De Verplichte en de Niet-Verplichte Aalmoes aan de Behoeftigen, Liefdadigheid, Hulp en hun Wijsheid

De verplichte aalmoes in de Islam (zạkāt) dient door de rijken aan de behoeftigen te worden gegeven. Als relatief rijke mensen worden beschouwd degenen van wie de rijkdom een bepaalde drempelwaarde (=83 gram goud) heeft bereikt, waarbij zij gedurende een periode van een jaar deze rijkdom in hun bezit hebben gehad. De hoogte van de zạkāt bedraagt 2,5% van de rijkdom en kan gegeven worden aan de armen, de behoeftigen, degenen die belast zijn met het verzamelen van de zạkāt, de recente bekeerlingen wier harten nader bij de Waarheid dienen te worden gebracht, de slaven die zichzelf willen vrijkopen, degenen met schulden, degenen die omwille van Allah werken en tenslotte aan reizigers die zijn gestrand.(ạl-Tạwbạ, 9, 60)[qtip1: ‘Ushr is de verplichte belasting (zạkāt) op de geproduceerde oogst. Indien de grond of de tuin op natuurlijke wijze door regen, bronwater, rivierwater of stromend water van water wordt voorzien, is een tiende deel van de productie verplicht als bijdrage voor de armen en indien de grond of de tuin op een kunstmatige wijze wordt geïrrigeerd, zoals het geval is bij het gebruik van een waterput, waterbuizen en kanalen, dan is een twintigste deel een verplichte bijdrage]

De zạkāt voorkomt dat de rijken zich door hun bezit laten verleiden en zich daardoor buitensporig gedragen, en het voorkomt dat de armen jegens de rijken negatieve gevoelens koesteren, zoals wrok en jaloezie. Op deze manier wordt het sociale leven beschermd en worden individuen in broederschap en in liefde met elkaar verbonden. De zạkāt verkleint de afstand tussen arm en rijk. Door armoede nagenoeg uit te roeien, voorkomt de zạkat vele onaangename gebeurtenissen die vanwege armoede plaatsvinden. Ooit stuurde de kalief Omar ibn Abdulazīz zijn zạkāt-officier naar de Afrikaanse landen om zạkāt uit te delen, maar deze bracht de goederen weer terug, omdat hij niemand kon vinden die arm genoeg was om zạkāt te kunnen ontvangen,. Hierop kocht de kalief met het geld vele slaven op en liet hij hen vrij.[qtip:2| Zie ạl-Būtī, Fiqh ạl-Sīrạh, Beiroet 1980, p. 434]

Zạkat is een brug die mensen van verschillende standen met elkaar in contact brengt en zo de gemeenschap verenigt. Om deze reden zei de Boodschapper van Allah (vzmh): “De zạkāt is de brug van de Islam.”[qtip:3| ạl-Bạyhaqī, Shu’ab ạl-Imān, III, 20, 195; ạl-Hạythạmī, Majma’ ạl-Zawā’id wạ Mạnba’ ạl-Fawā’id, III, 62]

Degenen die zạkāt betalen verwerven zich meer voordelen dan de behoeftigen in de maatschappij die zạkāt ontvangen. Zạkāt, hetgeen “schoonheid, zuiverheid, vermeerdering, zegen” betekent, reinigt de mens van bepaalde spirituele ziektes en verdorvenheden en zorgt ervoor dat het eigendom van de gever gezuiverd en zegenrijk wordt.[qtip:4| De Koran, ạl-Tạwbạ, 9: 103; Sạbạ, 34: 39] Dus de zuivering van het hart en de ziel, de hervorming van het lichamelijke ego is één van de wijsheden die ten grondslag liggen aan het sturen van profeten. Het zạkāt-ritueel disciplineert ook de menselijke gevoelens van hebzucht en egoïsme.

De zạkāt is een uiting van dankbaarheid van de rijken tegenover de goddelijke zegeningen die zij hebben vergaard. De Almachtige God zegt dat zegeningen zullen toenemen indien Hem dankbaarheid wordt getoond en dat, in geval van ondankbaarheid, Zijn bestraffing streng zal zijn.[qtip:5| De Koran, Ibrāhīm, 14: 7]

Indien de zạkāt niet wordt betaald, worden al deze voordelen teniet gedaan en ondervinden zowel het individu als de gemeenschap hierdoor veel schade. Onze leermeester de Boodschapper van Allah (vzmh) heeft ons geïnformeerd dat, wanneer de zạkāt in de maatschappij als een zware last gezien wordt en na verloop van tijd compleet wordt verwaarloosd, tussen de mensen zekere calamiteiten plaats zullen vinden.[qtip:6| Sunạn ạl-Tirmizī, Fitạn, 38/2210, 2211] Hij zei ook: “Ieder volk dat geen zạkāt betaalt zal zeker van regen verstoken blijven en indien het niet over dieren beschikt, blijft regen helemaal weg.”[qtip:7| Sunạn Ibn Majạh, Fitạn, 22; ạl-Hākim, ạl-Mustạdrạk álā ạl-Sahīhạyn, IV, 583/8623]

 

(Uit: de Laatste Hemelse Religie: Islam)

 

 


[1] ‘Ushr is de verplichte belasting (zạkāt) op de geproduceerde oogst. Indien de grond of de tuin op natuurlijke wijze door regen, bronwater, rivierwater of stromend water van water wordt voorzien, is een tiende deel van de productie verplicht als bijdrage voor de armen en indien de grond of de tuin op een kunstmatige wijze wordt geïrrigeerd, zoals het geval is bij het gebruik van een waterput, waterbuizen en kanalen, dan is een twintigste deel een verplichte bijdrage.

[2] Zie ạl-Būtī, Fiqh ạl-Sīrạh, Beiroet 1980, p. 434.

[3] ạl-Bạyhaqī, Shu’ab ạl-Imān, III, 20, 195; ạl-Hạythạmī, Majma’ ạl-Zawā’id wạ Mạnba’ ạl-Fawā’id, III, 62.

[4] De Koran, ạl-Tạwbạ, 9: 103; Sạbạ, 34: 39.

[5] De Koran, Ibrāhīm, 14: 7.

[6] Sunạn ạl-Tirmizī, Fitạn, 38/2210, 2211.

[7] Sunạn Ibn Majạh, Fitạn, 22; ạl-Hākim, ạl-Mustạdrạk álā ạl-Sahīhạyn, IV, 583/8623.

Read 6.399 times
In order to make a comment, please login or register
GERELATEERDE VRAGEN