen jouw broeders heeft Hij deze eer aan jou geschonken.”

Dit hartverscheurende nieuws bracht droefenis bij hen die aanwezig waren. Iedereen vroeg zich af waarom Abdullah, zijn meest geliefde zoon, het offer moest zijn. Abdulmoettalib negeerde zijn emoties die hem weerhielden om zijn eed aan God te volbrengen en bracht zijn zoon naar de afgodsbeelden Isâf en Nâile.

De overgave van Abdullah deed men denken aan die van Ismail, geen spoor van ontevredenheid was te zien in zijn glanzende gezicht. Abdulmoettalib hield in zijn ene hand een mes en in zijn andere de hand van zijn lievelingszoon vast. Alles was klaar voor het offerritueel. Een menigte kwam plotseling tevoorschijn en onderbrak het ritueel, vragende aan Abdulmoettalib waar hij mee bezig was. Kijkend naar zijn zoons gezicht gaf hij als antwoord: “Ik ga hem offeren”. Zijn antwoord zorgde voor grote ophef in de menigte. Zij kwamen in opstand en zeiden: “Als jij als voorbeeldpersoon en als oudere van Mekka zoiets uitvoert, zullen velen jouw hierin volgen. Wat gaat er gebeuren met ons nageslacht als dit ritueel een gewoonte wordt in Mekka?”. De hele menigte, zijn gevoelens en alles buiten zijn standvastigheid om, waren tegen zijn daad. Maar niets kon hem weerhouden om zijn eed aan zijn Schepper te volbrengen, want zijn Heer had hem geschonken wat hij wilde. Als hij zijn eed niet zou volbrengen, zou dit een grote ondankbaarheid zijn.

De Waarzegster

Abdullah bin Moegire, de oom van Abdullah (moeders kant), sprong ertussen en zei: “Bij ALLAH, als jij geen geldige reden hebt om hem te offeren, dan kun je het ritueel niet uitvoeren. Wij zullen als nodig onze volledige rijkdom opofferen voor zijn redding”.

Al waren de gevoelens van Abdulmoettalib het eens met deze woorden, zijn stalen standvastigheid deed hem zijn eed alsnog niet verbreken. Toen de Quraishieten beseften dat geen woord hem kon overhalen, boden ze hem het volgende aan:

“O Abdulmoettalib, neem je zoon mee en bezoek de bekende waarzegster in Damascus. Zij wordt wereldwijd bezocht door mensen met dergelijke problemen en vinden bij haar een uitweg. Vraag haar om raad, als zij zegt dat jij hem moet offeren, doe het dan. Mocht zij een manier vinden die Abdullah, jou en ons behaagd, voer die dan uit”.

Dit idee overtuigde Abdulmoettalib uiteindelijk. Zonder tijd te verspillen, vertrok hij met zijn zoon richting Damascus. Toen zij aankwamen in Medina, ontdekten zij echter dat de waarzegster in Gayber was, wat voor hun positief uitpakte aangezien Gayber dichter in de buurt ligt van Medina dan Damascus.

Eenmaal in Gayber aangekomen, bezochten zij de waarzegster en legden haar de situatie uit. Zij vroeg hen hoeveel bloedgeld een mensenleven kost in Mekka. “Tien kamelen” antwoordde Abdulmoettalib. Zij beschreef de oplossing: “Neem dan je kind mee naar de plaats waar jullie de loting hebben gehouden. Plaats tien kamelen en uw zoon tegenover elkaar, pak twee pijlen; één voor uw zoon, één voor de kamelen en begin weer te loten. Mocht het lot vallen op de kamelen, slacht de kamelen dan en redt uw zoon. Valt het lot op uw zoon, vermeerder het aantal van de kamelen dan met tien, herhaal dit tot Uw Heer tevreden is en het lot valt op de kamelen. Offer dan de kamelen en win zo de tevredenheid van uw Heer en red uw kind van het offer.”

Deze oplossing van de waarzegster stelde Abdulmoettalib meer dan tevreden. Wanneer zij arriveerden in Mekka en het volk het nieuws te horen kreeg, was iedereen opgelucht. Voordat hij haar oplossing bewerkstelligde, verrichte hij smeekbeden en gebeden om zeker te zijn dat het resultaat God tevreden zou stellen.

Hij nam vervolgens tien kamelen en zijn lievelingszoon mee naar de Kaba, stond tegenover de aangestelde ambtenaar met de twee pijlen en zei vrolijk: “Trek een pijl”. Op de getrokken pijl stond wederom “Abdullah”. Het aantal kamelen werd vermeerderd met tien, de ambtenaar trok weer een pijl waar weer de naam van zijn zoon opstond. De naam van Abdullah viel telkens en het aantal kamelen werd aldoor vermeerderd met tien. Uiteindelijk, toen het aantal kamelen de honderd had bereikt en Abdulmoettalib na elke loting een smeekbede verrichtte, viel het lot op de kamelen. Zoals bij alle aanwezigen, straalden de ogen van Abdulmoettalib van vreugde, alhoewel het niet lang van duur was, want twijfels overheersten zijn hart. Om zich te verlossen van deze twijfels, besloot hij om nogmaals te loten. Zoals er gezegd wordt “drie keer scheepsrecht”, werd na drie extra lotingen duidelijk dat God tevreden was met deze uitslag want alle drie keren viel het lot op de kamelen. Uit vreugde prees Abdulmoettalib de Almachtige.

Honderd kamelen werden tussen de heuvels van Saffa en Merwe op een rij gelegd voor het grote offerritueel. Het volk van Mekka profiteerde enorm van het daaruit voortgekomen vlees en zelfs de wilde dieren en vogels hadden ontzettende baat bij de resten van de offers. Na deze gebeurtenis steeg het bloedgeld van tien kamelen, naar honderd. Deze regel bleef ook na de komst van de Islam onveranderd.

Deze gebeurtenis werd samen met die van Ismail ook bevestigd door de laatste boodschapper van ALLAH wanneer een bedoeïen hem: “Zoon van twee aangestelde offers” noemde en de laatste profeet zijn woorden bevestigde met de volgende woorden: “Ik ben inderdaad de zoon van twee aangestelde offers.”

 

 

 

Read 9.784 times
In order to make a comment, please login or register