De smeekbede van Younus (VZMH)

De smeekbede van Younus, zoon van Metta, vrede en zegeningen zij met hem en onze profeet, is een ultieme smeekbede en een cruciale reden tot acceptatie van een supplicatie.

De samenvatting van het bekende verhaal van Younus (VZMH): hij werd de zee ingegooid enwerd opgeslokt door een grote vis. Er heerste storm op zee, de nacht was angstaanjagend en duister, en in een toestand waarin hoop van alle kanten verloren was, werd voor hem de smeekbede: “Er is geen God behalve U, Feilloos bent U: ik behoor daadwerkelijk zelf tot de kwaaddoeners” [qtip:1| Soerah El Enbiya 21:87] een spoedige reden tot redding.

Het grote geheim achter deze smeekbede is het volgende:
In die situatie zwegen redenen in hun geheel, want in die toestand is er voor zijn redding behoefte aan een dusdanige Entiteit: Zijn heerschappij behoort de vis, de zee, de nacht en de hemel te omvatten, omdat de nacht, zee en vis zich unaniem tegen hem hadden gekeerd. Een Entiteit Die hen alle drie gelijktijdig doet gehoorzamen aan Zijn bevel, kan hem leiden naar de vredige kust. Als het hele volk zijn dienaar en hulp zou zijn, dan nog zou het hem niets baten. Redenen hebben dus geen invloed. Omdat hij met het blote oog getuigde dat er geen toevlucht was behalve de Bron der redenen en het geheim van Individualiteit zich binnen het
licht van Eenheid manifesteerde, stelde deze smeekbede opeens de nacht, de zee en de vis in zijn dienst. Met het licht van Eenheid kreeg de maag van die vis de vorm van een onderzeeër, de zee in haar vreeswekkende vorm met haar woeste, bergachtige golven, werd met het licht van Eenheid een secure Sahara en een oogstrelende excursieoord, en met dat licht veegde de hemel zijn gezicht schoon van de wolken en liet de maan boven zijn hoofd schijnen als een nachtlamp. De schepselen die hem van alle kanten dreigden en onderdrukten, lieten hem op alle manieren van hun vriendelijke kant zien. Uiteindelijk klom hij veilig aan wal en aanschouwde die Goddelijke gunst onder een pompoenplant.
Waarlijk, wij bevinden ons in een toestand die honderd maal ernstiger is dan de eerste toestand van Younus (VZMH) Onze nacht is de toekomst. Gezien dwaling is onze toekomst honderd maal duisterder en chaotischer dan zijn nacht. Onze zee is dit onstabiele
aardoppervlak. In elke golf van deze zee bevinden zich duizenden lijken; deze is duizend maal vreeswekkender dan zijn zee. Ons onzedige ego is onze vis, die onderdrukt ons eindeloze leven en werkt aan zijn ondergang. Deze vis is duizend maal verderfelijker dan zijn vis, want zijn vis verwoest een leven van honderd jaar. Onze vis daarentegen werkt aan de verwoesting van een leven van honderden miljoenen jaren.
Aangezien onze ware toestand dusdanig is, horen wij ook zoals Younus (VZMH) ons gezicht af te wenden van alle redenen en rechtstreeks te steunen op onze Heer, Die de Bron is van alle redenen, en horen wij ook “Er is geen God behalve U, Feilloos bent U: ik behoor daadwerkelijk zelf tot de kwaaddoeners” [qtip:1| Soerah El Enbiya 21:87] te reciteren. Overigens horen wij zo zeker als ooggetuigen te beseffen dat de kwalen van de toekomst, de wereld en het onzedelijke ego, die zich unaniem tegen ons hebben gekeerd vanwege onze dwaling en heresie, alleen gewist kunnen worden door een dergelijke Entiteit: de toekomst bevindt zich onder Zijn bevel, de wereld bevindt zich onder Zijn wet en het ego bevindt zich onder Zijn beheer. Welke reden, behalve de Schepper van de hemelen en aarde, zou op de hoogte kunnen zijn van de fijnste en geheimste wensen in onze harten, de toekomst voor ons kunnen verlichten door het hiernamaals te scheppen en ons kunnen redden van de honderdduizenden verstikkende golven van de wereld? –God verhoede– zonder toestemming en toezicht van de absoluut Existerende Entiteit kan niets op geen enkele wijze hulp bieden en redder zijn.
Wijl de werkelijke situatie zo is; zoals de vis de vorm van een vaartuig/een onderzeeër en de zee de vorm van een sierlijke Sahara kregen, en de nacht met haar maneschijn een mooie verschijning aannam voor Younus (VZMH) als resultaat van zijn smeekbede, horen wij ook met het geheim van die smeekbede: “Er is geen God behalve U, Feilloos bent U: ik behoor daadwerkelijk zelf tot de kwaaddoeners” [qtip:1| Soerah El Enbiya 21:87] te zeggen. Wij horen Zijn Barmhartige blik met de zin “Er is geen God behalve U” naar onze toekomst, met het woord “Feilloos bent U” naar onze wereld, met het gedeelte “Ik behoor daadwerkelijk zelf tot de kwaaddoeners” naar ons ego te trekken, opdat onze toekomst wordt verlicht met het licht der geloof en de reflectie der Qur’an, en de chaos en gruwel van onze nacht omslaan in warmte en vreugde. Met continu afwisseling van leven en dood in onze wereld en op onze aarde waar ontelbare lijken de golven van jaren en eeuwen bestijgen en in het niets worden gesmeten, horen wij in vrede op die zee te varen door in de waarheid der Islam te treden, die dient als een spiritueel schip welk gebouwd is op het rayon van de Qur’an, tot we de vredige kust bereiken en onze levenstaak eindigt.
Middels verversing van het zichtveld, zoals doeken in een bioscoop, zullen de stormen en schokken van die zee, in plaats van gruwel en vrees aanjagen, het oog van lering en bezinning amuserend strelen en verlichten. Bovendien zal met dat Qur’anische geheim, die [qtip:Furqânische |Onderscheider van waarheid en valsheid.] vorming, ons ego niet ons bestijgen, maar zich door ons laten bestijgen en ons rijtuig worden; opdat het voor ons een sterk middel wordt voor het verdienen van ons eeuwige leven.
Tot slot: als resultaat van zijn veelomvattende aard wordt de mens zowel gekweld door malaria als door de bevingen en schokken van de aarde en de ultieme schudding van het universum tijdens de dag des oordeels. Hij vreest zowel een minuscule bacterie als vallende sterren die binnen de hemellichamen verschijnen. Zoals hij van zijn huis houdt, houdt hij van de enorme wereld. Zoals hij van zijn kleine tuin houdt, houdt hij verlangend van het grenzeloze en eindeloze paradijs. Uiteraard kan de Aanbedene, de Heer, het Steunpunt, de Redder en het Streven van een dergelijk mens enkel Die Entiteit zijn: het hele universum bevindt zich onder Zijn gezag, zowel atomen als sterren bevinden zich onder Zijn bevel. Allicht heeft een dergelijk mens constant de behoefte om zoals Younus (VZMH) : “Er is geen God behalve U, Feilloos bent U: ik behoor daadwerkelijk zelf tot de kwaaddoeners” [qtip:1| Soerah El Enbiya 21:87] te zeggen. 
De Eerste Flits van de Risale-i Nur Collectie, Bediuzzaman Said Nursi
_________________________________________________________________________________________________
[1] Soerah El Enbiya 21:87
Read 7.715 times
In order to make a comment, please login or register
GERELATEERDE VRAGEN